Goederenrecht - Goederenrecht , nrs
58 belangrijke vragen over Goederenrecht - Goederenrecht , nrs
Nr. 541: Waarom is art. 3:236 lid 2 van belang voor de verpanding van vorderingen op naam?
= openbaar pandrecht
Nr. 541: Wat geldt bij de uitleg van de akte van openbare verpanding, ook al zal hiervan mededeling moeten worden gedaan aan een derde (de debiteur)?
Nr. 541: Wanneer komt het pandrecht (op vorderingen op naam c.a.) tot stand?
De pandgever dient derhalve op dat moment beschikkingsbevoegd te zijn - vgl. 35 Fw
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Nr. 541: is het mogelijk om één akte te laten dienen tot vestiging van zowel een openbaar pandrecht als een stil pandrecht op vorderingen?
Nr. 542: Waar moet ik heen voor bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid van de pandgever als ik pandhouder van een vordering op naam ben?
Want uit 3:239.4 blijkt nu andermaal dat bescherming uitsluitend toekomt aan degene die kan bogen op een openbaar pandrecht. Daarin wordt immers bepaald dat de bescherming van 3:88 slechts geldt voor de pandhouder die te goeder trouw is op tijdstip mededeling aan debiteur.
Nr. 543 Net als dat er bezwaren bestaan tegen een openbaar pandrecht op roerende zaken, kunnen ook partijen bij verpanding van vorderingen hun bedenkingen hebben tegen de openbaarmaking daarvan?
Waar kunnen deze in zijn gelegen voor de pandgever?
Waar kan deze in zijn gelegen voor de pandhouder?
Pandhouder: In de praktische kant van het doen van mededeling (vooral als het gaat om grote aantallen debiteuren)
Nr. 543: waar ga ik heen voor een stil pandrecht op vordering op naam als ik deze wil vestigen?
Nr. 543: Wat als op dezelfde dag twee of meer stille pandrechten op dezelfde vordering worden gevestigd?
Nr. 543: Wordt de stille pandhouder van een vordering op naam beschermd tegen (beperkte) beschikkingsonbevoegdheid van de pandgever?
Nr. 544 Net als de stil pandhouder van een roerende zaak, is ook de stil pandhouder van een vordering op naam in bepaalde gevallen bevoegd zijn recht om te zetten in een openbaar pand.
De pandhouder versterkt door de omzetting op een aantal punten zijn positie.
Welke 2 punten zijn genoemd?
2. Verkrijgen van inningsbevoegdheid 3:246 lid 1
Nr 544: Teneinde de stil pandhouder in staat te stellen om mededeling te oen van de verpanding, is de pandgever (of curator in faillissement) gehouden de stil pandhouder ...
Vul aan
Nr. 545: Is het mogelijk om een pandrecht op toekomstige vorderingen op naam te vestigen?
Nr. 545: Wat geldt voor openbare verpanding van vorderingen - en dan specifiek de vestigingsformaliteit (de mededeling aan de debiteur is dit)
Nr. 545 ^ In aanvulling op voorgaande, voor stille verpanding geldt nog een nadere beperking. Welke?
(Sluit aan bij formulering van 475 Rv)
Nr 545: Wat wordt als bestaande vordering aangemerkt volgens het arrest Saneringsfonds/ABN?
Nr. 545: Wat wordt als toekomstige vordering (die wel voldoet aan het in 3:239 lid 1 gestelde grondslagvereiste) aangemerkt volgens het arrest WUH/Emmerig q.q.?
Nr. 545: Wat wordt als toekomstige vordering die NIET voldoet aan het in 3:239 lid 1 gestelde grondslagvereiste) aangemerkt volgens het arrest Rabo/Kézér q.q.?
Nr. 545: Wat als een toekomstige vordering pas tegenwoordig wordt nadat de pandgever in staat van faillissement is verklaard/hem surseance van betaling is verleend/of op hem de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard?
Zie 23, (313 jo.) 35 lid 2 Fw.
Nr. 545: Wordt verpanding bij voorbaat doorkruist door een later beslag bij voorbaat? Wat zegt de HR hierover (arrest Ontvanger/NMB Postbank)
Nr. 545: Is het mogelijk om in één authentieke of geregistreerde onderhandse pandakte vestigingshandelingen te verrichten tbv zowel (a) een stil pandrecht op ttv het opmaken resp registreren van de akte bestaande vordering en relatief (enkel) toekomstige vorderingen als (b) een openbaar pandrecht op overige (dubbel) toekomstige vorderingen?
Nr. 546: Verpanding van vorderingen in de praktijk: bepaalbaarheidsvereiste
Nr. 547: Bij de verpanding van vorderingen brengt de aard van het verpande object, de vordering, diverse problemen met zich mee. Want wat is er anders dan bij een roerende zaak?
Nr. 547: Over de inningsbevoegdheid het volgende.
Is de vordering bezwaard met een NOG NIET medegedeeld ofwel stil pandrecht, dan is slechts de pandgever bevoegd de vordering door opzegging opeisbaar te maken, in en buiten rechte nakoming daarvan te eisen én betalingen in ontvangst te nemen.
3:246.1 en 2.
Hoe zit dat met een aan de debiteur medegedeeld, oftewel openbaar pandrecht?
Nr. 547: Wat als de vordering rust op méér dan 1 pandrecht?
Nr. 547: Een paar punten over de inningsbevoegheid
Punt 5 over de stil pandhouder
2. Inning van de verpande vordering door de pandhouder staat los van een eventueel verhaal van zijn eigen vordering op de pandgever.
3. Inningsbevoegdheid komt hem toe, ongeacht de vraag of zijn eigen vordering reeds opeisbaar is.
4. Hij is tevens bevoegd de gehele vordering te innen
5. De stil pandhouder kan inningsbevoegdheid verkrijgen door alsnog mededeling te doen van zijn pandrecht, eventueel tijdens faillissement van de pandgever (omzetting)
Nr. 548: Wat is het gevolg als de verpande vordering gewoon (dus NIET in het kader van executie) door de openbaar pandhouder of met machtiging van de kantonrechter door de pandgever wordt geïnd?
Zie 6:114
Nr. 548: Wanneer de debiteur van de verpande vordering giraal betaalt op een rekening van de pandhouder, hoe moet men zich in deze situatie dan de regel voorstellen dat het pandrecht komt te rusten op 'het geïnde'?
I.v.m. Het toe-eigeningsverbod van 3:235 dient de pandhouder de betaling ECHTER te ontvangen op een AFZONDERLIJKE rekening op zodanige wijze dat hierdoor een voldoende vermogensafscheiding wordt bewerkstelligd.
Nr. 548: Aan substitutie wordt niet toegekomen indien de inning van de verpande vordering plaatsvindt uit hoofde van executie. (3:246 lid 5).
Hoe zit het dan (dus wat verkrijgt de pandhouder)?
Nr. 549: Arrest Mulder q.q. / CLBN - Verhaalsuitoefening tijdens faillissement en na derdenbeslag
Vraag: verliest de pandhouder bij betaling aan (de curator van) de pandgever nadat deze failliet is verklaard, PER definitie ELKE verhaalsmogelijkheid? (Met name in de bankpraktijk van belang)
Wat heeft HR in het arrest geoordeeld?
>De pandhouder behoudt echter zijn recht van voorrang op het geïnde.
>Dit voorrangsrecht kan (indien betaling plaatsvindt op rekening pandgever bij pandhouder) gerealiseerd worden door verrekening met een eventueel negatief saldo ex 53 Fw.
Nr. 549: Wat heeft de HR in de arresten ING/Verdonk q.q en Hamm q.q/ABN AMRO bevestigd?
Nr. 549: In dit kader de volgende vraag:
Wat als de debiteuren inmiddels eigener beweging betalingen hebben gedaan aan de curator?
Nr. 549: Het volgende is gezegd over situatie dat een bank een (openbaar) pandrecht heeft op de vordering van de rekeninghouder/pandgever op de bank zelf..
Nr. 550: M.b.t. Uitoefening van accessoria het volgende.
Aanvankelijk was omstreden of het pandrecht op een vordering zich ook uitstrekt tot de accessoria van die vordering, in die zin dat de inningsbevoegde pandhouder in geval van uitoefening van het verpande vorderingsrecht OOK die accessoria kan uitoefenen.
Wat heeft de HR geoordeeld? (in 2 arresten, dus 2 elementen noemen, geen naam van arresten)
2. Vervolgens heeft de HR voor pandrecht op een vordering dienovereenkomstig beslist: bevoegdheid van de (openbaar) pandhouder om de verpande vordering te innen, omvat tevens de bevoegdheid tot uitwinning van de aan die vordering verbonden zekerheidsrechten.
Nr. 551: De pandhouder van een vordering op naam kan op verschillende wijzen worden geconfronteerd met aanspraken van derden op de verpande vordering of op de opbrengst daarvan.
Voor een overzicht, zie p.
Nr. 552: Wat zijn (onder meer) de belangrijkste bevoegdheden van de pandhouder?
2. Separatisme bij faillissement (nr 521)
3. Voorrang bij verhaal (nr. 505)
4. Omzetting van stil in openbaar pand (nr 537 en 544)
5. Inningsbevoegdheid (nr 547)
Nr. 552: Bij een gewoon pandrecht heeft de pandhouder NIET het recht om de verpande goederen te gebruiken of te vervreemden.
Hij is integendeel gehouden om ...
Nr. 552: Zowel de pandhouder - ook de stil pandhouder - als de pandgever is bevoegd tot het instellen van rechtsvorderingen tegen derden ter bescherming van het verpande goed, mits hij zorg draagt dat de ander tijdig in het geding wordt geroepen, 3:245
Waaraan kan bijvoorbeeld worden gedacht?
Nr. 552: Tot herverpanding is de pandhouder uitsluitend bevoegd indien hem deze bevoegdheid ondubbelzinnig is toegekend (3:242).
Wat is het gevolg van deze herverpanding?
1. Een ten gunste van de eerste pandhouder;
2. Een te gunste van de herpandnemer, waarbij de eerste pandhouder zijn recht ten achter stelt bij dat van de herpandnemer.
Nr. 552: Wat als herverpanding plaatsvindt zonder dat daartoe toestemming is verkregen?
Nr. 553: Verplichtingen pandhouder
Naast 3:253, zijn er nog 3 genoemd. Welke?
2. Op de vuistpandhouder of de in 3:236 bedoelde derde rust een zorgverplichting. Zie 3:243
3. De pandhouder is, wanneer het pandrecht - anders dan door uitwinning - teniet is gegaan - verplicht te verrichten hetgeen zijnerzijds nodig is opdat de pandgever de hem toekomende feitelijke macht over het goed herkrijgt. Zie 3:256
Nr. 555: Het pandrecht strekt niet ALLEEN tot zekerheid voor de vordering of orderingen waarvoor het werd gevestigd.
Waartoe nog meer (noem 2)?
2. In de tweede plaats strekt het pandrecht tot zekerheid voor de kosten tot behoud en tot onderhoud die door de pandhouder in verband met zijn zorgplicht zijn gemaakt, zie 3:243.2
Nr. 556: M.b.t stil pandrecht op roerende zaken het volgende. Het is denkbaar dat een andere schuldeiser van de pandgever executoriaal beslag legt op de stil verpande zaak.
Wat kan de stil pandhouder dan, indien zijn eigen vordering opeisbaar is?
(Zie ook 3:248 lid 3 voor als de beslaglegger lager gerangschikt is dan pandhouder en deze de executie vervolgt).
Nr. 556: Hoe kan de pandhouder de executoriale verkoop doen plaatsvinden?
Nr. 557: 3:248, parate executie, geldt ook voor pandrecht op vorderingen op naam. Maar, waarom ligt dit doorgaans niet in de rede voor vorderingen op naam? (cessie, 3:94)?
Nr. 557a: Voor het pandrecht dat is gevestigd ter uitvoering van een financiëlezekerheidsovereenkomst, welk art. Ga ik dan naartoe
Nr. 558 somt de wijzen van beëindiging van het pandrecht op.
Hier volgt een overzicht
2. Nr. 524: executie door pand- of hypotheekouder, tenietgaan van de gesecureerde vordering, verjaring van de gesecureerde vordering, het laten voorbijgaan van mogelijkheid van schuldverrekening (bij derdenpand), én schuldoverneming igv derdenpand
3. 3:258 lid 1: in de macht van de pandgever raken van een goed dat oorspronkelijk in vuistpand is gegeven.
4. 3:258 lid 2: afstand bij enkele ovk, MITS van toestemming van pandhouder uit schriftelijke/elektronische verklaring blijkt.
Nr. 561: Niet alleen onroerende zaken kunnen tot object van hypotheek dienen, 3:227 BW, wat nog meer?
Nr. 562: Kan hypotheek worden gevestigd op toekomstige goederen/
Deze regel hangt nauw samen met het goederenrechtelijke specialiteitsbeginsel
Nr. 564: Het recht van hypotheek is een beperkt recht en als zodanig in beginsel onderworpen aan de regels die gelden voor het ontstaan van beperkte rechten in het algemeen.
Noem nog een manier hoe hypotheek tot stand kan komen
Daartoe moet zijn voldaan aan zowel de leveringsvereisten voor overdracht als de vestigingsvereisten voor hypotheek
Nr. 565: Hypotheek komt doorgaans tot stand d.m.v vestiging, o.g.v 3:98 en 3:260.4
Welke 3 fasen onderscheidt men bij totstandkoming van het hypotheekrecht?
2. De hypotheekverlening: ter uitvoering van de obligatoire verplichting wordt een notariële akte opgemaakt.
3. Inschrijving van akte: op dat moment moet de pandgever beschikkingsbevoegd zijn.
Nr. 565: Wat is het gevolg van het niet in acht nemen van de notariële vorm?
Nr. 566: Kan sprake zijn van een gevolmachtige bij de akte?
Wat is daarvoor vereist?
Dat kan slechts indien daartoe een bij authentieke akte verleende volmacht bestaat en deze dient nauwkeurig in de akte te worden vermeld.
Nr. 567: Hoe zit het met beschikkingsonbevoegdheid en bescherming daartegen? (En met beperkte beschikkingsonbevoegdheid daaronder begrepen)?
Dus wordt de hypotheekhouder beschermd tegen beschikkingsonbevoegdheid van de hypotheekgever de veroorzaakt wordt door een titel- of leveringsgebrek
Nr. 568: Wanner is de rangorde van het hypotheekrecht met name van belang?
Nr. 568: Wat moet worden beslist wanneer het op executie van het onderpand aankomt?
Nr. 568: Wat bepaalt in beginsel de rangorde van hypotheek?
Let op 3:19 lid 2 en 3:21 lid 2
Enkele uitzonderingen worden hierna besproken.
Nr. 569: Uitzondering op rangorde: 3:261
Wat als het hier bedoelde beding in de transportakte is vermeld?
Nr. 570: Uitzondering op rangorde: 3:262
Dit ziet op rangwijziging
Wat als een der betrokkenen niet mee wil werken?
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















