Goederenrecht - Goederenrecht , nrs - VERPLICHTE NRS 482, 483, 489, 493, 494, 505, 508, 510, 511, 514 , 528
60 belangrijke vragen over Goederenrecht - Goederenrecht , nrs - VERPLICHTE NRS 482, 483, 489, 493, 494, 505, 508, 510, 511, 514 , 528
Nr 489: Overdracht onder opschortende voorwaarde van betaling [eigendomsvoorbehoud]
Wat is eigendomsvoorbehoud en waar vind ik het?
3:92 BW.
Nr. 493: Voorwaardelijk eigendomsrecht vervreemder [eigendomsvoorbehoud]
Bij eigendomsvoorbehoud, 3:92 BW, wie is dan de rechthebbende van een zelfstandig en overdraagbaar goederenrechtelijk vermogensrecht, zolang na een overdracht onder eigendomsvoorbehoud de opschortende voorwaarde NIET is vervuld?
Zij zijn ieder voorwaardelijk eigenaar, de vervreemder onder ontbindende voorwaarde en de verkrijger onder opschortende voorwaarde.
Arrest Rabo/Reuser (+commentaar kennisgroep)
Nr. 493: Voorwaardelijk eigendomsrecht vervreemder [eigendomsvoorbehoud]
Langs welke weg vindt de overdracht door vervreemder van zijn eigendomsrecht onder ontbindende voorwaarde plaats?
Is sprake van een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke levering?
Er is sprake van een ONvoorwaardelijke levering, slechts het OBJECT van die levering is voorwaardelijk.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Nr. 493: Voorwaardelijk eigendomsrecht vervreemder [eigendomsvoorbehoud]
Welke twee leveringsvormen zijn mogelijk bij eigendomsvoorbehoud als de zaak zich feitelijk onder de koper bevindt?
Levering cp: Verkoper (VERVREEMDER) A verklaart in het vervolg te houden voor C. De zaak blijft feitelijk bij koper B, die op zijn beurt blijft houden voor A. Levering speelt zich geheel af tussen A en C. Let op: B hoeft hiervan NIET op de hoogte te zijn.
Levering longa manu: Rol van B is nu een constitutieve: levering vindt plaats doordat B de overdracht erkent of deze hem wordt meegedeeld.
Nr. 494: Voorwaardelijk eigendomsrecht verkrijger [eigendomsvoorbehoud]
Wat verkrijgt de verkrijger onder eigendomsvoorbehoud?
Hij kan over dit voorwaardelijk eigendomsrecht beschikken.
(Dus: hij mag ook verkopen, anders liggen de zaken stil. Zie de casus Calzone en de extra uitleg in de FC's door docent).
Nr. 494: Voorwaardelijk eigendomsrecht verkrijger [eigendomsvoorbehoud]
Volgens de HR vindt de vervreemding of bezwaring van het voorwaardelijk eigendomsrecht plaats op de wijze zoals die is voorzien voor de levering respectievelijk bezwaring van de zaken zelf. Wat kan hieruit worden afgeleid?
Dit komt neer op middellijke of ONmiddellijke verschaffing van de feitelijke macht over de zaak waarop de voorwaardelijke eigendom betrekking heeft.
Nr. 494: Voorwaardelijk eigendomsrecht verkrijger [eigendomsvoorbehoud]
Dat de verkrijger onder eigendomsvoorbehoud slechts een voorwaardelijk eigendomsrecht verwerft en hij derhalve NIET in staat is tot overdracht of bezwaring van het onvoorwaardelijk eigendomsrecht op de zaak, belet hem niet om over .. (vul aan)
>De overdracht of bezwaring door de eigendomsvoorbehoudkoper ten behoeve van de derde krijgt dan haar beslag zodra de tegenprestatie aan de verkoper onder eigendomsvoorbehoud wordt voldaan.
Nr. 503 t/m nr. 524 gaan over:
Nr. 505: Beperkte zekerheidsrechten
Wat voor rechten zijn pand en hypotheek?
Waartoe strekken zij?
Zij strekken tot verhaal, MET VOORRANG.
Nr. 505: Beperkte zekerheidsrechten
Waar verschillen de pand- en hypotheekhouder van de gewone schuldeiser?
Nr. 505: Beperkte zekerheidsrechten
Wat betreft het aspect voorrang, hoe verhoudt zich dat tot de regel uit 3:277, dat alle schuldeisers onderling een gelijk recht hebben om uit de netto-opbrengst van de goederen van hun schuldenaar te worden voldaan naar evenredigheid van ieders vordering?
Nr. 508: Toekomstige goederen en enkel naar de soort bepaalde goederen
Wat geldt voor toekomstige goederen, wanneer kunnen deze bezwaard worden met beperkte zekerheidsrechten?
Wat voor gevolg heeft deze regel?
Deze regel heeft tot gevolg dat een recht van hypotheek op toekomstige goederen niet mogelijk is, maar een pandrecht wel.
LET OP: Als algemeen vereiste van goederenrecht geldt dat het goed VOLDOENDE bepaald is.
Nr. 508: Toekomstige goederen en enkel naar de soort bepaalde goederen
Bij toekomstige goederen geldt als algemeen vereiste van goederenrecht dat het goed voldoende bepaald is. Wat wordt hieronder verstaan?
Voor het stil pandrecht op toekomstige vorderingen komt daar bovendien nog bij dat deze moeten worden verkregen uit een ten tijde van de verpanding bij voorbaat reeds bestaande rechtsverhouding. (nr. 545)
Nr. 510: Vordering tot voldoening van een geldsom
Wat is securering? (gesecureerde vordering)
Nr. 510: Vordering tot voldoening van een geldsom
Om wat voor soort vorderingen gaat het eigenljk?
Zij kan zowel een vordering op de pand- of hypotheekgever zelf als een vordering op een ander zijn. 3:231 lid 1.
In die laatste situatie spreken we van een derdenpand of derdenhypotheek. (Nr. 513).
Nr. 510: Vordering tot voldoening van een geldsom
Qua omvang strekt het recht van pand niet alleen tot waarborg van de hoofdsom, maar - behoudens andersluidend beding - ook tot waarborg van drie jaren rente die krachtens overeenkomst of wet verschuldigd is, zie 3:244.
Welke bepaling geldt voor hypotheek?
Nr. 510: Vordering tot voldoening van een geldsom
Bij het recht van pand is ook nog genoemd:
Nr. 511: Bestaande en toekomstige vorderingen
Kan een vordering tot zekerheid waarvan het zekerheidsrecht zal strekken ook op een toekomstige vestiging van het zekerheidsrecht zijn?
De vordering tot zekerheid waarvan het zekerheidsrecht zal strekken, kan zowel een ten tijde van de vestiging van het zekerheidsrecht reeds bestaande als een op dat moment nog toekomstige zijn.
LET OP: in beide gevallen is vereist dat de vordering voldoende bepaalbaar is. Zie 3:231 lid 2 en 3:260 lid 1.
Nr. 511: Bestaande en toekomstige vorderingen
Wat is voldoende om aan te tonen dat een vordering voldoende bepaalbaar is?
Welke aanduiding in concreto aan deze eis voldoet, is aan de rechter ter beslissing overgelaten. In de praktijk wordt dit criterium ruim opgevat.
Nr. 511: Bestaande en toekomstige vorderingen
Kan het zekerheidsrecht ter securering van een toekomstige vordering worden tegengeworpen tegen degene die beslag legt op het verbonden goed?
Ook al ontstaat de te secureren vordering pas na de beslaglegging?
Nr. 511: Bestaande en toekomstige vorderingen
Hoe werkt het mbt met voorrang verhalen van vorderingen die pas ontstaan OP OF NA de dag van faillietverklaring van de zekerheidsgever?
Nr. 511: Bestaande en toekomstige vorderingen
Voortbordurend op het volgende:
>Voor dergelijke vorderingen kan een pandhouder staande het faillissement van zijn pandgever SLECHTS verhaal nemen op de opbrengst van de uitwinning van voorafgaand aan het faillissement gevestigde pandrechten indien:
(2 situaties noemen):
B) Die rechtsverhouding mede door een rechtshandeling van de gefailleerde is ontstaan.
Zie voor een voorbeeld, p.452
Nr. 511: Bestaande en toekomstige vorderingen
Kan de zekerheidsgerechtigde die een ongesecureerde vordering van een derde heeft overgenomen teneinde deze onder de dekking van het zekerheidsrecht te brengen, na faillietverklaring van de zekerheidsgever verhalen krachtens het zekerheidsrecht indien hij ttv overname NIET te goeder trouw was ex 54 Fw?
>Deze regel houdt verband met het in de Faillissementswet en in 3:277 verankerde beginsel van de gelijkheid van crediteuren (Paritas Creditorum)
Nr. 514: Parate executie
O.g.v. 3:248 resp. 3:268 heeft zowel de pand- als de hypotheekhouder het recht van parate executie. Wat is deze bevoegdheid, wat is parate executie dus?
Nr. 514: Parate executie
Er zitten risico's verbonden aan parate executie voor beide partijen, want het is bijvoorbeeld niet altijd eenvoudig om vast te stellen of de schuldenaar daadwerkelijk in verzuim is, zie 6:81 BW.
Wat is daarom m.b.t. Het pandrecht bepaald?
Zie 3:248 lid 2.
Nr. 514: Parate executie
Wat als een goed meerdere malen is verpand?
(ondw: pandrecht)
Dus: deze hoger gerangschikte pandrechten blijven op het goed rusten.
Nr. 514: Parate executie
^voortbordurend op het voorgaande, hoe zit dat dan met hypotheek?
Daar vindt zuivering plaats, zie 3:273 (nr. 588 boek).
>Betekent: als het de HOOGST gerangschikte pandhouder is die verkoopt, dan vervalt het recht van de LAGER gerangschikte pandhouder om op te gaan in de bevoegdheid om overeenkomstig zijn rang te delen in de opbrengst.
Zie 3:253 BW en 490b Rv
Nr. 515: Hoofdregel: openbare verkoop
De hoofdregel is openbare verkoop. T.a.v pand bepaalt 3:250.1 dat de verkoop geschiedt in het openbaar naar de plaatselijke gewoonten EN op de gebruikelijke voorwaarden
Dit ziet op executie en verhaal.
Wat is de achtergrond van deze hoofdregel en wat is het doel van deze hoofdregel?
Het doel van openbare verkoop is het behalen van een zo hoog mogelijke, objectief bepaalde opbrengst én het verkleinen van de kans dat de executerende pandhouder met de koper samenspant ten nadele van de pandgever en de andere schuldeisers.
Nr. 516: Uitzondering: onderhandse verkoop
Wat is de uitzondering op openbare verkoop en waar staat dat in wet?
Nr. 516: Uitzondering: onderhandse verkoop
Arrest Rabo/Sporting nog invoegen in Excel
Tegen een beschikking ex 3:251 lid 1 is géén hogere voorziening toegelaten, aldus, met een verwijzing naar 3:268 lid 3, de Hoge Raad in zijn arrest Rabo/Sporting.
Wanneer de Hoge Raad in Rabo/Sporting zegt dat tegen een beschikking ex art. 3:251 lid 1 BW géén hogere voorziening is toegelaten, bedoelt de HR dat je niet in hoger beroep of cassatie kunt gaan tegen die beschikking. De beschikking is dus eindbeslissend en staat niet open voor verdere toetsing door een hogere rechter.
Nr. 516: Uitzondering: onderhandse verkoop
Hoee worden beiden wijzen van verkoop bij hypotheek, de openbare ten overstaan van een notaris en onderhandse bij goedgekeurde overeenkomst aangemerkt?
3:268.4
Hierbuiten is er GEEN andere wijze van verhaal voor de hypotheekhouder, een daartoe strekkend beding is zelfs nietig, lid 5.
Nr. 517: Onderhandse verkoop bij pand
Als je het voorgaande leest, over de 2 mogelijkheden voor verhaal voor de hypotheekhouder, hoe zit dat dan met de pandhouder in het geval van onderhandse verkoop bij pand?
1. Verkoop in het openbaar
2. Verkoop met rechterlijke toestemming onderhands
3. Pand verblijft aan pandhouder
4. (die wordt hier genoemd): 3:251.2 - partijen kunnen een afwijkende wijze van verkoop overeenkomen. (E.e.a. Wordt later toegelicht).
Nr. 517: Onderhandse verkoop bij pand
Wat kan deze overeengekomen afwijkende wijze van verkoop inhouden, waarover het gaat bij manier 4, de mogelijkheden voor de pandhouder voor verhaal ?
Hoe heet dit?
Deze verkoop wordt oneigenlijke lossing genoemd en valt onder 57 Fw.
Het is een vorm van uitoefening van het recht van parate executie door de pandhouder.
Nr. 517: Onderhandse verkoop bij pand
Houdt de afwijkende wijze van verkoop (3:251 lid 1) voor de pandhouder ook in dat de pandhouder zich het pand tegen een met de pandhouder overeen te komen prijs mag toe-eigenen?
Nr. 518: Verkoop volgens regels voor hypotheek
Er wordt nog gewezen op de in 3:254 vervatte mogelijkheid om verhypothekeerde en verpande zaken tezamen volgens de voor hypotheek gelende regels te executeren.
(roerende zaken, bestemd om duurzaam te dienen)
Wat geldt als executie overeenkomstig een dergelijk beding geschiedt?
Let op: beding is inschrijfbaar in de openbare registers, 3:254.3
Nr. 520: Verdeling van de opbrengst
Hoe werkt het met de verdeling van de opbrengst?
Onderscheid de situatie 'executie door een pandhouder' en 'executie uit hoofde van hypotheek'.
>Executie uit hoofde van hypotheek: de koper voldoet de koopprijs in handen van de notaris
3:270.1
Overschot? Dat moet worden afgedragen aan de zekerheidsgever, 3:253.1 resp 3:270.2
Nr. 520: Verdeling van de opbrengst
Wat zijn de belangrijkste vuistregels bij pand- en hypotheekrechten onderling?
(1)pand en hypotheek in beginsel boven voorrechten gaan (3:279) én
(2)dat bijzondere voorrechten in beginsel boven algemene voorrechten gaan (3:280)
Nr. 520: Verdeling van de opbrengst
Ik wil de netto-opbrengst verdelen (onder pand- en hypotheekhouders).
Dat geschiedt in principe op basis van een minnelijke regeling (3:253.1 jo 490b.1 Rv).
Als ik naar de rangregeling in het Wetboek van Burgerlijke Rv wil, waar ga ik dan heen?
Nr. 521: Seperatisme
Wat wordt met seperatisme genoemd (hier)?
Zij zijn seperatist.
>Zij kunnen (anders dan andere crediteuren) desgewenst tot parate executie overgaan en het hun toekomende op de opbrengst verhalen
>Zie ook 182 Fw
Nr. 521: Seperatisme
Aan de bevoegdheid tot parate executie in faillissement zijn 2 grenzen gesteld. Welke?
2. De curator is bevoegd - niet verplicht - de pand- of hypotheekhouder een redelijke termijn te stellen om tot uitoefening van zijn recht als seperatist over te gaan.
Nr. 521: Seperatisme
Als gevolg van executoriale verkoop door de seperatist en betaling van de koopprijs gaan alle op het goed rustende hypotheken teniet - 3:273.1
Wanneer is dat ook het geval?
Nr. 521: Seperatisme
Een bijzondere bescherming genieten de beperkt gerechtigden wier rechten als gevolg van de executie vervallen. Wat dan?
Nr. 521: Seperatisme
arrest Van Gend en Loos
Nr. 528: Vuistpand op roerende zaken c.a.
Ik wil een vuistpand op roerende zaken vestigen.
In beginsel geldt dan de schakelbepaling 3:98 BW, waaruit volgt dat de pandgever beschikkingsbevoegd moet zijn en dat er een geldige titel aan de vestiging ten grondslag moet liggen, zie immers 3:84 lid 1.
Maar, voor wat betreft het leverings- of vestigingsvereiste geldt NIET 3:90.
Wat geldt dan wel?
Wat is het gevolg daarvan?
Met dit aangepaste vereiste wordt tot uitdrukking gebracht dat de pandhouder SLECHTS HOUDER van de verpande zaak wordt en niet BEZITTER, zoals 3:90 zou meebrengen.
Nr. 528: Vuistpand op roerende zaken c.a.
Wat als wordt gekozen voor een pandrecht via een derde (bij vuistpand), wat is dan essentieel mbt de zaak?
Nr. 528: Vuistpand op roerende zaken c.a.
Wat als de te verpanden goederen zich reeds onder een derde bevinden, bijvoorbeeld een vervoerder, en er zijn zakenrechtelijke papieren afgegeven?
De vervoerder of veemhouder gaat daardoor houden voor de pandhouder.
Nr. 528: Vuistpand op roerende zaken c.a.
Wat als de te verpanden goederen zich reeds onder een derde bevinden, bijvoorbeeld een vervoerder, en er zijn zakenrechtelijke papieren afgegeven?
De vervoerder gaat daardoor houden voor de pandhouder.
Nr. 532: Aan vuistpand verbonden voorrang
Het vuistpandrecht biedt de pandhouder de mogelijkheid om zijn vordering bij voorrang op de netto-opbrengst van het verpande goed te verhalen.
In dit verband zijn 2 hoofdregels van belang. Welke?
2. Volgens de hoofdregel van 3:279 gaat het pandrecht BOVEN voorrecht, TENZIJ de wet anders bepaalt.
Dus, de positie van de vuistpandhouder blijft sterk. Er zijn weinig uitzonderingen.
Nr. 532: Aan vuistpand verbonden voorrang
Er is een uitzondering genoemd, op de sterke positie van de vuistpandhouder m.b.t. Aan vuistpand verbonden voorrang.
Welke? (Artikel)
Nr. 533: Stil pand op roerende zaken c.a.
Waarom is het stil pandrecht (3:237) in het leven geroepen?
Er kan een letterlijk onwerkbare situatie ontstaan als een bedrijf zijn inventaris uit handen moet geven.
Dus, is de vestiging van een STIL pandrecht in het leven geroepen.
Nr. 533: Stil pand op roerende zaken c.a.
Voor de vestiging van een stil pandrecht is een akte nodig. Deze hoeft niet tweezijdig te zijn, maar voldoende is eenzijdig.
Welk artikel in het Wetboek van Rv gaat daarover?
Nr. 533: Stil pand op roerende zaken c.a.
Voor de akte geldt het bepaalbaarheidsvereiste.
Wanneer is aan die eis volgens de HR voldaan in vaste rechtspraak?
Nr. 534: Positie stil pandhouder
De positie van de stil pandhouder is minder sterk dan die van de vuistpandhouder. Zowel in feitelijke als in juridische zin. Waar ga ik heen om de volledige verschillen te bekijken?
O.a. Geniet de stil pandhouder géén bescherming tegen (gedeeltelijke) beschikkingsonbevoegdheid van de pandgever, 3:238 lid 1 en 2, en zie nr 531.)
>Hij is dus óók niet beschermd tegen oudere beerkte rechten zoals pandrechten.
>Eveneens niet beschermd indien het stil pandrecht wordt gevestigdt op de ONVOORWAARDELIJKE eigendom van onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken.
Nr. 535: Pandrecht op toekomstige roerende zaken c.a.
Is de vestiging van pandrecht bij voorbaat op toekomstige goederen mogelijk?
Zo ja, o.g.v. Welke artikelen?
Nr. 535: Pandrecht op toekomstige roerende zaken c.a.
Het kan zich voordoen dat eenzelfde toekomstige zaak meerdere malen bij voorbaat is verpand.
Zodra nu de pandgever de zaak verkrijgt, ontstaan er tezelfdertijd meerdere pandrechten. Wat nu?
Nr. 535: Pandrecht op toekomstige roerende zaken c.a.
Hierboven zie je hoe de rangorde is bepaald, als er tezelfdertijd meerdere pandrechten ontstaan.
Wanneer zal echter alsnog rangwisseling plaatsvinden?
Nr. 536: Vervreemdingsbevoegdheid pandgever
arrest Mulder q.q. /CLBN en Van Gorp q.q. / Rabo nog invoegen
Nr. 537: Omzetting in vuistpand
Kan omzetting in vuistpand plaatsvinden?
In de praktijk vindt omzetting dikwijls plaats via een zogenoemde 'verhuurconstructie'.
Nr. 537: Omzetting in vuistpand
Wat als op het goed meerdere pandrechten rusten, en de pandhouder afgifte wil vorderen?
Zie 3:237 lid 3.
Nr. 537: Omzetting in vuistpand
Nadat afgifte heeft plaatsgevonden, is het pandrecht niet langer stil. Vanaf dat moment zijn welke regels van toepassing?
En wat als de zaak weer in handen komt van de pandgever?
Als de zaak echter weer in handen komt van de pandgever, dan krijgen de regels betreffende stil pand opnieuw gelding. 3:258 lid 1.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















