Pandrecht op (deelbare) prestaties - Literatuur - Contractuele vorderingen

4 belangrijke vragen over Pandrecht op (deelbare) prestaties - Literatuur - Contractuele vorderingen

Vraag:
Wanneer ontstaan vorderingen tot betaling van huurtermijnen uit een huurovereenkomst?

Antwoord:
Een huurvordering ontstaat niet reeds bij het sluiten van de huurovereenkomst, maar pas wanneer het huurgenot waarop de betreffende huurtermijn betrekking heeft daadwerkelijk wordt verschaft. Het ontstaan van de huurvordering is dus afhankelijk van de daadwerkelijke prestatie van de verhuurder. Dit volgt uit HR 30 januari 1987, NJ 1987/530 (WUH/Emmerig q.q.). Daardoor gelden nog niet verschenen huurtermijnen als toekomstige vorderingen en niet als reeds bestaande vorderingen onder opschortende tijdsbepaling of als vorderingen tot terstond vaststaande periodieke betalingen.

Vraag:
Wanneer ontstaat in beginsel een rentevordering?

Antwoord:
Over het ontstaansmoment van rentevorderingen bestaat in de literatuur geen volledige overeenstemming. Het ligt echter voor de hand om aan te knopen bij het moment waarop de rente opeisbaar wordt. Dit sluit aan bij art. 3:9 lid 4 BW, volgens welke burgerlijke vruchten — waaronder rente — pas een zelfstandig recht worden wanneer zij opeisbaar zijn. Tot dat moment geldt de rente als een toekomstige vordering. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken wanneer partijen vooruitbetaling van rente zijn overeengekomen.

Vraag:
Wat is de juridische betekenis van een creditsaldo op een bankrekening voor het bestaan van een vordering?

Antwoord:
Een bankrekening kan worden opgevat als een rekening-courantverhouding tussen bank en rekeninghouder, waarbij vorderingen en schulden tussen partijen worden verrekend en slechts het saldo verschuldigd blijft. Een creditsaldo betekent dat de bank een schuld heeft aan de rekeninghouder. Hoewel discussie heeft bestaan over de vraag of een creditsaldo reeds een concrete vordering oplevert, moet worden aangenomen dat het saldo één of meer bestaande vorderingen van de rekeninghouder op de bank omvat. Dit blijkt onder meer uit de mogelijkheid om beslag te leggen op of een pandrecht te vestigen op het creditsaldo.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Vraag:
Wanneer ontstaat bij girale betaling een vordering van de rekeninghouder op zijn bank?








Antwoord:
Bij girale betalingen ontstaat de vordering van de rekeninghouder op zijn bank op het moment dat een bedrag op zijn rekening wordt gecrediteerd. Door de creditering verklaart de bank zich het betreffende bedrag schuldig aan de rekeninghouder. Dit moment van creditering vormt in beginsel het ontstaansmoment van de vordering. Onder omstandigheden kan een creditering echter achteraf administratief worden teruggedraaid, bijvoorbeeld bij een onjuiste boeking of een gestorneerde incasso, waardoor uiteindelijk geen vordering ontstaat.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo