Samenvatting: Hoofdstukken Vermogensrecht | 9789013140828

Samenvatting: Hoofdstukken Vermogensrecht | 9789013140828 Afbeelding van boekomslag
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Hoofdstukken vermogensrecht | 9789013140828

  • 1 Vermogenrechten

    Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Het vermogensrecht wordt onderscheiden in 2 soorten rechten, welke zijn dit?

    • Goederenrechtelijke rechten: Schetsen de verhouding tussen mens en goed, zijn absoluut en exclusief en als het op een zaak rust ook zakelijke rechten
    • Persoonlijke/vorderingsrechten: Zien op de verhouding van mens tot mens en zijn relatief
  • Wat zijn kenmerken van goederenrechtelijke rechten?

    • Het recht berust op een zaak of op een vermogensrecht
    • Het is absoluut en exclusief
      • Iemand mag rechthebbende dus niet storen in het gebruik van haar recht
      • Het kent zaaksgevolg
    • Beperkte rechten beperken beschikkingsbevoegdheid
      • Als goed wordt overgedragen blijft beperkte recht erop rusten
      • Eerdere beperkte recht Gaat voor het latere
      • Beperkt recht ondervindt geen nadeel van later faillisement
  • Wat houdt het gesloten systeem van het goederenrecht in?

    • Partijen zijn gebonden aan de in de wet genoemde goederenrechten
    • De inhoud van een goederenrecht mag door partijen niet vrijelijk worden bepaald
  • 1.1 Inleiding

    Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Het burgerlijkrecht maakt een splitsing tussen twee onderdelen welke?

    Het persoon en familierecht aan de ene kant en het vermogensrecht aan de andere kant.
  • Het burgerlijk recht omvat twee onderdelen welke zijn dit?

    1. Het personen en familie recht
    2. Het vermogensrecht. Regels die betrekking hebben op subjectieve vermogensrechten. Voorbeeld: eigendom van een fiets of een vorderingsrecht
  • 1.2 Eigendom en vorderingsrecht

    Dit is een preview. Er zijn 7 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat zijn de positieve en negatieve bevoegdheden van een eigenaar en hoe worden deze beperkt?

    • Positieve bevoegdheden: eigenaar is bevoegd tot gebruik, genot en beschikking
    • Negatieve bevoegdheid: eigenaar behoeft niet te dulden dat een ander handelingen verricht met/op zijn goed

    Wordt beperkt door:
    • Aan andere verleende rechten:
      • Beperkte rechten
      • Persoonlijke rechten (huur)
    • Wettelijke voorschriften, zowel formeel als materieel:
      • Vereisten voor lagere wetgevers voor beperking:
        • moet wet in materiële zin zijn
        • niet geheel het genot ontnemen
        • niet een door een wet toegekende bevoegdheid ontnemen
        • beschikkingsbevoegdheid niet beperken
    • Regels van het ongeschreven recht
  • Hoe kan eigendom worden verkregen en verloren?

    Verkregen: (relatief)
    • Op wijze die voor alle goederen gelden (erfopvolging, overdracht)
    • Op speciaal voor eigendom geldende wijze. (verkrijging onder bijzondere titel)

    Verloren: (absoluut)
    • Doordat een ander de eigendom verwerft
    • Doordat het eigendomsrecht verdwijnt:
      • Tenietgaan zaak
      • Zaak wordt bestanddeel andere zaak
      • Er wordt afstand gedaan van het eigendom
      • Verlies van eigendom van dieren 
  • Wat is toe-eigening en wat zijn de vereisten 5;4?

    Wanneer je een aan niemand toebehorende roerende zaak in bezit neemt, verkrijg je daarvan eigendom. Vereisten:
    • roerende zaak die aan niemand toebehoort
      • heeft nooit eigenaar gehad
      • zaken waarvan eigenaar bezit heeft prijsgegeven om zich ervan te ontdoen
    • inbezitneming, de feitelijke macht over de zaak te verschaffen
  • Wat is natrekking en wat zijn de vereisten? 5;3

    Wanneer een zaak bestanddeel wordt van een andere zaak, verkrijgt de eigenaar van die andere zaak de eigendom van het bestanddeel. Vereisten:
    • Twee of meer zaken
    • Toebehorend aan verschillende eigenaars
    • Een van de zaken kan als hoofdzaak worden aangemerkt
    • Een andere zaak wordt bestanddeel van de hoofdzaak
    Het geschiedt onafhankelijk van de wil van de verkrijger of verliezer
  • Wat is samensmelting en zaakvorming 5;14 en 5;16? Wat is het gevolg?

    • Samensmelting: 2 of meer zaken waarvan er geen als hoofdzaak kan worden aangewezen worden verenigd tot een nieuwe zaak
    • Zaakvorming: nieuwe ontstane zaak ontleent haar waarde in grote mate aan haar door menselijke arbeid ontstane nieuwe vorm

    Gevolg:
    • alle zaken behoorden tot zelfde eigenaar dan is hij ook eigenaar nieuwe zaak
    • zaken behoorden tot verschillende eigenaars, zij worden mede-eigenaars van de nieuwe zaak

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart