Ivb (501-505)

34 belangrijke vragen over Ivb (501-505)

Nr 501 Betalingstermijnen

Betaling is de meest voorkomende wijze van tenietgaan van de belastingschuld. Welke vormen zijn er nog meer?

Kwijtschelding (H8 boek)
Verrekening, (nr 506-507 boek)

Is een belastingschuld direct invorderbaar nádat een aanslagbiljet verstuurd is?

Nee in het algemeen niet. De betalingstermijnen vind je in 9 en 10 INV.

Let op: de Atw is niet van toepassing op deze termijnen.
>Dat betekent dat betalingstermijnen die eindigen in het weekend, niet verlengd worden naar de daaropvolgende maandag.

Wat is de algemene betalingstermijn en waar staat dit in de wet?

De algemene betalingstermijn is 6 weken. Art. 9 lid 1 INV. Sluit aan bij 4:87 Awb.

Let op: het gaat voor de invordering om 'na de dagtekening van het aanslagbiljet' voor wat betreft het moment waarop de termijn voor de invordering van belastingen aanvangt.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Geef de betaaltemijnen voor navorderings- en naheffingsaanslagen

9 lid 2 INV.
Navorderingsaanslagen: 1 maand
Naheffingsaanslagen: 14 dagen

Wat voor beginsel ligt ten grondslag aan art. 9 lid 5 IB en wat houdt dat beginsel in?

Het pay as you go beginsel. Volgens dit beginsel dient betaling van een belasting die over een tijdvak wordt geheven en reeds gedurende dat tijdvak moet worden voldaan, gespreid over dat tijdvak plaats te vinden.
Als regel geldt dat die inkomsten - en de winst - gedurende de loop van dat tijdvak opkomen.

Voor de IB en de VPB aanslagen geldt dat deze in evenveel termijnen mogen worden betaald als er NA de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog hele maanden in het belastingjaar resteren.

Wat als dit principe NIET leidt tot meer dan één termijn?

Dan geldt de algemene regel: de algemene betalingstermijn van 6 weken van 9 lid 1. Dit is geregeld in 9 lid 5, volzin 3 INV.

Waar is een versoepeling opgenomen voor de enige of laatste betalingstermijn bij VA's?

In 9.1 LI.

In art. 9 lid 6 en 7 INV vind je de voorlopige teruggaaf.

Voorbeeld, geef antwoord: een voorlopige teruggaaf gedagtekend 16 januari 2024 wordt dus in ... Gelijke termijnen uitbetaald.

Wat is de eerste en wat is de laatste termijn?

In 12 gelijke termijnen. [MET INGEBRIP VAN!!]

Eerste termijn: 31 januari 2024
Laatste termijn: 31 december 2024

Wat als het maandelijkse termijnbedrag niet groter is dan 49,-?

Dan ga je naar 9.3 LI: het totale bedrag wordt dan uit doelmatigheidsoverwegingen in één keer uitbetaald.

Welke termijn geldt voor 9 lid 9 INV (maandaangifte douanerecht)?

15 dagen

Welke termijn geldt voor boetebeschikkingen die in verband staan met een bepaalde belastingaanslag en gelijktijdig met die belastingaanslag zijn vastgesteld?

De algemene betalingstermijn van 6 weken.

Stel, ik heb vrees voor verduistering goederen. Wat geldt dan voor de belastingaanslag en invorderbaarheid?

Dat deze terstond invorderbaar is, én voor het geheel. Art. 10 INV.

In de SW is een bepaling opgenomen die de mogelijkheid biedt om erfbelasting 'te betalen' met voorwerpen uit de nalatenschap met een nationaal cultuurhistorisch of kunsthistorisch belang. Welk artikel?

67 lid 3 SW. Uitgewerkt in H2 UB SW.

Hoe is ^ voorgaande regeling vormgegeven? Leg ook uit hoe dit uitwerkt

Vormgegeven als een kwijtschelding van erfbelasting onder voorwaarde van overdracht van de voorwerpen aan de Staat.

Bedrag kwijtschelding beloopt 120% vd waarde vd overgedragen voorwerpen. (Niet meer dan het verschuldigde recht)

Wat houdt 'invorderen van rijksbelasting' ex 2 lid 2 onderdeel e INV óók in?

Een terug te geven bedrag aan rijksbelastingen.

Zie ook 9.6 LI: Ontvanger moet zich beleidsmatig houden aan betalingstermijnen voor bs van  INV, bij gebreke waarvan hij in verzuim is.

Nr 502 Tijdstip van betaling

Belastingschuld is een brengschuld. Wat houdt dat in?

Dat betaling moet geschieden ter woonplaats van de crediteur.

De gangbare betalingswijze is girale betaling door middel van elektronisch bankieren. Wat voor recht heeft de betaler als het gaat om contante betaling?

Het recht op een kwitantie. Art. 4:90 lid 2 Awb.

Het bepalen van het tijdstip van betaling kan problemen opleveren bij girale betaling.

Voor welke 3 vragen is het precieze tijdstip van belang?

1. Of terecht een bestuurlijke boete wegens te late betaling is opgelegd o.g.v. 67c AWR (verzuimboete)
2. Of en tot welk bedrag invorderingsrente verschuldigd is
3. Of en tot welk bedrag kosten van dwanginvordering verschuldigd zijn, de zogeheten vervolgingskosten

Wat geldt als tijdstip van betaling?

7.1 LI geeft daar antwoord op (bijschrijving rekening Bdienst; resp eerste werkdag volgend op de dag van storting)

Nr 503

Op grond van art 7a INV betaalt de Ontvanger alleen nog maar giraal.
In art. 4:89 en 4:90 Awb zijn hiertoe regels opgenomen.

Wat als de BD betaalt aan een bs, maar geen bankrekeningnummer bekend is?

Dan bepaalt art. 7a lid 2 INV dat de Ontvanger het recht heeft om te betalen op een bankrekening die op naam van de bs staat.

Zie ook nog lid 3.

Wat bepaalt art. 7a lid 3 LI (beleidsmatig)?

Als uitbetaling van een te betalen bedrag plaatsvindt op een andere rekening van de bs dan die daarvoor door hem is aangewezen, dan moet de Ontvanger in beginsel opnieuw uitbetalen.

Vul aan: Indien en voor zover aan de daartoe gestelde voorwaarden van art. 6:212 BW wordt voldaan...

Zal de Ontvanger het aldus te veel betaalde bedrag terugvorderen uit ongerechtvaardigde verrijking.

Nr. 504 Toerekening van betalingen

Hoe geschiedt o.g.v. 7 lid 1 INV de toerekening van betalingen?

Achtereenvolgens: kosten, rente, belastingaanslag.

GEEN beslisruimte voor ontvanger (ogv toets formeel!)

Wat is het gevolg ( en waar kijk je in de wet/leidraad ) als sprake is van een belastingaanslag en een in verband met die aanslag vastgestelde bestuurlijke boete voor de toerekening van betalingen?

De toerekening van betalingen zal dan uitsluitend plaatsvinden aan de belasting als voor de betaling van de bestuurlijke boete uitstel van betaling is verleend in verband met een ingediend bezwaarschrift of beroepschrift.

(Dus NIET naar evenredigheid aan de belasting en aan de bestuurlijke boete). 

Zie hiervoor art. 7.6 LI

De toerekeningsregel van 7.6 LI (en p 106 boek) is vooral van belang voor de aansprakelijke.

Hoezo?

Deze zal in beginsel niet aansprakelijk zijn voor de boete.

Zijn aansprakelijkheid kan zich wél uitstrekken tot een bestuurlijke boete indien de Ontvanger bewijst dat het belopen daarvan (mede) aan hem kan worden verweten. Zie art. 32 lid 2 INV.

Hoe wordt de volgende betaling afgeboekt: een betaling waarvan de bestemming is aangegeven, dus de betaler geeft aan welke aanslag hij betaalt?

Overeenkomstig de bedoeling van de betaler. (7 lid 2 INV, 6:43 BW)

Wat heeft de HR (2 dingen) geoordeeld omtrent art. 7 lid 2 INV?

1. De toerekeningsregel is dwingend Zie ook 7.2 LI
2. Er is geen mogelijkheid van bezwaar en beroep als de Ontvanger in afwijking van de wens van bs een betaling niet volledig als invorderingsrente afboekt.

Wat gebeurt er als de betaling is gedaan zonder aangegeven bestemming (de ongerichte betaling)?

Dan wordt de betaling afgeboekt op de oudste openstaande belastingaanslagen conform 7.2 LI.

Wat kan worden voorkomen, door een bestemming voor/van de betaling aan te geven?

Dan kan worden voorkomen dat de Ontvanger ervoor kiest de betaling af te boeken op een nog openstaande aanslag waarvan inmiddels het recht tot dwanginvordering verjaard is.

Voor welke schulden geldt het bodembeslag (nr 1404)?

Alleen voor zakelijke belastingschulden

Nr 505 (geen) schorsing van de betalingsplicht

Waar is dit uitdrukkelijk bepaald?

Waar kan wél sprake van zijn?

Art. 9 lid 12 INV

Wel sprake kan zijn van uitstel van betaling ogv 25 INV. (25.2 LI).

Er is een bijzonder geval, waarin de Staatssecretaris heeft bepaald op deze beleidsmatige hoofdregel géén uitstel van betaling wordt verleend.

Welk geval?

Dat is als exploitanten van kansspelautomaten bezwaar maken tegen een naheffingsaanslag kansspelbelasting of omzetbelasting.

De belastingvordering is hoog bevoorrecht. Dus de betalingsverplichting wordt evenmin opgeschorst door surseance. (232 ten 1e Fw).
Wat kan de Ontvanger wél?

25.4.4. LI: Tijdens surseance aan de bewindvoerder op diens verzoek uitstel van betaling verlenen van de - VOOR aanvang van surseance daterende oude - fiscale verplichtingen, onder de voorwaarde dat de nieuw opkomende fiscale verplichtingen stipt worden voldaan.

Hoe zit het tijdens de afkoelingsperiode tijdens surseance, wat kan en mag de Ontvanger wel/niet?

241a Fw

-Ontvanger kan wel beslag leggen
-Ontvanger heeft géén bevoegdheid tot verhaal

O.g.v. 63a Fw geldt een soortgelijke regeling in faillissement. Nr 1311 en 1408.
Sprake van WHOA traject? Zie nr 801 en 1307 en p107 boek.      

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo