Verhaalsrecht MRB INV Verzet 17 INV - Ivb

18 belangrijke vragen over Verhaalsrecht MRB INV Verzet 17 INV - Ivb

Nr. 1501 - Algemene opmerkingen

Het juridische vehikel dat de dwang bij dwanginvordering legitimeert, is het dwangbevel of het vonnis. Art. 12 INV biedt de mogelijkheid aan de Ontvanger om zichzelf een executoriale titel te verschaffen in de vorm van een dwangbevel, zonder rechter.

Wat kan tegen de daadwerkelijke uitoefening van dwang worden gedaan?

Hiermee wordt bedoeld de tenuitvoerlegging van het dwangbevel. Daartegen is het rechtsmiddel van verzet ter beschikking gesteld aan de bs: art. 17 INV. En aan de aansprakelijke: art. 52 lid 2 INV.

Wie kunnen, naast ^ de genoemden, nog meer in verzet komen tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel?

Soms wordt op basis van een dwangbevel tegen een bs of aansprakelijkgestelde ook dwang tlv derden uitgeoefend, denk aan bodemrecht fiscus, art. 22 INV.

Ook de derden kunnen in verzet komen, voor zover die tenuitvoerlegging van hun zaken raakt.
22 lid 2 INV, 435 lid 3, 456 Rv (roerende zaken), 538 ev (onroerende zaken)

Hoe zit het met de derde die geconfronteerd wordt met een vordering ex art. 19 INV?

Deze kan zich formeel NIET verzetten ex art. 17 INV. Want de vordering is NIET de tenuitvoerlegging van een dwangbevel.
Bovendien kan, ex art. 19 lid 6 INV alleen de bs zelf de bevoegdheid uitoefenen tot verzet tegen de vordering. 

[Maar: de derde kan er ook voor kiezen niet te voldoen aan de vordering, zie lesstof als toevoeging aan dit onderwerp] 
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

De derde kan zich dus formeel niet verzetten, maar hij kan wel weigeren aan de vordering te voldoen. Zijn er nog meer opties?

Ja, in kort geding de Ontvanger dagvaarden en ogv art. 6:162 BW intrekking van de vordering eisen.

Als hij weigert te voldoen aan de vordering, komt het aan op een 'echt' derdenbeslag.

Art. 17 INV gaat VOOR de regeling van 438 Rv.
Maar, hoe zit het in geval van fiscaal (executoriaal) bodembeslag op spullen van derden?

Dan kunnen die derden het initiatief omkeren door binnen 8 dagen na de betekening van het beslag aan die derde verzet ex art. 435 lid  Rv aan te tekenen.

GEVOLG: beslag gaat daardoor van executoriaal tot conservatoir en de Ontvanger moet, indien hij tot executie wil overgaan, eerst de derde dagvaarden voor de burgerlijke rechter om hem te doen veroordelen om de executie te gehengen en te gedogen.

Tegen de aansprakelijkgestelde wordt een apart dwangbevel uitgevaardigd, art. 52 INV.

Wie kan tegen de tenuitvoerlegging van dit dwangbevel in verzet komen?

In beginsel kan alleen de aansprakelijke in verzet komen, NIET de bs. (lid 2).

En andersom geldt dat ook.

Wat nou als de Ontvanger niet op grond van een dwangbevel executeert, maar op grond van een civielrechtelijke titel (bij een civiel vonnis ogv OD)?

Dan zal de geëxecuteerde de civielrechtelijke verzetmogelijkheden moeten inzetten. Art. 438 Rv.

DUS NIET art. 17 en 52 lid 2 INV.

Kan een bs in 1 geding zowel in verzet komen tegen executie van dwangbevel als een verbod/schadevergoeding of verklaring voor recht eisen ogv onrechtmatigheid van de (voor)genomen invorderingsmaatregel/opheffing gelegde beslagen?

Ja, dat mag volgens de HR.

Nr. 1502 (Geen) schorsende werking

Verzet tegen de tenuitvoerlegging van een executoriale titel schorst op zichzelf de aanvang of voortgang van de executie niet. Wat kan de geëxecuteerde wél doen?

In een civiel kort geding kan hij stopzetting eisen, art. 438 (lid 2) Rv.

Er is dus (in beginsel) geen schorsende werking door verzet. Wat geldt qua bepaling/beleid?

Art. 17.1 LI.
De Ontvanger houdt de (verdere) tenuitvoerlegging van het dwangbevel aan, tenzij ...

Nr. 1503 Gronden die het verzet niet kunnen dragen

Verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel kan niet gegrond worden op de stelling dat:

A) Geen aanslag opgelegd had mogen worden;
B) De aanslag te hoog is vastgesteld;
C) De aansprakelijkgestelde niet aansprakelijk is

Tenzij deze^ aannemelijk maakt dat ontvangst red.wijs moet worden betwijfeld, kan VOORTS géén verzet gegrond worden op de stelling dat:
D) De aanslag niet ontvangen is;
E) De aanmaning tot betaling of schriftelijke mededeling tot betaling ex 27 lid 1 INV niet ontvangen is;
F) Het dwangbevel niet tijdig is ontvangen;
G) De kennisgeving van aansprakelijkstelling (49 INV) niet ontvangen is

De bs en de aansprakelijke kunnen in beginsel OOK niet in verzet komen tegen inbeslagneming van goederen van derden, hoezo niet?

Omdat die goederen géén onderdeel uitmaken van hun vermogen.

Nr. 1504 Gronden die het verzet wél kunnen dragen

Zie hiervoor:

P 304 en p 305 boek

Nr. 1505 Voorlopige voorziening bij de belastingrechter?

Geen verzet is toegelaten tegen de executie van een dwangbevel op grond dat de aanslag niet zou deugen. Maar wat kan wel?

Op art. 6:162 BW gebaseerde acties zijn ontvankelijk, tegen de invordering van belastingaanslagen dus, voor zover er geen deugdelijk administratiefrechtelijk rechtsmiddel openstaat.

De burgerlijke rechter is dan immers de restrechter.

Tegen alle aanslagen (BEHALVE VA IB) staat bezwaar en beroep open bij de belastingrechter. Art. 26 jo 2, lid 3 sub e AWR. Hoe zit dat dan bij VA IB?

Bij VA IB bestaat de mogelijkheid om herziening te vragen, waarbij tegen een weigering om te herzien bezwaar kan worden aangetekend.

Wat kan in fiscale zaken worden gedaan?

Daar bestaat de mogelijkheid om de (belasting)rechter een voorlopige voorziening in spoedeisende gevallen te vragen - het fiscale kort geding, art. 8:81 Awb.

Dan moet sprake zijn van SPOEDEISENDHEID. Let op, dit is geen invorderingsaspect, maar vindt plaats in de heffingssfeer.

Naar mening auteurs is een door de rechter geschorste aanslag (tijdelijk) niet 'invorderbaar' ex art. 9 en art 10 INV. //

Wat vinden de auteurs over de doorzetting van de executie van een dwangbevel op basis van een door de belastingrechter onrechtmatig verklaarde titel?

In het algemeen vinden zij dat onrechtmatig.

Zij menen ook dat deze oordelen (dus niet-invorderbaar, executie onrechtmatig) tot de burgerlijk rechter behoren.

Een voorlopig rechtmatigheidsoordeel over de deugdelijkheid van de aanslag komt inmiddels toe aan de belastingrechter, oordelend bij voorlopige voorziening. Wat heeft dit als voordeel?

Dat - mits aan de formele vereisten wordt voldaan - in spoedeisende gevallen een toetsing van de aanslag in de vorm van een voorlopig rechtmatigheidsoordeel op relatief korte termijn van de rechter te verkrijgen valt,

zij het dat de fiscale voorlopige voorziening in praktijk veel langer op zich laat wachten dan de soortgelijke 'kort geding' voorziening bij een burgerlijke rechter.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo