Asser/Sieburgh 6-III 2022/541-560 - Kwalitatieve verplichting - Notariële akte en inschrijving in openbare registers

6 belangrijke vragen over Asser/Sieburgh 6-III 2022/541-560 - Kwalitatieve verplichting - Notariële akte en inschrijving in openbare registers

Vraag: Voor de werking van een beding waarbij een kwalitatieve verplichting wordt gevestigd tegenover derden is vereist dat een notariële akte wordt opgemaakt en ingeschreven in de openbare registers (art. 6:252 lid 2 BW). Wat houdt deze eis nader in en wat is het rechtsgevolg daarvan?

Antwoord: De eis houdt in dat de overeenkomst waarin de kwalitatieve verplichting is opgenomen in een notariële akte moet worden vastgelegd en vervolgens moet worden ingeschreven in de openbare registers, waarbij de schuldenaar in de akte woonplaats in Nederland kiest. Deze vormvereisten zijn niet nodig voor de geldigheid van het beding tussen partijen, dat vormloos tot stand kan komen (art. 3:37 BW), maar zijn vereist om het beding werking te laten hebben tegenover derden. Dit onderscheidt de kwalitatieve verplichting van de erfdienstbaarheid, die ook tussen partijen pas door inschrijving ontstaat.

Vraag: Hoe wordt de werking van een kwalitatieve verplichting tegenover derden beperkt volgens art. 6:252 lid 3 BW

Antwoord: Ook na inschrijving heeft een kwalitatieve verplichting geen werking tegenover derden die hun recht of gebruiksrecht op het goed reeds vóór de inschrijving onder bijzondere titel hebben verkregen. Evenmin werkt het beding tegenover een beslaglegger indien het beslag is gelegd vóór de inschrijving. Daarnaast werkt het beding niet tegenover personen die hun recht hebben verkregen van iemand die zelf op grond van deze regels niet aan de verplichting was gebonden. De derdenwerking is dus beperkt tot rechten die zijn verkregen ná inschrijving door een gebonden rechtsvoorganger.

Vraag: Tegen welke personen heeft een kwalitatieve verplichting geen werking op grond van art. 6:252 BW jo. art. 6:251 lid 3 BW?

Antwoord: Een kwalitatieve verplichting heeft geen werking tegenover personen die vóór inschrijving onder bijzondere titel een recht op het registergoed of een beperkt recht daarop hebben verkregen, tegenover persoonlijke gebruiksgerechtigden zoals huurders, en tegenover schuldeisers die vóór inschrijving beslag hebben gelegd op het goed of een daarop rustend recht. Evenmin werkt het beding tegenover personen die hun recht hebben afgeleid van iemand die zelf niet gebonden was.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Vraag: Wanneer kan een kwalitatieve verplichting op grond van art. 6:252 BW worden tegengeworpen aan rechtsopvolgers onder bijzondere titel, persoonlijke gebruiksgerechtigden en beslagleggers?

Antwoord: Een kwalitatieve verplichting kan aan rechtsopvolgers onder bijzondere titel, persoonlijke gebruiksgerechtigden (zoals huurders en pachters) en beslagleggers worden tegengeworpen indien het beding vóór de verkrijging van hun recht of vóór de inschrijving van het proces-verbaal van inbeslagneming in de openbare registers is ingeschreven.

Vraag: Hoe verhoudt de derdenwerking van art. 6:252 BW zich tot het stelsel van art. 3:17 en 3:24 BW, en wat is het belangrijkste verschil?

Antwoord: Het stelsel van art. 6:252 BW sluit in hoofdlijnen aan bij art. 3:17 en 3:24 BW, maar verschilt doordat bij art. 6:252 BW een derde niet gebonden raakt aan een niet-ingeschreven beding enkel op grond van zijn kennis daarvan. Gebondenheid vereist inschrijving; louter obligatoire werking zonder inschrijving kan niet tegen derden worden ingeroepen.

Vraag: Welke bijzondere regels gelden voor aansprakelijkheid van de verkoper, faillissement en overgangsrecht bij kwalitatieve verplichtingen?

Antwoord: Indien een koper door art. 3:17 BW of art. 6:252 BW wordt gebonden aan een recht of kwalitatieve verplichting die bij koop nog niet was ingeschreven, is de verkoper aansprakelijk ongeacht exoneraties (art. 7:15 lid 2 BW). De faillissementscurator is slechts gebonden indien het beding vóór de faillietverklaring was ingeschreven (art. 35a Fw). Derdenwerking komt alleen toe aan bedingen die na 1 januari 1992 zijn ingeschreven (art. 192 Overgangswet NBW).

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo