Samenvatting: Inleiding Recht | 9789013153897 | P B Cliteur, et al

Samenvatting: Inleiding Recht | 9789013153897 | P B Cliteur, et al Afbeelding van boekomslag
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Inleiding recht | 9789013153897 | P. B. Cliteur; Afshin Ellian

  • 1 Terreinverkenning

    Dit is een preview. Er zijn 11 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat is een andere kortere definitie over het doel van het recht?

    Het recht heeft tot doel een zekere ordening in de maatschappij aan te brengen

    OF

    Het recht probeert tot een harmonieuze afweging van de belangen van mensen in de maatschappij te komen
  • Wat zijn de verschillen tussen moraal en recht?

    1. Recht richt zich niet op de intentie, maar op het feitelijk handelen (het uiterlijke gedrag van mensen)
    2. Op het overtreden van het recht staat een sanctie. Op het overtreden van de moraal niet
    3. Recht kent een bijna letterlijke vorm van dwan
  • Wat is het verschil tussen recht als dwangordening en als spontane ordening wat bereft de vraag wat de oorsprong van het recht is?

    Spontane ordening: privaat recht: centrum is maatschappelijke werkelijkheid, oorsprong in wisselwerking tussen mensen = interactiebenadering

    Dwangordening: oorsprong in de dwang die wordt uitgeoefend door een superieur ten opzichte van iemand die aan die dwang is onderworpen.
  • Wat is een nuancering op het idee dat wettenrecht zekerheid geeft?

    Niet voor elke concrete situatie is een wet. De algemeenheid van wetten brengt met zich mee dat soms lastig is te voorzien hoe een zaak beslist wordt.
  • Wat is de kritiek op het legisme?

    1. De wet is niet altijd duidelijk, dus interpretatie noodzakelijk
    2. De wet vertoont leemtes die de rechter moet opvullen, dus rechter moet recht scheppen. 
    3. Verder hebben rechtsbeginselen ook een grote betekenis, die zijn lang niet altijd te vinden in het geschreven recht (hoor en wederhoor, geen aansprakelijkheid zonder schuld)


    Legisme steunt op empirisme en positivisme
  • Wat is ubi societas, ibi ius?

    Uit de vaste gedragspatronen van mensen ontstaat de gewoonte en uit de gewoonte ontstaat het recht
  • Wat zijn de drie verschillen tussen rechtspraak en de wet?

    1. Wetten gaan om algemene voorschriften, de rechter velt concrete oordelen
    2. wetten beogen situatief vooraf te reguleren, bij een rechterlijk vonnis gaat het om een regulering achteraf.
    3. Een rechterlijke uitspraak bindt alleen de procederende partijen, een oplossing voor een concreet geval, maar geen algemeen geldende regeling, Dat is zelf verboden. Art. 12 wet algemene bepalingen. 
  • Welke twee dimensies kent het rechterlijke oordeel?

    1. De beslissing voor het concrete geval
    2. de betekenis die aan deze beslissing wordt: jurisprudentie     


    Vaste jurisprudentie gaat tot de rechtsgewoonte behoren; op grond van het gelijkheidsbeginsel en de eis van rechtszekerheid. 
  • Waarom was het gezag van de rechtspraak vroeger groter dan tegenwoordig?

    Door de trias-leer van montesquieu. Voor de Franse Revolutie konden rechters wel algemene regels uitvaardigen.
  • Welk beginsel is van belang voor common law ofwel rechtersrecht?

    Het stare decisis-beginsel. Het beginsel dat men bij gedane uitspraken moet blijven.

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart