Beslag onroerende zaken - hXIV, - nr. 284 + XIV, - nr

22 belangrijke vragen over Beslag onroerende zaken - hXIV, - nr. 284 + XIV, - nr

Nr. 284 Executoriaal beslag op OZ; algemeen

Art. 502 - 558 Rv hebben betrekking op executie OZ.
Wat geldt voor executie van een beperkt recht op aandeel in een OZ?

Dat die artikelen van overeenkomstige toepassing zijn daarop, zie art. 437 Rv.

BELANGRIJK MBT BESLAG ONROERENDE ZAKEN

-Op een OZ kan executoriaal beslag worden gelegd tot verhaal van een geldvordering of een in geld bepaalbare vordering, art. 504a Rv
-Na het bevel van art. 502 Rv wordt beslag gelegd bij proces-verbaal van deurwaarder, dat de in art. 504 Rv genoemde vermeldingen moet inhouden+in de openbare registers moet worden ingeschreven
-Als dit niet wordt ingeschreven, is het beslag NIETIG!!!!!!!!!!!!
-Het moet binnen 3 dagen na inschrijving aan de geëxecuteerde worden betekend, art. 505 lid 1 Rv.

Wat geldt voor de opbrengst van de OZ ná inschrijving van het beslag (denk aan vrucht en huurpenningen)?

Dit valt in beginsel ook onder het beslag na voldoening aan de voorwaarden gesteld in art. 507 Rv én behoudens rechten van derden.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Nr. 285 Rechtsgevolgen van beslag op OZ

Belangrijk voor de rechtsgevolgen is art. 505 lid 2 en lid 3 Rv: blokkerende werking.

Wat houdt dit in volgens lid 2?

Een vervreemding, bezwaring, onderbewindstelling, verhuring of verpachting, tot stand gekomen NA DE INSCHRIJVING van het proces-verbaal van beslag, kan NIET tegen de beslaglegger worden ingeroepen (lid 2).

Wat is een belangrijke uitzondering op het voorgaande ^?

Art. 505 lid 2: dit geldt NIET voor verhuur van woonruimte voor de genoemde artikelen in datzelfde lid.

Rechtshandelingen verricht VOOR de inschrijving van het beslag worden door het beslag NIET in hun werking beperkt.

Waar geldt dit NIET voor?

Dit geldt NIET voor overdracht voor van de 'economische eigendom' van de OZ.

Deze staat NIET in de weg aan beslaglegging en verhaal op die zaak voor schulden van de juridische eigenaar.

Op welk bedrag is de hypotheekhouder wel/niet bevoorrecht uit hoofde van zijn hypotheekrecht?

NIET op het in de boedel vallend bedrag.

WEL op hetgeen de zaak méér heeft opgebracht

Art. 7:2 Bw en 7:3 BW zien op 'Vormerkung'. Bescherming koper tegen een daarna ingeschreven beslag etc. (p432 boek).

Valt derdenbeslag onder de koper op de koopsom hier ook onder?

Nee, derdenbeslag onder de koper op de koopsom valt NIET onder de in art. 7:3 lid 3 BW limitatief(!) opgesomde rechtsfeiten die niet tegen de koperkunnen worden ingeroepen.

Om te voorkomen dat schuldeisers van de verkoper de levering van een OZ kunnen frustreren door beslag te leggen onder de koper op de koopsom, regelt art. 475h lid 3 Rv wat?

[Vormerkung 7:2 7:3 BW]

Dat als na inschrijving van de koopovk in de openbare registers derdenbeslag wordt gelegd onder de koper op de koopsom, een in weerwil van het beslag gedane betaling aan de notaris tbv de overdracht van een OZ tegen de beslaglegger kan worden ingeroepen.

Wat is het gevolg als ná een Vormerkung beslag wordt gelegd op de OZ?

Dan komt dat beslag na levering van de zaak te rusten op het deel van de koopprijs dat de notaris tbv de verkoper onder zich houdt (art. 507b Rv)

Nr. 286 Vóór het beslag gevestigde hypotheekrechten

Hoewel art. 3:36 BW van toepassing is indien de beslaglegger op het tijdstip van conservatoir beslaglegging in redelijkheid mocht afgaan op de juistheid van de openbare registers, komt de bescherming van dat artikel te vervallen als ....

Die beslaglegger op het moment van executie weet dat het beslagen goed ttv de beslaglegging in werkelijkheid bezwaard was.

>In dat geval mag de houder van het zekerheidsrecht bij de executieverkoop de OZ vrij van beslag leveren en zich met voorrang boven de beslaglegger op de opbrengst verhalen.

Wat is het toetsmoment voor een beroep door de beslaglegger op art. 3:36 BW?

Deze is gelegen op het moment van de executoriale verkoop en NIET op het moment waarop (c) beslag is gelegd.

Wat moet de beslaglegger doen als er vóór het beslag 1 of meer hypotheekrechten op de zaak gevestigd zijn?

Dan moet hij zijn beslag binnen 4 dagen na de inschrijving daarvan aan alle hypotheekhouders betekenen. Art. 508 Rv.

Voor het betekenen aan de hypotheekhouder(s) art. 508 Rv kun je 2 situaties onderscheiden. Namelijk dat er één of meerdere hypotheekhouders zijn. Wat moet in beide situaties gebeuren?

1 één: Dan is deze hypotheekhouder bevoegd om de executie over te nemen, mits hij dit binnen 14 dagen aanzegt aan de executant ex art. 544 lid 1 en 2 Rv.
2 twee of meer: Dan komt deze ^ bevoegdheid toe aan de hoogst gerankschikte hypotheekhouder die deze aanzegging heeft gedaan.

Verlopen de 14 dagen zónder aanzegging, dan is de beslaglegger bevoegd om de executie voort te zetten. Art. 509 Rv. (Let op: de hypotheekhouders BLIJVEN bevoorrecht op de opbrengst na de executoriale verkoop)

Nr. 287 Executoriale verkoop - rangregeling - verdeling van de opbrengst

Wat moeten andere schuldeisers doen indien ze mee willen delen in de executieopbrengst, wanneer beslag is gelegd op een OZ?

Dan dienen zij eveneens beslag te leggen op de zaak of de koopprijs na executoriale verkoop. Art. 513 en 551 Rv

Wat kunnen derden doen, een eigenaar van zaak bijvoorbeeld, tegen de verkoop?

Deze kunnen zich daartegen verzetten door middel van dagvaarding van executant en geëxecuteerde. Dat kan TOT het tijdstip van de executoriale verkoop.

Dit is een executiegeschil, art. 438 Rv is van toepassing.

Regeling: art. 538-540 Rv  

De executoriale verkoop is geregeld in art. 514 - 529 Rv.

Van bijzonder belang is de bepaling omtrent zuivering, art. 526 Rv jo art. 3:273 BW. Waar vind ik meer informatie (boek)?

Nr. 266

Wat kan de geëxecuteerde na levering, indien deze de zaak nog niet vrijwillig heeft ontruimd?

Op enkel vertoon van het proces-verbaal tot ontruiming noodzaken op de wijze als bepaald in art. 556 en 557 Rv (art. 525 lid 3 Rv).

Waar vind ik regels omtrent de verdeling van de opbrengst van de executie?

Wat als men het niet eens is met de door de notaris voorgestelde verdeling?

Art. 551-553 Rv

Als men het niet eens is, dan kan een rangregeling worden verzocht.

Nr. 288 Parate executie van OZ door de hypotheekhouder

Waar vind ik deze regels?

Art. 3:268-273 BW en art. 544-548 Rv

In art. 546 Rv is bepaald dat vele bepalingen van toepassing zijn mbt executoriale verkoop van OZ: art. 514-529 Rv
BELANGRIJK: de hypotheekhouder heeft bij verzim schuldenaar recht van parate executie op de verbonden zaak. Dit recht komt aan IEDERE hypotheekhouder toe. OOK tijdens faillissement kunnen hypotheekouders recht uitoefenen ALSOF ER GEEN FAILLISSEMENT IS, art. 57 Fw.

Wat vindt plaats nádat de koper de koopprijs in handen van de notaris voldoet?

Daarna vinden de verdeling en uitkering, eventueel na rangregeling, plaats op wijze ex art. 3:270-271 BW en art. 552-553 Rv.

Levering ingevolge de executoriale verkoop brengt zuivering van de hypotheekrechten, beslagen en beperkte rechten met zich mee: art. 3:273 BW 

Nr. 301 Conservatoir verhaalsbeslag op OZ

Met verlof van de vz rechter kan conservatoir beslag worden gelegd op 1 of meer bepaalde onroerende zaken. Zie art. 702, 726 (schakelbepaling) en 505 Rv

Wat geldt voor de beslaglegger die zijn hoofdvordering niet binnen de door de rechter bepaalde termijn heeft ingesteld?

Deze is verplicht de inschrijving van het beslag in de registers te laten doorhalen, op straffe van schadevergoeding. Art. 727 Rv

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo