Relatievermogensrecht - nrs 61 (EXCL 65 )

41 belangrijke vragen over Relatievermogensrecht - nrs 61 (EXCL 65 )

Nr 61: De begrippen wettelijke gemeenschap van goederen en huwelijksgemeenschap

Art. 1:93 BW e.v. (titel 7) bevatten regeling van wettelijke gemeenschap van goederen. Wat is de aard (regelend/dwingend) van deze bepalingen?

Wat ontstaat tussen de echtgenoten bij huwelijkse voorwaarden indien zij gen afwijkende regeling hebben getroffen?

De aard van 1:93 e.v. Titel 7 = regelend recht.

Dan ontstaat bij hen op moment van de huwelijkse voltrekking een wettelijke (beperkte) gemeenschap van goederen. Deze ontstaat ex 1:94 lid 1 van rechtswege.

Nr. 61: De wettelijke gemeenschap blijft voortaan (na 1 januari 2018) beperkt tot hetgeen tijdens het huwelijk door eigen inspanningen wordt verworven.

Wat betekent dat voor schenkingen en verkrijgingen krachtens erfrecht dan?

Deze blijven in beginsel privé, evenals ten huwelijk aangebrachte goederen en schulden.

Nr. 62: Over het karakter van de huwelijksgemeenschap

De niet ontbonden huwelijksgemeenschap heeft een sterk gebonden karakter. Zij kent geen aandelen. Wat wil dat zeggen?

D.w.z dat ieder der echtgenoten rechthebbende is ten aanzien van de gehele gemeenschap.

Noch de gemeenschap als geheel, noch de afzonderlijke goederen zijn voor verdeling vatbaar, zolang de gemeenschap niet ontbonden is.

Pas bij de ontbinding van de gemeenschap ontstaan er aandelen: ieder krijgt dan recht op de helft, 1:100 lid 1 BW
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Nr. 63: Wat omvat de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen?

Waar vind ik de hoofdregel voor de nieuwe beperkte gemeenschap van goederen?

Wat voor 2 elementen bevat deze bepaling?

In 1:94 lid 2 aanhef BW.

1. De goederen door ieder der echtgenoten afzonderlijk of tezamen verkregen vanaf de aanvang van de gemeenschap;
2. De goederen die reeds vóór de aanvang van de gemeenschap aan de echtgenoten gezamenlijk toebehoorden. 

Nr. 63: Bij de wettelijke gemeenschap van goederen zullen er dus 3 vermogens naast elkaar bestaan. Welke?

1. De gemeenschap waarin de echtgenoten zijn gehuwd;
2. Het privévermogen van de man;
3. Het privévermogen van de vrouw.

Nr. 64: Erfrechtelijke verkrijgingen en giften

Wat moet de bepaling in 1:94 lid 3 sub a voorkomen?

Dat de gemeenschap door het doen van giften van de echtgenoten aan elkaar wordt uitgehold.

Nr. 64: In 1:94 lid 3 sub b is een voorziening opgenomen om erflaters en schenkers de mogelijkheid te geven te bepalen dat hetgeen zij nalaten of schenken, alsmede de vruchten daarvan, toch in de wettelijke beperkte gemeenschap valt.

Hoe heet dit?

Dit heet de insluitingsclausule.

Deze clausule kan zich eventueel ook beperken tot de vruchten.

Nr. 64: Hoe kan de insluitingsclausule of uitsluitingsclausule, waar we het net over hebben gehad, worden gemaakt?

Er zijn 2 manieren.

1. Door de erflater bij uiterste wilsbeschikking

2.  Door de schenker bij de gift

Nr. 64: Wat wordt als gift aangemerkt en waar vind ik dat in de wet?

Iedere handeling die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt. 7:186 lid 2 BW. Let op, zowel rechtshandelingen als feitelijke handelingen vallen daaronder.

Nr. 64: In de rechtspraak is de vraag aan de orde gekomen welke gevolgen aan een uitsluitingsclausule moeten worden verbonden in situaties van een samenstel van gelijktijdig verrichte rechtshandelingen.

Wat volgt uit het genoemde arrest en welk artikel ga je heen (in het tegenwoordige recht)?

Lening, koop, overdracht en kwijtschelding zijn gelijktijdig geschied. In een dergelijke constellatie kan de koopsom (voor het kwijtgescholden deel) worden aangemerkt als te zijn voldaan ten laste van privévermogen van de man.

Indien dat deel meer dan 50% van de koopsom betreft, blijft het goed buiten de gemeenschap.

Zie 1:95 lid 1 BW

Nr. 66: We hebben het over de schulden gehad hierboven. De 3 uitzonderingen staan ook in lid 7, sub a t/m c.

Welke uitzondering hoort er nog meer bij?

