Weerstand: wrijving in de relatie

8 belangrijke vragen over Weerstand: wrijving in de relatie

Is weerstand (ook wel wrijving genoemd) hetzelfde als behoudtaal?

Nee. Ze zijn zeer verschillend.
Behoudtaal is meer een bezwaar tegen veranderen en hoort bij ambivalentie.
Weerstand is tegendruk die de cliënt biedt als een ander ongewenst druk op hem uitoefent. Dit laatste heeft altijd gevolgen vd relatie tussen cliënt en professional. Doel is dit zoveel mogelijk te voorkomen/verminderen. Gaat niet over moeilijke mensen, maar over moeilijke interacties. Er ontstaan spanningen in het contact en een verstoring in de relatie.

Bij behoudtaal is er het teken dat de client nog geen goede relatie heeft mbt zijn veranderdoelen.
Bij weerstand is er het teken dat zijn relatie met jou als professional (nog) niet goed genoeg is.

In welke situaties is de kans op weerstand het grootst?

-Als er een duidelijk verschil is tussen de doelen en belangen van de cliënt en die van de professional
-Als er sprake is van herhaalde mislukking, teleurstelling of onmacht bij de cliënt
-Als er teleurstelling is bij de professional over de voortgang en/of kans op succesvolle begeleiding
-Als er maatschappelijke afkeuring heerst ten opzichte van het te veranderen gedrag
-Als cliënten wantrouwen koesteren op grond van een psychische stoornis

Wat is een effectieve manier om om te gaan met weerstand?
Wat zijn de belangrijkste gesprekstechnieken?

Door reflectief luisteren; je verplaatst je in de ander en laat door r.l. zien dat je begrijpt wat de cliënt voelt en wat hem bezighoudt. Je geeft erkenning (vd persoon, NIET voor het gedrag)

Je zet ORBSI in, met name reflectief luisteren (zie ook hfdst 4);
Open vragen stellen
Reflecteren
Bevestigen
Samenvatten
(motiverend) Informeren
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Hoe kun je als professional de manier waarop de cliënt aankijkt tegen opgedrongen maatregelen positief beïnvloeden?

-Leg uit waarom het gevraagde gedrag noodzakelijk is en in welke context
-Erken dat met lastige of-niet prettige taken negatieve gevoelens gepaard gaan
-Biedt cliënten zoveel mogelijk autonomie en keuze binnen de beperkende randvoorwaarden
-Vermijdt directief taalgebruik (moeten, doe dit)
-Vermijdt waar mogelijk vormen van externe druk (straffen, belonen) zodat de situatie van onvrijwilligheid niet onnodig wordt benadrukt.

Hoe ga je als professional om met opgedrongen/afgedrongen doelen bij cliënt? Bijv. bij reclassering of gesloten jeugdinrichting.

  • Uitleggen waarom het gevraagde gedrag noodzakelijk is.
  • Erken dat lastige taken met negatieve gevoelens gepaard gaan. Benoem deze gevoelens. Wees empathisch.
  • Client zo veel mogelijk keuzes geven binnen de beperkte kaders. Om autonomie en zelfverantwoordelijkheid te stimuleren
  • Directief taalgebruik vermijden, non-directieve beschrijvende taal gebruiken
  • Vormen van externe druk (straffen/belonen) vermijden, om het versterken vd onvrijwilligheid te vermijden.

De stelregel voor communicatie luidt: hard op de inhoud, zacht op de relatie. Wat houdt dit precies in?

Hard staat voor open en duidelijk op een neutrale en zakelijke manier communiceren over grezen, (on)mogelijkheden, verwachtingen en gevolgen. Zacht op de relatie betekent dat de boodschap met respect voor de betrokkene gebracht wordt, dus niet negatief of confronterend.

Wat zijn gesprekstechnieken voor het voorkomen en hanteren van weerstand?

-reflectief luisteren; dubbelzijdige of versterkte reflectie
-blikrichting veranderen; een reflectie of samenvatting, gevolgd door een vraag die iemand op een ander spoor zet, dat minder emotie oproept
-keuzevrijheid benadrukken
-naast de cliënt gaan staan; de situatie bekijken vanuit het perspectief van de cliënt en erkennen dat dit misschien niet de juiste tijd, plaats of omstandigheid is om iets te veranderen

Noem 4 soorten gesprekstechnieken die weerstand voorkomen en verminderen

  1. Reflectief luisteren;
  2. Blikrichting veranderen; overschakelen op ander ondw die minder confronterend is
  3. Keuzevrijheid benadrukken; benoem dat cliënt zelf aan het stuur staat, dus zelf beslist en verantwoordelijk is
  4. Naast de cliënt gaan staan; je erkent waar iemand op dat moment staat. Je bekijkt de situatie vanuit het perspectief vd cliënt en erkent dat dit misschien niet de juiste tijd, plaats of omstandigheid is om iets te veranderen. Zo haal je de druk vd ketel; geeft een gevoel van keuzevrijheid.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo