Samenvatting: Bc2
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van BC2
-
1 HC1: Introductie klinische neuropsychologie 1/2
Dit is een preview. Er zijn 9 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
Laat hier meer flashcards zien -
Waar draait het in het vakgebied van de klinische neuropsychologie vooral om?2 aspecten
1. Draait omgedrag (niet perse brein)
2.Subjectieve ervaringen van een persoon zelf of die mensen in zijn omgeving opmerken (niet alleenobservaties zoals handelingen en reacties) -
Wat kun je zeggen over de benadering van gedrag binnen de klinische neuropsychologie? ...
- gedrag wordt in brede zin benaderd
- er wordt ook gekeken naar latente (niet observeerbare/meetbare) variabelen zoals cognitieve functies (aandacht, geheugen, intelligentie) die objectief meetbaar zijn via testen.
--> latente variabelen zijn niet observeerbaar, omdat je niet letterlijk kunt kijken naar iemand zijn geheugen. Je kunt dit wel afleiden met een test. Latente variabelen zijn interne, mentale processen in het brein. -
Geef een voorbeeld wat cognitieve functies meetbaar en inzichtelijk maakt? Wat kun je zeggen over de meetbaarheid van persoonlijkheidskenmerken (bv. verlegenheid) bij een persoonlijkheidsstoornis? 2
Als iemand aangeeft dat hij geheugenproblemen heeft, kan dit met een geheugentest worden gekwantificeerd.
--> maakt cognitieve klachten meetbaar en inzichtelijk
Meting persoonlijkheidskenmerken bij een persoonlijkheidsstoornis:
- bijna niet te meten met objectieve of kwantitatief onderzoek/testen
- zijn minder tastbaar en eisen andere benadering, zoals gesprekken of observaties. -
Wat is neuroimaging? Hoe werd dit vroeger onderzocht? 2
--> structuur en of werking van de hersenen zichtbaar maken
- gedrag werd onderzocht door de vorm van de schedel te meten (zoals bij frenologie)
- men dacht dat bultjes stonden voor afwijkingen in het gedrag -
Hoe werd neuroimaging later toegepast en hoe wordt dit hedendaags?
--> onderzoekers zochten naar specifieke beschadigingen (gaten) in het brein om afwijkend gedrag te verklaren.
Hedendaags:
- theoretische benadering waarbij er hypothesen worden gevormd over cognitieve functies. -
Neuroimaging: Wat kun je zeggen over Luria (neuropsycholoog) 3
- tijdens de oorlog weinig tijd om patiënten objectief te testen
- gevolg: formuleerde hypotheses over cognitief functioneren & observeerde gedrag wetenschappelijk tijdens korte testen
- keek niet alleen naar testresultaten, maar ook naar gedrag -
Neuroimaging:Wat wordt er bedoeld met: ''it's not about the whole, it's about the donut''?
Niet alleen de beschadigingen (gaten) in het brein zijn belangrijk, maar ook de intacte (functionerende) functies eromheen. -
Waardoor is klinische neuropsychologie steeds relevanter moderne mentale gezondheid? (mental health care)Wat is hierin belangrijk?
Relevanter: meer aandacht/ interesse voor de kwaliteit van het leven.
Belangrijk: niet focussen om waar de fout zit in het brein, maar wat de rest van het brein nog wel kan. Bv. dus bijvoorbeeld wat we met patiënten met een taalprobleem kunnen doen. -
Klinische neuropsychologieWat heeft geleid tot een toenemende interesse in de kwaliteit van zorg? 2Waar ligt de focus op?
Mensen met hersenschade of cognitieve disfuncties overleven deze door betere medische behandelingen
gevolg: minder mensen sterven, maar leven wel langer met aandoeningen. --> daardoor interesse zorgkwaliteit
Focus ligt niet alleen op overleven, maar ook op het verbeteren van het dagelijks functioneren & de levenskwaliteit van mensen met blijvende cognitieve problemen -
Wat is een klinische neuropsycholoog?Hoe gaat een klinische neuropsycholoog te werk? 3
= een scientist practitioner die zich focust op het begrijpen van gedrag en cognitie, niet direct op breinonderzoek.
--> werken met hypothesen over hoe cognitieve functies en gedrag worden beïnvloed door hersenstoornissen,
- maar focus ligt op wetens. onderzoeken van gedrag en uitvoeren van assessments (beoordelingen)
- combineren theorie en praktijk, niet direct het brein zelf bestuderen.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