Verknochte goederen, lid 5.

Er blijven ook onder het nieuwe recht schulden over die slechts als privé kunnen worden aangemerkt als zij als verknocht worden gekwalificeerd.

Nr. 66: Wat als een schuld uit het 'verkeerde' vermogen is voldaan?

Dan leidt dat tot vergoedingsrechten, zie nr 70.

Nr. 66: Dat een schuld een gemeenschapsschuld is, betekent niet dat .... (vul aan)

Beide echtgenoten voor deze schuld aansprakelijk zijn.

Evenmin is het zo dat privéschulden alleen maar op het privévermogen van een echtgenoot verhaald kunnen worden en gemeenschapsschulden slechts op de gemeenschap.

Nr. 66: Waarvoor is de kwalificatie gemeenschapsschuld dan wel privéschuld van belang?

Voor de mate en wijze van verhaalbaarheid, zie nr 68

Nr. 67: Schulden; aansprakelijkheid

Ongeacht het huwelijksvermogensregime waarin de echtgenoten gehuwd zijn - en ongeacht of het gemeenschapsschulden of privéschulden betreft - geldt voor de aansprakelijkheid het volgende:

Een echtgenoot is voor het GEHEEL aansprakelijk voor:

1. De door hem aangegane schulden; de ene echtgenoot wordt geen partij bij de door de andere echtgenoot gesloten overeenkomst en kan dus NIET tot nakoming worden aangesproken.
2. De krachtens de wet in zijn persoon ontstane schulden (bijvoorbeeld uit hoofde van OD)
3. De schulden aangegaan tbv de gewone gang van de huishouding, ongeacht door welk van beide echtgenoten deze schuld is aangegaan (ex 1:85)

Nr. 67: Wat geldt ná ontbinding van de gemeenschap voor de echtgenoot mbt aansprakelijkheid voor gemeenschapsschulden?

Na ontbinding van de gemeenschap blijft een echtgenoot voor het geheel aansprakelijk voor gemeenschapsschulden waarvoor hij ook voordien geheel aansprakelijk was. 1:102 BW en voor zijn privéschulden.

Voor andere schulden van de gemeenschap is hij hoofdelijk met de andere echtgenoot verbonden, met dien verstande evenwel dat daarvoor slechts kan worden uitgewonnen hetgeen hij uit hoofde van verdeling vd gemeenschap heeft verkregen, onverminderd 3:190 lid 1 en 3:191 lid 1 BW

Nr. 68: Schulden, verhaal, aanwijsrecht en overnemingsrecht

Het gehele vermogen van de schuldenaar strekt de schuldeiser tot verhaal, 3:276 BW.

Wat geldt daarnaast voor de in enige gemeenschap gehuwde schuldenaar? (Iets wat de schuldeiser kan doen)

Dat de schuldeisers zich kunnen verhalen op de goederen der gemeenschap, zowel voor gemeenschapsschulden als privéschulden. 1:96 lid 1.

Nr. 68: De wet geeft enige voorzieningen die de positie van de echtgenoten op enkele punten versterken en daarmee de verhaalsmogelijkheden voor de schuldeisers beperken.

Wat voor recht heeft de echtgenoot-niet schuldenaar bijvoorbeeld?

KOMT NIET TERUG, 1:96 LID 2/3!

De echtgenoot-niet schuldenaar heeft een aanwijsrecht om zo verhaal op het 'verkeerde' vermogen te voorkomen.

>Gaat het om een privéschuld van de ander, dan heeft de echtgenoot-niet schuldenaar het recht om verhaal op de gemeenschapsgoederen te blokkeren, indien hij privégoederen van de ander kan aanwijzen die voldoende verhaal bieden. Zie 1:96 lid 2, eerste zin BW.

Nr. 68: Hoe zit dit voor de echtgenoot-schuldenaar?

Ook de echtgenoot- schuldenaar heeft een dergelijk recht, kijk maar in 1:96 lid 2, tweede zin.

Deze laatste mogelijkheid is toegevoegd in de wet van 24 april 2017 (Wet wettelijke beperkte gemeenschap van goederen)

Nr. 68: Wat biedt de wet van 24 april 2017 daarnaast (en dat is geheel nieuw) m.b.t. Bescherming tegen verhaal door privéschuldeisers?

Een nog verdergaande bescherming tegen verhaal door privéschuldeisers op goederen der gemeenschap: het verhaal voor een dergelijke schuld is namelijk beperkt tot de helft van de opbrengst van het uitgewonnen goed.

Nr. 68: Hoe zit het met de andere helft dan?

Die komt de andere echtgenoot toe en valt voortaan buiten de gemeenschap.

Nr. 68: We hebben het nu gehad over een aanwijsrecht bij de echtgenoot (niet) schuldenaar. Maar er is ook een ander recht. Welke is dat?

De andere echtgenoot heeft echter ook een overnemingsrecht.

Nr. 68: Wat houdt het overnemingsrecht in?

De andere echtgenoot is dan bevoegd, indien een schuldeiser verhaal op een goed van de gemeenschap zoekt tzv een niet tot de gemeenschap behorende schuld, het goed waarop de schuldeiser verhaal zoekt, over e nemen tegen betaling van de helt van de waarde van dat goed 'uit zijn eigen vermogen.

>Vanaf het tijdstip van de overneming is dit een eigen goed van deze echtgenoot, dat niet in de gemeenschap valt (1:96 lid 3)

Nr. 68: Let op, Art. IV sub b Overgangsrecht bepaalt:

Dat 1:96 lid 3 BW n.v.t is op een gemeenschap van goederen die is ontstaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de wet (eerbiedigende wering) dus, alleen op huwelijken die op of na 1 januari 2018 zijn gesloten.

Nr. 68: Hoe zit het met de bewijslast in dit kader?

De echtgenoot die een schuldeiser tegenwerpt dat een goed waarop deze verhaal zoekt niet behoort tot de gemeenschap, draagt daarvan ex 1:96.6 de bewijslast.

Nr. 69: Zaaksvervanging (vgl nr 63)

De 3 vermogens die tijdens een wettelijke GVG bestaan, zijn niet statisch. Er worden immers goederen verkocht, nieuwe goederen aangekocht en vorderingen worden geïnd. Wat voor vraag rijst dan?

De vraag naar zaaksvervanging. De vraag rijst dan namelijk of een goed (zaak/vorderingsrecht) dat in privé toebehoode aan een echtgenoot na belegging/herbelegging of inning van het vorderingsrecht privé-eigendom van die echtgenoot blijft.

Nr. 75: Ontbinding van de gemeenschap, 1:99 BW

Wat noemt 1:99 BW?

Art. 1:99 lid 1 BW noemt de oorzaken waardoor en de tijdstippen waarop de huwelijksgemeenschap van rechtswege wordt ontbonden.

Nr. 75: De regeling van 1:99 BW wijkt af van de voor 1 januari 2012 geldende regeling. Dit systeem is thans verlaten. Voor alle ontbindingsgronden is gekozen voor het moment van indiening van het verzoek.

Wat is de gedachte achter het naar voren halen van het tijdstip van ontbinding?

Dat is vanaf het moment van het indienen van een echtscheidingsverzoek (en dergelijke) de veronderstelde solidariteit niet langer aanwezig is.

De echtgenoten worden zo beter beschermd tegen nadelige handelingen die de ander wellicht vanaf het moment van bijv. de indiening van het echtscheidingsverzoek zal verrichten.

Door het faillissement van een der echtgenoten wordt de huwelijksgemeenschap NIET ontbonden. Zie 61 en 63 Fw voor de bijzondere vermogensrechtelijke gevolgen die dit faillissement met zich brengt.

Nr. 75: 1:99 lid 2 geeft enkele (noodzakelijke) regels van derdenbescherming.

Lees deze door

Nr. 75: De indiening van een verzoek tot bijv echtscheiding zal niet altijd leiden tot ontbinding van een huwelijk. Immers, verzoek kan immers worden ingetrokken. Welk artikel regelt dan wat hiervoor?

1:99 lid 3, dit lid geeft een regeling welke gevolgen in dat geval aan de indiening van het verzoek enz. moeten worden toegekend.

Nr. 1:99 lid 3: Hoe zit het indien vast komt te staan dat een verzoek als bedoeld in lid 1, sub b/c/d dan wel een ovk als bedoeld in lid 1 sub e, niet meer kan leiden tot echtscheiding/ontbinding geregistreerd partnerschap etc. ?

Dan worden alle gevolgen van gemeenschap geacht steeds te hebben bestaan, alsof er geen verzoek was ingediend of overeenkomst was gesloten, tenzij zich inmiddels een andere grond voor ontbinding heeft voorgedaan.

Nr. 76: Gevolgen der ontbinding (vanaf 1:100 BW)

Voor de gevolgen van de ontbinding ga je naar welke artikelen?

1:100 - 1:108 BW

Nr. 77: Het bestuur over de ontbonden gemeenschap

Wat voor 2 regels gelden voor het bestuur over de ontbonden gemeenschap?

Hiervoor geldt:
1: ieder der echtgenoten is afzonderlijk bevoegd tot het verrichten van daden van gewoon beheer (vgl 3:170 lid 1)
2: de echtgenoten zijn gezamenlijk bevoegd tot het verrichten van:
a) daden van beschikking (3:170 lid 3)
b) daden van beheer (3:170 lid 2)

Onder beheer zijn begrepen handelingen die voor de normale exploitatie van het goed dienstig kunnen zijn, alsook het aannemen van aan de gemeenschap verschuldigde prestaties (vgl 3:170 lid 2 BW).

Nr. 78: Scheiding en deling van de ontbonden huwelijksgemeenschap 1:100 BW

Art 1:100 lid 2 behelst de (hoofd)regel voor verdeling van de activa en de passiva van de ontbonden gemeenschap: de ontbonden gemeenschap zal bij helfte worden verdeeld tussen de man en de vrouw of hun erfgenamen.

Kan hiervan worden afgeweken?

Ja, hiervan kan worden afgeweken, en wel bij echtscheidingsconvenant.

De afwijking van de hoofdregel ogv redelijkheid en billijkheid is niet geheel uitgesloten, maar volgens vaste rechtspraak van de HR dient deze te worden gereserveerd voor uitzonderlijke gevallen. Dus: een zeer terughoudende toepassing.

Nr. 78: Voor wat betreft de passiva, waar is dat geregeld in wet?

1:100 lid 2.

>Let op: de regeling ziet uitsluitend op de situatie bij ontbinding van de gemeenschap en kan alleen aan de orde komen indien de activa van de gemeenschap ontoereikend zijn om de schulden van de gemeenschap te voldoen (negatieve boedel)

Nr. 78: Welke 3 stappen moeten worden genomen om tot een verdeling te geraken?

1. Vaststelling van wat wel en wat niet tot de gemeenschappelijke boedel behoort;
2. Waardering van de goederen die tot de gemeenschap behoren;
3. Een verdeling van de gemeenschap (in beginsel bij helfte); na het vaststellen van de kavels zal nog geleverd moeten worden op dezelfde wijze als voor overdracht is voorgeschreven (3:186 BW)

Nr. 78: Lees de 3 stappen door, waar uitgebreide uitleg bij wordt gegeven. Dit geldt voor het komen tot een verdeling

P141 t/m 143

Nr. 78 Niet steeds zal de gemeenschappelijke boedel bij helfte worden verdeeld. Daarvoor kunnen verschillende redenen zijn. Welke 2 kun je noemen?

A) de goederen vallen niet bij helfte te verdelen (bijv. Omdat de woning het enige waardevolle vermogensbestanddeel is);
dit wordt dan rechtgetrokken door de echtgenoot die te weinig krijg, een vordering wegens onderbedeling te geven;

B) de echtgenoten wijken bewust af van de verdeling bij helfte, niet alleen wat de goederen, maar ook wat de waarde betreft; wanneer dit uit vrijgevigheid geschiedt zal er in de boedelscheiding tevens een gift gelegen zijn.

Nr. 78: In beginsel kan ieder der echtgenoten bij de verdeling van de goederen gelijke rechten doen gelden, onafhankelijk van de vraag van wiens zijde het goed in de gemeenschap is gevallen. (Let wel op de beginselen van R&B).

In één geval bestaat een voorkeursrecht o.g.v de wet. Welke bepaling wordt bedoeld?

1:101 BW.

Echtgenoot die het recht heeft de in deze bepaling genoemde persoonlijke goederen en zijn beroeps- en bedrijfsmiddelen tegen de geschatte prijs over te nemen .

Nr. 79: Aansprakelijkheid (voor reeds bestaande schulden) na ontbinding van de huwelijksgemeenschap (1:102 BW)

Voor een goed begrip van dit artikel dienen we ons af te vragen wat de situatie vóór de ontbinding is.

Voor welke (gemeenschaps)schulden is een echtgenoot vóór de ontbinding aansprakelijk?

1. Voor de schulden van 1:85 BW: gewone gang van de huishouding
2. Voor de door hem zelf aangegane gemeenschapsschulden*

>Voor beide soorten schulden blijft een echtgenoot op dezelfde wijze, ook na de ontbinding aansprakelijk. Zie 1:102 eerste volzin BW.

*Alleen voor 2 geldt een verandering.
Voor de onder 1 genoemde schulden verandert er NIETS

Nr. 79: Hoe zit het met de 2e categorie, 'voor de door hem zelf aangegane gemeenschapsschulden'?

Voor deze categorie treedt een verandering in, doordat voor deze schulden de aansprakelijkheid en het verhaalsrecht in zoverre wordt uitgebreid dat hiervoor nu ook de andere echtgenoot hoofdelijk wordt verbonden,

zij het dat de verhaalsmogelijkheden voor crediteuren ogv die extra aansprakelijkheden worden beperkt tot hetgeen de echtgenoot uit hoofde van de verdeling heeft verkregen. Zie 1:102, tweede zin BW.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo