Pand en hypotheek voor en op toekomstige vorderingen - Asser - Zekerheid voor toekomstige vorderingen

8 belangrijke vragen over Pand en hypotheek voor en op toekomstige vorderingen - Asser - Zekerheid voor toekomstige vorderingen

Vraag: Voor welke soorten vorderingen kan een pand- of hypotheekrecht als zekerheid worden gevestigd?

Antwoord: Een pand- of hypotheekrecht kan worden gevestigd tot zekerheid van alle mogelijke geldvorderingen, ongeacht of deze bestaand of toekomstig zijn, al dan niet onder voorwaarde of tijdsbepaling, en ook indien zij niet op de zekerheidsgever zelf rusten.

Vraag: Wat is het verschil tussen vestiging van een pandrecht voor een toekomstige vordering en verpanding bij voorbaat van een toekomstige vordering?

Antwoord: Bij vestiging van een pandrecht voor een toekomstige vordering ontstaat het pandrecht onmiddellijk. Bij verpanding bij voorbaat van een toekomstige vordering ontstaat het pandrecht pas op het moment dat de vordering tot stand komt, mits de pandgever dan beschikkingsbevoegd is

Vraag: Wat is het verschil in situatie tussen vestiging van een pandrecht voor een toekomstige vordering en verpanding bij voorbaat van een toekomstige vordering?

Antwoord: Bij vestiging van een pandrecht voor een toekomstige vordering bestaat het onderpand al, maar de schuld waarvoor zekerheid wordt gegeven kan nog ontstaan. Bij verpanding bij voorbaat van een toekomstige vordering bestaat het onderpand nog niet; de pandgever verwacht later een vordering te verkrijgen die dan onder het pandrecht zal vallen.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Vraag: Welke beperking geldt voor stille verpanding van toekomstige vorderingen?

Antwoord: Bij stille verpanding kunnen alleen relatief toekomstige vorderingen worden verpand, dat wil zeggen vorderingen die voortvloeien uit een reeds bestaande rechtsverhouding (art. 3:239 lid 1 BW).

Vraag: Welke eisen stelt de wet aan toekomstige vorderingen die worden verpand?

Antwoord: De toekomstige vordering moet voldoende bepaalbaar zijn (art. 3:231 lid 2 BW), zodat bij executie kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat. Daarnaast moet de pandakte de te verpanden vordering voldoende bepalen volgens de eisen voor overdracht van goederen (art. 3:84 lid 2 jo. 3:98 BW).

Vraag: Welke eisen stelt de wet aan de omschrijving van de te verzekeren vordering bij hypotheek?

Antwoord: De hypotheekakte moet de te verzekeren vordering of de feiten waardoor deze bepaalbaar is vermelden, evenals het bedrag of maximumbedrag waarvoor de hypotheek wordt verleend (art. 3:260 BW).

Vraag: Hoe wordt bepaald welke vorderingen onder een pandrecht vallen wanneer de pandakte onduidelijk is?

Antwoord: Voor pand bestaat geen specifieke wettelijke regeling zoals bij hypotheek. Bij onduidelijkheid komt het aan op uitleg van de onderliggende rechtsverhouding volgens de Haviltex-maatstaf.

Flashcard 3
Vraag: Wat is een boekenclausule in de bancaire praktijk en wat is de betekenis daarvan?

Antwoord: Een boekenclausule bepaalt dat de administratie van de bank beslissend is voor de vaststelling van de vordering, behoudens tegenbewijs. Bij betwisting moet de bank wel aantonen dat haar opgave overeenstemt met haar administratie.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo