Inleiding vermogensrecht / overeenkomsten- en verbintenissenrecht - excl (Inl. NL recht)
35 belangrijke vragen over Inleiding vermogensrecht / overeenkomsten- en verbintenissenrecht - excl (Inl. NL recht)
Wat is kenmerkend voor verbintenissen uit de wet?
Welke twee categorieën blijven buiten het bereik van 6:162 BW?
2. Schade die ontstaat bij de nakoming van een overeenkomst
Uit 6:162 BW volgt dat aan 4 vereisten moet worden voldaan. Welke zijn dat?
2. Toerekening aan de dader (welke hem kan worden toegerekend);
3. Causaal verband tussen de daad en de schade (dientengevolge);
4. Schade
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Het eerste vereiste, de onrechtmatigheid (1) is zeer uitgebreid beschreven in het boek.
Welk arrest is het meest bekende voorbeeld van de onbevredigende oude rechtspraak?
Dat is het arrest Zutphhense waterkraan.
In 1919 verandert de HR radicaal van standpunt in het arrest Lindebaum/Cohen.
Vertel hier kort meer over. Welke 3 vormen kennen we sindsdien, van onrechtmatigheid?
zie de voorlaatste alinea: daar omschrijft de HR precies wat onder het begrip OD moet worden verstaan.
We kennen sinds het arrest 3 vormen van onrechtmatigheid:
a) inbreuk op een recht
b) doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht
c) een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt
Ten aanzien van de eerste vorm van onrechtmatigheid, a) inbreuk op een recht - de volgende vraag: welke subjectieve rechten vallen onder het begrip subjectief recht van 6:162 lid 2 BW?
Ook een inbreuk op het grondrecht: zie arrest Edamse bijstandsmoeder.
T.a.v. c) doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt
Dit ziet vooral op zorgvuldigheidsnormen. In het arrest Lindebaum/Cohen heeft de HR de term 'zorgvuldigheid' gebruikt.
Omdat het om veel gevallen gaat, is een ruwe tweedeling gemaakt. Waar bestaat deze uit?
2. Afweging van belangen
Wat zijn de 4 criteria voor gevaarzetting volgens de HR, zoals deze zijn geformuleerd in het Kelderluik-arrest (de Kelderluik-criteria)?
2. De kans op een ongeval;
3. De ernst van de mogelijke gevolgen;
4. De vraag of veiligheidsmaatregelen meer of minder gemakkelijk kunnen worden getroffen (Let op: de veiligheidsmaatregelen moeten AFDOENDE zijn volgens de HR)
Bij de HR is de vraag aan de orde of het plaatsen van een waarschuwingsbord kan worden beschouwd als een AFDOENDE veiligheidsmaatregel tegen het gevaar te worden weggeblazen door een vliegtuig. In welk arrest beantwoordt de HR dit en is dit afdoende of niet?
Doorslaggevend is of te verwachten valt dat deze maatregel zal leiden tot een handelen of nalaten waardoor dit gevaar wordt vermeden.
De HR wijst de zaak terug naar het hof, omdat het hof over die vraag in verband met allerlei bijkomende omstandigheden onvoldoende uitsluitsel heeft gegeven.
In het arrest 'verhuizende zusjes' wijst de HR de vordering af en stelt het volgende:
In de casus was volgens de HR sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.
De eerste zorgvuldigheidsnorm ziet op gevaarzetting, de tweede op een afweging van belangen. Welke belangen gaat het om?
Het boek noemt een tweetal gebieden waar de belangenafweging zich kan voordoen. Noem ze.
2. Het vermogensrecht (misbruik van bevoegdheid)
Binnen de algemene omschrijving 'ongeoorloofde concurrentie' (zorgvuldigheidsnorm; afweging van belangen OD) zijn door de HR op een aantal deelterreinen zorgvuldigheidsnormen ontwikkeld. Welke 2 worden in het boek genoemd? Beschrijf ze ook
Dit kan onder meer bestaan uit het omkopen van personen (arrest Lindenbaum/Cohen)
2. De nabootsing van producten
De nabootsing van producten die niet door een octrooirecht, auteursrecht of modelrecht (alle drie absolute rechten) worden beschermd, kan onder bepaalde omstandigheden ongeoorloofde concurrentie opleveren, en daarmee onrechtmatig zijn
Het vaststellen van de onrechtmatigheid bij 2. Nabootsing van producten is geen probleem als een recht op het product is gevestigd door de rechthebbende.
Maar wat als de rechthebbende niet zo'n recht op het product heeft gevestigd OF wat als het recht is verlopen?
De HR zegt hier het volgende over:
MAAR, dit wordt anders als door de nabootsing verwarring bij het publiek valt te verwachten. En bovendien niet al het redelijkerwijs mogelijke is gedaan om die verwarring te voorkomen. Arrest: Steigersysteem
De vrijheid om een wettelijke bevoegdheid te hanteren, wordt in het algemeen beperkt door het leerstuk van:
In art. 3:13 BW, misbruik van bevoegdheid, staat in lid 2 wanneer daarvan sprake is. Noem enkele arresten die gaan over burenruzies en zien op 'gebruik met geen ander doel dan een ander te schaden'
Wat wordt onder marginale toetsing verstaan (bij 3:13 BW 'onredelijke uitoefening van de bevoegdheid')?
Marginale toetsing = De rechter gaat in zo'n geval NIET na of van de bevoegdheid op een juiste wijze is gebruikgemaakt, maar slechts of daarvan niet op KENNELIJK onjuiste wijze is gebruikgemaakt.
Waar past de HR voor het eerst het leerstuk van marginale toetsing toe, in welk arrest dus?
Als je de arresten Berg en Dalse watertoren I en II, Lentse Schutting en dan Grensoverschrijdende Garage met elkaar vergelijkt, is er een principiële verandering als het gaat om toepassing misbruik van bevoegdheid. Hoe zit dat?
Er is nog de mogelijkheid tot het beroepen op een rechtvaardigheidsgrond. Dat zorgt ervoor dat een daad haar onrechtmatige karakter verliest. Waar kan een rechtvaardigheidsgrond uit voortvloeien (noem 2)
Voorgaande ging uitgebreid in op vereiste 1) onrechtmatigheid voor OD.
Nu gaat het over vereiste 2) toerekening aan de dader.
Op welke 2 gronden kan een OD aan de dader worden toegerekend?
2. De OD kan te wijten zijn aan een oorzaak die krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van de dader komt. (Voorbeeld: 6:165 lid 1 BW)
Wat voor bezwaar kleeft er aan de adequatieleer en wat is deze leer?
Bezwaar: niet toereikend om de grenzen van de aansprakelijkheid scherp te trekken, temeer waar het in steeds gecompliceerder wordend maatschappelijk verkeer moelijk is vast te stellen wat het redelijkerwijs naar ervaringsregels te verwachten gevolg van een gedraging is.
De HR heeft in 1970 de leer van de toerekening naar redelijkheid aanvaard. Wat houdt dat in?
Sinds welk arrest zijn in de rechtspraak de voorzienbaarheid en de redelijkheid de 2 elementen bij de vaststelling van de omvang van de schade die voor rekening van de dader komt?
Art. 6:95 lid 1 kent 2 categorieën schade, vermogensschade en ander nadeel. Vertel meer over beide
Ander nadeel: schade kan ook bestaan uit immateriële of onstoffelijke schade. Denk aan pijn, ontsiering, aantasting eer, gederfde levensvreugde.
Zie 6:106 BW.
Naast schadevergoeding in geld kan de rechter volgens 6:103 BW op vordering van de benadeelde ook schadevergoeding in een andere vorm toekennen. Denk aan herstel in oude toestand. Er is ook een arrest waar dit speelt, iets anders dan schadevergoeding in betaling van geldsom. Welke en wat is daar bevolen door de rechter?
Daarin wordt op grond van een vordering uit onrechtmatige daad door de rechter bevolen een huis te leveren.
Stel, een OD heeft nog niet plaatsgevonden, maar dreigt wel te gebeuren. Wat dan?
De meeste stakingsvonnissen zijn gebaseerd op een vordering van een of meer werkgevers tegen de vakbonden om de stakingsoproep in te trekken.
Kan een vordering om een verbod of gebod worden afgewezen ^ ? Zo ja, op welke grond en waar vind je dat?
In het geval van een OD kan een declaratoir vonnis worden gevorderd, 3:302 Bw. Wat is dat?
Wat geldt bij elke vordering, dus ook voor die waarbij een verklaring van recht in geval val OD wordt gevraagd?
Dan nog de relativiteit, een belangrijke nuancering bij de OD.
6:163 BW.
Zie arrest Duwbak Linda
Er zijn naast onrechtmatige daad en andere verbintenissen uit de wet, ook verbintenissen uit andere bron van OD of overeenkomst, titel 4 van boek 6. Waar ligt hun aanleiding van ontstaan in?
Welke 3 rechtmatige daden moeten we kennen?
Onverschuldigde betaling: 6:203 BW
Ongerechtvaardigde verrijking: 6:212 BW
Het arrest over ongerechtvaardigde verrijking is ....
Waarom is dit belangrijk?
Wat zijn de 4 elementen uit de wet bij ongerechtvaardigde verrijking?
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















