Het fiscale bodemrecht bodemvoorrecht - Ivb nr 903 tm

26 belangrijke vragen over Het fiscale bodemrecht bodemvoorrecht - Ivb nr 903 tm

Nr. 903 Het fiscale voorrecht ten opzichte van bezitloos pandrecht en fiduciaire eigendom

Pand en hypotheek gaan boven vóórrecht (21 INV), maar ook daar maakt de Wet een uitzondering. Voorrecht gaat namelijk vóór pand en hypotheek, als sprake is van bodemvoorrecht, art. 21 lid 2 INV..

Wanneer geeft art. 21 lid 2 INV de beslag leggende fiscus precies voorrang boven de pandhouder?

Indien:
a) het pandrecht een bezitloos pandrecht is, en
b) het gaat om zogenoemde 'bodemzaken' in de zin van art. 22 lid 3 INV.

Het fiscale voorrecht gaat dus met name NIET boven hypotheek, en ook NIET boven vuistpandrecht, bezitloos pandrecht op voorraden of stil pandrecht op vorderingen. Verklaar

Voorraden en vorderingen zijn geen (bodem)zaken en zaken in vuistpand bevinden zich NIET op de bodem van de bs, maar in handen van de schuldeiser of derde. Zie nr 1406.

Het fiscale voorrecht gaat dus NIET boven vuistpand. Wat kan een bezitloze pandhouder daarom voorkomen?

Deze kan voorkomen dat de fiscus er met de verpande zaken vandoor gaat vóórdat de Ontvanger beslag legt (daarna is het te laat, zie art. 453a Rv), door de bezitloos verpande bodemzaken op te vorderen van de bs/pandgever
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

De Ontvanger kan in de gevallen waarin zijn voorrecht niet (meer) uitgaat bóven het pandrecht - dus igv vuistpand of bezitloos pandrecht op een niet-bodemzaak - nog wel iets. Wat?

Wel beslag leggen op het verpande goed, maar hij zal het pandrecht moeten erkennen.

>Hij zal bij executie dus eerst de pandhouder moeten voldoen

Er kunnen 2 redenen zijn waarom het voor de Ontvanger tóch zinvol is om beslag te leggen. Welke?

1. De waarde van de verpande goederen kan hoger zijn dan de vordering van de pandhouder

2. De fiscus kan met beslag executie afdwingen, hetgeen hem een pressiemiddel geeft

De pandhouder kan na fiscaal beslag op zijn zekerheden weliswaar de executie overnemen van de fiscus, zie art. 461a Rv, maar wat kan hij niet (of toch wel door iets te doen)?

Maar hij kan de executie NIET tegenhouden, anders dan door het voldoen van de Ontvanger.

Wat kun je uit het voorgaande concluderen ^?

Dat ook tegenover de vuistpandhouder en stille pandhouder van niet-bodemgoederen de fiscus toch - ondanks zijn lagere voorrang - over een zeker drukmiddel beschikt.

Dit is met name als de pandhouder niet wil executeren. De fiscus kan hem tot executie dwingen, art. 461b Rv

De voorrang van de fiscus boven de bezitloze pandhouder ter zake van bodemzaken van de bs geldt alleen voor de belastingen genoemd in art. 22 lid 3 INV. Dat zijn de zakelijke belastingen.

Waar staat dit nog meer?

Art. 21.1 LI geeft aan dat het bodemvoorrecht alleen geldt t.a.v belastingen genoemd in art. 22 lid 3 INV.

Dus voor de praktijk bestaat géén onduidelijkheid hierover. De bezitloze pandhouder vindt de fiscus dus niet op zijn weg als fiscus verhaal zoekt voor IB en VPB, de persoonlijke belastingen. Enkel voor OB, LH en andere genoemde.

Geldt het voorrecht voor gemeentelijke belastingen?

Nee, art. 249 Gemeentewet en zie art. 232 Provinciewet voor hetzelfde verhaal.

Fiduciaire eigendomsoverdracht is onder het huidige BW in beginsel ongeldig, zie art 3:84 lid 3 BW (zie p171 voor uitleg).
Wat is hiervoor in de plaats gekomen?

Bezitloos pandrecht op niet-registerzaken: art. 3:237 BW én het stille pandrecht op vorderingen: art. 3:239 BW

Wat is de strekking van art. 21 lid 2 INV?

Om óók onder het bezitloos-pandregime ervoor te zorgen dat de fiscus, voor zover het om bodezaken gaat, sterker is dan de financiers van de bs.

Wat blijkt uit het Sogelease arrest?

P 171 invoegen

De fiscus heeft dus een hogere voorrang dan de pandhouder ter zake van bezitloos verpande bodemzaken. Maar de pandhouder blijft wel bevoegd om wat te doen?

Om door de fiscus beslagen bodemzaken op te vorderen en de executie over te nemen.
>Zolang hij uit de netto-opbrengst van die executie de fiscus maar EERST voldoet.

Art. 3:237 lid 3 BW, art. 461a en 496 lid 3 Rv en art. 21.3 LI

Nr. 904

Als bodemzaken (bedrijfsinventaris) van de bodem van de bs zijn afgevoerd vóórdat de fiscus beslag heeft gelegd - en tevens voordat de bs failleert - dan heeft de fiscus het nakijken. Hoezo?

Zijn voorrecht houdt tegenover de pandhouder immers alleen stand voor BODEMZAKEN.

Als financiers van de bs vrezen dat de fiscus beslag gaat leggen ten koste van hun bezitloos pandrecht op de bedrijfsinventaris, dan proberen zij deze van de bodem te halen. Wat kan de fiscus dan nog wel doen?

Derdenbeslag onder die financiers/pandhouders leggen

>Maar alleen voor een eventuele na executie en verhaal door de pandhouders resterende overwaarde.

Nr. 905

Art. 21 lid 2 INV bepaalt dat het fiscale voorrecht zijn rang behoudt boven bezitloos pandrecht op bodemzaken in geval van faillissement van de bs/pandgever. Dit ongeacht of de fiscus al dan niet reeds VOOR het faillissement beslag had gelegd op de bodemzaken.

De fiscus blijft dan wel hoger gerangschikt, maar er is wel een ander gevolg. Wat voor gevolg?

Een eventueel door hem gelegd beslag vervalt, want het faillissementsbeslag doet alle beslagen op goederen van de failliete bs vervallen, art. 33 lid 2 Fw.

Bovendien is hij géén seperatist, dus kan hij zich niet buiten de boedel om op goederen van de bs verhalen.

Waar de fiscus geen seperatist is en de executie aan de curator moet overlaten én bijdragen in de faillissementskosten, is de pandhouder wel seperatist, ex art. 57 lid 1 Fw. Wat heeft dat voor gevolg(en)?

Hij kan doen alsof er geen faillissement is en hoeft NIET in de faillissementskosten bij te dragen.

Hij kan de bezitloos aan hem verpande zaken dus ondanks het faillissementsbeslag opvorderen van de curator. Art. 3:273 lid 3 BW jo art. 461a Rv en 496 Rv.

De curator heeft hierin een verplichting. Welke?

Hij is wettelijk verplicht om hun belangen (fiscus en andere schuldeisers) te behartigen, art. 57 lid 3, tweede volzin Fw.

Doet hij dat niet, dan kan hij aansprakelijk zijn voor eventueel daaruit (voor de fiscus) voortvloeiend nadeel.

Nr. 906

In art. 14.1.4 LI is het beleid opgenomen van de Ontvanger met betrekking tot volgorde uitwinning bij bezitloos verpande bodemzaken.
In 1, 2, 3 staat deze volgorde. Wat geeft het boek qua omschrijving aan (anders dan wat daar direct staat)?

1 vrije actief van het faillissement
2 bezitloos verpande bodemzaken
3 bodemzaken van derden

>De Ontvanger wint het vermogen van de bs dus zelf uit, voordat het vermogen van derden wordt aangetast.

Nr. 907

Aan welk type (m/f) belastingschuld is het fiscale voorrecht verbonden?

Wat heeft dit voor gevolg?

Aan de materiële, niet de formele belastingschuld.

Dit betekent dat het voorrecht ook reeds bestaat als er nog géén aanslag is opgelegd, zolang de fiscale vordering maar bestaat. Dus als deze uit wet/feit/tijdsverloop is voortgevloeid, nr. 201 boek.
óók al is deze NIET opeisbaar.

Waarom is het van belang te weten dat het fiscale voorrecht is verbonden aan de materiële belastingschuld?

Van belang als de bs failliet gaat terwijl hij belastingschulden heeft waarvoor nog géén aanslag is opgelegd.

>De voorrang van de Ontvanger wordt ook voor dergelijke materiële belastingschulden gefixeerd door de faillietverklaring, ook al kon hij ze nog niet opeisen.

Het bodemvoorrecht is tevens van toepassing op boedelschulden.

Hoe kan hij het bodem(voor)recht effectueren?

Hij zal voor de boedelschulden wel beslag moeten leggen voor het effectueren van het bodem(voor)recht.

Het fiscale voorrecht geldt niet alleen voor alle Rijksbelastingen, art 1 INV, maar ook allerlei andere belastingen, heffingen en premies.

Kan het bodemvoorrecht worden ingeroepen bij invordering bestuurlijke boete, opgelegd aan de bs op een bezitloos verpande bodemzaak ten nadele van de onschuldige pandhouder?

Nee, dat kan niet. Dit is in strijd met 6 EVRM, in het bijzonder het geen straf zonder schuld beginsel.

Art. 53 INV (aansprakelijke derde) verklaart art. 21 INV van overeenkomstige toepassing tav aansprakelijkgestelden. Wat betekent dit?

Dat de fiscus niet alleen tegenover de andere schuldeisers van de bs een sterke positie inneemt, mar ook tegenover de schuldeisers van degene die ex 32-48a INV door de fiscus aansprakelijk gesteld wordt voor de belastingschulden van een ander.

Maar hoe zit het met de aansprakelijke die de belastingschuld van de bs betaalt, wat wordt deze bij het regres?

Deze wordt bij het regres echter uitsluitend gesubrogeerd in het voorrecht van de fiscus, dus NIET in het bodemrecht, zie art. 57 INV.

>DIT BETEKENT:
Als jij als aansprakelijke betaalt:
✔️ Je krijgt wel de voorrang van de Belastingdienst bij verdeling van geld.

❌ Je krijgt niet het speciale sterke incassorecht (bodemrecht) dat de Belastingdienst heeft.

Waartoe kan de combinatie van het sterke fiscale voorrecht met het fiscale bodemrecht er toe leiden?

Dat niet slechts ten laste van derden (de leverancier) de belastingschuld kan worden verhaald door de fiscus, maar zelfs ten laste van vierden (crediteuren van leverancier van bs)

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo