Colon - Oesophagus

8 belangrijke vragen over Colon - Oesophagus

Uit welke lagen bestaat de oesophagus?

  1. Tunica mucosa
  2. Tunica submucosa
  3. Tunica muscularis
  4. Tunica adventitia

Geen serosa (steunweefsel), daarom kwetsbaar voor anastomose!

Welke essentiële structuren lopen er in de buurt van de oesophagus?

  • Vena azygos (vene die omhoog loopt langs de rechter voorzijde van de thoracale wervelkolom)
  • Ductus thoraricus (grote borstbuis, belangrijk verzamelsysteem van het lymfatisch systeem)

Noem 4 pathologische aandoeningen aan de oesophagus

  1. Divertikels; uitpuiling  van de wand van de oesophagus waarin zich voedsel kan ophopen.
  2. Hiatushernia; verslapping van bindweefsel in hiatus oesophagus
  3. Varices; aderverwijding in slokdarm. Door portale hypertensie en levercirrose (veneuze bloed kan niet goed worden afgevoerd via de lever en zoekt een andere uitweg; de slokdarm)
  4. Carcinoom; uitgaande van mucosa en doorgroei naar muscularis
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat is een transthoracale oesophagusresectie en komt de patiënt in linker- of rechter zijligging?

Een transthoracale oesophagusresectie wordt gedaan bij een tumor die proximaal, dus hoog in de oesophagus ligt. Er wordt een afzonderlijke laparotomie gedaan, een thoracotomie rechts en er wordt een cervicale anastomose aangelegd  in de rechter hals (buismaag).

De patient komt in LINKER zijligging.

Wat is een transhiatale oesophagusresectie en komt de patiënt in linker - of rechter zijligging?

Een transhiatale oesophagusresectie wordt gedaan bij een tumor die distaal, dus laag in de oesophagus ligt. Er wordt een thoraco - laparotomie links gedaan. Het distale gedeelte van de slokdarm kan via een bovenbuiksincisie worden bereikt en de anastomose wordt in de thorax gemaakt.

De patiënt komt in RECHTER zijligging.


Noem 5 peroperatieve complicaties bij een oesophagusresectie

  1. Letsel van de arterie, vene en nervus intercostalis posterior
  2. Letsel aan de a. mammaria interna bij het openen van de pleura parietalis
  3. Afscheuren v. azygos (thoracaal)
  4. Afscheuren a. hepatica dextra (abdominaal)
  5. Beschadiging n. recurrens (cervicale naad)

Noem 5 korte termijn complicaties bij een oesophagusresectie

  1. Naadlekkage (halsfistel)
  2. Paralytische ileus door het manipuleren van de darmen
  3. Pulmonale complicaties door slecht doorademen
  4. Decubitus
  5. Hypothermie

Noem 5 lange termijn complicaties bij een oeophagusresectie

  1. Stenose op de plaats van de anastomose; passagestoornissen
  2. Gastro-oesofagale reflux; terugstromen van maaginhoud in de slokdarm
  3. Dumping syndroom; overmatig snel ledigen van maaginhoud in de dunne darm
  4. Recidief en metastasen
  5. Subfrenisch abces (onder het middenrif gelegen)

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo