Afwijkende activiteit: trage activiteit en periodieke activiteit

33 belangrijke vragen over Afwijkende activiteit: trage activiteit en periodieke activiteit

Wat is de intervalduur van PSIDD en PLIDD?

  • PSIDD: 0,5-4 sec
  • PLIDD: >30 sec

Noem de morfologie/vorm van PSIDD en PLIDD.

  • PSIDD: Sharp/polyfocaal (multipel), pieken
  • PLIDD: Stereotyp polyfascische complexen

Wat zijn periodieke complexen en hun relatie met epilepsie?

  • Periodieke complexen zijn waarschijnlijk het resultaat van lokale of diffuse veranderingen in neuronale exciteerbaarheid.
  • Ze worden veroorzaakt door het ziekteproces.
  • Complexen gaan niet per definitie samen met epilepsie.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat betekent "unilateraal" in periodieke patronen?

  • Unilateraal: LPD
  • Lateralised periodic discharges

Wat is de interval en topografische verdeling van LPD?

  • Interval: 1-2 sec.
  • Topografische verdeling: uni- of multifocaal, unilateraal.
  • Morfologie/vorm: scherp-golf of piek met langzame golf.

Wat zijn de etiologie en bewustzijnstoestand bij BIPD?

  • Etiologie: anoxische encefalopathie, infectie, chronische epi.
  • Bewustzijn: verlaagd bewustzijn, vaak bij LPD's.

Wat is de betekenis van EEG-patronen bij comateuze patiënten?

  • EEG-patronen bij comateuze patiënten geven prognostische waarde.
  • Mate van vertraging correleert met diepte coma.
  • EEG-informatie hangt af van oorzaak, ernst, verloop.
  • Tijdstip registratie is belangrijk.

Wat is de interval en etiologie van GPD?

  • Bij ernstige, diffuse cerebrale pathologie.
  • Interval: onderscheid tussen kort interval

Hoe beïnvloedt iso-elektrisch EEG de prognose bij reanimatie?

  • Iso-elektrisch EEG binnen 24 uur na reanimatie: slechte prognose.
  • Ernstige contusio cerebri: iso-elektrisch EEG altijd slecht.
  • Intoxicatie: iso-elektrisch EEG geen slechte prognose.

Wat is de prognose van PLIDD?

  • PLIDD: Mortaliteit 90%

Wat zijn de kenmerken van ritmische reeksen tijdens aanvallen?

  • Beste te zien aan pathologische kant
  • Gebruik van Maudsley, F9 en F10 of temporale elektrode
  • T1 en T2 (ook T9 en T10)
  • Soms speciale elektroden nodig

Wat zijn de oorzaken van diffuse niet-ritmische delta-activiteit?

  • Metabole stoornis (hypoglycemie, hypoperfusie/hypoxie, uremie)
  • Hepatische stoornissen
  • Intoxicatie
  • Leukodystrofieën (genetische aandoening witte stof)
  • Meningo-encefalitis
  • Naar hersenweefsel doorgebroken subarachnoïdale bloeding

Wat is de relatie tussen BIPD en mortaliteit?

  • Bij meer diffuse aandoeningen.
  • Hogere mortaliteit, minder focale aanvallen.

Wat zijn prognostisch gunstige EEG-kenmerken bij comateuze patiënten?

  • EEG-patronen met normale slaap (alfa, spindles, coma).
  • Reactiviteit EEG op pijnprikkel is gunstig.
  • Lage amplitudes en sterk verstoord EEG minder gunstig.

Wat is afwijzende activiteit en hoe wordt het onderverdeeld?

  • Afwijzende activiteit is onder te verdelen in specifiek en niet-specifiek.
  • Specifieke afwijzing is geassocieerd met epilepsie.
  • Niet-specifieke activiteit is niet geassocieerd met epilepsie.

Wat zijn de kenmerken van niet-ritmische (polymorfe) delta-activiteit?

  • Aspecifieke uiting van gestoorde cerebrale activiteit
  • Onregelmatig en wisselend per cyclus
  • Bij toename ernst afwijking: toename amplitude
  • Verlaging frequentie, beloop afwijking vast te leggen

Wat betekent "PSIDD" in periodieke patronen?

  • PSIDD: Periodic short interval diffuse discharge
  • *

Wat gebeurt er bij een vertraagd EEG?

  • Vaak gepaard met bewustzijnstoornissen
  • Ernst correleert met mate van vertraging EEG
  • Vaak eerst vertraging alfaritme en afname reactiviteit
  • Dan diffuse toename theta-activiteit
  • Vervolgens niet-ritmische delta-activiteit die steeds meer polymorf wordt

Wat zijn periodieke complexen en hun kenmerken?

  • Ontladingen met combinatie van golven (pieken, scherpe golven).
  • Onderscheidt zich van achtergrondpatroon.
  • Topografie, verdeling over schedel (uni-/bilateraal).
  • Intervalduur (kort of lang).

Wanneer is een iso-elektrisch EEG reversibel?

  • Reversibel binnen 24 uur: Na reanimatie, ernstige hypothermie, medicamenteuze intoxicatie en diepe narcose

Wat zijn luminale complexen en hoe onderscheiden ze zich?

  • Luminale complexen hebben constante samenstelling van golven.
  • Bestaan uit pieken, scherpe golven, en/of trage golven.
  • Duidelijk te onderscheiden van het achtergrondpatroon.

Welke aspecten wijzen op diffuse cerebrale aandoening?

  • Verstoringen in EEG (subcorticale stop)
  • Zowel structureel, functioneel of beiden zijn

Wat maakt de diagnose Herpes simplex encefalitis onwaarschijnlijk?

  • Niet voorkomen van LPD's maakt diagnose Herpes simplex encefalitis onwaarschijnlijk.

Wat veroorzaakt vaak niet-ritmische delta-activiteit?

  • Beschadiging van onderliggend witte stof
  • Structureel of functioneel van aard
  • Meerdere EEG's nodig voor vastlegging

Wat betekent "PLIDD" in periodieke patronen?

  • PLIDD: Periodic long interval diffuse discharge
  • >4s

Wat kenmerkt afwijzende delta-activiteit?

  • Regelmatig van karakter, ritmisch.
  • Sterk wisselende delta, polymorf of niet-ritmisch.
  • Voorkomen: continu, paroxismaal, intermitterend.
  • Verdeling: diffuus, gegeneraliseerd, lokaal/focaal.

Wat zijn de oorzaken van lokale niet-ritmische delta-activiteit?

  • Structurele oorzaak: tumor, infarct, hematoom, infectie
  • Intracerebraal abces of contusiehaard
  • Vaak postictale fase

Wat zijn de kenmerken van een iso-elektrisch EEG?

  • Amplitude neemt af en wordt burst-suppressiebeeld
  • Iso-elektrisch EEG
  • 1-6 bij pathologische situaties, maar ook bij narcose en hypothermie

Wat is IRDA en wanneer treedt het op?

  • Intermitterende ritmische delta-activiteit.
  • Regelmatige, sinusoidale vorm, 2,5 Hz.
  • Treedt op bij gegeneraliseerde structurele cerebrale laesie.
  • Meer diffuus bij metabole encefalopathie, infectie, intoxicatie.

Hoe verhoudt zich EEG-afwijkingen tot klinische verschijnselen?

  • Vaak verband tussen EEG-afwijkingen en klinische verschijnselen
  • Bij lacunair infarct in capsula interna weinig afwijkingen
  • Minimale aanwijzingen op CT of MRI, maar wel hemiparese

Wat zijn de kenmerken van EEG-afwijkingen bij beeldvormend onderzoek?

  • Vaak over groter gebied verspreid dan op beeldvorming
  • Bij langzame processen andersom
  • EEG blijft lange tijd nodig

Wat gebeurt er bij functionele laesie in beeldvorming?

  • Geen afwijking op beeldvorming
  • Bij acute fase corticaal infarct soms niets te zien op CT

Wat zijn de kenmerken van BTTE?

  • Benign temporal trancients of the elderly
  • Relatief snelle, niet continue delta-activiteit
  • Focaal, lage amplitude
  • Op hogere leeftijd in temporale gebieden

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo