Goederenrecht - Goederenrecht , nrs - VERPLICHTE NRS 482, 483, 489, 493, 494, 505, 508, 510, 511, 514 , 528

60 belangrijke vragen over Goederenrecht - Goederenrecht , nrs - VERPLICHTE NRS 482, 483, 489, 493, 494, 505, 508, 510, 511, 514 , 528

Nr 489: Overdracht onder opschortende voorwaarde van betaling [eigendomsvoorbehoud]

Wat is eigendomsvoorbehoud en waar vind ik het?

Onder eigendomsvoorbehoud wordt verstaan een beding in een titel tot overdracht van een zaak met de strekking dat de eigendom van die zaak ondanks aflevering wordt voorbehouden door de vervreemder totdat de door de verkrijger verschuldigde prestatie is voldaan.

3:92 BW.

Nr. 493: Voorwaardelijk eigendomsrecht vervreemder [eigendomsvoorbehoud]

Bij eigendomsvoorbehoud, 3:92 BW, wie is dan de rechthebbende van een zelfstandig en overdraagbaar goederenrechtelijk vermogensrecht, zolang na een overdracht onder eigendomsvoorbehoud de opschortende voorwaarde NIET is vervuld?

Zowel de vervreemder als de verkrijger, 3:6 BW.
Zij zijn ieder voorwaardelijk eigenaar, de vervreemder onder ontbindende voorwaarde en de verkrijger onder opschortende voorwaarde.

Arrest Rabo/Reuser (+commentaar kennisgroep)

Nr. 493: Voorwaardelijk eigendomsrecht vervreemder [eigendomsvoorbehoud]

Langs welke weg vindt de overdracht door vervreemder van zijn eigendomsrecht onder ontbindende voorwaarde plaats?

Is sprake van een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke levering?

Langs de gewone we van 3:84 jo 3:90 BW.
Er is sprake van een ONvoorwaardelijke levering, slechts het OBJECT van die levering is voorwaardelijk.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Nr. 493: Voorwaardelijk eigendomsrecht vervreemder [eigendomsvoorbehoud]

Welke twee leveringsvormen zijn mogelijk bij eigendomsvoorbehoud als de zaak zich feitelijk onder de koper bevindt?

De levering constitutum poss. En de levering longa manu.

Levering cp: Verkoper (VERVREEMDER) A verklaart in het vervolg te houden voor C. De zaak blijft feitelijk bij koper B, die op zijn beurt blijft houden voor A. Levering speelt zich geheel af tussen A en C. Let op: B hoeft hiervan NIET op de hoogte te zijn.

Levering longa manu: Rol van B is nu een constitutieve: levering vindt plaats doordat B de overdracht erkent of deze hem wordt meegedeeld.

Nr. 494: Voorwaardelijk eigendomsrecht verkrijger [eigendomsvoorbehoud]

Wat verkrijgt de verkrijger onder eigendomsvoorbehoud?

Een zelfstandig en voor beschikking vatbaar vermogensrecht, 3:6 BW (net als de vervreemder). Zolang de opschortende voorwaarde NIET is vervuld, is de verkrijger eigenaar onder opschortende voorwaarde van voldoening van de prestatie.

Hij kan over dit voorwaardelijk eigendomsrecht beschikken.
(Dus: hij mag ook verkopen, anders liggen de zaken stil. Zie de casus Calzone en de extra uitleg in de FC's door docent).

Nr. 494: Voorwaardelijk eigendomsrecht verkrijger [eigendomsvoorbehoud]

Volgens de HR vindt de vervreemding of bezwaring van het voorwaardelijk eigendomsrecht plaats op de wijze zoals die is voorzien voor de levering respectievelijk bezwaring van de zaken zelf. Wat kan hieruit worden afgeleid?

Hieruit kan worden afgeleid dat de levering van het voorwaardelijk eigendomsrecht plaatsvindt op de wijze als in 3:90.1 is bepaald, te weten door verschaffing van het bezit van het voorwaardelijk eigendomsrecht.

Dit komt neer op middellijke of ONmiddellijke verschaffing van de feitelijke macht over de zaak waarop de voorwaardelijke eigendom betrekking heeft.

Nr. 494: Voorwaardelijk eigendomsrecht verkrijger [eigendomsvoorbehoud]

Dat de verkrijger onder eigendomsvoorbehoud slechts een voorwaardelijk eigendomsrecht verwerft en hij derhalve NIET in staat is tot overdracht of bezwaring van het onvoorwaardelijk eigendomsrecht op de zaak, belet hem niet om over .. (vul aan)

(het eigendomsrecht op) deze zaak als een TOEKOMSTIGE zaak bij voorbaat te beschikken: hij kan de onder eigendomsvoorbehoud verkregen zaak bij voorbaat leveren of verpanden. Rabo/Reuser + kennisgroep commentaar

>De overdracht of bezwaring door de eigendomsvoorbehoudkoper ten behoeve van de derde krijgt dan haar beslag zodra de tegenprestatie aan de verkoper onder eigendomsvoorbehoud wordt voldaan.

Nr. 503 t/m nr. 524 gaan over:

Algemene bepalingen voor pand en hypotheek

Nr. 505: Beperkte zekerheidsrechten

Wat voor rechten zijn pand en hypotheek?

Waartoe strekken zij?

3:8 BW, het zijn in de eerste plaats beperkte rechten, dat wil zeggen rechten die zijn afgeleid uit een moederrecht.

Zij strekken tot verhaal, MET VOORRANG.

Nr. 505: Beperkte zekerheidsrechten

Waar verschillen de pand- en hypotheekhouder van de gewone schuldeiser?

Zij hebben het recht van parate executie, zie 3:248 en 3:268.

Nr. 505: Beperkte zekerheidsrechten

Wat betreft het aspect voorrang, hoe verhoudt zich dat tot de regel uit 3:277, dat alle schuldeisers onderling een gelijk recht hebben om uit de netto-opbrengst van de goederen van hun schuldenaar te worden voldaan naar evenredigheid van ieders vordering?

Dat pand en hypotheek dus een wettelijke uitzondering hierop vormen. Zij gaan BOVEN voorrecht, tenzij de wet anders bepaald, zie 3:279.

Nr. 508: Toekomstige goederen en enkel naar de soort bepaalde goederen

Wat geldt voor toekomstige goederen, wanneer kunnen deze bezwaard worden met beperkte zekerheidsrechten?

Wat voor gevolg heeft deze regel?

Dit kan alleen voor zover het GEEN registergoederen zijn, 3:98 jo 3:97 lid 1.

Deze regel heeft tot gevolg dat een recht van hypotheek op toekomstige goederen niet mogelijk is, maar een pandrecht wel.

LET OP: Als algemeen vereiste van goederenrecht geldt dat het goed VOLDOENDE bepaald is.

Nr. 508: Toekomstige goederen en enkel naar de soort bepaalde goederen

Bij toekomstige goederen geldt als algemeen vereiste van goederenrecht dat het goed voldoende bepaald is. Wat wordt hieronder verstaan?

Hieronder wordt verstaan dat het goed identificeerbaar is op het tijdstip dat het door de pandgever wordt verkregen.

Voor het stil pandrecht op toekomstige vorderingen komt daar bovendien nog bij dat deze moeten worden verkregen uit een ten tijde van de verpanding bij voorbaat reeds bestaande rechtsverhouding. (nr. 545)

Nr. 510: Vordering tot voldoening van een geldsom

Wat is securering? (gesecureerde vordering)

De securering van een vordering betekent het veiligstellen van de betaling van een schuld of vordering.

Nr. 510: Vordering tot voldoening van een geldsom

Om wat voor soort vorderingen gaat het eigenljk?

Om een vordering op naam, aan order of aan toonder.

Zij kan zowel een vordering op de pand- of hypotheekgever zelf als een vordering op een ander zijn. 3:231 lid 1.

In die laatste situatie spreken we van een derdenpand of derdenhypotheek. (Nr. 513).

Nr. 510: Vordering tot voldoening van een geldsom

Qua omvang strekt het recht van pand niet alleen tot waarborg van de hoofdsom, maar - behoudens andersluidend beding - ook tot waarborg van drie jaren rente die krachtens overeenkomst of wet verschuldigd is, zie 3:244.

Welke bepaling geldt voor hypotheek?

3:263 - Een soortgelijke bepaling geldt dus voor het hypotheekrecht - dit strekt in beginsel mede tot zekerheid van drie jaren wettelijke rente.

Nr. 510: Vordering tot voldoening van een geldsom

Bij het recht van pand is ook nog genoemd:

3:243 lid 2 'tevens strekt het tot zekerheid van kosten van behoud en onderhoud'.

Nr. 511: Bestaande en toekomstige vorderingen

Kan een vordering tot zekerheid waarvan het zekerheidsrecht zal strekken ook op een toekomstige vestiging van het zekerheidsrecht zijn?

Ja, zie 3:231 lid 1.
De vordering tot zekerheid waarvan het zekerheidsrecht zal strekken, kan zowel een ten tijde van de vestiging van het zekerheidsrecht reeds bestaande als een op dat moment nog toekomstige zijn.

LET OP: in beide gevallen is vereist dat de vordering voldoende bepaalbaar is. Zie 3:231 lid 2 en 3:260 lid 1.

Nr. 511: Bestaande en toekomstige vorderingen

Wat is voldoende om aan te tonen dat een vordering voldoende bepaalbaar is?

Voldoende is een zodanige aanduiding dat aan de hand daarvan op het tijdstip van executie kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat.

Welke aanduiding in concreto aan deze eis voldoet, is aan de rechter ter beslissing overgelaten. In de praktijk wordt dit criterium ruim opgevat.

Nr. 511: Bestaande en toekomstige vorderingen

Kan het zekerheidsrecht ter securering van een toekomstige vordering worden tegengeworpen tegen degene die beslag legt op het verbonden goed?

Ook al ontstaat de te secureren vordering pas na de beslaglegging?

Ja, het zekerheidsrecht ter securering van een toekomstige vordering neemt en behoudt rang naar de datum van vestiging, ook al zou op dat moment GEEN vordering bestaan of zou op enig later moment tijdelijk geen vordering bestaan,

Nr. 511: Bestaande en toekomstige vorderingen

Hoe werkt het mbt met voorrang verhalen van vorderingen die pas ontstaan OP OF NA de dag van faillietverklaring van de zekerheidsgever?

Deze vorderingen kunnen slechts in beperkte mate met voorrang op het verbonden goed worden verhaald.

Nr. 511: Bestaande en toekomstige vorderingen

Voortbordurend op het volgende:

>Voor dergelijke vorderingen kan een pandhouder staande het faillissement van zijn pandgever SLECHTS verhaal nemen op de opbrengst van de uitwinning van voorafgaand aan het faillissement gevestigde pandrechten indien:
(2 situaties noemen):

A) Die vorderingen voortvloeien uit een op de dag van de faillietverklaring reeds bestaande rechtsverhouding met de gefailleerde en;

B) Die rechtsverhouding mede door een rechtshandeling van de gefailleerde is ontstaan.

Zie voor een voorbeeld, p.452

Nr. 511: Bestaande en toekomstige vorderingen

Kan de zekerheidsgerechtigde die een ongesecureerde vordering van een derde heeft overgenomen teneinde deze onder de dekking van het zekerheidsrecht te brengen, na faillietverklaring van de zekerheidsgever verhalen krachtens het zekerheidsrecht indien hij ttv overname NIET te goeder trouw was ex 54 Fw?

Nee, dat kan niet.

>Deze regel houdt verband met het in de Faillissementswet en in 3:277 verankerde beginsel van de gelijkheid van crediteuren (Paritas Creditorum)

Nr. 514: Parate executie

O.g.v. 3:248 resp. 3:268 heeft zowel de pand- als de hypotheekhouder het recht van parate executie. Wat is deze bevoegdheid, wat is parate executie dus?

Deze bepalingen verklaren hen bij verzuim van de schuldenaar bevoegd om het bezwaarde goed te (doen) verkopen en het hun verschuldigde op de opbrengst te verhalen. Parate executie wil dus zeggen: verkoop zonder voorafgaand beslag en zonder executoriale titel.

Nr. 514: Parate executie

Er zitten risico's verbonden aan parate executie voor beide partijen, want het is bijvoorbeeld niet altijd eenvoudig om vast te stellen of de schuldenaar daadwerkelijk in verzuim is, zie 6:81 BW.

Wat is daarom m.b.t. Het pandrecht bepaald?

M.b.t. Het pandrecht is daarom bepaald dat partijen van de regel van parate executie kunnen afwijken en kunnen bedingen dat eerst tot verkoop kan worden overgegaan NADAT de rechter op vordering van de pandhouder het verzuim van de schuldenaar heeft vastgesteld.
Zie 3:248 lid 2.

Nr. 514: Parate executie

Wat als een goed meerdere malen is verpand?

(ondw: pandrecht)

Dan kan een ANDER DAN DE HOOGST gerangschikte pandhouder SLECHTS verkopen met handhaving van de hoger gerangschikte pandrechten, zie 3:248 lid 3.

Dus: deze hoger gerangschikte pandrechten blijven op het goed rusten.

Nr. 514: Parate executie

^voortbordurend op het voorgaande, hoe zit dat dan met hypotheek?

Daar is het anders geregeld.
Daar vindt zuivering plaats, zie 3:273 (nr. 588 boek).

>Betekent: als het de HOOGST gerangschikte pandhouder is die verkoopt, dan vervalt het recht van de LAGER gerangschikte pandhouder om op te gaan in de bevoegdheid om overeenkomstig zijn rang te delen in de opbrengst.

Zie 3:253 BW en 490b Rv

Nr. 515: Hoofdregel: openbare verkoop

De hoofdregel is openbare verkoop. T.a.v pand bepaalt 3:250.1 dat de verkoop geschiedt in het openbaar naar de plaatselijke gewoonten EN op de gebruikelijke voorwaarden

Dit ziet op executie en verhaal.

Wat is de achtergrond van deze hoofdregel en wat is het doel van deze hoofdregel?

De achtergrond is de bescherming van de belangen van de pandgever en andere schuldeisers.

Het doel van openbare verkoop is het behalen van een zo hoog mogelijke, objectief bepaalde opbrengst én het verkleinen van de kans dat de executerende pandhouder met de koper samenspant ten nadele van de pandgever en de andere schuldeisers.

Nr. 516: Uitzondering: onderhandse verkoop

Wat is de uitzondering op openbare verkoop en waar staat dat in wet?

Onderhandse verkoop (let op, met rechterlijke goedkeuring). 3:251.1

Nr. 516: Uitzondering: onderhandse verkoop

Arrest Rabo/Sporting nog invoegen in Excel

P.458

Tegen een beschikking ex 3:251 lid 1 is géén hogere voorziening toegelaten, aldus, met een verwijzing naar 3:268 lid 3, de Hoge Raad in zijn arrest Rabo/Sporting. 

Wanneer de Hoge Raad in Rabo/Sporting zegt dat tegen een beschikking ex art. 3:251 lid 1 BW géén hogere voorziening is toegelaten, bedoelt de HR dat je niet in hoger beroep of cassatie kunt gaan tegen die beschikking. De beschikking is dus eindbeslissend en staat niet open voor verdere toetsing door een hogere rechter.

Nr. 516: Uitzondering: onderhandse verkoop

Hoee worden beiden wijzen van verkoop bij hypotheek, de openbare ten overstaan van een notaris en onderhandse bij goedgekeurde overeenkomst aangemerkt?

Als een executoriale verkoop waarop de in art. 544 e.v. Rv voorgeschreven formaliteiten mede van toepassing zijn.

3:268.4

Hierbuiten is er GEEN andere wijze van verhaal voor de hypotheekhouder, een daartoe strekkend beding is zelfs nietig, lid 5.

Nr. 517: Onderhandse verkoop bij pand

Als je het voorgaande leest, over de 2 mogelijkheden voor verhaal voor de hypotheekhouder, hoe zit dat dan met de pandhouder in het geval van onderhandse verkoop bij pand?

Er zijn 4 mogelijkheden voor de pandhouder.

1. Verkoop in het openbaar
2. Verkoop met rechterlijke toestemming onderhands
3. Pand verblijft aan pandhouder
4. (die wordt hier genoemd): 3:251.2 - partijen kunnen een afwijkende wijze van verkoop overeenkomen. (E.e.a. Wordt later toegelicht).

Nr. 517: Onderhandse verkoop bij pand

Wat kan deze overeengekomen afwijkende wijze van verkoop inhouden, waarover het gaat bij manier 4, de mogelijkheden voor de pandhouder voor verhaal ?

Hoe heet dit?

De overeengekomen afwijkende wijze van verkoop van onder meer inhouden dat de pandgever (of diens curator) het verpande goed onderhands verkoopt en de opbrengst ter beschikking stelt van de pandhouder opdat deze het hem verschuldigde daarop kan verhalen.

Deze verkoop wordt oneigenlijke lossing genoemd en valt onder 57 Fw.
Het is een vorm van uitoefening van het recht van parate executie door de pandhouder.

Nr. 517: Onderhandse verkoop bij pand

Houdt de afwijkende wijze van verkoop (3:251 lid 1) voor de pandhouder ook in dat de pandhouder zich het pand tegen een met de pandhouder overeen te komen prijs mag toe-eigenen?

Ja, dat is een optie. Zie lid 2.

Nr. 518: Verkoop volgens regels voor hypotheek

Er wordt nog gewezen op de in 3:254 vervatte mogelijkheid om verhypothekeerde en verpande zaken tezamen volgens de voor hypotheek gelende regels te executeren.

(roerende zaken, bestemd om duurzaam te dienen)

Wat geldt als executie overeenkomstig een dergelijk beding geschiedt?

Dan zijn NIET de regels van pand van toepassing (3:248-253), maar van hypotheek (3:268-273)

Let op: beding is inschrijfbaar in de openbare registers, 3:254.3

Nr. 520: Verdeling van de opbrengst

Hoe werkt het met de verdeling van de opbrengst?
Onderscheid de situatie 'executie door een pandhouder' en 'executie uit hoofde van hypotheek'.

>Executie door pandhouder: deze ontvangt zelf de koopprijs
>Executie uit hoofde van hypotheek: de koper voldoet de koopprijs in handen van de notaris

3:270.1

Overschot? Dat moet worden afgedragen aan de zekerheidsgever, 3:253.1 resp 3:270.2

Nr. 520: Verdeling van de opbrengst

Wat zijn de belangrijkste vuistregels bij pand- en hypotheekrechten onderling?

Wordt in beginsel bepaald door het prioriteitsbeginsel (ouderdom), dat
(1)pand en hypotheek in beginsel boven voorrechten gaan (3:279) én

(2)dat bijzondere voorrechten in beginsel boven algemene voorrechten gaan (3:280)

Nr. 520: Verdeling van de opbrengst

Ik wil de netto-opbrengst verdelen (onder pand- en hypotheekhouders).

Dat geschiedt in principe op basis van een minnelijke regeling (3:253.1 jo 490b.1 Rv).

Als ik naar de rangregeling in het Wetboek van Burgerlijke Rv wil, waar ga ik dan heen?

P. 463 boek, artikelen: 552 jo 482-490d Rv

Nr. 521: Seperatisme

Wat wordt met seperatisme genoemd (hier)?

In faillissementssituaties kunnen pand- en hypotheekhouders hun recht uitoefenen alsof er geen faillissement was, zie 57.1 Fw.

Zij zijn seperatist.

>Zij kunnen (anders dan andere crediteuren) desgewenst tot parate executie overgaan en het hun toekomende op de opbrengst verhalen
>Zie ook 182 Fw

Nr. 521: Seperatisme

Aan de bevoegdheid tot parate executie in faillissement zijn 2 grenzen gesteld. Welke?

1. Zij kan tijdelijk NIET worden uitgeoefend indien de rechtercommissaris een afkoelingsperiode heeft gelast (63a FW)
2. De curator is bevoegd - niet verplicht - de pand- of hypotheekhouder een redelijke termijn te stellen om tot uitoefening van zijn recht als seperatist over te gaan.

Nr. 521: Seperatisme

Als gevolg van executoriale verkoop door de seperatist en betaling van de koopprijs gaan alle op het goed rustende hypotheken teniet - 3:273.1

Wanneer is dat ook het geval?

Hetzelfde is het geval indien de hypotheekhouder de hem gestelde termijn heeft laten verstrijken en de curator zelf verkoopt - 188.1 Fw

Nr. 521: Seperatisme

Een bijzondere bescherming genieten de beperkt gerechtigden wier rechten als gevolg van de executie vervallen. Wat dan?

Zij kunnen bij de verdeling uit eigen hoofde opkomen voor hun recht op schadevergoeding als bedoeld in 3:282 (57.2 Fw) én er vindt te hunner laste géén omslag in de faillissementskosten plaats (182 Fw).

Nr. 521: Seperatisme

arrest Van Gend en Loos

Nog invoegen in Excel of hier - p465

Nr. 528: Vuistpand op roerende zaken c.a.

Ik wil een vuistpand op roerende zaken vestigen.
In beginsel geldt dan de schakelbepaling 3:98 BW, waaruit volgt dat de pandgever beschikkingsbevoegd moet zijn en dat er een geldige titel aan de vestiging ten grondslag moet liggen, zie immers 3:84 lid 1.

Maar, voor wat betreft het leverings- of vestigingsvereiste geldt NIET 3:90.
Wat geldt dan wel?

Wat is het gevolg daarvan?

Speciaal voor vuistpand geldt 3:236.1

Met dit aangepaste vereiste wordt tot uitdrukking gebracht dat de pandhouder SLECHTS HOUDER van de verpande zaak wordt en niet BEZITTER, zoals 3:90 zou meebrengen.

Nr. 528: Vuistpand op roerende zaken c.a.

Wat als wordt gekozen voor een pandrecht via een derde (bij vuistpand), wat is dan essentieel mbt de zaak?

Dan is het essentieel dat de zaak uit de macht van de pandgever raakt.

Nr. 528: Vuistpand op roerende zaken c.a.

Wat als de te verpanden goederen zich reeds onder een derde bevinden, bijvoorbeeld een vervoerder, en er zijn zakenrechtelijke papieren afgegeven?

Dan kan het pandrecht worden gevestigd door overgifte van dit papier.

De vervoerder of veemhouder gaat daardoor houden voor de pandhouder.

Nr. 528: Vuistpand op roerende zaken c.a.

Wat als de te verpanden goederen zich reeds onder een derde bevinden, bijvoorbeeld een vervoerder, en er zijn zakenrechtelijke papieren afgegeven?

Dan kan het pandrecht worden gevestigd door overgifte van dit papier.

De vervoerder gaat daardoor houden voor de pandhouder.

Nr. 532: Aan vuistpand verbonden voorrang

Het vuistpandrecht biedt de pandhouder de mogelijkheid om zijn vordering bij voorrang op de netto-opbrengst van het verpande goed te verhalen.

In dit verband zijn 2 hoofdregels van belang. Welke?

1. In beginsel gaat een ouder pandrecht VOOR een jonger beperkt recht
2. Volgens de hoofdregel van 3:279 gaat het pandrecht BOVEN voorrecht, TENZIJ de wet anders bepaalt.

Dus, de positie van de vuistpandhouder blijft sterk. Er zijn weinig uitzonderingen.

Nr. 532: Aan vuistpand verbonden voorrang

Er is een uitzondering genoemd, op de sterke positie van de vuistpandhouder m.b.t. Aan vuistpand verbonden voorrang.

Welke? (Artikel)

3:284 lid 2.

Nr. 533: Stil pand op roerende zaken c.a.

Waarom is het stil pandrecht (3:237) in het leven geroepen?

Aan de vestiging van een pandrecht dmv het in de macht van de pandhouder of een derde brengen van te verpanden goederen kunnen grote praktische bezwaren kleven.

Er kan een letterlijk onwerkbare situatie ontstaan als een bedrijf zijn inventaris uit handen moet geven.

Dus, is de vestiging van een STIL pandrecht in het leven geroepen.

Nr. 533: Stil pand op roerende zaken c.a.

Voor de vestiging van een stil pandrecht is een akte nodig. Deze hoeft niet tweezijdig te zijn, maar voldoende is eenzijdig.

Welk artikel in het Wetboek van Rv gaat daarover?

156 lid 1 Rv.

Nr. 533: Stil pand op roerende zaken c.a.

Voor de akte geldt het bepaalbaarheidsvereiste.

Wanneer is aan die eis volgens de HR voldaan in vaste rechtspraak?

Als de akte van verpanding ZODANIGE gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welk goed het gaat.

Nr. 534: Positie stil pandhouder

De positie van de stil pandhouder is minder sterk dan die van de vuistpandhouder. Zowel in feitelijke als in juridische zin. Waar ga ik heen om de volledige verschillen te bekijken?

P. 479 en 480 boek
O.a. Geniet de stil pandhouder géén bescherming tegen (gedeeltelijke) beschikkingsonbevoegdheid van de pandgever, 3:238 lid 1 en 2, en zie nr 531.)
>Hij is dus óók niet beschermd tegen oudere beerkte rechten zoals pandrechten.
>Eveneens niet beschermd indien het stil pandrecht wordt gevestigdt op de ONVOORWAARDELIJKE eigendom van onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken. 

Nr. 535: Pandrecht op toekomstige roerende zaken c.a.

Is de vestiging van pandrecht bij voorbaat op toekomstige goederen mogelijk?

Zo ja, o.g.v. Welke artikelen?

Ja, dat is mogelijk o.g.v. 3:98 jo 3:97

Nr. 535: Pandrecht op toekomstige roerende zaken c.a.

Het kan zich voordoen dat eenzelfde toekomstige zaak meerdere malen bij voorbaat is verpand.

Zodra nu de pandgever de zaak verkrijgt, ontstaan er tezelfdertijd meerdere pandrechten. Wat nu?

Hun rangorde wordt in beginsel bepaald door het tijdstip waarop de inpandgeving bij voorbaat heeft plaatsgevonden. 3:98 jo 3:97 lid 2

Nr. 535: Pandrecht op toekomstige roerende zaken c.a.

Hierboven zie je hoe de rangorde is bepaald, als er tezelfdertijd meerdere pandrechten ontstaan.

Wanneer zal echter alsnog rangwisseling plaatsvinden?

Zodra de tweede pandhouder vóór de eerste de zaak in zijn macht krijgt en hij het eerste pandrecht kent, noch behoort te kennen. Zie 3:238 jo 3:97 lid 2

Nr. 536: Vervreemdingsbevoegdheid pandgever

arrest Mulder q.q. /CLBN en Van Gorp q.q. / Rabo nog invoegen

P482 en 483 boek

Nr. 537: Omzetting in vuistpand

Kan omzetting in vuistpand plaatsvinden?

Ja, de pandhouder kan onder omstandigheden vorderen dat de zaak of het toonderpapier in zijn macht of in die van een derde wordt gebracht en dusdoende het stil pandrecht ALSNOG omzetten in een vuistpand. Zie 3:237 lid 3.

In de praktijk vindt omzetting dikwijls plaats via een zogenoemde 'verhuurconstructie'.

Nr. 537: Omzetting in vuistpand

Wat als op het goed meerdere pandrechten rusten, en de pandhouder afgifte wil vorderen?

Dan komt de bevoegdheid om afgifte te vorderen toe aan iedere pandhouder jegens wie de pandgever of de schuldenaar tekortschiet.

Zie 3:237 lid 3.

Nr. 537: Omzetting in vuistpand

Nadat afgifte heeft plaatsgevonden, is het pandrecht niet langer stil. Vanaf dat moment zijn welke regels van toepassing?

En wat als de zaak weer in handen komt van de pandgever?

De regels betreffende vuistpand zijn dan weer van toepassing.

Als de zaak echter weer in handen komt van de pandgever, dan krijgen de regels betreffende stil pand opnieuw gelding. 3:258 lid 1.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo