Introductie epilepsie

32 belangrijke vragen over Introductie epilepsie

Wat is het doel van de behandeling van epilepsie?

  • Gericht op onderdrukking aanvallen.
  • Belangrijk is oorzaak te achterhalen.

Wat is MERRF en welke symptomen zijn ermee geassocieerd?

  • MERRF: myoclonus epilepsie met Ragged red fibres.
  • Oorzaak: afwijking in mitochondriën.
  • Symptomen: myoclonieën, epilepsie, gehoor- en evenwichtsproblemen.
  • Vaak later cognitieve achteruitgang.

Wat veroorzaakt het lichaam bij anti-NMDA receptor encefalitis?

  • Antistoffen tegen eiwitten
  • Encefalitis bij jonge vrouwen
  • Symptomen: psychische problemen, gedragsproblemen
  • Epilepsie, bewegingsstoornissen
  • Vaak door tumor
  • Ontsteking van limbisch systeem
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat is pyrodoxineafhankelijke epilepsie en hoe wordt het behandeld?

  • Pyrodoxineafhankelijke epilepsie: tekort aan B6.
  • Symptomen: epilepsie en ontwikkelingsachterstand.
  • Behandeling: suppletie met B6 kan voldoende zijn.

Wat kenmerkt Rasmussen encefalitis?

  • Voornamelijk kinderen

Wat zijn de werkingsmechanismen van anti-epileptica?

  1. Versterking van GABA-neurotransmissie.
  2. Remming van excitatoire neurotransmissies.
  3. Invloed op natrium-, kalium-, calciumkanalen.

Wat is neurofibromatose van Von Recklinghausen en wat zijn de kenmerken?

  • Neurofibromatose van Von Recklinghausen: neurofibromatose (café au lait-vlekken).
  • Dysembryoplastische neuro epitheliale Tumore (DNET).
  • Tumor ontstaat tijdens embryonale fase.
  • Behandelbaar, leeftijd 2-18 jaar.

Welke rol spelen genetische factoren bij epilepsie?

  • Genetische factoren: aanlegstoornissen en stofwisselingsstoornissen.
  • Epilepsiesyndromen: vaak genetische basis.
  • Genen: rol bij prikkeloverdracht neuronen.
  • Combinatie genetische factoren: meestal.

Wat zijn de stoornissen in het gamma-aminoboterzuur (GABA)-systeem die betrokken zijn bij epilepsie?

  • Stoornissen in het remmende gamma-aminoboterzuur (GABA)-systeem.
  • Gevoeligheid van receptoren betrokken bij de excitatoire (stimulerende) neurotransmissie (glutamaat).

Wat zijn de oorzaken van niet-aangeboren hersenletsel (NAH)?

  • Onderscheid in traumatisch en niet-traumatisch letsel.
  • Traumata: ongeluk met hoofd, contusio cerebri, subduraal hematoom.
  • Niet-traumatische oorzaken: intracraniële tumoren, mesiotemporale sclerose (MTS), vasculaire problematiek.

Wat zijn de kenmerken van stoornissen in de myelinisatie?

  • Stoornissen in de myelinisatie: leukodystrofiëen.
  • Symptomen: epilepsie, visuele en auditieve problemen.
  • Voorbeelden: ziekte van Alexander, ziekte van Krabbe.

Wat is de incidentie en prevalentie van epilepsie?

  • Incidentie: Hoeveel mensen per jaar de diagnose epilepsie krijgen.
  • Prevalentie: Aantal mensen op een gegeven moment met epilepsie.
  • Incidentie is het hoogst bij jonge kinderen.
  • Neemt toe op oudere leeftijd door CVA en tumoren.

Wat is de laagste drempel voor het genereren van een epileptische aanval?

  • Laagste drempel in neuronen in de hippocampus en laag 4 en 5 van cortex.
  • Horizontale intracorticale vezels (laag 6 grijze stof) snelheid 1 mm/sec.

Wat is de rol van glucose transporter 1 (Glut-1) deficiëntie?

  • Glucose in hersenen beperkt
  • Veroorzaakt ontwikkelingsachterstand en epilepsie
  • Ketogeen dieet als oplossing

Wat is de betekenis van fenotype en genotype in de context van epilepsie?

  • Genotype: genetisch patroon.
  • Fenotype: uiting in klinische verschijnselen.
  • Genotype kan meerdere fenotypen hebben.

Wat is de definitie van epilepsie volgens de notities?

  • Aandoening gekenmerkt door herhaalde epileptische aanvallen.
  • Niet uitgelokt door enige directe vast te stellen oorzaak.

Wat is het patroon van neuronale activiteit bij een epileptische aanval?

  • Specifiek spreidingspatroon van neuronale activiteit.
  • Naast horizontale spreiding, ook diepere activatie subcorticale gebieden.
  • Verspreiding naar beide hemisferen.

Wat zijn de mogelijke infectieuze oorzaken van epileptische aanvallen?

  • Micro-organismen: bacteriën, virussen, parasieten.
  • Virale of bacteriële encefalitis, toxoplasmose, malaria.
  • Schade door ontstekingsproces kan epileptische aanvallen veroorzaken.

Wat zijn de kenmerken van stoornissen in de aminozuurstofwisseling (PKU)?

  • Zonder behandeling mentale retardatie
  • Epilepsie, gedragsproblemen
  • Lichte huid en haar
  • Screening bij hielprik
  • Phenylalanine (Phe) stapelt op

Wat is het belang van exomesequencing bij epilepsie?

  • Exomesequencing: gericht op specifieke epilepsiegenen.
  • Toepassing: 20% van de gevallen.
  • Whole genome sequencing: 50% van de gevallen.

Wat beschrijft een epileptische aanval?

  • Verschijnselen door abnormale en excessieve ontladingen in hersenen.
  • Veranderingen in bewustzijn, motorische, sensorische, autonome of psychische veranderingen.
  • Afhankelijk van patiënt of omstandigheden.

Wat zijn structurele afwijkingen bij oorzaken van epilepsie?

  • Iets mis met organisatie cortex.
  • Voorbeelden: aanlegstoornissen, migratiestoornissen, afwijkingen corticale organisatie.

Wat zijn de pathofysiologische oorzaken van epilepsie?

  • Verandering in eigenschappen van neuronale celmembranen.
  • Instabiliteit van rustmembraanpotentiaal.
  • Oorzaken: stoornis natrium-, kalium-, calciumkanalen.
  • Deficiëntie in membraan ATP-ase ionentransport.

Hoe kunnen auto-immuunprocessen epilepsie veroorzaken?

  • Encefalitis met epilepsie of status, zonder andere verschijnselen.
  • Antistoffen spelen cruciale rol.

Wat houdt mozaïcisme in en hoe beïnvloedt het epilepsie?

  • Mozaïcisme: genetische afwijking niet in alle cellen.
  • Ontstaat tijdens bevruchting.
  • Bij eigen gen afwijkingen: kan zich uiten bij nakomelingen.

Wat zijn de criteria voor epilepsie volgens de NVN?

  1. Minstens 2 ongeprovoceerde of 2 reflexinsulten met interval van 24 uur.
  2. Ongeprovoceerd insult of reflexinsult met risico >60% binnen 10 jaar.
  3. Diagnose van een epilepsiesyndroom.

Wat zijn aanlegstoornissen bij epilepsie?

  • Groei en spreiding afwijkingen, zoals corticale dysplasie.
  • Verdikking cortex met overgang grijze en witte stof.

Welke vragen worden gesteld bij de interanamnese voor epilepsie?

  • Wat gebeurde er?
  • Hoe zag het eruit? Hoelang duurde het?
  • Waren er bijzondere omstandigheden?
  • Aanvalsopname voor duidelijkheid over aanvalsverloop.

Wat zijn migratiestoornissen bij epilepsie?

  • Afwijkingen in neuronale migratie.
  • Onderbreking normale migratie, leidt tot heterotopie.
  • Subependymale of corticale heterotopie, lissencefalie.

Wat is een geprovoceerde aanval?

  • Aanleiding is voorbeeldig.
  • Voorbeelden: koorts of alcoholonttrekking.

Wat zijn afwijkingen in corticale organisatie bij epilepsie?

  • Afwijkingen in lagen (horizontaal) en kolommen (verticaal).
  • Schizencefalie (gespleten) en polymicrogyri.

Wat zijn voorbeelden van aanlegstoornissen in huid en CZS?

  • Sturge-Weber: craniofaciale angiomatose.
  • Bourneville: Tuberose sclerose complex (TSC), TSC 1 of 2 gen.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo