Inleiding beslag- en executierecht - Hnbp H XIV en excl nr

32 belangrijke vragen over Inleiding beslag- en executierecht - Hnbp H XIV en excl nr

Nr 251 Executie- en beslagrecht intro en opbouw hoofdstuk

Indien de schuldenaar niet vrijwillig voldoet aan het vonnis, dan biedt de wet middelen tot verwezenlijking van de in het vonnis vastgestelde rechten. Hoe worden deze ook wel aangeduid?

Als gedwongen tenuitvoerlegging of executie met dwangmiddelen

Een grosse van een vonnis is een executoriale titel.
Dit geeft de bevoegdheid tot gebruikmaking van bovengenoemde middelen.

Maar wat is de beperking die hierna volgt voor de schuldeiser (ontvanger). Wat mag hij dus niet?

De schuldeiser (Ontvanger) mag niet met dwang of geweld zijn rechten vervolgen. Ook na een vonnis of erkenning door wederpartij is eigenrichting niet toegestaan.

Wat wordt bedoeld met de tenuitvoerlegging of executie?

Dat de schuldeiser met inschakeling van een deurwaarder gebruikmaakt van de in het executierecht beschikbaar gestelde dwangmiddelen.

De schuldeiser heeft ex 6 EVRM recht op een effectieve tenuitvoerlegging.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Zie uitleg over condemnatoire (veroordelende) vonnissen en declaratoire en constistutieve vonnissen op:

P388

Wat regelt het executierecht?

Hoe worden de meeste vormen van executie ingeleid?

Regelt op welke wijze en met welke dwangmiddelen een executoriale titel ten uitvoer kan worden gelegd.

De meeste vormen van executie worden ingeleid met een beslag.
De deurwaarder neemt in opdracht van de schuldeiser aan de schuldenaar toebehorende zaken in beslag.

De herziening van het beslag- en executierecht heeft 3 doelen. Welke?

1. Voorkomen dat een schuldenaar door beslag niet in zijn bestaansminimum kan voorzien;
2. Het beslag- en executierecht efficiënter en eenvoudiger maken
3. Voorkomen dat beslag puur als pressiemiddel wordt gebruikt.

Nr. 252 De wettelijke regeling

Overzicht van de wettelijke bepalingen, waar te vinden:
 

- Nog invoegen

Nr. 253 Executoriale titel

Dwangexecutie kan slechts plaatsvinden op grond van een executoriale titel, hetgeen een bevoegdelijk opgemaakte akte is. Deze akte bevat een daarin vermelde persoon die het recht wordt verschaft om die akte met dwangmiddelen ten uitvoer te leggen.

Noem 6 executoriale titels (niet limitatief)

1. Grossen van vonnissen en beschikkingen 430 lid 1 Rv
2. Grosse van een authentieke akte, ihb van een notariële akte 430 lid 1 Rv
3. Het proces-verbaal van een minnelijke schikking 87 Rv
4. Het arbitraal vonnis, voorzien van het verlof tot tenuitvoerlegging (exequatur) van de voorzieningenrechter va de rb 1062 1075 en 1076 Rv
5. De beslissing van een buitenlandse rechter, waar nodig voorzien van een exequatur
6. En voorts enkele bevelschriften, dwangbevelen of processen-verbaal uit Rv, de Fw, het strafrecht en de INV

Art. 430 Rv is erg van belang voor de tenuitvoerlegging van grossen.

Wanneer kan een grosse ten uitvoer gelegd?

Ná betekening van de grosse aan de partij tegen wie de executie zich zal richten. Zie lid 3 en nr. 54 en 255 boek.

Nr. 254 Bij de executie betrokken partijen

Ook derden kunnen bij executie betrokken zijn - met name bij derdenbeslag (nr 263) of ontruimingen. Een executoriale titel heet, vwb de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging óók werking tegen derden die geen partij waren. Maar wat moet dan in acht worden genomen?

In de regel moet dan een wachttermijn in acht worden genomen, art. 432 Rv

Kunnen derden zich verzetten tegen getroffen executiemaatregelen?

Derdenverzet tegen getroffen executiemaatregelen is mogelijk ogv art 438 lid 6 Rv door zowel de executant als geëxecuteerde te dagvaarden.

Tenuitvoerlegging kan aanleiding geven tot geschillen. Waar kunne deze worden voorgelegd?

Deze kunnen aan de rechtbank of aan de vz rechter van de rechtbank worden voorgelegd.

Deze geschillen worden executiegeschillen genoemd, en de rechter meestal executierechter. Zie nr 261.

Nr. 255 Betekening executoriale titel en van rechtsovergang; aanvang executie

Zodra aan de deurwaarder de executoriale titel ter executie is overhandigd, is hij gemachtigd tot het doen van de gehele executie, art. 434 Rv.

Maar wat is nodig om te kunnen gijzelen?

Dan heeft de deurwaarder een bijzondere volmacht nodig, afgegeven door degene die bij vonnis het recht heeft gekregen zijn wederpartij door lijfsdwang tot nakoming van dat vonnis te noodzaken.

Wat moet er gebeuren vóórdat executie kan plaatsvinden?

De executoriale titel moet worden betekend aan degene die op grond van de executoriale titel een prestatie moet verrichten.

Betekening van de executoriale titel is een voorwaarde en geldigheidsvereiste oor iedere executie in de zin van boek 2 Rv.

Wat is het gevolg als een executoriale titel niet wordt betekend?

Nietigheid van de executie

Wat is het gevolg van niet-naleving van het voorschrift van art. 431a Rv?

Dit leidt slechts tot nietigheid van de op de overgang gevolgde executiehandelingen, indien het door dit artikel beschermde belang daadwerkelijk wordt geschaad.

Nr. 256 Soorten executie (i) directe en indirecte executie

Wat is het verschil?

Met directe middelen wordt hetzelfde resultaat bereikt als wanneer de veroordeelde zelf zou hebben gepresteerd.

De indirecte middelen vormen een zodanige prikkel voor de veroordeelde, dat hij in de meeste gevallen wel zal presteren.

Nr. 257 Soorten executie (ii) reële executie, verhaalsexecutie en parate executie

Wat wordt bedoeld met reële executie?

Een tenuitvoerlegging die leidt tot een resultaat dat geheel gelijk is aan dat waartoe vrijwillige nakoming zou hebben geleid

Dus langs de weg van executie verkrijgt de gerechtigde de prestate, of treedt de feitelijke en/of rechtstoestand in die hem uit kracht vh vonnis/andere executoriale titel toekomt.

Wat moet je dan verstaan onder een verschuldigde prestatie bijvoorbeeld ^?

Betaling geldsom, doen of nalaten van bepaalde handeling, geven van (on)roerende zaak

Waar is de reële executie geregeld (wetten)?

Art. 3:329-3:301 BW, art. 491-500 Rv en art. 555 - 558 Rv.

Wat zijn voorbeelden van conservatoire maatregelen en waar staat dit in de wet?

Art. 730 - 737 Rv.
Denk aan beslag tot afgifte of levering van roerende dan wel onroerende zaken ter inleiding van de reële executie.

Zie nr. 303

Reële executie voor geldvorderingen vindt plaats door middel van executoriaal beslag. Voor wat voor verbintenissen geldt dit?

Dit geldt zowel voor verbintenissen die primair verplichten tot betaling van een geldsom als voor verbintenissen die zijn omgezet in verbintenissen tot vervangende schadevergoeding, art. 6:87 BW.

Het geldt in het algemeen voor alle verbintenissen tot schadevergoeding in geld.
> = verhaalsexecutie, want executie vindt plaats door uitwinning van goederen van de schuldenaar.  

Reële executie voor geldvorderingen = verhaalsexecutie ivm de uitwinning van goederen van schuldenaar.

Wat is uitwinning?

Dat betekent dat de schuldeiser roerende en onroerende zaken van de schuldenaar executoriaal verkoopt of vorderingen van derden int om zich uit de opbrengst hiervan te voldoen.

Zie art. 3:276 BW.

Je hebt executoriaal en conservatoir beslag.

Een schuldeiser kan beslag leggen op alle voor beslag vatbare goederen, art. 435 Rv.

Wat kan na het leggen va het executoriaal beslag worden gedaan?

De goederen kunnen dan worden uitgewonnen en de schuldeiser kan zich op de opbrengst verhalen.

Voor executoriaal verhaalsbeslag is een executoriale titel nodig.

In enkele gevallen heeft de schuldeiser ogv de wet of ovk het recht van parate executie. Wat is dat ook alweer?

Het recht om zonder executoriale titel tot verhaal op goederen van de schuldenaar over te gaan.

Zie art. 3:248  (pandhouder) en art. 3:268 BW (hypotheekhouder)

Nr. 261 Executiegeschillen, schorsing van de executie en onrechtmatige executie

Waar vind je de regels in het Rv voor executiegeschillen?

De in art. 438 Rv gegeven regels voor executiegeschillen gelden voor alle vormen van executie in boek 2 Rv.

Art. 438 lid 1 Rv regelt de absolute en relatieve competentie in executiegeschillen.

Maar wat geldt in de praktijk?

In de praktijk geldt dat executiegeschillen meestal aan de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding worden voorgelegd.

Daarvoor gelden dezelfde bevoegdheidsregels, zie lid 2.

Schorst het aanhangig maken van een executiegeschil de executie?

Nee, in beginsel niet, tenzij uit de wet iets anders volgt. (Zie bijv art. 279e lid 2 Rv)

Als een vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, kan de partij ten opzichte van wie tenuitvoerlegging dreigt of reeds is aangevangen - naast het instellen van een incidentele vordering tot schorsing vd tenuitvoerlegging bij de hogere rechter - nog iets. Wat?

Een executiegeschil aanhangig maken en vorderen dat de tenuitvoerlegging wordt verboden of geschorst, zie art. 438 lid 3 Rv.

Met betrekking tot de mogelijkheden van schorsing van de executie zijn 2 gevalstypen te onderscheiden. Welke?

1. Staat tegen een uitspraak geen rechtsmiddel meer open, dan kan de executierechter op verzoek van de geëxecuteerde slechts schorsing van de executie bevelen als de executant misbruik van zijn executiebevoegdheid zou maken door de tenuitvoerlegging door te zetten (3:13 BW) etc.
2. Staat tegen een uitspraak nog wel een rechtsmiddel open of is reeds een rechtsmiddel ingesteld, dan kan de executierechter de tenuitvoerlegging slechts schorsen indien de te maken belangafweging uitvalt in het voordeel van de geëxecuteerde.

Bij de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar verklaard vonnis loopt de executant een risico. Watdan?

In beginsel geldt namelijk dat de partij die door dreiging met executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis de wederpartij heeft gedwongen tot nakoming van dat vonnis VOORDAT dit in kracht van gewijsde is gegaan, onrechtmatig handelt en daarmee schadeplichtig is als het vonnis in HB wordt vernietigd.

MAAR, omdat de executant met betekening van vonnis aan de wederpartij ter inleiding van de executie het signaal geeft nakoming van dat vonnis te verlangen, is dit doorgaans voldoende om aan te nemen dat sprake is van dreiging met executie. 

Wat betreft de verschuldigdheid van verbeurde dwangsommen moet onderscheid worden gemaakt tussen

-enerzijds de vernietiging van een (kortgeding) vonnis in een hogere instantie en

-anderzijds de terzijdestelling van een kortgedingvonnis in een bodemprocedure.

In welke situatie kunnen reeds verbeurde en betaalde dwangsommen worden teruggevorderd?

In de eerste situatie wél, in de tweede situatie NIET

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo