Gegeneraliseerde aanvallen en vormen van epilepsie: klinische kenmerken en EEG

62 belangrijke vragen over Gegeneraliseerde aanvallen en vormen van epilepsie: klinische kenmerken en EEG

Wat zijn de risicofactoren voor SUDEP?

  • Veel tonisch-clonische aanvallen
  • Nachtelijke tonisch-clonische aanvallen
  • Lang bestaan van epilepsie en refractaire epilepsie
  • Polytherapie (gebruik meerdere anti-epileptica)
  • Vaker bij mannen dan bij vrouwen

Hoe ontstaat SUDEP in de postictale fase?

  • Langere duur EEG suppressie
  • Ictaal ventriculaire fibrilleren
  • Ictale apneu (bv. bij buikligging)

Wat is de relatie tussen juveniele-absence-epilepsie en juveniele myoclonus epilepsie?

  • Alleen gegeneraliseerde aanvallen
  • Soms genetische predispositie
  • Alleen in puberteit
  • Bij JME absences, myoclonieën en tonisch-clonische aanvallen mogelijk
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat zijn de kenmerken van een EEG bij een specifieke epilepsiesyndroom?

  • Theta pointu alternerend patroon, asynchroon, scherpe 4-7Hz.
  • Theta-activiteit in waak en slaap, geen reactiviteit van dit ritme.
  • Kan meerdere dagen aanhouden tot stoppen aanvallen.
  • Niet specifiek voor dit epilepsiesyndroom, ook gezien bij hypoxisch-ischemische encefalopathie.
  • 50% heeft normaal interictaal EEG.

Wat is de behandeling en prognose voor een bepaald epilepsiesyndroom?

  • Fenobarbital; aanvallen stoppen vanzelf.
  • Normale ontwikkeling.

Wat is een convulsieve status epilepticus?

  • Gegeneraliseerde tonisch-clonische aanval langer dan 5 minuten
  • Zelflimiterend proces faalt
  • Behandeling vereist

Wat gebeurt er tijdens de tonische fase van een tonisch-clonische aanval?

  • Heftiger dan bij zuiver tonische aanval
  • Armen en gezicht, ook spieren luchtwegen en ademhalingsspieren
  • Kans op cerebrale hypoxie/anoxie
  • Gevolgd door clonische fase

Wat zijn de kenmerken van benigne familiale neonatale aanvallen?

  • Etiologie: Erfelijk, KCNQ2 en SCN2A genen
  • Aanvangsleeftijd: 2-3 dagen tot 3-6 maanden
  • Klinisch: Niet schadelijk, ontwikkeling normaal
  • Duur: 1-2 minuten, tot 30 aanvallen per dag

Welke factoren spelen een rol bij epilepsie met alleen gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen?

  • Omgeving, genetische factoren spelen rol.
  • Debuutleeftijd: elke leeftijd.
  • Meerdere aanvallen bij ontwaken vaak in puberteit.
  • Vermoeidheid en alcoholgebruik kunnen uitlokkende factoren zijn.

Wat zijn de kenmerken van non-convulsieve status epilepticus?

  • Focale aanval of absence gaat over in status epilepticus
  • Patiënt kan subtiel afwezig zijn of in coma

Aan welke eisen moet detectieapparatuur voldoen?

  • Observeren: opmerken en registreren
  • Detecteren: meting moet betrouwbaar zijn voor aanval
  • Alarmeren: bij optreden aanval, signaal afgeven

Wat zijn kenmerken van de EEG tijdens een tonisch-clonische aanval?

  • Loze attenuatie gevolgd door snelle piekactiviteit
  • Clonische fase: kort abrupt, myoclonieën
  • Samen met snelle pieken
  • Postictaal: uitputting neuronen, laag of traag

Wat zijn de EEG-kenmerken bij benigne familiale neonatale aanvallen?

  • Interictaal: Normaal, soms bilateraal asynchroon scherpe theta
  • Ictaal: Attenuatie 5-20 sec, gevolgd door bilaterale ritmische piekgolfcomplexen

Wat zijn de klinische kenmerken van een gegeneraliseerd tonisch-clonische aanval?

  • Bij jongeren postictaal bewustzijnsverlies en slaap.
  • Incontinentie.
  • Laterale tong- of wangbeet.
  • Postictale hoofdpijn, vermoeidheid en spierpijn.
  • Min bij ontwaken in ochtenden.
  • Normale psychomotorische ontwikkeling.

Hoe kan detectie van aanvallen worden uitgevoerd?

  • Observatie en detectie van fysieke aanvallen
  • Gebruik van nabijheid, camera of geluid
  • Matje met sensoren op matras
  • Band om arm

Wat is de etiologie van vroege infantiele epileptische encefalopathie?

  • Specifieke congenitale hersenbeschadiging.
  • Debuutleeftijd: eerste levensmaanden.
  • Klinische kenmerken: focale en gegeneraliseerde tonische spasmen.
  • EEG: burst suppressiebeeld in waak en slaap.

Welke aandoening is gerelateerd aan tubereuze sclerose?

  • Bij coagulatie tubereuze sclerose: Sabril (vigabatrine, VGB).
  • Heeft bijwerking concentrische gezichtsuitval.
  • Niet standaard behandeling.
  • Doel behandeling is onderdrukken infantiele spasmen en hypsaritmiebeeld.

Wat zijn de kenmerken van het Syndroom van Lennox Gastaut?

  • Bijna altijd structurele hersenbeschadiging
  • Klein percentage cryptogeen (cryptogeen)
  • Ontwikkeltijd: 1-7 jaar, meestal 3-6 jaar
  • Vaak vanuit Syndroom van West

Wat is de behandeling en prognose voor benigne familiale neonatale aanvallen?

  • Behandeling: Fenobarbital, afbouwen bij 3-6 maanden
  • Prognose: Begeleiding/geruststelling ouders, kinderen gevoelig voor epilepsie op latere leeftijd

Wat toont een EEG bij een bepaalde epilepsie aan?

  • Interictaal pieken en piekgolfcomplexen.
  • Slaap EEG kan helpen.
  • Bij ITP kan fotoparoxismale respons optreden.
  • Interictaal pieken en piekgolfcomplexen.

Hoe wordt EEG-monitoring gebruikt bij epilepsie?

  • EEG met continueerd trage piekgolfcomplexen
  • Behandeling met midazolam neusspray of druppels
  • Clonazepam effect beoordelen met EEG-monitoring

Wat zijn de methoden voor detectie van aanvallen met EEG?

  • Frequentie spectrum analyse videobeelden
  • Voordeel: precies en nauwkeurig
  • Offline detectie: achteraf beoordelen
  • Online detectie: aanval zo snel mogelijk detecteren

Wat is de etiologie van epilepsie met myoclonie, atastische/atone aanvallen?

  • Genetische aanleg
  • Familiair vaak ook andere epilepsie

Wat zijn ESCS en CSWS en hun kenmerken?

  • ESCS en CSWS vallen hier onder
  • Komt ook voor bij Landau-Kleffner tijdens NREM

Wat is de prognose van vroege infantiele epileptische encefalopathie?

  • Ongunstig met ernstige psychomotore retardatie en refractaire epilepsie.
  • Bij 4-6 maand overgang naar Syndroom van West.
  • Later (soms ook direct) naar syndroom van Lennox-Gastaut.

Welke klinische kenmerken zijn er bij het Syndroom van Lennox Gastaut?

  • Ontwikkelingsachterstand
  • Epilepsie: atypische absences, atone aanvallen, tonische aanvallen
  • Status epilepticus en soms myoclonieën
  • Gedragsproblemen: boos, zelfverwondend

Wat zijn de kenmerken van benigne neonatale aanvallen, niet familiair?

  • Etiologie: Geen duidelijke oorzaak
  • Debuutleeftijd: 4-6 dagen
  • Klinisch: Clonieën armen, benen en gezicht, meestal niet symmetrisch
  • Duur: 1-3 minuten, meestal 2 dagen

Wat zijn de behandelingsopties en prognose voor epilepsie bij meisjes/vrouwen?

  • Depakine (valproïnezuur VPA), levppa (Levetiracetam LEV), lamictal (lamotrigine LTG), Topamax (Topiramaat TPM).
  • Rust en regelmaat, uitlokkende factoren mijden.
  • Niet werk onafhankelijk, clomifene of piloot, opstijgers of hoogwerkers vrouwen extra foliumzuur tijdens zwangerschap.

Wat is de behandeling en prognose bij veel aanvallen?

  • Behandeling niet altijd nodig bij veel aanvallen.
  • Medicatie: Depakine (Valproïnezuur VPA), Keppra (levetiracetam LEV), Rivotril (clobazam CLB).
  • Aanvallen verminderen vaak spontaan.
  • Na 2 jaar aanvalsvrij medicatie afbouwen.
  • Prognose gunstig.

Wat zijn de klinische kenmerken van epilepsie met myoclonie, atastische/atone aanvallen?

  • Normale psychomotore ontwikkeling
  • Tonisch-clonische aanvallen
  • Symmetrische myoclonieën
  • Atonie
  • Absences
  • Soms status epilepticus

Wat zijn de kenmerken van het Syndroom van West?

  • Sterk verstoorde psychomotore ontwikkeling.
  • Klinisch infantiele spasmen (Salaamkramp).
  • Chaotisch EEG beeld: hypsaritmie.
  • Etiologie: structurele afwijking, aangeboren of verworven.

Hoe ziet het EEG eruit bij het Syndroom van Lennox Gastaut?

  • Achtergrondpatroon: traag alfa/ritme, diffuus traag
  • Gegeneraliseerd met piekgolfcomplexen
  • Tijdens NREM deel snelle activiteit
  • Bij atypische absences diffuus onregelmatige trage 2-2½ Hz

Wat zijn de kenmerken van juveniele myoclonusepilepsie?

  • Genetische factoren spelen een rol.
  • Familiaire epilepsiegeschiedenis.
  • Debuutleeftijd meestal in adolescentie.
  • Normale psychomotore ontwikkeling en intelligentie.
  • Myoclonieën in schouders, soms tonisch-clonische aanvallen.
  • EEG: interictaal normaal, ictaal paroxismaal.

Wat toont een EEG bij epilepsie met myoclonie, atastische/atone aanvallen?

  • Normaal achtergronpatroon
  • Paroxismale 2-3Hz complexen
  • Complexen gepaard met myoclonieën

Wat zijn kenmerken van tonische aanvallen?

  • Toegenomen tonus van één of meerdere spiergroepen.
  • Klinische verschijnselen: verkleamping armen, benen of gezicht.
  • Kan vallen als een plank.
  • EEG: in frontaal kwab uni- of bilateraal.

Wat is de behandeling en prognose bij epilepsie?

  • Afhankelijk van de ernst
  • Behandeling van gegil en ongezondheid
  • Vaak sprake van refractaire epilepsie
  • Diverse anti-epileptica
  • Ketogeen dieet
  • Nervus vagus stimulator

Welke factoren kunnen aanvallen bij juveniele myoclonusepilepsie provoceren?

  • Stress, vermoeidheid, alcoholgebruik, slaaptekort.
  • 1/3 is gevoelig voor lichtflitsen (LFP).
  • Soms tonisch-clonische aanvallen.
  • EEG: piekgolfcomplexen prominent in achterhoofd.

Wat zijn de klinische kenmerken van het Syndroom van West?

  • Infantiele spasmen: 1-2 seconden, hoofd, armen en benen voorover gebogen.
  • Vaak in clusters en meerdere keren per dag.
  • Stilstand of achteruitgang in ontwikkeling.

Hoe worden clonische aanvallen beschreven?

  • Clonische aanvallen: ritmisch schokken.
  • Klinische verschijnselen: vaak vanuit tonische aanval.
  • Bij gegeneraliseerde clonische aanval: gelijktijdig vaak ritmische schokken van armen en benen.
  • EEG: moment van snelle pieken.

Wat zijn kenmerken van myoclonieën bij myoclonische epilepsie?

  • Kort (100 ms)
  • Plotselinge contractie
  • Spieren of spiergroepen
  • Focale myoclonieën: één ledemaat
  • Gegeneraliseerde myoclonieën: beide lichaamshelften
  • EEG: polyspike/polyspikecomplexen

Wat is de prognose voor kinderen met epilepsie met myoclonie, atastische/atone aanvallen?

  • Wisselend succes
  • Normale ontwikkeling mogelijk
  • Soms leer- en gedragsproblemen

Wat toont het EEG bij het Syndroom van West?

  • Hypsaritmie: trage golven, amplitudes >500 μV.
  • Vermengd met multifocale polymorfe scherpe golven en pieken.
  • Chemisch-hypsaritmie: spasme gepaard met trage golf en afwijking.

Wat is de leeftijdsrange voor absence-epilepsie en wat is de meest voorkomende leeftijd?

  • Leeftijdsrange: 5-20 jaar
  • Meest voorkomend: 9-13 jaar

Wat zijn epileptische spasmen en hun kenmerken?

  • Plotselinge flexie, extensie
  • Axiale spieren
  • Spasmen duren >100ms
  • Komt op alle leeftijden voor

Wat is de etiologie van myoclonische epilepsie met encefalopathie?

  • Ernstige genetische/metabole aandoening
  • Vaak familiair
  • Debuutleeftijd: ca. 3 maanden
  • Klinisch: langdurige en massieve myoclonieën
  • EEG: afwijkend patroon

Wat zijn de prognose en behandeling bij juveniele myoclonusepilepsie?

  • Vermijden uitlokkende factoren.
  • Vaak tonisch-clonische aanvallen en typische absences.
  • Prognose varieert, afhankelijk van aanvalstype en frequentie.

Wat is de etiologie van kinderabsence epilepsie met typische absences volgens de notities?

  • 1989: Idiopathisch, geen hersenafwijking, vermoedelijk genetisch.
  • 2017: Erfelijke factoren mogelijk.

Wat zijn de kenmerken van ernstige myoclonusepilepsie op jonge leeftijd?

  • Syndroom van Dravet
  • Etiologie: mutatie SCN1A-gen, SCN2A-gen, PCDH19-gen
  • Altijd de novo
  • Ernstige myoclonusepilepsie

Wat zijn de klinische kenmerken van een gegeneraliseerde aanval?

  • Onderscheid tussen absence en motor.
  • Absence: typisch, atypisch, speciale verschijn.
  • Motor: tonisch, clonisch, atoon, myoclonisch, spasme of combinatie.

Wat is de debuutleeftijd voor kinderabsence epilepsie met typische absences?

  • Basisschoolleeftijd: 4 tot 10 jaar.

Wat toont een EEG bij absence-epilepsie?

  • Interictaal: Normaal alfapatroon
  • Paroxismaal: Epileptische activiteit met 3-4 Hz (poly)piekgolfcomplexen

Welke medicatie wordt gebruikt bij gegeneraliseerde tonisch-clonische aanvallen?

  • Levetiracetam of valproaat.
  • Valproaat: risico op teratogeniteit.
  • Clobazam of topiramaat indien levetiracetam en valproaat niet werken.

Wat zijn de klinische kenmerken van kinderabsence epilepsie met typische absences?

  • Absences: enkele seconden tot 30 seconden.
  • Plotselinge onderbreking bewustzijn, staren, knipperen of wegdraaien ogen.
  • Spiertonus intact, activiteit gestopt, automatismen mogelijk.

Welke medicatie wordt als eerste keuze aanbevolen voor behandeling?

  • Eerste keuze: Ethymal
  • Alternatieven: Lamictal (Lamotrigine, LTG), Depakine voor meisjes, Leviteracetam

Wat zijn de kenmerken van absences bij absence epilepsie?

  • Abrupt begin en einde.
  • Staren, niet aanspreekbaar.
  • Amnesie voor aanval.
  • Duurt seconden tot halve minuut.
  • Typisch, atypisch, speciale verschijn.

Wat toont het EEG bij kinderabsence epilepsie met typische absences?

  • Interictaal: geen afwijkingen, lokale epileptische activiteit mogelijk.
  • Ictaal: 3Hz piekgolfcomplexen, paroxismaal, bilateraal synchroon, max. frontaal.

Wat zijn de kenmerken van epilepsie met ooglidmyoclonieën?

  • Etiologie: Vermoedelijk genetisch, soms familiair
  • Leeftijd: 6-8 jaar
  • Klinische kenmerken: Snelle oogknipperingen bij staren

Welke medicijnen worden niet aanbevolen bij gegeneraliseerde aanvallen?

  • Geen Carbamazepine, fenytoïne, gabapentine, Oxcarbazepine.
  • Niet bij TC aanvallen met myoclonieën of absences.
  • Heeft averechts effect.

Wat toont een EEG bij epilepsie met ooglidmyoclonieën?

  • Ictaal: Normaal achtergrondpatroon
  • Polyspike-complexen van 3-6 Hz, 1-2 sec na sluiten ogen

Wat zijn de vormen van absence epilepsie?

  • Typische absences.
  • Juveniele absence epilepsie.
  • Atypische absences: ernstiger epilepsiesyndroom.
  • Myoclone absence en absence met ooglidmyoclonus.

Wat is de prognose voor kinderabsence epilepsie met typische absences?

  • Goede prognose, controleerbaar met medicatie.
  • Bepaalde percentage krijgt op 10-15 jaar tonisch-clonische aanvallen.
  • Moeilijk behandelbaar bij hoge debuutleeftijd.

Wat is de etiologie van juveniele absence epilepsie?

  • Idiopathisch, waarschijnlijk genetisch.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo