Eiwitmetabolsime
18 belangrijke vragen over Eiwitmetabolsime
Wat is de opbouw van een eiwit? (3 componenten)
2. Een side chain
3. Een aminogroep
Beschrijf van al deze aminozuren of ze essentieel zijn of niet-essentieel. Wat houdt dit begrip in?
Histidine, alanine, arginine, asparagine, isoleucine, leucine, lysine, cysteine, methionine, glutamic acid, threonine, phenylalanine, tryptophan, glycine, proline, serine, tyrosine, valine
Wat is de aminozuur sequentie van normaal hemoglobine? Wat gaat er mis bij sicke cell anemie?
Val - His - Leu - Thr - Pro- Val- Glu
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Hoeveel procent eiwit bevat de reference man? Hoeveel kg en hoeveel procent?
Wat is de gemiddelde Nederlandse volwassene eiwit inname?
15,6 energie % uit eiwit.
1,0 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag.
Digestie en absorptie eiwitten. Leg uit wat er in al deze organen gebeurd. Zet ze ook in de goede volgorde.
Maag:
Dunne darm:
Synthese lichaamseiwitten uit:
Via vena porta naar ...
Duodenum en jejenum:
Dunne darm: verdere afbraak in aminozuren (single di of tripeptiden)
Synthese lichaamseiwitten uit aminozuur pool
Via vena porta (lever) naar algemene circulatie
Duodenom en jejenum: absorptie aminozuren
Hoe wordt de eiwitbehoefte bepaald en welke factoren worden gebruikt om stikstofmeting in urine om te rekenen naar eiwitconsumptie?
De eiwitbehoefte wordt gemeten in gram per kilogram per dag (g/kg/d). Om de eiwitconsumptie te bepalen, meten we de hoeveelheid stikstof in de urine, omdat stikstof een bestanddeel van eiwitten is. We gebruiken de factor 6,25 om stikstof om te rekenen naar eiwit. Correcties worden toegepast voor de opname-efficiëntie, omdat plantaardige eiwitten minder goed worden opgenomen dan dierlijke eiwitten. De factor 1,43 wordt gebruikt om rekening te houden met de variabiliteit in de metabolisering en opname van eiwitten in het lichaam.
Leg uit wat EAR en RDA inhoud
RDA = (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) dan hebben meer mensen voldoende. Er is twee keer een SD boven op de EAR gedaan.
Hier is niet in meegenomen hoe actief mensen zijn en wat hun leeftijd is. Het is dus niet volledig accuraat.
Zet op volgorde van verteerbaarheid: ei, pindakaas, gluten, soya bonen, rijst.
Benoem 2 manieren om eiwitkewaliteit te meten (digestion) en 3 om te meten (metabolisme).
Blood, urine, body weight.
Diaas methode is de meest precieze op dit moment. Het kijkt naar de darmen en de verteerbaarheid.
Wat betekent het dat een aminozuur limiterend is, en welk aminozuur is vaak het meest limiterend?
Een aminozuur is limiterend wanneer het in de kleinste hoeveelheid voorkomt in verhouding tot de behoefte van het lichaam voor eiwitsynthese. Dit aminozuur bepaalt daardoor hoeveel eiwitten het lichaam kan produceren. Methionine is vaak een limiterend aminozuur, vooral in plantaardige eiwitbronnen, omdat de behoefte eraan groter is dan de hoeveelheid die doorgaans in deze voedingsmiddelen aanwezig is.
Hoeveel keer meer eiwit moeten lacto ovo vegetairs meer eten? En veganisten?
1.3 hogere behoefte bij veganisten
Wat houdt de DIAAS in? Hoe bereken je dit?
· Per essentieel aminozuur wordt bekeken hoeveel mg verteerbaar essentieel aminozuur er per gram eiwit in zit ten opzichte van de behoefte per gram eiwit.
· De laagste verhouding wordt vermenigvuldigd met 100% en dat is de DIAAS.
DIAAS % = 100 x lowest value (mg of digestible dietary indispensable amino acid in 1 g of the dietary protein / mg of the same dietary indispensible amino acid in 1 g of the reference protein)
Meet de aminozuur verteerbaarheid in de dunne darm. Er is niet veel DIAAS-data beschikbaar.
Wat is het gevolg voor sarcopenie bij mensen die vaker naar het ziekenhuis moeten?
Welke 2 typen vezels hebbenw ij en welke type verliezen we bij sarcopenie?
Wat is anabole resistentie en hoe verschilt de eiwitsynthese respons tussen jongere en oudere populaties?
Anabole resistentie is de verminderde efficiëntie van het lichaam om te reageren op anabole stimuli, zoals voeding en training, wat vaak voorkomt bij ouderen. Bij jongeren leidt een anabole prikkel tot een sterke toename in eiwitsynthese en spieropbouw. Na drie uur daalt de synthese en stijgt de afbraak, resulterend in een negatieve balans. Bij ouderen is de eiwitsynthese respons op dezelfde prikkel minder sterk, mede door lagere niveaus van testosteron en groeihormoon, tekorten aan micronutriënten zoals vitamine D, chronische inflammatie, en insulineresistentie. Regelmatige fysieke activiteit kan de anabole respons verbeteren.
Welke factoren dragen bij aan anabole resistentie bij ouderen en hoe kunnen deze worden beïnvloed?
- Bij ouderen dragen hormonale veranderingen (verminderd testosteron en groeihormoon), voeding (voldoende aminozuren en micronutriënten zoals vitamine D), chronische inflammatie, insulineresistentie, en lage fysieke activiteit bij aan anabole resistentie. Verhoogde fysieke activiteit kan de anabole respons verbeteren en helpen bij het behoud van spiermassa.
4o
Hoeveel eiwitten hebben ouderen nodig?
1.0 – 1.2 g protein/kg BW/day
Kwetsbare ouderen en zieken:
1.2 - 1.5 g protein/kg BW/day
EUGMS PROT-AGE 2013
ESPEN EXPERT GROUP 2014
Leg uit wat het verschil is tussen een casein en whey.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















