Samenvatting: Anatomie En Fysiologie Voor Gezondheidszorg En Sport | 9789006435450 | Ludo Grégoire, et al

Samenvatting: Anatomie En Fysiologie Voor Gezondheidszorg En Sport | 9789006435450 | Ludo Grégoire, et al Afbeelding van boekomslag
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Anatomie en fysiologie voor gezondheidszorg en sport | 9789006435450 | Ludo Grégoire; A.Th. Straaten-Huygen

  • 1 Terreinverkenning

    Dit is een preview. Er zijn 19 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
    Laat hier meer flashcards zien

  • 1.1 doelstelling en plaatsbepaling

    Dit is een preview. Er zijn 17 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat zijn de gemeenschappelijke functies van levende wezens

    Reactie vermogen-groei-voortplanting-beweging-stofwisseling
  • Wat is de relatie tussen cellen, weefsels, organen, orgaanstelsel en organismen?

    1. Een organisme is een levend wezen, bijv. een mens. Een organisme is 
        opgebouwd uit verschillende orgaansystemen of orgaanstelsels;
    2. Een orgaanstelsel is een groep van samenwerkende organen die samen een
         functie uitvoeren, bijv. het spijsverteringsstelsel;
    3. Een orgaan is een deel van een organisme met een specifieke bouw en
        functie, bijv. de maag. Een orgaan is weer opgebouwd uit verschillende
        weefsels;
    4. Een weefsel is een groep cellen met dezelfde vorm en functie, bijv.
        bindweefsel;
    5. Cellen zijn de kleinste bouwstenen en functionele stofwisselingseenheden
        van een organisme.
  • Welke levensfasen kent de cel? Leg ook beknopt uit wat er in deze fasen gebeurt.

    1. DELINGSFASE; de cel deelt zich in 2 identieke dochtercelllen. Deze celdeling
        wordt MITOSE genoemd;
    2. GROEIFASE; toename van cytoplasma met WATER, CELMEMBRANEN en 
        ORGANELLEN;
    3. FUNCTIONELE FASE; differentiatie van de cel om zijn specifieke functie uit
        te oefenen, waarbij de meeste cellen hun vermogen tot celdeling verliezen.
        Deze differentiatie wordt door bepaalde genen in het DNA in gang gezet.
  • Wat betekent homeostase en hoe wordt deze in stand gehouden?

    HOMEOSTASE betekent het stabiel houden van het inwendige milieu in alle omstandigheden, bijv. door de temperatuur te reguleren. Het AUTONOME ZENUWSTELSEL en HORMONEN zorgen samen voor homeostase.
  • 1.2 Inleiding genetica

    Dit is een preview. Er zijn 24 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • In welke cellen zitten de geslachtschromosomen?

    Elke lichaamscel (behalve de geslachtscellen), bevat 23 paar chromosomen, dus ook een paar geslachtschromosomen. Bij MANNEN: XY, bij VROUWEN XX. 
    Geslachtscellen bevatten enkele chromosomen. Alle eicellen én de helft van de spermacellen bevatten X-chromosoom, de andere helft van de spermacellen bevatten Y-chromosomen.
  • Wat is systematisch anatomie

    Het bestuderen van belangrijke orgaanstelsel
  • 1.3 Lymfevatenstelsel en afweer

    Dit is een preview. Er zijn 35 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.3
    Laat hier meer flashcards zien

  • Welke 3 soorten leukocyten (witte bloedcellen) zijn betrokken bij de niet-specifieke immuniteit en hoe doen ze hun werk?

    1. GRANULOCYTEN: aangetrokken door chemische signaalstoffen verlaten
        ze de bloedbaan en fagocyteren ziekteverwekkers;
    2. MACROFAGEN; circuleren als monocyten in de bloedbaan en migreren
        naar de weefsels. Daar rijpen ze uit tot macrofagen (grote eters). Ook
        macrofagen fagocyteren micro-organismen;
    3. NATURALKILLER CELLEN (NK-cellen); zijn lymfocyten die in de thymus
        gevormd worden. Ze doden cellen die met virussen geïnfecteerd zijn en 
        ruimen abnormale lichaamscellen op die zouden kunnen ontaarden in 
        tumorcellen. Dit doen ze door de celmembranen af te breken.
  • Wanneer en waardoor treedt functieverlies op en wat is het nut hiervan?

    Functieverlies treedt op als de ontsteking een groter gebied betreft. Zwelling en pijn verhinderen beweging waardoor het aangedane gebied rust krijgt. Dit bevordert vaak de genezing.
  • Welke 4 T-Lymfocyten zijn er en wat zijn hun functies?

    1. CYTOTOXISCHE T-CELLEN: vernietigen lichaamscellen die met virussen
        geïnfecteerd zijn;
    2. GEHEUGEN T-CELLEN: ontstaan vanuit een geactiveerde cytotoxische
        T-cel, zorgen bij herinfectie voor een snellere herkenning en respons;
    3. T-HELPERCELLEN (T-4 CELLEN); worden geactiveerd door fagocyterende
        macrofagen, stimuleren zowel cytotoxische T-cellen als B-lymfocyten tot
        hogere activiteit;
    4. T-SUPPRESSORCELLEN; spelen een rol bij het uitschakelen van het 
         immuunsysteem wanneer geen antigenen meer in het lichaam zijn.
  • Wat zijn natuurlijke en kunstmatige immunisatie?

    Bij natuurlijke immunisatie wordt immuniteit langs de natuurlijke weg verkregen, zonder menselijk ingrijpen. Bijv. na het doormaken van een ziekte.

    Bij kunstmatige immunisatie worden stoffen toegediend om immuniteit op te wekken. Bijv. d.m.v. Vaccinatie.

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Onderwerpen gerelateerd aan Samenvatting: Anatomie En Fysiologie Voor Gezondheidszorg En Sport