Goederenrecht - Goederenrecht , nrs 482, 483, 486, 489, 493, 494
97 belangrijke vragen over Goederenrecht - Goederenrecht , nrs 482, 483, 486, 489, 493, 494
Nr. 483: wat is borgtocht?
Nr. 483: wat is een performance bond?
Nr 489: wat is eigendomsvoorbehoud en waar vind ik het?
3:92 BW.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Nr. 493: Bij eigendomsvoorbehoud, 3:92 BW, wie is dan de rechthebbende van een zelfstandig en overdraagbaar goederenrechtelijk vermogensrecht, zolang na een overdracht onder eigendomsvoorbehoud de opschortende voorwaarde NIET is vervuld?
Zij zijn ieder voorwaardelijk eigenaar, de vervreemder onder ontbindende voorwaarde en de verkrijger onder opschortende voorwaarde.
P 431 boek, bij eigendomsvoorbehoud, arrest Puinbreker
Nr. 493: langs welke weg vindt de overdracht door vervreemder van zijn eigendomsrecht onder ontbindende voorwaarde plaats?
Is sprake van een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke levering?
Er is sprake van een ONvoorwaardelijke levering, slechts het OBJECT van die levering is voorwaardelijk.
Nr. 493: Welke twee leveringsvormen zijn mogelijk bij eigendomsvoorbehoud als de zaak zich feitelijk onder de koper bevindt?
Levering cp: Verkoper A verklaart in het vervolg te houden voor C. De zaak blijft feitelijk bij koper B, die op zijn beurt blijft houden voor A. Levering speelt zich geheel af tussen A en C. Let op: B hoeft hiervan NIET op de hoogte te zijn.
Levering longa manu: Rol van B is nu een constitutieve: levering vindt plaats doordat B de overdracht erkent of deze hem wordt meegedeeld.
Nr. 494: Wat verkrijgt de verkrijger onder eigendomsvoorbehoud?
Hij kan over dit voorwaardelijk eigendomsrecht beschikken.
Nr. 494: Volgens de HR vindt de vervreemding of bezwaring van het voorwaardelijk eigendomsrecht plaats op de wijze zoals die is voorzien voor de levering respectievelijk bezwaring van de zaken zelf. Wat kan hieruit worden afgeleid?
Dit komt neer op middellijke of ONmiddellijke verschaffing van de feitelijke macht over de zaak waarop de voorwaardelijke eigendom betrekking heeft.
Nr. 494: dat de verkrijger onder eigendomsvoorbehoud slechts een voorwaardelijk eigendomsrecht verwerft en hij derhalve NIET in staat is tot overdracht of bezwaring van het onvoorwaardelijk eigendomsrecht op de zaak, belet hem niet om over .. (vul aan)
>De overdracht of bezwaring door de eigendomsvoorbehoudkoper ten behoeve van de derde krijgt dan haar beslag zodra de tegenprestatie aan de verkoper onder eigendomsvoorbehoud wordt voldaan.
Nr. 504: over de terminologie, men spreekt wanneer schuldenaar en pandgever NIET dezelfde persoon zijn van derdenpand. Hoe zit dat?
De pandgever = degene wiens goed met het pandrecht is bezwaard
De pandhouder = degene die het pandrecht verkrijgt.
Let op: de pandgever behoeft niet altijd tevens de schuldenaar van de gedekte vordering te zijn.
Nr. 505 Wat voor rechten zijn pand en hypotheek?
Waartoe strekken zij?
Zij strekken tot verhaal, MET VOORRANG.
Nr. 505: waar verschillen de pand- en hypotheekhouder van de gewone schuldeiser?
Nr 505: wat betreft het aspect voorrang, hoe verhoudt zich dat tot de regel uit 3:277, dat alle schuldeisers onderling een gelijk recht hebben om uit de netto-opbrengst van de goederen van hun schuldenaar te worden voldaan naar evenredigheid van ieders vordering?
Nr. 506: wat wordt met het conventionaliteitsbeginsel bij pand en hypotheek bedoeld?
Dat wordt met dit beginsel bedoeld
Nr. 506: welke uitzonderingen maakt de wet op het conventionaliteitsbeginsel?
>Voorbeeld: verplichting van curator om zekerheid te stellen wanneer hij verklaart een wederkerige overeenkomst gestand te doen (art. 37 Fw)
en aan de verplichting van de vruchtgebruiker om zekerheid te stellen voor de nakoming van zijn verplichtingen jegens de hoofdgerechtigde (3:206)
2. Er zijn enkele gevallen waarin het zekerheidsrecht van rechtswege ontstaat.
Zie het nr, maar een voorbeeld is het ontstaan van een pandrecht in geval van vermenging, nr. 473a.
Nr. 507: omschrijf het verschil tussen pand en hypotheek en borg als zekerheisrecht
Daarin onderscheiden zij zich van persoonlijke zekerheidsrechten zoals borgtocht.
Nr. 507: op het beginsel dat alle goederen vatbaar zijn voor bezwaring met pand of hypotheek bestaat een aantal uitzonderingen.
Welke is genoemd (BW jo Rv)?
Nr. 507: wat geldt als wettelijk uitgangspunt voor pand en hypotheek om te kunnen overdragen?
Oftewel: het is ONmogelijk om een pand- of hypotheekrecht te vestigen op een goed dat NIET overdraagbaar is.
Nr. 507: in de literatuur bestaat discussie over het antwoord op de vraag of OOK voor vorderingen geldt dat onoverdraagbaarheid ervan tevens aan verpanding in de weg staat.
Aan een ontkennend antwoord wordt ten grondslag gelegd dat de ratio van het overdraagbaarheidsvereiste in het algemeen is gelegen in de omstandigheid dat goed in geval van executie moet kunnen worden overgedragen.
Maar, waarom geldt deze ratio NIET voor vorderingen?
Nr. 507: OOK de gedachte dat verpanding een deeloverdracht is (zie nr. 469), rechtvaardigt de conclusie om aan te nemen dat onoverdraagbaarheid van de vordering aan verpanding aan de weg staat.
Wat heeft de HR hieromtrent beslist (en het voorgaande)?
Nr. 507, arrest Oryx/Van Eesteren ging over:
Nr. 507: wat stelt de HR voorop en wat overweegt het college vervolgens in het arrest Oryx/Van Eesteren?
>Het college overweegt vervolgens dat evenals een beding tot uitsluiting van overdraagbaarheid in de zin van 3:83 lid 2 ongeldigheid van de overdracht tot gevolg zou hebben, de schakelbepaling van 3:98 in dit geval meebrengt dat de vordering ten gevolge van het verpandingsverbod NIET GELDIG kon worden verpand.
(let op: geen bescherming pandhouder door 3:88 jo 3:239 lid 4 want geen sprake van onbevoegdheid die voortvloeit uit ongeldigheid vroegere overdracht)
Nr. 507: Indien het recht van pand of hypotheek op een zaak rust, strekt het zich uit over al hetgeen de eigendom van de zaak omvat, zie 3:227 lid 2. Hierto behoren vanzelfsprekend de bestanddelen van de zaak, 3:4 BW.
Wat wordt hiermee echter bedoeld?
Voorbeeld: niet-wortelvaste bomen behoren tot de eigendom van de grond, 5:20.
Nr. 507: Kan zekerheid worden gevestigd op een aandeel in een goed?
Nr. 508: wat geldt voor toekomstige goederen, wanneer kunnen deze bezwaard worden met beperkte zekerheidsrechten?
Wat voor gevolg heeft deze regel?
Deze regel heeft tot gevolg dat een recht van hypotheek op toekomstige goederen niet mogelijk is, maar een pandrecht wel.
LET OP: Als algemeen vereiste van goederenrecht geldt dat het goed VOLDOENDE bepaald is.
Nr. 508: Bij toekomstige goederen geldt als algemeen vereiste van goederenrecht dat het goed voldoende bepaald is. Wat wordt hieronder verstaan?
Voor het stil pandrecht op toekomstige vorderingen komt daar bovendien nog bij dat deze moeten worden verkregen uit een ten tijde van de verpanding bij voorbaat reeds bestaande rechtsverhouding. (nr. 545)
Nr. 509: wat wordt met substitutie bedoeld?
Nr. 509: Worden ook vorderingen ter zake van waardevermindering van het goed begrepen onder substitutie?
Nr. 509: Indien stil verpande zaken met toestemming van de pandhouder door de pandgever onbezwaard worden verkocht en overgedragen aan een derde, komt het pandrecht NIET van rechtswege te rusten op de vordering tot betaling van de koopsom
STIL pandrecht is dus afwijkend.
Wat geldt zolang geen mededeling is gedaan voor de aansprakelijke m.b.t. Een betaling?
3:246 lid 1
> let ook op 3:229 lid 2: voor dit geval geldt een speciale voorrangsregel.
Nr. 510: wat is securering? (gesecureerde vordering)
Nr. 510 Volgens 3:227 strekken pand en hypotheek uitsluitend ter securering van een vordering tot voldoening van een geldsom.
Maar in de praktijk worden pand en hypotheek wel degelijk gehanteerd om andersoortige vorderingen veilig te stellen.
Hoe zit het met verhaal?
Nr. 510: Om wat voor soort vorderingen gaat het eigenljk?
Zij kan zowel een vordering op de pand- of hypotheekgever zelf als een vordering op een ander zijn. 3:231 lid 1.
In die laatste situatie spreken we van een derdenpand of derdenhypotheek. (Nr. 513).
Nr. 510: Qua omvang strekt het recht van pand niet alleen tot waarborg van de hoofdsom, maar - behoudens andersluidend beding - ook tot waarborg van drie jaren rente die krachtens overeenkomst of wet verschuldigd is, zie 3:244.
Welke bepaling geldt voor hypotheek?
Nr. 510: bij het recht van pand is ook nog genoemd:
Nr. 511: Kan een vordering tot zekerheid waarvan het zekerheidsrecht zal strekken ook op een toekomstige vestiging van het zekerheidsrecht zijn?
De vordering tot zekerheid waarvan het zekerheidsrecht zal strekken, kan zwel een ten tijde van de vestiging van het zekerheidsrecht reeds bestaande als een op dat moment nog toekomstige zijn.
LET OP: in beide gevallen is vereist dat de vordering voldoende bepaalbaar is. Zie 3:231 lid 2 en 3:260 lid 1.
Nr 511: Wat is voldoende om aan te tonen dat een vordering voldoende bepaalbaar is?
Welke aanduiding in concreto aan deze eis voldoet, is aan de rechter ter beslissing overgelaten. In de praktijk wordt dit criterium ruim opgevat.
Nr. 511: Kan het zekerheidsrecht ter securering van een toekomstige vordering worden tegengeworpen tegen degene die beslag legt op het verbonden goed?
Ook al ontstaat de te secureren vordering pas na de beslaglegging?
Nr. 511: Hoe werkt het mbt met voorrang verhalen van vorderingen die pas ontstaan OP OF NA de dag van faillietverklaring van de zekerheidsgever?
Nr. 511: Voortbordurend op het volgende:
>Voor dergelijke vorderingen kan een pandhouder staande het faillissement van zijn pandgever SLECHTS verhaal nemen op de opbrengst van de uitwinning van voorafgaand aan het faillissement gevestigde pandrechten indien:
(2 situaties noemen):
B) Die rechtsverhouding mede door een rechtshandeling van de gefailleerde is ontstaan.
Zie voor een voorbeeld, p.452
Nr. 511: Kan de zekerheidsgerechtigde die een ongesecureerde vordering van een derde heeft overgenomen teneinde deze onder de dekking van het zekerheidsrecht te brengen, na faillietverklaring van de zekerheidsgever verhalen krachtens het zekerheidsrecht indien hij ttv overname NIET te goeder trouw was ex 54 Fw?
>Deze regel houdt verband met het in de Faillissementswet en in 3:277 verankerde beginsel van de gelijkheid van crediteuren (Paritas Creditorum)
Nr. 512: Wat wordt verstaan onder de accessoriteitsregel?
Daarnaast zijn ze afhankelijke rechten, 3:7 BW.
Het zijn rechten die zodanig aan de gezekerde vordering zijn verbonden, dat zij NIET zonder die vordering kunnen bestaan en die vordering te allen tijde volgen (3:82)
>Dus: het zekerheidsrecht gaat van rechtswege teniet wanneer de vordering tenietgaat, en volgt wanneer deze a.g.v cessie, subrogatie, vererving, boedelmenging of anderszins (mede) in eens anders vermogen geraakt.
Nr. 512: het loslaten van de accessoriteitsregel zie je (in verstrekkende toepassing) in de bankhypotheek.
Wat heeft de HR geoordeeld?
Een en ander afhankelijk van uitleg van de omschrijving van de gezekerde vorderingen in de hypotheekakte.
Nr. 513: Bij derdenpand- of hypotheek gaat het over dat niet altijd de schuldenaar en degene WIENS GOED met een pand- of hypotheekrecht is bezwaard, dezelfde is.
Wat voor voorbeeld is genoemd dat volgt uit het beginsel van droit de suite?
(Zie hierover, en derdenbescherming, 3:238, 3:98 jo 3:88)
Nr. 513: Wat is het voorrecht van eerdere uitwinning dat de derde-pand of hypotheekGEVER heeft?
Dat is het geval inden voor dezelfde vordering naast zijn goederen, ook goederen van de schuldenaar zijn verpand of verhypothekeerd.
>Hij kan dan, wanneer de schuldeiser tot executie overgaat, verlangen dat de goederen van de schuldenaar mede in de verkoop worden begrepen en het EERST worden verkocht. Zie 3:234 lid 1. (Zie ook lid 3 bij weigering van schuldeiser!)
Nr. 514: O.g.v. 3:248 resp. 3:268 heeft zowel de pand- als de hypotheekhouder het recht van parate executie. Wat is deze bevoegdheid, wat is parate executie dus?
Nr. 514: Er zitten risico's verbonden aan parate executie voor beide partijen, want het is bijvoorbeeld niet altijd eenvoudig om vast te stellen of de schuldenaar daadwerkelijk in verzuim is, zie 6:81.
Wat is daarom m.b.t. Het pandrecht bepaald?
Zie 3:248 lid 2.
Nr. 514: Wat als een goed meerdere malen is verpand?
(ondw: pandrecht)
Dus: deze hoger gerangschikte pandrechten blijven op het goed rusten.
Nr. 514: ^voortbordurend op het voorgaande, hoe zit dat dan met hypotheek?
Daar vindt zuivering plaats, zie 3:273 (nr. 588 boek).
>Betekent: als het de HOOGST gerangschikte pandhouder is die verkoopt, dan vervalt het recht van de LAGER gerangschikte pandhouder om op te gaan in de bevoegdheid om overeenkomstig zijn rang te delen in de opbrengst.
Zie 3:253 BW en 490b Rv
Nr. 515: De hoofdregel is openbare verkoop. T.a.v pand bepaalt 3:250.1 dat de verkoop geschiedt in het openbaar naar de plaatselijke gewoonten EN op de gebruikelijke voorwaarden
Dit ziet op executie en verhaal
Wat is de achtergrond van deze hoofdregel en wat is het doel van deze hoofdregel?
Het doel van openbare verkoop is het behalen van een zo hoog mogelijke, objectief bepaalde opbrengst én het verkleinen van de kans dat de executerende pandhouder met de koper samenspant ten nadele van de pandgever en de andere schuldeisers.
Nr. 516: Wat is de uitzondering op onderhandse verkoop? (dit moet openbarae verkoop zijn denk ik )
Nr. 516: hoe worden beiden wijzen van verkoop bij hypotheek, de openbare ten overstaan van een notaris en onderhandse bij goedgekeurde overeenkomst aangemerkt?
3:268.4
Hierbuiten is er GEEN andere wijze van verhaal voor de hypotheekhouder, een daartoe strekkend beding is zelfs nietig, lid 5.
Nr. 517: Als je het voorgaande leest, over de 2 mogelijkheden voor verhaal voor de hypotheekhouder, hoe zit dat dan met de pandhouder in het geval van onderhandse verkoop bij pand?
1. Verkoop in het openbaar
2. Verkoop met rechterlijke toestemming onderhands
3. Pand verblijft aan pandhouder
4. (die wordt hier genoemd): 3:251.2 - partijen kunnen een afwijkende wijze van verkoop overeenkomen. (E.e.a. Wordt later toegelicht).
Nr. 517: Wat kan deze overeengekomen afwijkende wijze van verkoop inhouden, waarover het gaat bij manier 4, de mogelijkheden voor de pandhouder voor verhaal ?
Hoe heet dit?
Deze verkoop wordt oneigenlijke lossing genoemd en valt onder 57 Fw.
Het is een vorm van uitoefening van het recht van parate executie door de pandhouder.
Nr. 517: Houdt de afwijkende wijze van verkoop (3:251 lid 1) voor de pandhouder ook in dat de pandhouder zich het pand tegen een met de pandhouder overeen te komen prijs mag toe-eigenen?
Nr. 518: Er wordt nog gewezen op de in 3:254 vervatte mogelijkheid om verhypothekeerde en verpande zaken tezamen volgens de voor hypotheek gelende regels te executeren.
(roerende zaken, bestemd om duurzaam te dienen)
Wat geldt als executie overeenkomstig een dergelijk beding geschiedt?
Let op: beding is inschrijfbaar in de openbare registers, 3:254.3)
Nr. 519: Hoe wordt een beding aangemerkt waarbij de pand- of hypotheekhouder de bevoegdheid wordt gegeven zich het verbonden goed toe te eigenen?
Waar vind ik dit?
Dit wordt als nietig aangemerkt (nooit geldig geweest, zo'n beding).
Let op het verschil bij pand ( 3:251.2) en hypotheek (3:268.5)
Nr. 520: Hoe werkt het met de verdeling van de opbrengst?
Onderscheid de situatie 'executie door een pandhouder' en 'executie uit hoofde van hypotheek'.
>Executie uit hoofde van hypotheek: de koper voldoet de koopprijs in handen van de notaris
3:270.1
Overschot? Dat moet worden afgedragen aan de zekerheidsgever, 3:253.1 resp 3:270.2
Nr. 520: Wat zijn de belangrijkste vuistregels bij pand- en hypotheekrechten onderling?
(1)pand en hypotheek in beginsel boven voorrechten gaan (3:279) én
(2)dat bijzondere voorrechten in beginsel boven algemene voorrechten gaan (3:280)
Nr. 520: Ik wil de netto-opbrengst verdelen (onder pand- en hypotheekhouders).
Dat geschiedt in principe op basis van een minnelijke regeling (3:253.1 jo 490b.1 Rv).
Als ik naar de rangregeling in het Wetboek van Burgerlijke Rv wil, waar ga k dan heen?
Nr. 521: Wat wordt met seperatisme genoemd (hier)?
Zij zijn seperatist.
>Zij kunnen (anders dan andere crediteuren) desgewenst tot parate executie overgaan en het hun toekomende op de opbrengst verhalen
>Zie ook 182 Fw
Nr. 521: Aan de bevoegdheid tot parate executie in faillissement zijn 2 grenzen gesteld. Welke?
2. De curator is bevoegd - niet verplicht - de pand- of hypotheekhouder een redelijke termijn te stellen om tot uitoefening van zijn recht als seperatist over te gaan.
Nr. 521: Als gevolg van executoriale verkoop door de seperatist en betaling van de koopprijs gaan alle op het goed rustende hypotheken teniet - 3:273.1
Wanneer is dat ook het geval?
Nr. 521: Een bijzondere bescherming genieten de beperkt gerechtigden wier rechten als gevolg van de executie vervallen. Wat dan?
Nr. 521: arrest Van Gend en Loos
Nr. 522: Over ondeelbaarheid van het recht van hypotheek en pand - 3:230
Wat is het voorbeeld dat is gegeven?
Indien iemand twee even waardevolle colliers in pand heeft gegeven voor een vordering van 10.000, kan hij er zich na betaling van 5.000 NIET op beroepen dat het pandrecht van één van de twee colliers zou zijn vervallen.
Nr 522: wat voor type recht is het leerstuk van ondeelbaarheid?
Dus, partijen kunnen een afwijkende regeling treffen, bijvoorbeeld in die zin dat de hypotheekhouder van verschillende onderpanden tegen aflossing van een bepaald bedrag een onderpand uit het hypothecair verband zal ontslaan.
Nr. 523: Een recht van pand of hypotheek kan op verschillende manieren tot zekerheid strekken ten behoeve van meerdere crediteuren gezamenlijk.
Hoe?
Denk aan de verwerving van een door pand- of hypotheek gedekte vordering door meerdere erfgenamen gezamenlijk.
-Ook kan worden verwezen naar de opvatting dat bij overgang van een enkele door bankpand- of hypotheek gezekerde vordering een gemeenschappelijk zekerheidsrecht ontstaat.
Nr. 523: Waar vind ik een voorbeeld van een gezamenlijk zekerheidsrecht uit de wet?
Nr. 526: dit nr. Geeft aan dat voor de VESTIGING van het pandrecht, niet steeds kan worden volstaan met de door 3:98 BW voorgeschreven overeenkomstige toepassing van afd. 3.4.2. (vgl art. 3:236.2)
Wat kent het pandrecht in de wet namelijk?
Nr. 527: Ik wil weten waar ik heen moet als ik als partij een pandrecht beoog te vestigen en ik ben een financiële marktpartij, de wederpartij is een andere niet-consument
Ook 7:130 e.v. Zijn genoemd
Nr. 527: Hoe ontstaat pandrecht van rechtswege?
Noem 4 manieren
2. In geval van vermenging (zie nr. 473a)
3. A.g.v. Inning door de pandhouder (3:246.5, zie nr. 548)
4. T.b.v. Gezamenlijke certificaathouders (3:259, zie nr. 523)
Nr. 527: bijzondere problemen ontstaan bij vestiging van vuistpand op een AANDEEL in een goed.
Wat dan?
ZONDER hun medewerking is vuistpand slechts denkbaar in die zin dat de zaak zich in de macht van een der andere deelgenoten bevindt.
3:236
Nr. 528: Ik wil een vuistpand op roerende zaken vestigen.
In beginsel geldt dan de schakelbepaling 3:98 BW, waaruit volgt dat de pandgever beschikkingsbevoegd moet zijn en dat er een geldige titel aan de vestiging ten grondslag moet liggen, zie immers 3:84 lid 1.
Maar, voor wat betreft het leverings- of vestigingsvereiste geldt NIET 3:90.
Wat geldt dan wel?
Wat is het gevolg daarvan?
Met dit aangepaste vereiste wordt tot uitdrukking gebracht dat de pandhouder SLECHTS HOUDER van de verpande zaak wordt en niet BEZITTER, zoals 3:90 zou meebrengen.
Nr. 528: Wat als wordt gekozen voor een pandrecht via een derde (bij vuistpand), wat is dan essentieel mbt de zaak?
Nr. 528: Wat als de te verpanden goederen zich reeds onder een derde bevinden, bijvoorbeeld een vervoerder, en er zijn zakenrechtelijke papieren afgegeven?
De vervoerder of veemhouder gaat daardoor houden voor de pandhouder
Nr. 529: Vuistpand op rechten aan toonder of order.
Waar worden rechten aan toonder of order mee gelijk gesteld, voor wat betreft het vestigingsvereiste bij verpanding?
Wat in nr. 528 is gezegd, geldt hier ook. Het is de bedoeling dat de pandhouder SLECHTS HOUDER wordt van het object van verpanding.
Zie dus voor het leveringsvereiste/vestigingsvereiste: 3:236.
Nr. 530: Vuistpand op vruchtgebruik van een roerende zaak of recht aan toonder of order, hoe vestig ik dat?
>Het brengen van de zaak of het papier in de macht van de pandhouder OF een derde.
>Voor rechten aan order aangevuld met endossement,
3:236.
Nr. 531: Bescherming tegen (beperkte) beschikkingsonbevoegdheid
Welk artikel geldt voor vuistpand?
Op welke 2 manieren kan bescherming plaatsvinden?
1. Was de pandgever VOLLEDIG beschikkingsonbevoegd, dan wordt de vuistpandhouder beschermd: pandrecht komt dan TOCH geldig tot stand, TENZIJ lid 3 aan de orde is
2. Was de pandgever GEDEELTELIJK beschikkingsonbevoegd (verpande goed was reeds met een ander beperkt recht bezwaard), dan vindt rangwisseling plaats. Zie lid 2. Het pandrecht gaat in rang boven het andere, oudere beperkte recht.
Nr. 532: Het vuistpandrecht biedt de pandhouder de mogelijkheid om zijn vordering bij voorrang op de netto-opbrengst van het verpande goed te verhalen.
In dit verband zijn 2 hoofdregels van belang. Welke?
2. Volgens de hoofdregel van 3:279 gaat het pandrecht BOVEN voorrecht, TENZIJ de wet anders bepaalt.
Dus, de positie van de vuistpandhouder blijft sterk. Er zijn weinig uitzonderingen.
Nr. 532: er is een uitzondering genoemd, op de sterke positie van de vuistpandhouder m.b.t. Aan vuistpand verbonden voorrang.
Welke? (Artikel)
Nr. 533: Waarom is het stil pandrecht (3:237) in het leven geroepen?
Er kan een letterlijk onwerkbare situatie ontstaan als een bedrijf zijn inventaris uit handen moet geven.
Dus, is de vestiging van een STIL pandrecht in het leven geroepen.
Nr. 533: Voor de vestiging van een stil pandrecht is een akte nodig. Deze hoeft niet tweezijdig te zijn, maar voldoende is eenzijdig.
Welk artikel in het Wetboek van Rv gaat daarover?
Nr. 533: voor de akte geldt het bepaalbaarheidsvereiste.
Wanneer is aan die eis volgens de HR voldaan in vaste rechtspraak?
Nr. 534: de positie van de stil pandhouder is minder sterk dan die van de vuistpandhouder. Zowel in feitelijke als in juridische zin. Waar ga ik heen om de verschillen te bekijken?
Nr. 535: Is de vestiging van pandrecht bij voorbaat op toekomstige goederen mogelijk?
Zo ja, o.g.v. Welke artikelen?
Nr. 535: Het kan zich voordoen dat eenzelfde toekomstige zaak meerdere malen bij voorbaat is verpand.
Zodra nu de pandgever de zaak verkrijgt, ontstaan er tezelfdertijd meerdere pandrechten. Wat nu?
Nr. 535: Hierboven zie je hoe de rangorde is bepaald, als er tezelfdertijd meerdere pandrechten ontstaan.
Wanneer zal echter alsnog rangwisseling plaatsvinden?
Nr. 536: Weer even terug naar het eigendomsvoorbehoud. Bij die bespreking is aandacht besteed aan verschijnsel dat de koper onder eigendomsvoorbehoud (hij heeft slechts een voorwaardelijk eigendomsrecht gekregen), in sommige gevallen tóch bevoegd wordt geacht om over de onvoorwaardelijke eigendom van de geleverde zaken te beschikken.
Wanneer mag dat, dus in welke situatie?
Dit is ook van belang, de soortgelijke problematiek, bij stille verpanding van bedrijfsvoorraden.
Nr. 536: arrest Mulder q.q. /CLBN en Van Gorp q.q. / Rabo nog invoegen
Nr. 537: Kan omzetting in vuistpand plaatsvinden?
In de praktijk vindt omzetting dikwijls plaats via een zogenoemde 'verhuurconstructie'.
Nr. 537: Wat als op het goed meerdere pandrechten rusten, en de pandhouder afgifte wil vorderen?
Zie 3:237 lid 3.
Nr. 537: Nadat afgifte heeft plaatsgevonden, is het pandrecht niet langer stil. Vanaf dat moment zijn welke regels van toepassing?
En wat als de zaak weer in handen komt van de pandgever?
Als de zaak echter weer in handen komt van de pandgever, dan krijgen de regels betreffende stil pand opnieuw gelding. 3:258 lid 1.
Nr. 539: Net als andere beperkte rechten, kan ook het pandrecht worden gevestigd door middel van voorbehoud bij overdracht.
Wat is daartoe vereist?
Nr. 539: Hoe vindt de vestiging van vuistpand door middel van voorbehoud plaats?
En stil pandrecht dan?
De vestiging van stil pandrecht door middel van voorbehoud geschiedt bij authentieke of geregistreerde onderhandse akte.
De zaak of het papier wordt in het bezit van de verkrijger-pandgever gebracht.
Nr. 539: Wanneer is sprake van rangwisseling bij voorbehoud van pandrecht (hetgeen is genoemd in het nr. Althans)?
3:238 lid 2.
Nr. 540: Vuist- en stil pandhouder kunnen op velerlei wijze worden geconfronteerd met aanspraken van derden op het verpande goed of op de executie-opbrengst daarvan.
In dit nr. Is e.e.a op een rijtje gezet.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















