Ondernemingsrecht - Kern van het ondernemingsrecht: , excl

19 belangrijke vragen over Ondernemingsrecht - Kern van het ondernemingsrecht: , excl

7.5 Gaat over interne aansprakelijkheid van bestuurder van een BV en NV

Terug naar H6 voor een vergelijking. Bij de verantwoordelijkheid van het bestuur gaat het om het geven van uitleg van het door het bestuur gevoerde beleid aan onder andere de aandeelhoudersvergadering. Het meest vergaande gevolg van het aan de aan de AV afleggen van verantwoording zou kunnen zijn dat een bestuurder wordt ontslagen.

Hoe zit dat bij persoonlijke aansprakelijkheid, welke vraag speelt daar?

Bij de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders draait het om de vraag, of een of meer bestuurder aan de BV, de NV of aan een derde schadevergoeding moeten betalen.

7.5 Wat als een NV of BV schade lijdt agv onbehoorlijke taakvervulling door een bestuurder?

Als een BV of NV schade lijdt agv de onbehoorlijke taakvervulling door een bestuurder, kan de vennootschap de desbetreffende bestuurder aansprakelijk stellen wegens wanprestatie.

7.5 Wanneer vervult een bestuurder zijn taak onbehoorlijk?

Wanneer hij onverantwoord heeft gehandeld met de wetenschap dat de vennootschap daarvan de dupe zou kunnen worden.

Denk hierbij onder meer aan het ondergeschikt maken van het vennootschapsbelang aan eigen belangen van een bestuurder, aan het onbevoegd verbinden van de vennootschap aan derden of aan het nemen van onverantwoord grote risico's.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

7.5 De HR heeft de systematiek van 2:9 BW in een aantal arresten verduidelijkt. Van belang is vooral welk arrest?

Staleman/Van de Ven arrest

RR
Voor aansprakelijkheid op de voet van art. 2:9 BW is vereist dat aan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of in een bepaald geval plaats is voor een ernstig verwijt als hier bedoeld, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval.
Een décharge strekt zich niet uit tot gegevens die niet uit de jaarrekening blijken of niet anderszins aan de algemene vergadering van aandeelhouders zijn bekendgemaakt voordat deze de jaarrekening vaststelde.  

7.5 Om 2:9 BW in werking te kunnen stellen en vooral de daaraan verbonden hoofdelijke aansprakeijkheid in werking te kunnen stellen, dient ten minste 1 van de bestuurdeers zich in deze zin ernstig verwijtbaar onbehoorlijk handelen te hebben bezondigd.

Wat is het gevolg als dat zo is?

Dan zijn ALLE bestuurders hoofddelijk aansprakelijk, behoudens individuele disculpatie

7.5 Wat is het gevolg van handelingen in strijd met statutaire regels die de vennootschap beogen te beschermen?

Deze zullen in het algemeen tot aansprakelijkheid leiden

Zie HR Berghuizer Papierfabriek-arrest 

7.5 Bij schending van statutaire beschermingsbepalingen kan ook worden gedacht aan overschrijding van de statutaire doelomschrijving 2:7 BW.

En wanneer zal de Berghuizer-Papierfabriek-regel a fortiori gelden?

Bij duidelijke schending van wettelijke bepalingen die het vermogen van de vennootschap beogen te beschermen, zoals 2:10 BW (administratieplicht) of 2:239 lid 6 (besluitvorming bij tegenstrijdig belang)

7.5 Wat brengt het beginsel van collectieve verantwoordelijkheid met zich mee (2:9 BW)?

Dat onbehoorlijk bestuur van een uitvoerende bestuurder wordt aangemerkt als onbehoorlijk bestuur van de uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders gezamenlijk.

(Maar niet-uitvoerende bestuurders zullen zich voor een fout van een uitvoerende bestuurder eerder kunnen disculperen dan de overige uitvoerende bestuurders, hun taak is beperkter).

7.5 Zoals aangeven (ook in het videocollege) zijn er 2 bepalingen bij interne aansprakelijkheid. Welke is er naast 2:9 nog meer (die minder vaak wordt gebruikt)?

2:216.

Bestuurders van vennootschappen dienen erop toe te zien dat de schuldeisers van de vennootschap niet gedupeerd worden door uitkeringen aan aandeelhouders tlv het vennootschapsvermogen. Voor BV's, zie dit artikel.  Voor NV's is er geen dergelijk artikel.

7.5 Er moet bij 2:216 een uitkeringstest worden gedaan. Hoe zit het met de aansprakelijkheid, tot waar beloopt de aansprakelijkheid?

De parlementaire geschiedenis van 2:216 lid 3 is daarover helder. De aansprakelijkheid beloopt maximaal het bedrag van de uitkering (met wettelijke rente) of zoveel minder als de schuldeisers van de BV tekortkomen bij hun verhaal op de vennootschap.

7.5 Er wordt nog gewezen op een ader geval van wettelijke interne aansprakelijkheid, in 2:354 BW: verhaal van enquêtekosten door de vennootschap.

Wat voor mogelijkheid biedt dit artikel?

Dit artikel geeft de vennootschap de mogelijkheid om deze kosten op een bestuurder of commissaris van de vennootschap te verhalen als uit het onderzoek blijkt dat deze verantwoordelijk is voor het onjuiste beleid of een onbevredigende gang van zaken.

7.5 Het arrest Poot/ABP heeft onder meer ivm de interne aansprakelijkheid nog een bijzondere problematiek opgeroepen (zie boek p200) en is van belang bij 'afgeleide schade'

Wat is de regel uit het arrest?

De regel uit het Poot/ABP-arrest beperkt de aandeelhouder in zijn mogelijkheden om schade wegens waardevermindering van aandelen vergoed te krijgen: het is beginsel aan de vennootschap om op te treden tegen de schadeveroorzaker. Het is daarom van belang te bezien of voldaan is aan de door de Hoge Raad gestelde voorwaarden voor toepassing van deze regel. Is dat niet het geval, dan kan de aandeelhouder zijn schade zelfstandig proberen te verhalen op de schadeveroorzaker.

Let op, er zijn uitzonderingen mogelijk, deze leer laat dat toe.

7.6 Gaat over EXTERNE aansprakelijkheid van bestuurders van een BV en NV.

Om welke situaties gaat het dan meestal?

Om situaties waarin de schuldeisers van de vennootschap schade hebben geleden, omdat de BV of NV schulden onbetaald laat.

Het gaat dan om de vraag of de bestuurders persoonlijk jegens die schuldeisers aansprakelijk zijn tot vergoeding van die schade.

7.6 Voor de externe aansprakelijkheid van een bestuurder zijn in het bijzonder 2 regelingen in ons recht van belang. Welke twee?

1. Specifieke aansprakelijkheidsregeling in 2:138/2:248.
Hier wordt geregeld een beroep op gedaan (kan alleen door curator)
2. Gedupeerde schuldeiser kan een actie uit onrechtmatige daad tegen een bestuurder instellen.

7.6 Wat beslist de HR in het Panmo arrest mbt 2:138/248 BW?

Dat de curator voor 2:248 BW aannemelijk moet maken dat geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheid aldus gehandeld zou hebben.

HR overweegt in dit arrest dat voor toepassing van 2:248 lid 1 vereist is dat het besuur zijn taak heeft vervuld met de objectief te bepalen wetenschap (dus: weten of redelijkerwijs kunnen weten) dat de schuldeisers door het bestuurshandelen zouden worden benadeeld.

Voorbeelden:
-Aanvaarden van opdrachten waarvan duidelijk is dat de vennootschap die niet of niet goed kan uitvoeren
-Meewerken aan dividenduitkering waarvan bestuur kan voorzien dat het wss tot faillissemeent van vennootschap zal leiden

P202

7.6 In het Ontvanger/Roelofsen arrest werkt de HR de 2 genoemde gronden uit. Eerst I. Aansprakelijkheid van de bestuurder die namens de vennootschap heeft gehandeld.

Hoe wordt dit scenario ook wel genoemd in boek?

Zinkend schip scenario: bestuurder handelt onrechtmatig tegenover een schuldeiser die door de vennootschap niet betaald is, inden de bestuurder van begin af aan wist/redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap de transactie met de betrokken schuldeiser niet zou kunnen nakomen én voor de door die wanprestatie veroorzaakte schade ook geen verhaal zou bieden.

7.6 Deze norm ^, die dus een inkleuring is van de maatstaf 'persoonlijk ernstig verwijtbaar handelen', is voor het eerst geformuleerd in het arrest Beklamel.

Deze Beklamel regel vormt vaste rechspraak van de HR. Wat mag de bestuurder dus niet volgens deze regel?

Een bestuurder mag dus op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid uit OD NIET onder alle omstandigheden transacties namens de vennootschap aangaan, ook niet indien hij daarmee het belang van de in moeilijkheid verkerende vennootschap beoogt te dienen. Doet hij dat toch, dan kan hem daarvan (in beginsel) een ernstig verwijt worden gemaakt.

>150 Rv geldt, wie stelt moet bewijzen. = hoofdregel. Dus de benadeelde schuldeiser die stelt, moet bewijzen! 

7.6 In het Ontvanger/Roelofsen arrest werkt de HR de 2 genoemde gronden uit. We werken nu de 2e grond uit.

II. Aansprakelijkheid van de bestuurder die heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt.

Hoe wordt deze 2e groep gevallen van onrechtmatigheid genoemd?   

Wanneer is hiervan bijvoorbeeld sprake?

Frustratie van verhaal.

Hiervan is bijvoorbeeld sprake als een bestuurder - al dan niet met het oogmerk van persoonlijke bevoordeling - activa van de BV/NVtegen een (veel) te geringe vergoeding aan derden heeft overgedragen, zonder voldoende rekening te houden met de belangen van een of meer schuldeisers van de vennootschap.

7.6 Concluderend, wat is dus de maatstaf voor bestuurdersaansprakelijkheid ex 6:162 BW bij wanprestatie van de vennootschap?

Of de bestuurder (persoonlijk) een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Deze maatstaf geldt in beginsel ook bij beantwoording van de vraag of een bestuurder als zodanig aansprakelijk is voor onrechtmatig handelen van de vennootschap.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo