Asser/Sieburgh 6-III 2022/541-560 - Kwalitatieve verplichting - Verhouding kwalitatieve verplichting en erfdienstbaarheden

7 belangrijke vragen over Asser/Sieburgh 6-III 2022/541-560 - Kwalitatieve verplichting - Verhouding kwalitatieve verplichting en erfdienstbaarheden

Vraag: In welke opzichten vertoont de kwalitatieve verplichting overeenkomst met de erfdienstbaarheid en hoe wordt de kwalitatieve verplichting dogmatisch gekwalificeerd?

Antwoord: De kwalitatieve verplichting vertoont overeenkomst met de erfdienstbaarheid doordat beide bestaan uit een last om iets te dulden of niet te doen ten aanzien van een registergoed respectievelijk een onroerende zaak, en doordat beide van rechtswege komen te rusten op degene die het goed onder bijzondere titel verkrijgt. Om deze reden kan de kwalitatieve verplichting dogmatisch worden beschouwd als een tussenvorm tussen een zakelijk recht en een persoonlijk recht.

Vraag: Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen een kwalitatieve verplichting en een erfdienstbaarheid, en welke systeemkritiek is op art. 6:252 BW geuit?

Antwoord: Een erfdienstbaarheid is een zakelijk recht dat een onroerende zaak bezwaart ten behoeve van een andere onroerende zaak (art. 5:70 BW), terwijl een kwalitatieve verplichting een verbintenisrechtelijke figuur is die haar werking ontleent aan overeenkomst en inschrijving. Daarnaast maakt de kwalitatieve verplichting geen deel uit van het gesloten stelsel van beperkte rechten. Om die reden is art. 6:252 BW bekritiseerd als een ongewenste doorbreking van dit stelsel, maar deze kritiek is door de wetgever verworpen.

Vraag: Waarin verschilt een kwalitatieve verplichting van een erfdienstbaarheid wat betreft de actieve zijde van het recht?

Antwoord: Een erfdienstbaarheid is zowel aan de passieve als aan de actieve zijde kwalitatief, doordat de last strekt ten behoeve van een andere onroerende zaak en het recht van rechtswege met die zaak mee overgaat (art. 3:7 BW jo. art. 3:82 BW). Een kwalitatieve verplichting behoeft daarentegen aan de actieve zijde niet in verband met een goed te zijn bedongen, waardoor zij kan worden gekarakteriseerd als een erfdienstbaarheid zonder heersend erf. In de praktijk zal dit verband echter vaak wel bestaan en zelfs zo nauw kunnen zijn dat art. 6:251 BW van toepassing is.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Vraag: Waarin verschilt de totstandkoming en werking van een kwalitatieve verplichting van die van een erfdienstbaarheid?

Antwoord: Een erfdienstbaarheid ontstaat door vestiging, waarvoor een notariële akte en inschrijving in de openbare registers vereist zijn. Een kwalitatieve verplichting komt daarentegen tot stand door de enkele wilsovereenstemming tussen partijen; notariële akte en inschrijving zijn niet vereist voor het ontstaan van de verplichting, maar dienen uitsluitend om de overgang en derdenwerking jegens rechtsopvolgers te waarborgen. Dit verschil vloeit voort uit het fundamentele onderscheid tussen zakelijke rechten en verbintenisrechtelijke figuren.

Vraag: Wat is het kernverschil tussen een kwalitatieve verplichting en een verplichting die voortvloeit uit een zakelijk recht, en welke rechtsregels zijn daarop van toepassing?

Antwoord: Een kwalitatieve verplichting is een verbintenis en geen zakelijk recht. Zij en de overeenkomst waaruit zij voortvloeit, zijn onderworpen aan het verbintenissenrecht, met name Boek 6 BW. Dit onderscheidt haar van verplichtingen die ontstaan als keerzijde van een zakelijk recht, waarop het goederenrecht van toepassing is.

Vraag: Welke gevolgen heeft het verbintenisrechtelijke karakter van de kwalitatieve verplichting voor overdracht, niet-nakoming en beëindiging?

Antwoord: Het recht uit een kwalitatieve verbintenis wordt overgedragen door cessie (art. 3:94 BW) en niet door levering van een registergoed (art. 3:89 BW). Bij niet-nakoming staan de gewone verbintenisrechtelijke rechtsmiddelen open, zoals opschorting (art. 6:262 BW), schadevergoeding en ontbinding. De verbintenis kan bovendien door een vormloze overeenkomst van afstand tenietgaan (art. 6:160 BW), hetgeen bij zakelijke rechten niet mogelijk is.

Vraag: Hoe verhouden kwalitatieve verplichtingen en erfdienstbaarheden zich systematisch tot elkaar, en hoe heeft de wetgever deze regelingen op elkaar afgestemd?

Antwoord: Kwalitatieve verplichtingen en erfdienstbaarheden vertonen verwantschap wat betreft inhoud en rechtsgevolg, maar verschillen fundamenteel in aard: verbintenis versus zakelijk recht. Uit dit verschil vloeien uiteenlopende rechtsgevolgen voort. De wetgever heeft desondanks getracht beide regelingen op elkaar af te stemmen, onder meer door vergelijkbare inhoudelijke beperkingen en door een regeling voor wijziging en ontbinding van de overeenkomst waarbij de rechten in het leven worden geroepen.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo