Het hedendaagse academische en maatschappelijke debat over postkolonialiteit en dekolonialiteit

11 belangrijke vragen over Het hedendaagse academische en maatschappelijke debat over postkolonialiteit en dekolonialiteit

Wat wordt er bedoeld met "kleurenblindheid" (p.7)

Kleurenblindheid is een kritisch begrip dat wijst op het verschijnsel van niet onder ogen willen zien van de reële betekenis die ras en antizwartracisme spelen, onder het mom van humanisme/universalisme ('we zijn toch allemaal mensen') en antiracisme. Dit verschijnsel doet zich vooral voor bij mensen die behoren tot de groep die 'ongemarkeerd' zijn in raciaal opzicht, ofwel witte mensen.





Wekker stelt dat migranten (uit de voormalige koloniën) in Nederland worden onderworpen aan het 'assimilatiemodel' (p. 17).
Hoe hangen het assimilatiemodel en de paradox van witte zelfrepresentatie met elkaar samen (p. 28-29)?

Volgens Wekker tellen mensen met een achtergrond in de voormalige Nederlandse koloniën als gelijken als ze hun verschillen, hun culturele identiteit en eigenheid, maar opgeven. Wie dat niet doet, wordt niet als gelijk beschouwd.





Wat zou Wekker kunnen bedoelen met het 'disciplinerend regime' (p. 18) waaraan inwoners van de (soms al voormalige) koloniën in Nederland werden onderworpen?

Het disciplinerende regime dat ze beschrijft, zijn staatsinterventies die migranten, zowel als de witte onderklasse, de normen voor verondersteld beschaafd (wit, burgerlijk) gedrag moesten bij brengen, met bepaalde sancties op het niet voldoen daaraan.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart





Wekker laat op verschillende plaatsen in de inleiding zien dat (witte) Nederlanders zich vaak beroepen op een veronderstelde Nederlandse uitzonderlijkheid ('exceptionalisme') als onderdeel van hun identiteit.
Geef enkele voorbeelden van deze veronderstelde Nederlandse uitzonderingspositie, en verwijs daarbij minstens eenmaal naar de tekst.

Een voorbeeld dat Wekker noemt, is het geïdealiseerde zelfbeeld van Nederland als moreel gidsland: tolerant en gastvrij ten aanzien van religieuze en etnische verschillen, en een mondiale voorloper op het gebied van het handhaven van het volkerenrecht en vrede (p. 13).


Wat verstaat Wekker onder 'witte onschuld' (p. 29 e.v.)?
Leg ook het verband met de notie van de 'epistemologie van onwetendheid' die ze aan de onlangs overleden politiek filosoof Charles Mills ontleent (p. 31)

Witte onschuld verwijst voor Wekker naar het niet onder ogen willen zien van de werking van ras, van antizwartracisme en witte superioriteit, terwijl deze er wel zijn, en witte mensen daarvan ook profiteren ('onverdiende voorrechten', p. 32). Om dit complexe mechanisme – je zou kunnen spreken van een paradox van onschuld (onwetendheid) en schuld – en de paradoxale effecten ervan te begrijpen, doet Wekker een beroep op met name psychoanalytische theorieën.





Hoe hangen de paradoxen van witte zelfrepresentatie en witte onschuld met elkaar samen volgens Wekker (p. 32)?

Witte onschuld is zélf een paradoxaal verschijnsel (zie vorige vraag).





Wat wordt er bedoeld met 'intersectionaliteit' (p. 36-37, 40-41).
Kun je een voorbeeld geven van een mogelijke intersectionele analyse van een bepaalde kwestie?

Intersectionaliteit verwijst naar een theoretisch en analystisch/methodologisch kader met als uitgangspunt dat verschillende assen van uitsluiting en onderdrukking, zoals ras, gender, seksuele oriëntatie, geloof, enzovoorts, niet los van elkaar gezien kunnen worden, maar op een vaak ingewikkelde en niet altijd goed te voorspellen manier met elkaar kruisen.
Als je, bijvoorbeeld, wilt onderzoeken wat het betekent om wit te zijn in Nederland in de eenentwintigste eeuw, is het goed je er rekenschap van te geven dat dit anders kan zijn voor mannen dan voor vrouwen, heteroseksuelen dan homoseksuelen, enzovoorts.





Probeer in je eigen woorden te omschrijven wat Hall, Wekker en Frankenberg verstaan onder 'witheid' (p. 40).

Volgens Wekker, Hall en Frankenberg is witheid evenzeer een raciale categorie als zwart-zijn, maar blijft deze vanwege de dominante en geprivilegieerde positie van witte mensen vrijwel per definitie onderbelicht en onzichtbaar ('ongemarkeerd'). Witheid is dus een krachtige culturele constructie, die gepaard gaat met privilege (onverdiende voorrechten).


Geef een voorbeeld dat de kolonialiteit van kennis illustreert (je kunt deze aan Mignolo's tekst ontlenen, of zelf een voorbeeld bedenken).

Het voorbeeld waar Mignolo naar verwijst, zijn raciale classificaties (p. 42).

De politieke strijd tegen kolonialiteit die Mignolo voorstaat, omschrijft hij als 'dekoloniaal ongehoorzaam conservatisme'.

Kun je bedenken wat Mignolo hier bedoelt met conservatisme?

  • Mignolo staat, binnen de Zuid-Amerikaanse context, een strategie voor van het afwijzen van westerse wetenschappelijke rationaliteit en een 'behoud' van 'the fundamental role of sensing (aesthesis) and emotioning in our everyday life'. (p. 42)
  • Elders spreekt hij van 'herstel van inheemsheid' (p. 44), dus een terugkeer naar een pre-koloniaal verleden.

De politieke strijd tegen kolonialiteit die Mignolo voorstaat, omschrijft hij als 'dekoloniaal ongehoorzaam conservatisme'.


Hoe is het verbonden met 'delinking' en 'relinking' (twee andere kernbegrippen in zijn denken)?

Dekoloniaal ongehoorzaam conservatisme impliceert voor Mignolo in de hedendaagse Zuid-Amerikaanse context de ontkoppeling van 'settlers' control of our lives'. (p. 44) en het herstel van de verbinding met het eigen erfgoed (p. 44).

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo