Samenvatting: Biologie Havo 5 Hs 5

Studiemateriaal generieke omslagafbeelding
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Biologie havo 5 hs 5

  • 5.1 plantaardige en dierlijke voedingstoffen

    Dit is een preview. Er zijn 18 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 5.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat kun je met vetten en koolhydraten?

    In je lichaam opslaan als reservestoffen, eiwitten niet, het overschot aan eiwitten gebruik je als brandstof of zet je om in vetten. De voorraad koolhydraten is klein. Je bewaart maar ongeveer 500 gr in je spier- en levercellen in de vorm van glycogeen.
  • Waar zit voorraad vetten vooral?

    Onder de huid, in het merg van de holle beenderen en rond de organen.
  • Heeft je lichaan een voorraad aminozuren?

    Nee. Dagelijks eiwitten in je voeding is dus een must. Variatie speelt daarbij een belangrijke rol om alle gewenste aminozuren in een juiste verhouding binnen te krijgen. De verhouding tussen essentiële en niet-essentiële aminozuren bpeaalt de biologische waarde van eiwitten.
  • Waar vind je verzadigde vetzuren?

    In vaste vetten zoals, roomboter, spek en kokosvet.
  • Wat is er met vetten met veel onverzadigde vetzuren?

    Zijn beter voor hart en bloedvaten dan vetter met veel verzadigde vetzuren. Onverzadigde vetzuren gaan atherosclerose tegen. Ook voor vetzuren geldt dat de lever allen de niet-essentiële vetzuren zelf kan maken. Een deel van de onverzadigde vetzuren is essentieel, je krijt ze uitsluitend met je voedsel binnen.
  • 5.2 Vrijmaken van energie

    Dit is een preview. Er zijn 19 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 5.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat wormt APT- en creatinefosfaatvoorraad samen?

    De fosfaataccu in je spiercellen. Toch is daarmee het energieprobleem niet opgelost: de fosfaataccu bevat hooguit energie voor een korte sprint op vol vermogen.
  • Wat gebeurt vrij wel tegelijk met het aanspreken van fosfaat accu?

    Beginnen de spiercellen energie vrij te maken uit glucose. Is er voldoende O2 beschikbaar om een glucosemolecuul in de mitochondriën volledig af te brken tot H2O en CO2 dan levert dit veel ATP op.
  • Wat is er na 10 seconden niet op tempo?

    De hartslag en de ademhaling. De glucoseafbraak in het cytoplasma door enzymen komt niet verder dan splitsing in 2 moleculen pyrodruivenzuur.
  • Wat is het nadeel van melkzuurgisting van deze anaerobe dissimilatie?

    Geeft een ophoping van melkzuur. De spier verzuurt door dalende pH. Om het melkzuur op te ruimen, zul je na een anaerobe inspanning stevig nahijgen.
  • Waar start aerobe dissimilatie?

    Net als bij anaerobe dissimilaite, in het cytoplasma met de splitsing van glucose in 2 moleculen pyrodruivenzuur, goed om 2 moleculen ATP te kunnen vormen. Bij areobe dissimilatie gaan de moleculen pyrodruivenzuur vervolgens naar een mitochondrium, waar enzymen ze afbreken tot CO2 en H2O.

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart