Onoverdraagbaarheid vorderingsrechten - Uitleg verbod tot overdracht

6 belangrijke vragen over Onoverdraagbaarheid vorderingsrechten - Uitleg verbod tot overdracht

Vraag: Wanneer heeft een contractueel overdrachtsverbod goederenrechtelijke werking?

Antwoord: Volgens HR Coface/Intergamma hangt dit af van de uitleg van het beding. Uitgangspunt is dat een overdrachtsverbod alleen verbintenisrechtelijke werking heeft. Alleen wanneer uit de objectief uitgelegde formulering blijkt dat partijen goederenrechtelijke onoverdraagbaarheid in de zin van art. 3:83 lid 2 BW hebben beoogd, is de vordering daadwerkelijk onoverdraagbaar.

Vraag: Waarom kan een schuldenaar belang hebben bij een beding dat overdracht of verpanding van een vordering uitsluit?

Antwoord: De schuldenaar kan willen voorkomen dat een mogelijkheid tot verrekening verloren gaat door cessie (art. 6:130 BW). Ook kan overdracht van een vordering, bijvoorbeeld uit een levensverzekering of uit een rekening-courantverhouding, de positie van een financier ondergraven. Daarom wordt de overdraagbaarheid of verpandbaarheid van zulke vorderingen soms contractueel uitgesloten.

Vraag: Wat besliste de Hoge Raad in het arrest Oryx/Van Eesteren over verpanding bij een overdrachtsverbod?

Antwoord: De Hoge Raad oordeelde dat een contractueel overdrachtsverbod op grond van art. 3:83 lid 2 BW, in samenhang met art. 3:98 BW, ook de mogelijkheid tot verpanding van de vordering kan uitsluiten.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Vraag: Wat zijn de gevolgen wanneer een contractueel overdrachtsverbod goederenrechtelijke werking heeft?

Antwoord: Dan is overdracht of verpanding van de vordering ongeldig, omdat de vordering zelf niet overdraagbaar is. De ongeldigheid berust niet op beschikkingsonbevoegdheid van de schuldeiser maar op een eigenschap van de vordering. Daarom kan geen beroep worden gedaan op derdenbescherming van art. 3:88 BW (HR Oryx/Van Eesteren)

Vraag: In vervolg op Oryx/Van Eesteren: kan een verkrijger toch bescherming krijgen wanneer een vordering door een beding goederenrechtelijk onoverdraagbaar is?

Antwoord: In beginsel niet via art. 3:88 BW, omdat de ongeldigheid berust op de niet-overdraagbaarheid van de vordering zelf. Wel kan onder omstandigheden bescherming worden ontleend aan art. 3:36 BW wanneer de schuldenaar door zijn gedrag bij de verkrijger het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat de vordering overdraagbaar was. LET OP ENKEL DE EERSTE VERKOPER ZIJN VERKLARING

Vraag: Sluit een contractueel beding van niet-overdraagbaarheid ook verpanding van de vordering uit?

Antwoord: In beginsel wel. Uit art. 3:228 BW volgt dat een beding van niet-overdraagbaarheid ook de vestiging van een pandrecht uitsluit. Partijen kunnen echter afspreken dat de vordering niet overdraagbaar maar wel verpandbaar is. Of verpanding is uitgesloten moet daarom door uitleg van het beding worden vastgesteld.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo