Samenvatting: Principles Of Human Physiology
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Principles of Human Physiology
-
1 College 1: introductie fysiologie
-
1.1 Begrijpen en kunnen uitleggen wat fysiologie is
Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1
Laat hier meer flashcards zien -
Welke vier lichaamsvloeistoffen vormden volgens de humorisme-theorie de basis van gezondheid en ziekte?
- Bloed (hemoglobine)
- Slijm (plasma)
- Gele gal (bilirubine)
- Zwarte gal (stollingsfactoren, bloedplaatjes)
- Bloed (hemoglobine)
-
1.2 De relatie tussen morfologie en functie kunnen aantonen aan de hand van een aantal voorbeelden
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2
Laat hier meer flashcards zien -
Wat is het verschil tussen een teleologische en mechanistische benadering in de fysiologie?
- Teleologisch = vraagt naar het "waarom" (functie)
- Mechanistisch = vraagt naar het "hoe" (mechanisme)
- Teleologisch = vraagt naar het "waarom" (functie)
-
Noem de teologische en mechanistische benadering van rode bloedcellen
Teologisch/waarom: rode bloedcellen binden zuurstof om de organen van zuurstof te voorzien
mechanistisch/hoe: rode bloedcellen binden zuurstof doordat ze hemoglobine bevatten -
1.3 Begrijpen en kunnen uitleggen wat homeostase is, en wat het belang is van homeostase
-
Wat wordt bedoeld met milieu intérieur?
Het interne milieu van het lichaam, dat relatief constant blijft ondanks veranderingen in de externe omgeving. -
1.4 Begrijpen en beschrijven van belangrijke basismechanismen bij te instandhouding van homeostase
Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.4
Laat hier meer flashcards zien -
Wat is het verschil tussen equilibrium en steady state?
- Equilibrium = evenwicht, geen energieverbruik
- Steady state = dynamisch evenwicht, wel energieverbruik om stabiel te blijven
- Equilibrium = evenwicht, geen energieverbruik
-
Wat is het verschil tussen ECF en ICF, en waarom is dit belangrijk voor homeostase?
- ECF = vloeistof buiten de cellen
- ICF = vloeistof binnen de cellen
Het ECF vormt de buffer rondom cellen en is het belangrijkste doel van homeostase. - ECF = vloeistof buiten de cellen
-
Wat zijn de stappen in een fysiologische reflex?
Stimulus → sensor → input signaal → integratiecentrum → output signaal → target → respons -
Wat is een vereist voor feedback loops?
Feedback loops vereisen communicatie tussen integratie centrum (hersenen) en de overige organen -
2 College 2: Zenuwstelsel: prikkelgeleiding en neurotransmissie
-
2.1 kennis en begrip hebben van de wijze waarop membraanpotentialen tot stand komen: de rol van de ionen kalium, natrium en calcium hierin kunnen beschrijven
Dit is een preview. Er zijn 5 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.1
Laat hier meer flashcards zien -
Wat wordt bedoeld met bio-elektriciteit in neuronen?
Elektrische spanningen en stromen die ontstaan door verplaatsing van ionen over het celmembraan -
Waardoor kan een celmembraan elektrische signalen opwekken?
Door selectieve permeabiliteit voor ionen en verschillen tussen intra- en extracelullaire ionconcentraties
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Onderwerpen gerelateerd aan Samenvatting: Principles Of Human Physiology
-
Zenuwstelsel: prikkelgeleiding en neurotransmissie
-
Autonoom Zenuwstelsel - kennis hebben van de anatomie van het autonoom zenuwstelsel verschillen/overeenkomsten tussen de sympatische en parasympathische divisie
-
Autonoom Zenuwstelsel - Kennis hebben van de neurotransmitters en bijbehorende receptoren van het autonoom zenuwstelsel
-
Zenuwstelsel: zintuigen en perceptie - Kunnen beschrijven de sensorische receptoren en subtypes daarin
-
Zenuwstelsel: zintuigen en perceptie - De neurale verwerking van de stimuli in deze zintuigen kunnen beschrijven
-
Endocrinologie - Kennis hebben van de wijze waarop hormonen hun werking op doelcellen uitoefenen
-
Huid en skelet; skeletspieren - kennis hebben samenhang begrijpen tussen de morfologie van de humane huid met zijn vele derivaten
-
Huid en skelet; skeletspieren - inzicht hebben in de complexiteit van de botgroei, het belang begrijpen van skelet- remodelling strijd tegen osteoporose
-
Huid en skelet; skeletspieren - verschillen begrijpen fast -en slow twitch vezels in relatie tot het vezelmetabolisme en functie
-
Huid en skelet; skeletspieren - basis inzicht verkrijgen in parallelle motorprocessing van willekeurige spieren
-
Het cardiovasculair systeem - De bouw van het cardiovasculair systeem begrijpen en kunnen koppelen functie
-
Het respiratoire systeem - Kunnen beschrijven hoe de longen eruit zien en waarom (in relatie tot functie
-
Het respiratoire systeem - Begrijpen hoe longfunctie en gasuitwisseling gereguleerd worden
-
Het respiratoire systeem - Kunnen uitleggen hoe veranderingen in de ademhaling invloed hebben op het bloed
-
Regulatie van het spijsverteringsstelsel - Het kunnen beschrijven van de vertering en absorptie van de verschillende macro- nutriënten daarbij betrokken enzymen en organen
-
Regulatie van het spijsverteringsstelsel - het kunnen uitleggen van de regulatie van het maag-darm stelsel, onder andere door het enterische zenuwstelsel en verschillende hormonen
-
Nieren en nierfunctie - de anatomie van de nieren kunnen beschrijven en hun specifieke functies
-
Regulatie van de stofwisseling - Het begrijpen en kunnen uitleggen van de effecten van diverse fysiologische condities, met name de absorptieve en post-absorptieve situatie, op bovenstaande processen
-
Regulatie van de stofwisseling - De volgende begrippen/processen moet u kennen: ATP uit glycolyse- citroenzuurcyclus-oxydatieve fosforylering; aerobe of anaerobe verbranding: glucose- pyruvaat-acetyl-CoA/melkzuur; glycolyse, anabool, katabool, Cori-cyclus, gluconeogenese, glycogenese, glycogenolyse, lipogenese, lipolyse
-
In staat zijn om de verschillende anatomische structuren en cellen van het centrale zenuwstelsel (CZS) te benoemen/herkennen















