Lectures - Who am I? Individual differences and the self
17 belangrijke vragen over Lectures - Who am I? Individual differences and the self
Wat kenmerkt een onafhankelijke kijk op jezelf in culturele context en waar komt deze vaker voor?
- Een onafhankelijke kijk op jezelf wordt gekenmerkt door zelfbeschrijving vanuit eigen kenmerken en karakter.
- Je kennissen, familie en vrienden (ingroup) zijn ook onafhankelijk. Ze definiëren de persoon niet en overlappen dus niet met de 'zelf'-cirkel.
- Wie er in en uit de ingroup gaat, is vloeiend, je kunt nieuwe mensen ontmoeten, de ingroup cirkel is gestippeld
- Wanneer iemand hulp nodig heeft in zowel ingroup als outgroup, hangt het vooral af van de situatie wie hulp krijgt.
- Dit individualistische perspectief is typisch voor Westerse landen.
Wat zijn de kenmerken van een onderling afhankelijke kijk op jezelf en waar komt deze vaker voor?
- Men beschrijft zichzelf in relatie tot anderen (als moeder, zus, enz.).
- In de ingroup overlappen andere persoenen met jou, omdat je je meer identificeert met andere personen.
- Je denkt meer na hoe je gedrag invloed heeft op de personen in je omgeving.
- De ingroup is duidelijker en sterker verbonden, de outgroup is hierdoor duidelijker.
- Het is waarschijnlijker dat je iemand in de ingroup helpt dan iemand in de outgroup.
- Deze kijk is collectivistisch en komt vaker voor in Aziatische culturen.
Wat is het subjectieve zelfbewustzijn?
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Wat is het subjectieve zelfbewustzijn?
Welke twee visies op menselijk potentieel zijn er en hoe relateren deze aan individualistische versus collectivistische culturen?
- Entiteit visie houdt in dat menselijk potentieel als vast wordt gezien. Voorbeeld: In de VS doe je een toelatingstest en deze kan je halen of niet halen, het bepaald in een momentopname of je het kan of niet. Dit is een meer individualistische benadering.
- Incrementele groei visie betekent dat men gelooft in het vermogen om te leren en ontwikkelen door inspanning en studie. Dit concept is meer in lijn met collectivistische culturen. Voorbeeld: In Japan worden toelatingstesten gemaakt zodat studenten ze met herhaalde pogingen uiteindelijk kunnen halen.
Welke drie vergelijkende onderzoekbenaderingen worden beschreven in het artikel van Van de Vijver over het onderzoeken van culturele verschillen?
- Contextuele factoren: Sommige onderzoeken vergelijken landen of etnische groepen, andere onderzoeken proberen specifieke kenmerken van een land of etnische groep (zoals religie of context) in verband met psychologische variabelen te brengen.
- Verkennend- of hypothese testen: Sommige onderzoeken zijn verkennend en staan dus open voor alles wat ze tegenkomen of vinden, andere onderzoeken stellen gerichte hypotheses en gaan deze onderzoeken en testen.
- Structuurgericht of niveaugericht: Sommige onderzoeken kunnen constructies of structuur vergelijken (bijvoorbeeld: 'bedoelen Chinezen en Amerikanen hetzelfde bij het gebruiken van een bepaald begrip?') , andere onderzoeken scoren niveaus (bijvoorbeeld: 'scoren Europeanen hoger op een bepaalde schaal dan Japanners?').
Wat zijn WEIRD studies en waar moeten we hierbij rekening mee houden?
Welke vijf persoonlijkheidskenmerken worden besproken in het veld van persoonlijkheidspsychologie en hoe worden ze vaak afgekort? Is er een 6e?
- De vijf besproken persoonlijkheidskenmerken zijn:
- Openheid
- Consciëntieusheid
- Extraversie
- Vriendelijkheid (Agreeableness)
- Neuroticisme
- Er is een discussie of dit wel de 'grootste' vijf zijn en of er bijvoorbeeld niet nog een zesde kenmerk bij moet komen, maar in het Westen zijn de meesten het erover eens dat dit de vijf grootste persoonlijkheidskenmerken zijn.
In context van de drie vergelijkende onderzoeken (van der Vijver) kan cultuur en persoonlijkheid op verschillende manieren worden bekeken, welke manieren zijn dit?
- Contextuele factoren: Houdt rekening met specifieke situaties in het land die de ontwikkeling beïnvloedden en de persoonlijkheid beschrijven.
- Verkennend- of hypothese testen: Vaak wordt ervoor gekozen om bij onderzoek naar persoonlijkheid te beginnen met een verkennend onderzoek. Zodra hieruit meer informatie beschikbaar is, wordt er een hypothese op gesteld.
- Structuur- of niveaugericht: Bij persoonlijkheidsonderzoek is de voorkeur om naar structurele factoren te kijken, zoals ‘bedoeling Koreanen en Italianen hetzelfde met vriendelijkheid?’. Als het onderzoek niveau gericht is worden landen bijvoorbeeld op een schaal van de big five vergeleken met elkaar.
Hoe zit het met de big five in China?
Wat is Ah Q-mentaliteit?
Wat is Ubuntu en waar komt het voor?
Wat is Amae en waar komt het voor?
Is persoonlijkheid en de big five universeel?
Wordt intelligentie beïnvloed door nature, nurture of door beide?
- Uit tweelingstudies blijkt erfelijkheid (nature) een rol te spelen in intelligentie; ook unieke tweelingen in verschillende families vertonen overeenkomsten.
- Capron en Duyme onderzochten de invloed van de intelligentie van biologische en adoptieouders op adoptiekinderen, met vier groepen: biologische ouders met hoge/lage GCA, en adoptieouders met hoge/lage GCA. Kinderen van biologische ouders en adoptieouders met hoge GCA scoorden zelf ook hoog; echter kinderen van biologische ouders met lage GCA en adoptieouders met hoge GCA scoorden ook hoog. Dit suggereert dat naast genetica (nature) ook omgevingsfactoren (nurture) belangrijk zijn, zoals sociale variabelen, scholing, opvoeding en gezinsomgeving.
Hoe definieert Sternberg succesvolle intelligentie en welke elementen zijn volgens hem van belang?
- Dit houdt in:
1. Het kapitaliseren op je sterke punten.
2. Het corrigeren/compenseren van zwakke punten.
3. Het bereiken van een evenwicht tussen analytische, creatieve, en praktische vaardigheden.
4. Het bereiken van evenwicht om je aan te passen aan, vorm te geven aan en het selecteren van een omgeving.
- De succesvolle intelligentie waar Sternberg over spreekt, heeft zowel elementen van emic als etic, want het is universeel toepasbaar, maar neemt culturele verschijnselen in acht.
Wat is intelligentie en hoe kijkt Sternberg naar intelligentie en welke soorten testen onderscheidt hij?
- Sternberg onderscheidt twee soorten intelligentietesten:
1. Statistisch: meet intelligentie via een test en geeft een testscore; gebaseerd op entiteitentheorie.
2. Dynamisch: focust op het vermogen om te leren; gebaseerd op incrementele groei en past meer binnen de theorie van Vygotsky.
- Dynamische testen geven een meer representatief beeld van intelligentie volgens Sternberg.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















