DE BELASTINGSCHULD EN HAAR SATELLIETEN

21 belangrijke vragen over DE BELASTINGSCHULD EN HAAR SATELLIETEN

Nr 205 Invordering van opcenten, renten en kosten van invordering

Wat wordt vermoedelijk bedoeld met rente in art. 6 lid 1 INV?

Met invorderingsrente, want belastingrente en revisierente worden via 2.2.a INV daar al gerekend tot de rijksbelastingen.

Niet alleen de belastingschuld vloeit rechtstreeks voort uit de wet/feiten/tijdsverloop, maar wat nog meer?

Hetzelfde geldt voor daarmee samenhangende verschijnselen als de verschuldigdheid van opcenten. Denk aan provinciale opcenten op de MRB - en renten en kosten van invordering (bijv kosten van betekening dwangbevel).

>Opcenten zijn volgens de Dikke Van Dale 'een procentueel bedrag waarmee de hoofdsom van een belasting wordt vermeerderd'.

Wat regelt art. 2.2.c INV?

Dat een beschikking inzake belastingrente, revisierente, bestuurlijke boete of andere beschikking wordt gelijkgesteld met een belastingaanslag.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Nr. 206 Invordering van fiscale bestuurlijke boeten

Wat is altijd belangrijk om te onthouden in het kader van het EVRM en fiscale bestuurlijke boeten?

Bestuurlijke boeten vormen een straf in de zin van 6 EVRM

Wat heeft de Commissie voor de Rechten van de Mens (CvRM) in de Källander uitspraak niet in strijd geacht?

Niet in strijd met art. 6 lid 2 EVRM dat in Zweden een boete betaald moest worden nog voordat deze onherroepelijk vaststond.

Dit mede gelet op feit dat deze boete te allen tijde door onafh belastingrechter wordt vastgesteld en feit dat na een succesvol beroep restitutie plaatsvindt.

Wat speelde een grote rol in het Källander arrest mbt invordering?

De omkeerbaarheid van de invordering van de boete speelde bij de beoordeling een belangrijke rol

Wat heeft de HR in het arrest van 9 oktober 1996 uitgemaakt tav de onschuldpresumptie?

Dat de in het art. 6 lid 2 EVRM neergelegde onschuldpresumptie er niet aan in de weg staat dat over een nog niet onherroepelijk vaststaande boete invorderingsrente verschuldigd is. Ook niet in strijd achtte het HR de onmiddellijke invordering daarvan, ook al stond die nog niet onherroepelijk vast.

Wat heeft het EHRM geoordeeld in de Västberga Taxi Aktiebolag- en Nino Vulic/Zweden zaak?

Dat het invorderen van een betwiste nog niet onherroepelijk vaststaande fiscale boete in beginsel niet onrechtmatig is, MITS de gevolgen van de invordering maar omkeerbaar zijn.

Wat voor gevolg mag niet intreden, zoals volgt uit de rechtspraak van het ECRM en EHRM mbt 6 EVRM en invordering nog niet onherroepelijke boetes?

De invordering daarvan mag er niet toe leiden dat een financieel nadeel wordt ondervonden dat NIET herstelbaar is en te vergelijken valt met onomkeerbare uitvoering van een sanctie.

Wat volgt uit de eerder genoemde 2 Zweedse arresten mbt een zorgvuldige belangenafweging?

Dat aan de invordering van de nog niet onherroepelijk vaststaande boete een zorgvuldige belangenafweging dor de Ontvanger vooraf moet zijn gegaan.

Zie daarvoor p20/p21 boek

Wat speelt volgens het EHRM mee bij de beoordeling van het belang van de Ontvanger bij de invordering van de fiscale boete?

Dat de Staat wel financieel afhankelijk is van de belastingopbrengst, maar niet is of mag zijn van de boeteopbrengst.

Dus belang invordering boete weegt minder zwaar dan belang invordering belasting

Een boete mag in beginsel onmiddellijk ingevorderd worden. Maar wat zal wel gelden voor de bs?

De bs zal van de Ontvanger in beginsel igv bezwaar/beroep in de regel uitstel van betaling krijgen van de boete totdat deze onherroepelijk vaststaat, zoals dat ook voor de enkelvoudige belasting geschiedt.

>Ook kan Ontvanger stellen dat voor het verschuldigde bedrag zekerheid moet worden gesteld

Zijn er speciale regels voor verrekening belastingteruggaven met boetes?

Hoe zit het met berekening invorderingskosten voordat de boete onherroepelijk vaststaat en 6 EVRM

Nee, geen speciale regels.

Deze berekening is niet in strijd met het beginsel van de onschuldpresumptie van 6 EVRM.

De aansprakelijkgestelde is ex 32.2 INV niet aansprakelijk voor de boete, tenzij... (vul aan)

De Ontvanger bewijst dat het belopen van de boete (mede) aan de aansprakelijkgestelde te ijten is.

>De ontvanger moet de bestanddelen van een beboetbaar feit dan doen blijken en
>overtuigend aantonen dat aan opzet of grove schuld van de aansprakelijkgestelde is te wijten dat er te weinig belasting is geheven.

Wat blijkt uit het arrest Faillissement Koverto?

Dat, gelet op 6 EVRM (geen straf zonder schuld) een boete NIET kan worden verhaald op het vermogen van een derde die tzv het gedrag dat door de boete bestraft wordt, geen enkel verwijt treft.

Wat volgt uit voorgaande arrest ook, volgens auteurs boek?

Dat de boete gelet op 6 EVRM (ook) niet verhaald mag worden op vermogen van een derde via bodembeslag of leerstukken als OD, vereenzelviging of AP...

TENZIJ de Ontvanger bewijst dat het belopen van de boete (mede) aan de derde te wijten is.

Hoe kun je het voorgaande koppelen aan 6 EVRM?

De derde die geconfronteerd is met een straf in de zin van 6 EVRM, moet zijn gebaseerd op een hem te verwijten gedraging. Als die ontbreekt, kan dat niet.

Wat volgt uit 49 lid 1 INV, 5:9 Awb en 67g AWR?

Dat een aansprakelijkgestelde het recht heeft om uiterlijk ttv de aansprakelijkstelling voor een boete van de motivering daarvan op de hoogte te worden gesteld.

Waar let je nog meer op, als het gaat om processuele waarborgen van een aansprakelijkgestelde?

Op H5 van de Awb.

Toegezegd is voorts dat een derde niet aansprakelijk zal worden gesteld voor en aan de belastingplichtige opgelegde bestuurlijke boete, als de derde reeds rechtstreeks voor hetzelfde feit een boete opgelegd heeft gekregen ogv medeplegerschap.

1. uitleggen hoe de invordering plaatsvindt van opcenten, renten, boete en invorderingskosten en waar dit geregeld is

Nr. 205 en zie toelichting PDF.

Art. 6 lid 1 INV, 6.1 LI. Rente = invorderingsrente.

2. toelichten hoe bij heffing en invordering een bestuurlijke boete wordt geformaliseerd

25.1.11, 63b LI, zie toelichting PDF

Het invorderen van niet onherroepelijk vaststaande boeten is in beginsel niet onrechtmatig, mits gevolgen omkeerbaar zijn. Zie 25.1.11 LI

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo