Thema's - Classics
9 belangrijke vragen over Thema's - Classics
Wat is existentieel universeel ?
- Een voorbeeld is interne cognitieve motivaties; deze zijn wereldwijd aanwezig. De drijfkracht kan per cultuur verschillen: in het westen leiden mislukkingen tot demotivatie, terwijl ze in het oosten juist motiveren. Motivatie kan dus per cultuur een verschillende drijfkracht hebben.
Wat is functioneel universeel ?
- Voorbeeld: Neiging tot straffen van oneerlijk gedrag is wereldwijd aanwezig. Dit heeft een vergelijkbare functie, namelijk het handhaven van sociale normen.
- Echter, doordat sommige culturen niet dezelfde bedragen kunnen uitgeven aan straffen, is de toegankelijkheid niet hetzelfde.
Wat is universele toegankelijkheid?
- Voorbeeld: Alle jonge kinderen leren dat een object blijft bestaan, ook als het niet zichtbaar is; dit staat bekend als objectpermanentie.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Hoe beïnvloeden cultuur en ervaringen de hersenstructuur en plastisch vermogen?
- Simpele taken zoals de figure-line task tonen aan dat het brein blijft veranderen, groeien en zichzelf bedraden als reactie op nieuwe ervaringen.
- Taxichauffeurs ontwikkelen een grotere hippocampus door het onthouden van routes.
- Jongleurs vergroten de hoeveelheid grijze stof in hun brein.
- Deze veranderingen illustreren de plastische eigenschappen van het brein en suggereren dat cultuur de hersenstructuur kan vormgeven.
Welke soorten associaties maken mensen met categorieën en hoe zijn deze contextafhankelijk?
- Een voorbeeld hiervan is dat in Noord-Korea de term democratie geassocieerd wordt met socialisme, terwijl in westerse landen deze koppeling niet standaard is.
Wat kan er onderzocht worden over geloofsovertuiging tussen verschillende culturen?
Wat zijn de kenmerken van structuurgerichte psychologische verschillen?
- Contextuele factoren worden niet meegewogen.
- De focus ligt op de vergelijking van landen en etnische groepen.
- Het betreft een verkennende benadering er wordt dus geen hypothese gesteld.
Wat kenmerkt een niveaugerichte ecologische koppeling?
- Houdt rekening met contextuele factoren.
- Focust op specifieke kenmerken van landen of etnische groepen.
- Heeft een verkennend karakter zonder het stellen van hypothesen.
Wat zijn de kenmerken van een niveaugeoriënteerde contextuele theorie?
- Houdt geen rekening met contextuele factoren.
- Focus ligt op vergelijking tussen landen en etnische groepen.
- Er wordt een hypothese en dus gericht onderzoek geformuleerd.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















