Verhaalsmogelijkheden bij een (deelgenoot in een) gemeenschap - Notitie verhaal bij deelgenoot in gemeenschap

33 belangrijke vragen over Verhaalsmogelijkheden bij een (deelgenoot in een) gemeenschap - Notitie verhaal bij deelgenoot in gemeenschap

Titel 3.7 BW is niet van toepassing op de bijzondere gemeenschappen, zolang deze niet zijn ontbonden. Wat zijn belangrijke voorbeelden van bijzondere gemeenschappen?

- de huwelijksgoederengemeenschap, bijvoorbeeld de huwelijksgoederengemeenschap van een (in gemeenschap van goederen) getrouwd stel. Schuldeisers die verhaal zoeken op een (deelgenoot in) dergelijke huwelijksgemeenschap, moeten het dus niet hebben van titel 3.7 BW maar zijn aangewezen op artikel 1:96 (nieuw) BW.

- de gemeenschap van een geregistreerd partnerschap;

Titel 3.7 bevat een afzonderlijke regeling voor de ontbonden bijzondere gemeenschappen, zie art. 3:189 lid 2 BW.

De meeste ontbonden bijz gemeenschappen volgen op een niet-ontbonden variant. Maar waar geldt dat niet voor?

Dit geldt echter niet voor de nalatenschap. Een niet-ontbonden voorganger is namelijk niet denkbaar.

Een ontbonden huwelijksgoederengemeenschap kan onder meer ontstaan door echtscheiding. Wanneer wordt een bestaande huwelijksgoederengemeenschap ontbonden, sinds 1 januari 2012?

Per 1 januari 2012 wordt een bestaande huwelijksgoederengemeenschap al ‘ontbonden’ door de indiening van het echtscheidingsverzoek bij de rechtbank (artikel 1:99 lid 1 onder b BW).

Vaak duurt het vervolgens nog geruime tijd voordat de verdeling van de (eventuele) huwelijksgemeenschap is afgewikkeld. In deze fase is er sprake van een ontbonden bijzondere gemeenschap.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat zijn eenvoudige gemeenschappen? Geef voorbeeld

Gemeenschappen die geen bijzondere gemeenschap of bijzondere ontbonden gemeenschap zijn, worden eenvoudige gemeenschappen genoemd. Het betreft dus gemeenschappen die niet vallen onder categorie a. of b. hiervoor. Voor deze eenvoudige gemeenschappen geldt - uitsluitend - de algemene regeling van afdeling 1 in titel 3.7 BW.

Voorbeeld: Twee broers kopen samen een zeilboot. Het betreft een gemeenschap, maar deze valt niet onder a. of b. (beter gezegd: deze gemeenschap valt niet onder artikel 3:189 lid 1 of 2 BW). Conclusie: het betreft hier een eenvoudige gemeenschap.  

Verhaalsmogelijkheden van de schuldeiser: gemeenschapsschuld en/of privéschuld.

Voor de bijzondere gemeenschappen gelden bijzondere verhaalsregelingen voor gemeenschapsschulden. Waar zie je dat geregeld?

1:96 lid 1 (nieuw) BW.

Eenvoudige gemeenschappen (categorie c. P7) kennen geen gemeenschapsschulden. Maar het is wel mogelijk dat een schuld wordt gemaakt tbv een gemeenschappelijk goed, bijv de zeilboot van de 2 broers.

Wat is de kwalificatie van de hieruit voortvloeiende schuld?

De hieruit voortvloeiende schuld geldt echter niet als een gemeenschapsschuld, maar als een privéschuld van de deelgenoot die de schuld is aangegaan.

Rechtstreeks verhaal op een dergelijk goed is niet mogelijk. In plaats daarvan wordt er verhaal genomen op een ‘aandeel in’ het goed of wordt er verdeling gevraagd.

Zie § 1.5.1 tot en met § 1.5.3 hierna.

Een privéschuld is in deze context: een schuld van een deelgenoot, die niet als gemeenschapsschuld wordt aangemerkt. Geef een voorbeeld.

Een erfgenaam heeft (zelf) een IB-schuld. Deze schuld valt uiteraard niet in de nalatenschap. Het betreft een privéschuld van de erfgenaam zelf. Heeft daarentegen de erflater een IB-schuld achtergelaten, dan is deze schuld wel een gemeenschapsschuld van de nalatenschap.

Een gehuwde belastingschuldige heeft een schuld wegens loonheffing. Hij is in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Er is geen sprake van een echtscheidingsverzoek (artikel 1:99 lid 1 onder a BW nieuw). De schuld is dus een gemeenschapsschuld. Waar kan de ontvanger beslag op leggen?

De ontvanger kan op grond van het huwelijksgoederenrecht - artikel 1:96 (nieuw) BW - beslag leggen op alle goederen uit de gemeenschap, bijvoorbeeld op de echtelijke woning.

NB: er wordt dus geen beslag gelegd op “het onverdeelde aandeel in” de onroerende zaak of iets dergelijks maar op de zaak zelf. (Zie verder § 2.6 t/m 2.6.3 voor de wijze waarop een dergelijk beslag moet worden ingekleed, afhankelijk van de tenaamstelling.) 

Geef een voorbeeld van categorie b (p8) - de ontbonden bijzondere gemeenschappen. (3:192 BW)

Een alleenstaande belastingschuldige is overleden. Hij heeft een schuld omzetbelasting onbetaald gelaten. Tot de onverdeelde nalatenschap behoren een woning en een auto. Zolang deze zaken niet zijn toebedeeld en geleverd aan één van de erfgenamen, kan de ontvanger zich op de woning of de auto afzonderlijk verhalen. De ontvanger kan bijvoorbeeld op de woning als zodanig ‘gewoon’ beslag onroerende zaken leggen. (Er wordt dus geen beslag gelegd op ‘een aandeel in de onverdeelde woning’ of iets dergelijks.)

Indien gemeenschapsschuldeisers onvoldoende verhaal vinden op een (ontbonden) gemeenschap, kunnen ze soms verhaal zoeken bij de individuele deelgenoten in die gemeenschap. Daarvoor moeten zij dan terugvallen op allerlei aansprakelijkheidsbepalingen. Geef een voorbeeld met wetsartikel.

Na ontbinding van de huwelijksgemeenschap wordt een echtgenoot of geregistreerde partner aansprakelijk voor gemeenschapsschulden die zijn aangegaan door de andere partner.11 NB: per 1 januari 2012 is artikel 1:102 BW inhoudelijk gewijzigd. Zie § 2.9 hierna

Een man is in 2006 gescheiden. Hij heeft een schuld Inkomstenbelasting over 2008. De huwelijksgemeenschap is nog niet helemaal verdeeld, zodat de man deelgenoot is in een ontbonden bijzondere gemeenschap. Valt deze in de huwelijksgemeenschap?

Nee.
Deze belastingschuld valt niet in de huwelijksgemeenschap, omdat de schuld na ontbinding van de huwelijksgemeenschap is ontstaan en niet gerelateerd is aan de ontbonden gemeenschap.13 Het betreft een privéschuld.

Een belastingschuldige heeft samen met zijn neef een vakantiewoning in eigendom. De belastingschuldige is dus deelgenoot in een eenvoudige gemeenschap. Wat is de kwalificatie hiervan?

De belastingschuld is een privéschuld, omdat eenvoudige gemeenschappen geen gemeenschapsschulden kennen.

Voorbeeld:
Stel dat de te verdelen gemeenschap één onroerende zaak bevat. Wanneer deze zaak wordt toegedeeld aan een andere deelgenoot dan de schuldenaar, zal de schuldenaar waarschijnlijk een vordering wegens overbedeling op de deelgenoot krijgen. Voor deze (eventuele) vordering kan executoriaal beslag onder de deelgenoot worden gelegd.

Aangezien een dergelijk beslag ook een (toedeling en levering of afgifte van een) roerende of onroerende zaak zou kunnen betreffen, is 475a lid 3 Rv van toepassing. Er dient dus mede beslag te worden gelegd op al hetgeen de deelgenoten ingevolge de verdeling van een bepaalde gemeenschap aan de schuldenaar-deelgenoot verschuldigd zijn of zullen worden, aan hem moeten leveren, afgeven of betalen. Dit moet expliciet in het beslagexploot te worden opgenomen.

Als een schuldenaar deelgenoot is in een eenvoudige gemeenschap, is voor diens schulden23 in beginsel ook verhaal mogelijk op diens aandeel in een afzonderlijk, gemeenschappelijk goed (een aandeel in een auto, huis enz.). Zie artikel 3:175 BW.
De beperking uit het eerste lid geldt NIET voor beslaglegger. (lid 3). Hoezo?

De wetgever heeft er bewust voor gekozen de beslaglegger niet te hinderen bij verhaal op een aandeel in een eenvoudige gemeenschap. Kennelijk is de wetgever van oordeel dat de deelgenoot zijn positie kan beschermen door zelf te bieden bij een executoriale verkoop.

Dat neemt niet weg dat uitwinning van ‘een aandeel in’ bijvoorbeeld een woning in de praktijk problematisch zal zijn. Wie zal dit aandeel immers willen kopen, afgezien van de mede-eigenaar?

Hoe geschiedt beslaglegging op een aandeel in een goed?

Beslaglegging op een aandeel in een goed geschiedt overigens conform de wijze waarop op het goed zelf beslag wordt gelegd. Dit geldt ook voor de verdere executie. Zie artikel 437 Rv.

Met toestemming van de andere deelgenoten is ook verhaal mogelijk op het aandeel van de schuldenaar in een afzonderlijk goed van een ontbonden bijzondere gemeenschap. Zie artikel 3:190 lid 1 BW.

Kan beslag worden gelegd zonder toestemming van de overige deelgenoten? En kan dan ook worden uitgewonnen?

Beslag leggen is op zichzelf wel mogelijk zonder toestemming van de overige deelgenoten, maar voor de uitwinning is hun instemming nodig.

Nog afgezien van dit voorbehoud is de verhaalsmogelijkheid ex artikel 3:191 BW zeer onaantrekkelijk. Hoezo?

Het aandeel van de schuldenaar in een gehele gemeenschap (bijvoorbeeld een complete nalatenschap) moet immers geëxecuteerd worden. Dat betekent dat ook op alle bestanddelen beslag moet worden gelegd. De wijze van executie wordt overigens geregeld in het vangnetartikel 474b Rv.

Tot en met de verkoop worden de regels voor het beslag roerende zaken gevolgd. Voor de uiteindelijke overdracht aan de koper zal men echter moeten terugvallen op de regels voor overdracht van het goed zelf.

De executieverkoop van zo’n aandeel is trouwens moeilijk voorstelbaar: hoe zou de koper bijvoorbeeld de hoogte van zijn bieding moeten bepalen?

In welke situatie is uitwinning ex art. 3:191 wél denkbaar wellicht?

Een situatie waarbij uitwinning ex artikel 3:191 BW misschien wel denkbaar is, betreft de ontbonden huwelijksgemeenschap waartoe nog maar een enkel gemeenschappelijk goed behoort. Zie, mede in dit verband, de hierna opgenomen uitspraak. In die kwestie trof het beslag onroerende zaken overigens geen doel omdat de formulering in het proces-verbaal onjuist was

PAR 2 VANAF HIER

In H1 komen de verhaalsmogelijkheden op een gemeenschap of deelgenoot in een gemeenschap in algemene zin aan de orde.

Deze paragraaf behandelt:

Hetzelfde, met betrekking tot huwelijkssituaties. Dit geldt ook voor geregistreerde partnerschappen, art. 1:80b BW

Welke 3 gemeenschapsvormen zijn er bij huwelijk? Geef er ook wetsartikelen bij

A) huwelijksgemeenschap (zolang deze niet ontbonden zijn). 1:93 en 1:94 lid 1 BW. Dit betreft een BIJZONDERE GEMEENSCHAP
B) ontbonden huwelijksgemeenschap, 1:99 BW. Geldt vanaf moment indiening VERZOEK ontbinding. LET OP derde wordt beschermd, zolang het verzoek niet in huw.goedreg is opgenomen. Dit betreft een BIJZONDERE GEMEENSCHAP zolang de verdeling nog niet is afgerond.
C) eenvoudige gemeenschap. Bijvoorbeeld: partijen hebben een gp, iedere gvg is uitgesloten. Ze kopen zeiljacht. Dit valt in de eenvoudige gemeenschap. Vgl met 2 neven.

Een gemeenschapsschuld kan rechtstreeks worden verhaald op afzonderlijke goederen en in die gemeenschap. Wat betekent de term rechtstreeks?

Dat er verhaal wordt genomen op het goed zelf en niet op een 'aandeel' in een goed.

In deze paragraaf worden de privéschulden (schuld van deelgenoot, die niet als gemeenschapsschuld wordt aangemerkt) verder onderverdeeld in 3 categorieën:

1. Schulden die voor of tijdens huwelijk zijn ontstaan = echtelijke privéschulden
2. Nahuwelijkse schulden - schulden die na het eindigen van een huwelijk of gp zijn ontstaan
3. Fictief nahuwelijkse privéschulden = schulden die zijn ontstaan na de indiening van verzoek tot echtscheiding: per 1 jan 2012.

Gemeenschapsschulden kunnen rechtstreeks worden verhaald op afzonderlijke goederen uit de gemeenschap. Waar blijkt dat uit voor de ontbonden en niet-ontbonden gemeenschap?

3:192 BW jo 1:100 lid 2 BW

1:96 lid 1 BW

Voor schuldeisers die verhaal zoeken op goederen van een huwelijksgemeenschap, maakt het dus niet uit of een schuld een gemeenschapsschuld is of een echtelijke privéschuld van één van de echtgenoten.

Hoe zit het met schuldeisers van een nahuwelijkse privéschuld?

Schuldeisers van een nahuwelijkse privéschuld hebben daarentegen een andere positie: zie hoofdstuk 3.

'Voorrecht van privé-uitwinning' Tíjdens het huwelijk bestaat er slechts één verschil tussen de verhaalsmogelijkheden voor gemeenschapsschulden en privé-schulden.

Welk verschil is dat?

de echtgenoot-niet schuldenaar kan verhaal op gemeenschapsgoederen voorkomen door privé-goederen van de ander aan te wijzen, die voldoende verhaal bieden.

Pas na beëindiging van het huwelijk manifesteert zich een ander verschil: artikel 1:102 (extra aansprakelijkheid na ontbinding van de gemeenschap) is niet van toepassing op privé-schulden.

Wat zijn fictief nahuwelijkse schulden (dus) 2 onderdelen noemen:

1. Schulden die zijn ontstaan ná indiening van een verzoek tot echtscheiding, maar vóór het definitief eindigen van het huwelijk
2. Schulden die zijn ontstaan ná indiening van een verzoek tot ontbinding van het partnerschap, maar vóór het definitieve einde van het gp.

Wat is de conclusie voor beslag leggen ten laste van een of beide partners?

De CVI adviseert ten laste van beide partners beslag te leggen, als een gemeenschapsgoed op beider naam staat. Hetzelfde geldt als onbekend is of een goed op naam van de schuldenaar, van diens echtgenoot (geregistreerd partner) of van beiden staat. Als een gemeenschapsgoed echter uitsluitend op naam van de echtgenoot of geregistreerd partner staat, volstaat een beslag ten laste van die partner.

Onder welk artikel in Rv valt een beslag ten laste van de partner van de schuldenaar?

Wanneer moet dit beslag worden overbetekend?

Onder art. 435 lid 2 Rv. (het spiegelbeeld van de situatie bij bodembeslag).

Dus, een dergelijk beslag moet binnen 8 dagen aan de schuldenaar worden overbetekend. Gebeurt dit niet, dan leidt dit slechts tot schadeplichtigheid.

Voor de formaliteiten bij beslag op goederen van een huwelijksgemeenschap (1:96 BW), zie:

2.6.2.

Het is lastig zijn om waterdichte verhaalsacties op te zetten in de fase dat er (mogelijk) een echtscheidingsverzoek in behandeling is bij de rechtbank.

Wat kan de schuldeiser bij voldoende financieel belang doen?

Bij voldoende financieel belang kan de schuldeiser eventueel voor twee ankers gaan liggen: handelen alsof de huwelijksgemeenschap definitief is ontbonden en daarnaast handelen alsof er geen sprake is van een scheiding.

Er wordt bijvoorbeeld deelgenotenbeslag gelegd en een vordering tot verdeling ingesteld, maar daarnaast ook executoriaal beslag op de zaak zelf gelegd.  

De aansprakelijkheidsartikelen voor partner of ex-partner zijn art. 1:85 en 1:102 BW.

De aansprakelijkheid ex art. 1:102, volzin 2 BW geldt uitsluitend voor gemeenschapsschulden. Dus NIET voor:

a. privéschulden die ingevolge de huwelijkse voorwaarden van partijen geen gemeenschapsschuld zijn;
b. verknochte schulden, tenzij die toch kwalificeren als gemeenschapsschuld (zie artikel 1:94 lid 3 nieuw BW en § 2.3.1);
c. door de wet uitgezonderde schulden (zie artikel 1:94 lid 5 nieuw BW en § 2.3.1);
d. schulden ontstaan na ontbinding van de huwelijksgemeenschap (artikel 1:99 nieuw BW).

Indien de Ontvanger een (ex)partner aansprakelijk stelt op grond van artikel 1:85 of artikel 1:102, tweede volzin, van boek 1 BW, moet dit gebeuren door ...

Vul aan

middel van een beschikking ex artikel 49 INV

In deze notitie luidt de definitie van ‘echtelijke’ privé-schuld: een schuld, vóór of tijdens een huwelijk ontstaan, die niet in een huwelijksgemeenschap valt. (De term ‘echtelijke privéschuld is een eigen vinding, die je elders niet zult tegenkomen.)

Wat is een nahuwelijkse privéschuld?

Een nahuwelijkse privéschuld daarentegen is een schuld van een voormalige echtgenoot, ontstaan na het einde van een huwelijk (die niet als een schuld van de ontbonden huwelijksgemeenschap kan worden gezien).

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo