Samenvatting: Inleiding Strafrecht
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van inleiding strafrecht
-
1 inleiding
Dit is een preview. Er zijn 7 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
Laat hier meer flashcards zien -
Wanneer mag het recht op privacy (art. 8 EVRM) worden beperkt bij toepassing van dwangmiddelen?
Art. 8 EVRM beschermt het recht op privacy (privé-, gezinsleven, woning, correspondentie). Inbreuk is toegestaan als aan drie voorwaarden is voldaan:- Wettelijke basis (law):
- Er moet een wet zijn (formele of materiële zin).
- Wet moet voorzienbaar en toegankelijk zijn.
- Er moet een wet zijn (formele of materiële zin).
- Legitiem doel (aim): Inbreuk moet dienen ter bescherming van bijv. nationale veiligheid of openbare orde.
- Noodzaak (necessity): Inbreuk moet noodzakelijk zijn in een democratische samenleving.
- Wettelijke basis (law):
-
Welke processuele rechten volgen uit art. 6 EVRM bij een criminal charge?
Art. 6 EVRM garandeert o.a. de volgende rechten:- Redelijke termijn (lid 1):
- Eerste aanleg: uitspraak binnen 2 jaar na vervolging.
- Hoger beroep: binnen 2 jaar na instellen.
- Cassatie: stukken binnen 8 maanden bij Hoge Raad.
- Eerste aanleg: uitspraak binnen 2 jaar na vervolging.
- Nemo tenetur (Saunders): Recht om zichzelf niet te belasten.
- Onafhankelijke & onpartijdige rechter (lid 1).
- Onschuldpresumptie: Schuld pas na rechterlijke vaststelling.
- Informatie over beschuldiging (lid 3a): Verdachte moet weten waarvoor hij vervolgd wordt.
- Recht op verdediging en rechtsbijstand (lid 3b-c): Inclusief effectief recht op advocaat.
- Getuigenverhoor (lid 3d): Recht op ondervraging, maar verzoeken mogen worden afgewezen.
- Redelijke termijn (lid 1):
-
Wat houdt art. 6 EVRM in en wanneer is sprake van een ‘criminal charge’?
Art. 6 EVRM garandeert een eerlijk proces voor iedereen tegen wie een criminal charge is ingediend.
Het begrip ‘criminal charge’ is ruimer dan ‘vervolging’ in NL recht. Het EHRM kijkt naar:- Is het volgens nationaal recht strafrecht? → Dan per definitie een criminal charge.
- Zo niet, dan let het EHRM op:
- De aard van het feit, en
- De zwaarte/soort van de sanctie.
- De aard van het feit, en
- Is het volgens nationaal recht strafrecht? → Dan per definitie een criminal charge.
-
Wat zijn de belangrijkste rechten die in het EVRM gegarandeerd worden?
- Het recht op leven (art. 2 EVRM);
- Het verbod van foltering (art. 3 EVRM);
- Het recht op veiligheid en vrijheid (art. 5 EVRM);
- Het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM);
- Het legaliteitsbeginsel (art. 7 EVRM);
- Het recht op privacy (art. 8 EVRM);
- De vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst (art. 9 EVRM); en
- De vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM).
-
Wat zijn belangrijke verdragen voor Nederland met betrekking tot mensenrechten?
- Europees verdrag van de rechten van de mens (EVRM)
- Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR)
- Europees sociaal handvest (ESH)
- Internationaal verdrag inzake economische en sociale rechten (IVESCR)
- Europees verdrag van de rechten van de mens (EVRM)
-
Wat houdt causaliteit in het strafrecht in en welke theorieën zijn van belang?
Causaliteit (oorzaak-gevolg) is cruciaal bij materiële en gekwalificeerde delicten. Een causaal verband kan complex zijn (causale keten). Vier theorieën:- Conditio sine qua non: Elke onmisbare schakel is oorzaak → te ruim en onpraktisch.
- Causa-proximaleer: Laatste schakel voor het gevolg is oorzaak → problematisch bij lange ketens.
- Voorzienbaarheidsleer: Gevolg moet redelijkerwijs voorzienbaar zijn → faalt bij toevalsfactoren.
- Redelijke toerekening (geldend recht): Vraag is of gevolg in redelijkheid aan de gedraging kan worden toegerekend. Casuïstisch, bepaald door omstandigheden (zie Letale longembolie-arrest).
- Conditio sine qua non: Elke onmisbare schakel is oorzaak → te ruim en onpraktisch.
-
Wat zijn gekwalificeerde en geprivilegieerde delicten?
- Gekwalificeerd delict: delicten die wegens de omstandigheden of de gevolgen, een zwaardere straf opleveren
- geprivilegieerd delict: delicten die wegens bijzondere omstandigheden juist een minder hoge straf opleveren (kinderdoodslag door moeder)
- Gekwalificeerd delict: delicten die wegens de omstandigheden of de gevolgen, een zwaardere straf opleveren
-
Wat zijn commissie en omissie delicten?
- Commissiedelict: (een ‘doen’): een delict waar je jezelf schuldig aan maakt als je doet wat in de delictsomschrijving staat.
- omissiedelict: (een ‘niet doen’): een delict waar je jezelf schuldig aan maakt als je juist niet doet wat je moet doen.
- Commissiedelict: (een ‘doen’): een delict waar je jezelf schuldig aan maakt als je doet wat in de delictsomschrijving staat.
-
Wat is het verschil tussen formele en materiële delicten?
- Materieel omschreven delict: niet de handeling, maar het resultaat is van belang
- formeel omschreven delict: hierin wordt een uitgesproken, vrij scherp getypeerde handeling strafbaar gesteld.
- Materieel omschreven delict: niet de handeling, maar het resultaat is van belang
-
Welke interpretatiemethoden hanteert de rechter bij open normen in het strafrecht?
Bij open termen moet de rechter interpreteren. Dit mag, zolang hij zijn bevoegdheden niet overschrijdt. De vier hoofdmethoden zijn:- Grammaticaal: Uitleg volgens de letterlijke tekst.
- Wetshistorisch: Uitleg op basis van de bedoeling van de wetgever, met gebruik van parlementaire geschiedenis.
- Wetssystematisch: Uitleg in samenhang met het systeem van de wet waar de bepaling onderdeel van is.
- Teleologisch: Uitleg op basis van het doel of de strekking van de bepaling, afgestemd op huidige opvattingen.
- Grammaticaal: Uitleg volgens de letterlijke tekst.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















