Samenvatting: Biologie Havo 5 Hs 2
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Biologie havo 5 hs 2
-
2 paragraaf 2.1
-
2.1 Menselijke en dierlijke cellen
Dit is een preview. Er zijn 9 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.1
Laat hier meer flashcards zien -
Wat voor begrip hebben biologen ingevoerd voor duidelijkheid?
Het begrip organisatieniveau. Dat is een biologisch structuur met duidelijke samenhang tussen de onderdelen. Organisaties niveau staan met elkaar in verband. -
Wat hebben alle cellen aan de buitenkant?
Een celmembraan. Dit membraan bestaat uit een dubbele laag fospolipiden, cholesterol en membraaneiwitten. -
Kunnen stoffen makkelelijk het celmembraan passeren?
Nee alleen, koolstofdioxide en zuurstof. -
Wat bevat celmembraan naast transporteiwitten?
Receptoreiwitten. Die kunnen aan de buitenzijde van de cel contact maken met een specifieke stof. Bijv, hormonen. Die specifieke stoffen komen de cel niet in, maar zetten wel een reactie in de cel in gang. -
Wat omringt het celmembraan?
Het cytoplasma met de organellen. Het cytoplasma bestaat voor groot deel uit water en opgeloste stoffen. Hierin vinden veel chemische reacties plaat. -
Met een elektronenmicroscoop zijn in het cytoplasma organellen te zien.
- celkern -> bevat dna, grote moleculen met info voor maken van eiwitten.
- ribosomen -> maken eiwitten
- endoplasmatisch reticulum -> vormen een netwerk voor het transport van eiwitten.
- golgisysteem -> ontvangt eiwitten vanuit het ER
- transportblaasjes -> vervoeren eiwitten naar verschillende plaatsen in de cel
- lysosomen -> zijn blaasjes met enzymen die grote deeltjes in cel verteren.
- mitochondriën -
2.2 DNA en specialisatie van cellen
Dit is een preview. Er zijn 20 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.2
Laat hier meer flashcards zien -
Waar zijn eiwitten bij betrokken en wat doen ze?
Bij al je activiteiten zijn eiwitten betrokken. Zij binden onder andere O2 in je bloed, verteren voedsel in je darmen, enzo.. -
Wat zit er aan de zijkant van DNA-molecuul?
Bestaan uit een afwisseling van fosfaatgroepen en suikermoleculen van het type deoxyribose. De treden van de ladder bestaan uit paren stikstokhoudende moleculen, stikstofbasen. -
Waarom is basen of nucleotiden volgorde in een streng belangrijk?
Die bevat de genetische code voor het maken van de verschillende eiwitten. Een stuk DNA-molecuul met de info voor het maken van een eiwit heet een gen. Mensen hebben ongeveer 23000 genen. -
Waar start de eiwitproductie?
IN de cellen bij het DNA in de celkern. Dit gebeurt via een ander molecuul: RNA. Er zijn drie verschillen tussen nucleïnezuren DNA en RNA.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















