Goederenrecht - Goederenrecht , alle nrs (nr. 700 )
74 belangrijke vragen over Goederenrecht - Goederenrecht , alle nrs (nr. 700 )
Nr. 701: Het recht van de beslaglegger kan NIET worden beschouwd als een volwaardig goederenrechtelijk recht (in de zin van het boek).
Wat is het wel?
Nr. 701: Waarin moet het verband met het onderwerp van het boek, het goederenrecht, wél in worden gevonden?
In het boek wordt dan ook over de 'blokkerende werking' van het beslag gesproken.
Nr. 702: Hoe wordt de blokkerende werking in de wet omschreven?
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Nr. 702: Ik wil weten waar ik informatie vind over executoriaal en conservatoir beslag in de wet. Waar moet ik heen?
712, 715, 720, 726 728a: conservatoir beslag
Nr. 702: Wat volgt uit de arresten Forward c.s./Huber en Ontvanger/De Jong?
-De beslaglegger kan het beslag vervolgen
-Bij vervreemding heeft het beslag zaaksgevolg
-Vervalt het beslag (bijv omdat vordering beslaglegger alsnog wordt voldaan) dan is de verkrijger 'onbezwaard' rechthebbende. Zie ook nr 189.
Nr. 702: Wat bepaalt art. 453a lid 2 Rv?
Nr. 702: 453a lid 2 beschermt derden tegen beslag, 3:86 tegen beschikkingsonbevoegdheid.
Dit geldt bij roerende, niet-registerzaken en ook bij beslag op rechten aan toonder of order (474a Rv).
Maar waarom wordt GEEN speciale bescherming verleend aan de verkrijger van een beslagen registergoed?
3:88 brengt hem eveneens geen baat
Nr 702: hetgeen hiervoor is beschreven, geldt ook voor vestiging van beperkte rechten NA het beslag.
De blokkerende werking van het beslag brengt mee dat.... (vul aan)
Dus: de koper-verkrijger profiteert hiervan mee.
Nr. 702: Niet alleen zuiver goederenrechtelijke beschikkingshandelingen - zoals vervreemding, bezwaring met beperkte rechten of afstand - kunnen door de beslaglegger worden genegeerd.
Wat kan hem nog meer niet worden tegengeworpen?
Nr. 703: Op de verhouding tussen een beslag op en een beschikkingshandeling mbt eenzelfde goed is in beginsel het goederenrechtelijk prioriteitsbeginsel van toepassing. Voor onroerende zaken, zie hoofdregel 3:21 (jo 505 Rv jo 3:89)
Art. 505 lid 3 (resp 726) Rv brengt op deze regel een nuancering aan.
Wat dan?
Nr. 703: Hoe zit het met prioriteitsbeginsel op verhouding tussen het beslag op en beschikkingshandelingen mbt toekomstige goederen?
Beslag kan worden gelegd op toekomstige vorderingen (475 en 718 Rv).
Nr. 703: Hoe zit het met de volgende situatie:
'Mochten diezelfde vorderingen reeds eerder bij voorbaat zijn gecedeerd of verpand aan een derde...' wat prevaleert dan?
Zie arrest Ontvanger/NMB.
Nr. 704: De executoriaal beslaglegger heeft de bevoegdheid om andermans goed te vervreemden. Is hij gebonden aan persoonlijk werkende bedingen die de schuldenaar mbt goed is aangegaan (opties/kredieten)?
Dit impliceert dat op het goed gevestigde beperkte rechten en met betrekking daartoe ingeschreven kwalitatieve verplichtingen door de verkrijger gerespecteerd moeten worden.
Nr. 704: In geval van verhaal op een vorderingsrecht van een schuldenaar oefent de beslaglegger krachtens eigen recht de aan de schuldenaar toekomende bevoegdheid tot inning van de vordering uit. Art 477.1 Rv
Waar kan hij hierbij gebruik van maken?
Nr. 705: Voorrechten zijn niet alleen in titel 3.10 te vinden, maar ook elders in het BW. Noem voorbeelden
Ook buiten het BW: het fiscaal voorrecht (komt ook aan bod)
Nr. 706: Mbt verhaalsrecht (op alle goederen):
Hoofdbeginsel is dat de schuldenaar met al zijn goederen jegens zijn schuldeisers aansprakelijk is (3:276). De schuldeiser die verhaal zoekt kan derhalve in beginsel kiezen welke goederen van zijn debiteur hij uitwint.
Maar op dit beginsel bestaat een aantal uitzonderingen.
Noem de 4 die zijn genoemd
2. Bij ovk kan zijn bepaald dat schuldeiser zich van verhaal op of alle goederen van schuldenaar zal onthouden
3. Verhaal kan worden genomen op goederen van een ander dan de schuldenaar.
LET OP: dit geldt NIET ALLEEN bij derdenpand of hypotheek, ook voorrechten of retentierecht kunnen onder omstandigheden tot een verhaalsrecht op het goed van een derde leiden.
4. 22 INV (ingrijpende uitz)
Nr. 707: Paritas Creditorum, gelijkheid schuldeisers, 3:277 lid 1.
Hoe zit het met een recht dat ouder is , bijvoorbeeld een vorderingsrecht?
EVENMIN is van belang of beslag is gelegd.
Nr. 708: er zijn ook uitzonderingen op de regel van paritas creditorum.
Welke 2 zijn genoemd?
2. Overeenkomst van achterstelling: schuldeiser neemt met een lagere rang genoegen dan de wet hem toekent. Nr. 484
Nr. 709: Zie de hoofdregels voor rangorde
Nr. 710: Een bijzonder verhaalsrecht met voorrang wordt toegekend aan degene wiens beperkt gebruiksrecht op een goed door executie vervalt. Waar kun je aan denken?
>Verval van vruchtgebruik zou mogelijk tot voordeel strekken van andere crediteuren aan wie het anders WEL had kunnen worden ingeroepen
>Zij zouden wellicht hun vorderingen (gedeeltelijk) voldaan zien worden
>Een en ander ten koste van de vruchtgebruiker
Nr. 710: Vervolg op voorgaande.
Hier speelt de billijkheid een rol. Wat dan?
Nr. 710: Wat volgt uit de bepaling uit vorige ^ ?
>De betreffende vordering neemt rang onmiddellijk NA de vorderingen van degenen tegen wie hij zijn recht NIET kan inroepen.
Nr. 710: Wat als de schuldenaar in staat van faillissement verkeert en de pand- of hypotheekhouder executeert als separatist?
Hij draagt NIET mee in de algemene faillissementskosten, 182 Fw.
Nr. 711 Het begrip voorrecht is niet meer dan het recht om bij een rangregeling hoger te worden geplaatst dan medeschuldeisers.
Schept het wel een verhaalsbevoegdheid?
Het is hier slechts als sequeel aan verbonden.
Nr. 711: een bevoorrecht crediteur is GEEN separatist.
Hij blijft niet buiten het faillissement van zijn schuldenaar.
Wat moet hij wel (2 dingen)
1. Zijn vordering - inclusief gepretendeerd voorrecht - ter verificatie indienen
2. Bijdragen in de faillissementskosten
Nr. 711: Hoezo bevindt de bevoorrechte crediteur zich in een gunstigere positie dan zijn concurrente medeschuldeisers?
En ook dat een surseance van betaling in beginsel jegens hem NIET werkt 232 Fw
Nr. 712: Wat is het verschil tussen bijzondere en algemene voorrechten (3:278 lid 2)?
>Zo is de vordering tzv kosten tot behoud van een zaak bevoorrecht op de netto-opbrengst van de zaak die aldus is behouden (3:284)
Algemeen voorrecht: rust op alle tot een vermogen behorende goederen, de voor verhaal onvatbare vanzelfsprekend uitgezonderd.
>Bijvoorbeeld het voorrecht verbonden aan een geldvordering uit arbeidsovk (3:288)
Nr. 713: Het voorrecht geeft slechts de bevoegdheid om HOGER te worden gerangschikt dan medecrediteuren bij verdeling netto-opbrengst van aan het voorrecht onderworpen goed.
Het is noch een volwaardig persoonlijk, nog een volwaardig goederenrechtelijk recht.
Wat heeft het gemeen met een persoonlijk recht?
En hoe zit het met relatie tot het goederenrecht?
Het voorrecht heeft uitsluitend goederen van die debiteur tot object. Het eindigt derhalve zodra deze goederen uit het vermogen van de debiteur verdwijnen. Anders gezegd: voorrechten hebben GEEN zaaksgevolg.
Nr. 713: Bestaan er uitzonderingen op de regel dat het voorrecht geen zaaksgevolg heeft?
-In dier voege dat het voorrecht het goed volgt (3:287)
-In die zin dat het voorrecht rust op een goed dat bij het ontstaan van de vordering niet aan de schuldenaar toebehoorde en ook later niet aan hem is gaan toebehoren (3:284)
Nr 713: De regel 'het voorrecht eindigt bij overdracht van het goed aan een derde' valt in zoverre te relativeren dat volgens de wetgever het voorrecht moet worden beschouwd als een ' recht op de zaak ' ex 3:90 lid 2.
Hoe zit dat dan met een levering per CP?
Deze kan zijn vordering, ondanks de overdracht, met voorrang op het goed blijven verhalen.
Nr. 713: Wat heeft de HR in dit kader beslist over het algemene voorrecht van de Ontvanger ex 21 INV?
Nr. 713: Hoe gaat een voorrecht teniet als dat rust op een goed?
Nr. 713: Een voorrecht is een nevenrecht ex 6:142.
Wat gebeurt er dan als de vordering tenietgaat?
En als de bevoorrechte vordering overgaat op een derde?
Bij overgang van de bevoorrechte vordering op een derde gaat het voorrecht van rechtswege op de verkrijger over.
Nr. 714 Over substitutie het volgende.
In beginsel gaan bijzondere voorrechten teniet indien het goed waarop zij rusten tenietgaat of uit het vermogen van de schuldenaar verdwijnt. Maar in sommige gevallen wordt op deze regel een uitzondering gemaakt en zet het voorrecht zich krachtens substitutie voort op een ander goed.
Waar vind dat in de wet?
Wat betekent dit?
Dit betekent dat wanneer het goed verloren gaat of in waarde vermindert, het voorrecht van rechtswege (mede) komt te rusten op vorderingen tot schadevergoeding uit OD, wanprestatie of verzekering.
GEEN vergoeding in de zin van het artikel is de koopprijs
Nr. 715: Gaat over bijzonder voorrecht wegens kosten tot behoud.
Lees p 614 hiervoor. Welk artikel gaat hierover?
Nr. 716: Gaat over bijzonder voorrecht wegens aanneming van werk.
Lees p614 en 615 hiervoor. Wel artikel gaat hierover?
Nr. 717: Gaat over bijzonder voorrecht op appartementsrecht.
Lees p615 hiervoor. Welk artikel gaat hierover?
Nr. 718: Gaat over bijzonder voorrecht op vordering uit aansprakelijkheidsverzekering.
Lees p616. Welk artikel gaat hierover?
Nr. 719: In art. 3:288 worden algemene voorrechten genoemd.
Hoe wordt hun rangorde bepaald?
Wat hebben deze tot object?
Zij hebben steeds het GEHELE vermogen van de schuldenaar tot object.
Nr 721: Wat zien we bij het retentierecht (3:290) tegenover elkaar?
Nr. 721: Wat valt af te leiden uit het vorige voorbeeld?
Nr. 721: Hoe wordt het opschortingsrecht in de zin van het vorige voorbeeld bedoeld/geduid?
6:52
Nr. 721: Waarom is de regeling van het retentierecht in boek 3 titel 10 opgenomen?
Titel 10: wegens het verband met het verhaalsrecht
Nr. 722: Kunnen retentierecht ook bij overeenkomst worden bedongen?
Dan is afdeling 3.10.4 n.v.t.
Nr. 723: Het retentierecht kan alle zaken betreffen, zowel roerende als onroerende zaken.
Wat onderstelt de uitoefening van het retentierecht?
Nr. 724: Wat is het retentierecht?
Als zodanig is het voor de retentor een verweermiddel en een pressiemiddel om zijn debiteur tot nakoming te bewegen.
Nr. 724: Is rechterlijke tussenkomst nodig om het retentierecht uit te oefenen?
Nr. 724: Wat is een tweede, belangrijk aspect mbt bevoegdheid van de retentor?
Nr. 724: Wat is verder nog gezegd m.b.t het rechtskarakter van het retentierecht? 1/2
>Als de vordering door schuldeiser wordt gecedeerd, dan gaat (meestal betoogd) retentierecht NIET van rechtswege op de cessionaris over...
>...Voorgaande^ is zo aangezien de cedent in de regel NIET bevoegd zal zijn de teruggehouden zaak aan de cessionaris af te geven én opschorting alleen kan worden verricht door degene in wiens macht de zaak zich bevindt.
Nr. 724: Wat is verder nog gezegd m.b.t het rechtskarakter van het retentierecht? 2/2
>Denkbaar is dat de cedent het retentierecht na de cessie ten behoeve van de cessionaris blijft uitoefenen..
>...Of hij hiertoe bevoegd is, zal afhangen van de omstandigheden van het geval, waaronder de rechtsverhouding tussen cedent en cessionaris
>Echter: sommige schrijvers menen dat het retentierecht WEL volledig afhankelijk is
Nr. 724: De wet bevat geen bepaling dat retentierecht ondeelbaar is, zoals wel bij pand en hypotheek.
Maar uit de wet kan het wel worden afgeleid, 3:290.
Hoezo?
Ondeelbaarheid brengt onder andere mee dat een schuldeiser met een retentierecht op meerdere zaken na gedeeltelijke betaling NIET gedwongen kan worden een deel van de zaken vrij te geven, en dat hij zijn verhaalsrecht voor de vordering in haar geheel op elk van die zaken afzonderlijk kan uitoefenen.
Nr. 724: Hoe speelt de R&B een rol bij retentierecht?
Nr. 725: Noem 2 artikelen uit boek 6 en 1 artikel uit boek 3 die zien op zorgplicht; kosten
3:293
Nr. 726: Over derdenwerking en het retentierecht.
De terughoudingsbevoegdheid van de retentor geldt NIET alleen jegens zijn debiteur, maar OOK jegens diens crediteuren.
Zij kan derhalve worden ingeroepen zowel tegen zowel een individuele medecrediteur die derdenbeslag legt (art ... ) als tegen de faillissementscurator (art ...)
Vul de art in
Nr. 726: Uit 3:290 volgt dat retentierecht in beginsel ALLEEN kan worden uitgeoefend jegens debiteur.
Maar art. 3:291 maakt een aantal uitzonderingen.
Wat moet daarbij worden onderscheiden?
Nr. 727: Derden met een posterieur recht op de zaak.
Wat wordt, zie 3:291 lid 1, onder 'recht op de zaak' verstaan?
Nr. 727: Mbt onroerende zaak, dat naar zijn aard NIET kenbaar is uit de openbare registers, wanneer kan dit jegens een posterieur rechthebbende slechts worden ingeroepen?
>Daarbij dient rekening te worden gehouden met hetgeen aan de derde omtrent het retentierecht bekend was toen hij zijn recht verkreeg
>Dit strookt met regel uit 3:24 lid 1
Nr. 727: Hoe zit het met de situatie dat een verkoper de kkoopovk ontbindt, en daarvoor het contract waaruit het retentierecht voortvloeit is gesloten door de koper van een zaak?
Dan ontstaat voor de koper een terugleveringsverplichting
Het ogv daarvan verkregen eigendomsrecht van de verkoper is uit dien hoofde posterieur aan het retentierecht
Nr. 728: Derden met een anterieur recht op de zaak
Het retentierecht kan onder bepaalde omstandigheden worden tegengeworpen aan derden met een ouder recht op de zaak, 3:291.2
Wat is hierbij de hoofdgedachte?
ingeval de zaak bij het ontstaan van het retentierecht aan een derde toebehoorde of een derde daarop een beperkt recht had,
GEEN reden is om de schuldeiser de hem door het retentierecht geboden bescherming te onthouden wanneer het gaat om een vordering uit een ook die de schuldenaar jegens de derde bevoegd was te sluiten
of ten aanzien waarvan de schuldeiser zich redelijkerwijs niet in die bevoegdheid behoefde te verdiepen,
omdat de ovk met een normale exploitatie van de zaak in overeenstemming was.
Nr. 728: De retentor kan zijn retentierecht inroepen tegen derden met een ouder recht op de zaak in de volgende 2 gevallen:
Gaat hier om bevoegdheid van de wederpartij van de retentor in zijn relatie tot de derdegerechtigde.
2. De retentor had GEEN reden om te twijfelen aan de BEVOEGDHEID van de schuldenaar tot het aangaan van de ovk waaruit de vordering voortspruit.
Bepalend is het tijdstip van het ontstaan van de rechtsverhouding waarop het houderschap berust, oftewel het moment van het sluiten van de ovk.
Nr. 729: Zou de retentor UITSLUITEND een terughoudingsbevoegdheid hebben, dan zou gemakkelijk een impasse kunnen ontstaan wanneer de zaak aan een ander dan de schuldenaar toebehoort en deze ander NIET bereid is de vordering te voldoen.
Wat is gedaan om deze impasse te doorbreken?
Als vaststaat dat de schuldeiser een retentierecht heeft, dan is hij tevens bevoegd zijn vordering op de netto-opbrengst van de zaak te verhalen - 3:292 BW.
Nr. 729: Heeft de retentor het recht van parate executie?
Nr. 729: Aan het verhaalsrecht van de retentor is voorrang verbonden. Zijn vordering gaat BOVEN die van allen tegen wie het retentierecht kan worden ingeroepen.
Verwijzing naar met name 3:291 en 6:53.
Wat moet aan de hand van deze bepalingen eerst worden vastgesteld?
Het zijn dan diezelfde derden jegens wie de retentor voorrang heeft bij verhaal.
Zie voorts p627
Nr. 730: wat als de curator ^ in dit verband kiest voor verkoop?
Nr. 731 Gaat over tenietgaan.
Het retentierecht veronderstelt dat de zaak zich bevindt in de macht - het houderschap - van de retentor - vgl 3:291.
Wat kun je dan zeggen over eindigen van het houderschap?
Het retentierecht blijft dus in beginsel voortbestaan wanneer de zaak in handen komt van een ander dan de schuldenaar of de rechthebbende.
Nr. 731: Voortbordurend op ^, de schuldeiser is in dat geval bevoegd de zaak op te eisen onder dezelfde voorwaarden als een eigenaar, 3:295.
Met deze beperking wordt wat aangegeven?
het retentierecht gaat dan alsnog teniet
Nr. 731: Vul aan:
Indien de zaak in de macht komt van de schuldenaar of de rechthebbende, eindigt het retentierecht, tenzij...
3:294
Nr. 731: Wat wordt bedoeld met 'dezelfde rechtsverhouding' in art. 3:294?
Gedacht kan worden aan de situatie dat een schuldenaar-bewaargever de zaak tijdelijk in gebruik heeft gehad. Het retentierecht zal eveneens herleven wanner een reperateur de zaak opnieuw onder zich krijgt omdat de reparatie nog niet voltooid bleek te zijn.
Nr. 731: ^ over het voorgaande, hoe zit het met tenietgaan en herleven van het retentierecht in dat geval?
Dit kan van belang zijn bij de bepaling van de ouderdom van het retentierecht in situaties waar die samenloopt met andere rechten op de zaak.
Nr. 731: het retentierecht eindigt eerst indien de schuldenaar DAADWERKELIJK en VOLLEDIG zijn verbintenis nakomt.
Wat is dus niet voldoende?
Gelet op de ondeelbaarheid (nr 724) van het retentierecht blijft dit bij gedeeltelijke voldoening in beginsel bestaan.
Nr. 732: Fiscaal voorrecht.
Dit algemene voorrecht uit 21 lid 1 INV gaat boven:
lid 2
2. Een stil pandrecht voor zover dit rust op een zogenoemde bodemzaak in de zin van 22 INV.
Nr 732, Fiscaal voorrecht - Wat heeft nr. 2 ^ tot gevolg?
>Zodra de schuldenaar failliet wordt verklaard, wordt deze rangorde gefixeerd
>Het opeisen van de goederen tijdens faillissement leidt derhalve NIET meer tot rangwisseling.
Nr. 733: Waar in de wet vind ik het fiscaal bodemrecht?
Nr. 733: Wat is de ratio van het bodemrecht?
met name indien deze rechten van de derde zijn gevestigd met het oog op zekerheid voor de nakoming van verplichtingen van de belastingschuldige jegens deze derde.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















