Rechtstreekse rechtsbescherming - Op federaal niveau - Rechtsbescherming tegen de wetgever

21 belangrijke vragen over Rechtstreekse rechtsbescherming - Op federaal niveau - Rechtsbescherming tegen de wetgever

Door wie kan rechtsbescherming tegen de wetgever op federaal niveau geboden worden?

  1. Door elke rechter
  2. Door het GwH

Wat is de grondwetsconforme interpretatie van de wet?

In het arrest-waleffe stelde het HvC dat wanneer de rechter geconfronteerd wordt met een wet die verschillende interpretaties heeft, hij die moet nemen die het meest grondwetsconform is.

Kan de rechter een wet toetsen aan het INT' recht met rechtstreekse werking?

In het arrest-Le ski stelde het HvC dat rechters een wet buiten toepassing kunnen laten als die niet in overeenstemming zijn met internationaalrechterlijke normen met rechtstreekse werking.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Kan de rechter ordonnanties toetsen aan de Grondwet?

Cf. Art. 9 BWBI kunnen rechtscolleges ordonnanties toetsen aan de GW, tenzij het over bepalingen gaat die het GwH mag toetsen.

Dus de rechter kan alleen ordonnanties toetsen als het GwH onbevoegd zou zijn om de toetsing uit te voeren.

Waarom werd het GwH ingevoerd in 1984?

Het grondwettelijk hof (eerst Arbitragehof) werd ingevoerd omdat we de staat aan het federaliseren waren, het was oorspronkelijk niet de bedoeling om een instelling te creëren die wetten kon toetsen aan de grondwet. Was eerder de bedoeling het Arbitragehof te gebruiken om benoemingsconflicten te beslechten.

Waaraan kan het GwH de formele wet toetsen (toetingsmaatstaf)?

  • Bevoegdheidsverdelende regels.
  • Titel II van de grondwet
  • Artikelen 170, 172 en 191 GW
  • Federale loyauteit (Art. 143 §1 GW)

Het GwH toetst altijd 'in abstracto' en niet 'in concreto'; wat wordt hiermee bedoelt?

Het GwH analyseert de wet op zichzelf, niet hoe die wet in een specifiek geval wordt toegepast of tot welke gevolgen hij aanleiding heeft gegeven.

Het GwH kan niet de hele GW toetsen, wat mag ze precies toetsen?

Het hof doet...
  • Uitspraak over de schending door een formele wet van de bevoegdheidsverdelende regels.
  • Uitspraak over titel II van de grondwet
  • Uitspraak over de artikelen 170, 172 en 191 GW
  • Uitspraak over de federale loyauteit (Art. 143 §1 GW)

Hoe kan men een formele wet ongrondwettig laten verklaren voor het GwH?

  1. Ontvankelijkheid art. 2- 3 BWGwH
    • Juiste toetsingsvoorwerp (= formele wet)?
    • Juiste toetsingsmaatstaf?
    • Door juiste persoon
      • Institutionele verzoekers: altijd
      • Natuurlijke/rechtspersonen: indien belang
        • ongrondwettigheid moet rechtstreeks & ongunstig raken
    • Binnen juiste termijn (6 maanden/60 dagen)
  2. Gegrondheid
    • Ongrondwettig verklaard?
      • vernietiging van formele wet (geheel/gedeeltelijk)
      • absoluut gezag van gewijsde + retroactieve werking
        • heeft gevolgen voor iedereen = erga omnes = tegenover iedereen.

Wat zijn de toegangswegen tot het GwH? Hoe kan een procedure voor het GwH aanhangig gemaakt worden?

Het GwH kan op 2 manieren worden gevat (Art. 142, derde lid GW)
  1. Een rechtstreekse procedure waarbij iedere bij wet aangewezen overheid of iedereen die doet blijken van een belang een beroep tot vernietiging kan instellen.
  2. Een procedure waarbij een andere rechter het hof een prejudiciële vraag voorlegt.

Hoe verloopt de procedure van een prejudiciële vraag aan het GwH?

  1. Ontvankelijkheid
    • Juiste toetsingsvoorwerp & -maatstaf
    • duidelijk & nuttig voor bodemgeschil
  2. Gegrond
    • Ongrondwettig verklaard?
      • Buiten toepassing laten binnen het geschil art 28 BWGwH

Let op: het antwoord op een prejudiciële vraag heeft slechts relatief gezag van gewijsde = het antwoord geldt alleen voor de zaak waarin de vraag is gesteld.
  • MAAR: is in de praktijk verruimd: andere rechters kunnen wel rekening houden met het oordeel van het GwH, wanneer eenzelfde probleem rijst. De rechter hoeft dan niet opnieuw een PV te stellen, maar kan deze uitspraak ook hanteren.

Wanneer is een beroep tot vernietiging gegrond?

Een beroep is gegrond indien de middelen tot vernietiging die door de verzoekende partij aangebracht worden, berusten op correcte redeneringen en dus effectief moeten leiden tot de vernietiging van de bestreden wetsbepaling.

Wat als het beroep tot vernietiging en ONTVANKELIJK en GEGROND is?

Dan vernietigt het GwH de wet geheel of ten dele (Art. 8 lid 1 BWGwH)

Beslissingen van het GwH hebben aboluut gezag van gewijsde en retroactieve werking. (Art. 8 lid 2 BWGwH)
  • alle beslissing die al zijn genomen moeten ongedaan gemaakt worden. Ookal gaat er maar 1 iemand naar het GwH, heeft dit gevolgen voor iedereen = erga omnes = tegenover iedereen.

Wanneer kan het GwH wetten waartegen een vernietigingsberoep is ingesteld schorsen?

  1. Een vordering tot schorsing moet binnen de 3 maanden na de bekendmaking van de wet worden ingesteld (Art. 21, lid 2 BWGwH)
  2. Er moeten ernstige middelen worden aangevoerd (Art. 20 BWGwH)
  3. de onmiddelijke uitvoering van de wet moet een ernstig nadeel berokkenen aan de verzoekende partij dat moeilijk te herstellen is (Art. 20 BWGwH)




GwH kan ook schorsen als een soort gelijke/identieke norm, die door dezelfde wetgever is aangenomen, reeds is vernietigd door het GwH (Art. 20, 2° BWGwH.)

Waarom zou je een prejudiciële vraag stellen ipv vernietigingsberoep?

  • Termijnoverschrijding: Als de 6 maanden voor een vernietigingsberoep voorbij zijn, kan je nog steeds via een rechter een prejudiciële vraag laten stellen.
  • Toegankelijkheid: Als individu heb je vaak niet de hoedanigheid om een vernietigingsberoep in te stellen (je moet een “belang” kunnen aantonen dat rechtstreeks geraakt is). Voor een prejudiciële vraag volstaat het dat je partij bent in een lopend geschil.
  • Concrete toepassing: Soms gaat het niet om de algemene vernietiging van een wet, maar enkel om de vraag of die wet in een concreet geval buiten toepassing moet blijven. Dan is een prejudiciële vraag praktischer.

Wat kan een rechter doen als een (formele) wet die hij moet toepassen in strijd is met een grondwettelijke bepaling (waaraan het GwH mag toetsen)?

Hij kan er zelf rechtsteeks niks aan doen, maar hij kan wel een prejudiciële vraag stellen aan het GwH.

note: de rechter die deze vraag stelt w de bodemrechter of verwijzende rechter genoemd.

Terwijl de PREJV door het GwH w onderzocht, is de procedure voor het verwijzende rechtscollege geschorst. (Art. 30 BWGwH)

Hoe kan het GwH oordelen over die prejudiciële vraag?

Art. 28 BWGwH:
  • Het hof kan EEN SCHENDING vaststellen:
    • Dan moet de rechter de wet buiten toepassing laten.
  • Het hof kan GEEN SCHENDING vaststellen:
    • Dan moet de rechter de wet toepassen


Let op: het antwoord op een prejudiciële vraag heeft slechts relatief gezag van gewijsde = het antwoord geldt alleen voor de zaak waarin de vraag is gesteld.
  • MAAR: is in de praktijk verruimd: andere rechters kunnen wel rekening houden met het oordeel van het GwH, wanneer eenzelde probleem rijst. De rechter hoeft dan niet opnieuw een PV te stellen, maar kan deze uitspraak ook hanteren.

Kunnen over de grondwettigheid van instemmingswetten v verdragen ook prejudiciële vragen gesteld worden?

Ja, behalve wat betreft de verdragen waardoor een verdrag betreffende de Europese unie of het EVRM instemming verkrijgt (Art. 26 §1bis BWGwH)

Wat met ongrondwettig uitvoeringsbesluit obv ongrondwettige wetten?

Ook hier is geen onrechtstreekse toetsing aan de wet toegelaten. De rechter kan een prejudiciële vraag stellen over de wet.

Vaak hebben grondrechten zowel een juridische grondslag in de grondwet als in het EVRM, welke grondslag moet gebruikt worden indien er samenloop is?

Botsing’ arrest-Le Ski en prejudiciële procedure.
  • Een gewone rechter mag een bestreden wetsartikel wel toetsen aan het internationaal recht met rechtstreekse werking (EVRM). Een PV aan het GwH is dan niet nodig, waardoor tijd wordt bespaard
      • Probleem: GwH wordt zo buitenspel gezet in de gevallen van samenloop tussen artikelen die in de grondwet staan maar ook in het EVRM bijvoorbeeld.
        • Oplossing: bij samenloop eerst een prejudiciële vraag aan het GwH stellen (art. 26, §4, eertse lid BWGwH)
          • Uitzonderingen: art. 26, §4, tweede lid BWGwH.

Wat kan een rechter doen als een (formele) wet die hij moet toepassen in strijd is met een grondwettelijke bepaling (waaraan het GwH mag toetsen)?

Hij kan er zelf rechtsteeks niks aan doen, maar hij kan wel een prejudiciële vraag stellen aan het GwH.

note: de rechter die deze vraag stelt w de bodemrechter of verwijzende rechter genoemd.

Terwijl de PREJV door het GwH w onderzocht, is de procedure voor het verwijzende rechtscollege geschorst. (Art. 30 BWGwH)

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo