Goederenrecht - Goederenrecht , alle nrs (nr. 700 )

74 belangrijke vragen over Goederenrecht - Goederenrecht , alle nrs (nr. 700 )

Nr. 701: Het recht van de beslaglegger kan NIET worden beschouwd als een volwaardig goederenrechtelijk recht (in de zin van het boek).

Wat is het wel?

Het is slechts een sequeel van rechten die de beslaglegger uit hoofde reeds heeft, zoals eigendom (revindicatoir beslag) of een recht op levering (beslag tot afgifte).

Nr. 701: Waarin moet het verband met het onderwerp van het boek, het goederenrecht, wél in worden gevonden?

Daarin dat het beslag de beslagdebiteur/rechthebbende beperkt in zijn mogelijkheden om over het beslagen goed te beschikken.

In het boek wordt dan ook over de 'blokkerende werking' van het beslag gesproken.

Nr. 702: Hoe wordt de blokkerende werking in de wet omschreven?

Wordt in de wet aldus omschreven dat beschikkingshandelingen - met name: vervreemding en bezwaring - die NA de beslaglegging zijn verricht 'niet tegen de beslaglegger kunnen worden ingeroepen'.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Nr. 702: Ik wil weten waar ik informatie vind over executoriaal en conservatoir beslag in de wet. Waar moet ik heen?

453a, 474a, 474e, 475h, 505 lid 2, 566 lid 2: executoriaal beslag

712, 715, 720, 726 728a: conservatoir beslag

Nr. 702: Wat volgt uit de arresten Forward c.s./Huber en Ontvanger/De Jong?

Door vervreemding na beslag wordt de derde rechthebbende van het beslagen goed, maar hij moet toezien hoe de beslaglegger de hem uit het beslag toekomende (verhaal)bevoegdheden uitoefent.


-De beslaglegger kan het beslag vervolgen
-Bij vervreemding heeft het beslag zaaksgevolg
-Vervalt het beslag (bijv omdat vordering beslaglegger alsnog wordt voldaan) dan is de verkrijger 'onbezwaard' rechthebbende. Zie ook nr 189.

Nr. 702: Wat bepaalt art. 453a lid 2 Rv?

Dit artikel bepaalt dat rechten, door een derde anders dan om niet verkregen, worden geëerbiedigd, mits hij te goeder trouw was op het moment dat de zaak in zijn handen is gekomen.

Nr. 702: 453a lid 2 beschermt derden tegen beslag, 3:86 tegen beschikkingsonbevoegdheid.

Dit geldt bij roerende, niet-registerzaken en ook bij beslag op rechten aan toonder of order (474a Rv).

Maar waarom wordt GEEN speciale bescherming verleend aan de verkrijger van een beslagen registergoed?

Er is geen sprake van een door titel- of leveringsgebrek veroorzaakte beschikkingsonbevoegdheid.

3:88 brengt hem eveneens geen baat

Nr 702: hetgeen hiervoor is beschreven, geldt ook voor vestiging van beperkte rechten NA het beslag.

De blokkerende werking van het beslag brengt mee dat.... (vul aan)

Het beperkte recht geldig tot stand is gekomen, maar NIET aan de beslaglegger kan worden tegengeworpen, namelijk in die zin dat deze het goed VRIJ van het beperkte recht kan executeren.

Dus: de koper-verkrijger profiteert hiervan mee.

Nr. 702: Niet alleen zuiver goederenrechtelijke beschikkingshandelingen - zoals vervreemding, bezwaring met beperkte rechten of afstand - kunnen door de beslaglegger worden genegeerd.

Wat kan hem nog meer niet worden tegengeworpen?

Ook kan hem een na het beslag ingeschreven kwalitatieve verplichting in de zin van 6:252 BW niet worden tegengeworpen.

Nr. 703: Op de verhouding tussen een beslag op en een beschikkingshandeling mbt eenzelfde goed is in beginsel het goederenrechtelijk prioriteitsbeginsel van toepassing. Voor onroerende zaken, zie hoofdregel 3:21 (jo 505 Rv jo 3:89)

Art. 505 lid 3 (resp 726) Rv brengt op deze regel een nuancering aan.
Wat dan?

Volgens deze bepalingen kan in een dergelijk geval de vervreemding of bezwaring nog tegen de beslaglegger worden ingeroepen, indien de akte VOOR de inschrijving van het beslag reeds was verleden en de inschrijving uiterlijk geschiedt de eerste dag waarop het kantoor van de bewaarder der registers na de dag van de inschrijving van het beslag open is. (Voorbeeld: nr 121)

Nr. 703: Hoe zit het met prioriteitsbeginsel op verhouding tussen het beslag op en beschikkingshandelingen mbt toekomstige goederen?

Dit beginsel is van overeenkomstige toepassing, via 3:97.


Beslag kan worden gelegd op toekomstige vorderingen (475 en 718 Rv).

Nr. 703: Hoe zit het met de volgende situatie:

'Mochten diezelfde vorderingen reeds eerder bij voorbaat zijn gecedeerd of verpand aan een derde...' wat prevaleert dan?

Dan prevaleert de cessie respectievelijk de verpanding bij voorbaat en dan heeft de cessionaris respectievelijk pandhouder bij het tegenwoordig van de vorderingen NIETS met de beslaglegger te maken.

Zie arrest Ontvanger/NMB.

Nr. 704: De executoriaal beslaglegger heeft de bevoegdheid om andermans goed te vervreemden. Is hij gebonden aan persoonlijk werkende bedingen die de schuldenaar mbt goed is aangegaan (opties/kredieten)?

Nee, in beginsel niet. Wel is hetgeen hij vervreemdt het goed zoals het door hem wordt aangetroffen (nemo plusregel).

Dit impliceert dat op het goed gevestigde beperkte rechten en met betrekking daartoe ingeschreven kwalitatieve verplichtingen door de verkrijger gerespecteerd moeten worden.

Nr. 704: In geval van verhaal op een vorderingsrecht van een schuldenaar oefent de beslaglegger krachtens eigen recht de aan de schuldenaar toekomende bevoegdheid tot inning van de vordering uit. Art 477.1 Rv

Waar kan hij hierbij gebruik van maken?

Hij kan hierbij gebruikmaken van de aan die vordering verbonden zekerheden.

Nr. 705: Voorrechten zijn niet alleen in titel 3.10 te vinden, maar ook elders in het BW. Noem voorbeelden

Boek 8, vervoerrechtelijke voorrechten.
Ook buiten het BW: het fiscaal voorrecht (komt ook aan bod)

Nr. 706: Mbt verhaalsrecht (op alle goederen):
Hoofdbeginsel is dat de schuldenaar met al zijn goederen jegens zijn schuldeisers aansprakelijk is (3:276). De schuldeiser die verhaal zoekt kan derhalve in beginsel kiezen welke goederen van zijn debiteur hij uitwint.

Maar op dit beginsel bestaat een aantal uitzonderingen.
Noem de 4 die zijn genoemd

1. De wet kan verhaal op bepaalde vermogensbestanddelen uitsluiten of beperken. (Igv faillissement, 21 Fw)
2. Bij ovk kan zijn bepaald dat schuldeiser zich van verhaal op of alle goederen van schuldenaar zal onthouden
3. Verhaal kan worden genomen op goederen van een ander dan de schuldenaar.
LET OP: dit geldt NIET ALLEEN bij derdenpand of hypotheek, ook voorrechten of retentierecht kunnen onder omstandigheden tot een verhaalsrecht op het goed van een derde leiden.
4. 22 INV (ingrijpende uitz)

Nr. 707: Paritas Creditorum, gelijkheid schuldeisers, 3:277 lid 1.

Hoe zit het met een recht dat ouder is , bijvoorbeeld een vorderingsrecht?

Aan de gelijkheid van schuldeisers doet niet af dat het ene recht wellicht van eerdere datum is dan het andere recht: ouderdom van het vorderingsrecht is in beginsel NIET relevant.

EVENMIN is van belang of beslag is gelegd.

Nr. 708: er zijn ook uitzonderingen op de regel van paritas creditorum.


Welke 2 zijn genoemd?

1. 3:278.1 (uit de wet voortvloeiende redenen van voorrang)
2. Overeenkomst van achterstelling: schuldeiser neemt met een lagere rang genoegen dan de wet hem toekent. Nr. 484

Nr. 709: Zie de hoofdregels voor rangorde

P. 609 boek

Nr. 710: Een bijzonder verhaalsrecht met voorrang wordt toegekend aan degene wiens beperkt gebruiksrecht op een goed door executie vervalt. Waar kun je aan denken?

Aan een anterieur pandhouder die tot executie overgaat.
>Verval van vruchtgebruik zou mogelijk tot voordeel strekken van andere crediteuren aan wie het anders WEL had kunnen worden ingeroepen
>Zij zouden wellicht hun vorderingen (gedeeltelijk) voldaan zien worden
>Een en ander ten koste van de vruchtgebruiker

Nr. 710: Vervolg op voorgaande.
Hier speelt de billijkheid een rol. Wat dan?

Overwegingen van billijkheid hebben ertoe geleid voor dergelijke situaties de regel van 3:282 lid 1 in het leven te roepen.

Nr. 710: Wat volgt uit de bepaling uit vorige ^ ?

Volgens deze bepaling wordt aan de beperkt gerechtigde wiens recht door executie vervalt omdat het NIET kan worden tegenworpen aan een pand- of hypotheekhouder of beslaglegger, ter zake van zijn schade een vergoeding uitgekeerd.


>De betreffende vordering neemt rang onmiddellijk NA de vorderingen van degenen tegen wie hij zijn recht NIET kan inroepen.

Nr. 710: Wat als de schuldenaar in staat van faillissement verkeert en de pand- of hypotheekhouder executeert als separatist?

Dan heeft de beperkt gerechtigde weliswaar GEEN recht tot parate executie, maar bevindt hij zich in zoverre in het kielzog van de separatist BUITEN het faillissement, dat hem uit de gerealiseerde opbrengst een UITKERING toekomt. Zie 57.2 Fw

Hij draagt NIET mee in de algemene faillissementskosten, 182 Fw.

Nr. 711 Het begrip voorrecht is niet meer dan het recht om bij een rangregeling hoger te worden geplaatst dan medeschuldeisers.

Schept het wel een verhaalsbevoegdheid?

Nee, het voorrecht zelf schept GEEN verhaalsbevoegdheid.
Het is hier slechts als sequeel aan verbonden.

Nr. 711: een bevoorrecht crediteur is GEEN separatist.
Hij blijft niet buiten het faillissement van zijn schuldenaar.

Wat moet hij wel (2 dingen)

Hij moet
1. Zijn vordering - inclusief gepretendeerd voorrecht - ter verificatie indienen
2. Bijdragen in de faillissementskosten

Nr. 711: Hoezo bevindt de bevoorrechte crediteur zich in een gunstigere positie dan zijn concurrente medeschuldeisers?

Omdat hij niet gebonden is aan een eventueel akkoord, 157, 163 Fw.

En ook dat een surseance van betaling in beginsel jegens hem NIET werkt 232 Fw

Nr. 712: Wat is het verschil tussen bijzondere en algemene voorrechten (3:278 lid 2)?

Bijzonder voorrecht: geeft voorrang bij verhaal op de netto-opbrengst van een of meer bepaalde goederen.
>Zo is de vordering tzv kosten tot behoud van een zaak bevoorrecht op de netto-opbrengst van de zaak die aldus is behouden (3:284)


Algemeen voorrecht: rust op alle tot een vermogen behorende goederen, de voor verhaal onvatbare vanzelfsprekend uitgezonderd.
>Bijvoorbeeld het voorrecht verbonden aan een geldvordering uit arbeidsovk (3:288)

Nr. 713: Het voorrecht geeft slechts de bevoegdheid om HOGER te worden gerangschikt dan medecrediteuren bij verdeling netto-opbrengst van aan het voorrecht onderworpen goed.

Het is noch een volwaardig persoonlijk, nog een volwaardig goederenrechtelijk recht.

Wat heeft het gemeen met een persoonlijk recht?
En hoe zit het met relatie tot het goederenrecht?

Het voorrecht heeft met een persoonlijk recht gemeen dat het, verbonden als het is aan het vorderingsrecht van de crediteur jegens zijn debiteur, in beginsel alleen werking heeft jegens die debiteur.


Het voorrecht heeft uitsluitend goederen van die debiteur tot object. Het eindigt derhalve zodra deze goederen uit het vermogen van de debiteur verdwijnen. Anders gezegd: voorrechten hebben GEEN zaaksgevolg.

Nr. 713: Bestaan er uitzonderingen op de regel dat het voorrecht geen zaaksgevolg heeft?

Ja:
-In dier voege dat het voorrecht het goed volgt (3:287)
-In die zin dat het voorrecht rust op een goed dat bij het ontstaan van de vordering niet aan de schuldenaar toebehoorde en ook later niet aan hem is gaan toebehoren (3:284)

Nr 713: De regel 'het voorrecht eindigt bij overdracht van het goed aan een derde'  valt in zoverre te relativeren dat volgens de wetgever het voorrecht moet worden beschouwd als een ' recht op de zaak ' ex 3:90 lid 2.

Hoe zit dat dan met een levering per CP?

Dit betekent dat een levering per constitutum possesorium NIET aan de oudere bevoorrechte crediteur kan worden tegengeworpen.

Deze kan zijn vordering, ondanks de overdracht, met voorrang op het goed blijven verhalen.

Nr. 713: Wat heeft de HR in dit kader beslist over het algemene voorrecht van de Ontvanger ex 21 INV?

De HR heeft echter geoordeeld dat het algemene voorrecht van de ontvanger ex 21 Fw NIET is aan te merken als een ouder recht in de zin van 3:90 lid 2.

Nr. 713: Hoe gaat een voorrecht teniet als dat rust op een goed?

Indien dat goed zijn goederenrechtelijke zelfstandigheid verliest adv originaire eigendomsverkrijging (natrekking, vermenging, zaakvorming)

Nr. 713: Een voorrecht is een nevenrecht ex 6:142.

Wat gebeurt er dan als de vordering tenietgaat?

En als de bevoorrechte vordering overgaat op een derde?

Als de vordering tenietgaat, dan gaat ook het voorrecht verloren.


Bij overgang van de bevoorrechte vordering op een derde gaat het voorrecht van rechtswege op de verkrijger over.

Nr. 714 Over substitutie het volgende.
In beginsel gaan bijzondere voorrechten teniet indien het goed waarop zij rusten tenietgaat of uit het vermogen van de schuldenaar verdwijnt. Maar in sommige gevallen wordt op deze regel een uitzondering gemaakt en zet het voorrecht zich krachtens substitutie voort op een ander goed.

Waar vind dat in de wet?
Wat betekent dit?

In 3:283 en voor pand en hypotheek soortgelijke regel in 3:229.

Dit betekent dat wanneer het goed verloren gaat of in waarde vermindert, het voorrecht van rechtswege (mede) komt te rusten op vorderingen tot schadevergoeding uit OD, wanprestatie of verzekering.

GEEN vergoeding in de zin van het artikel is de koopprijs

Nr. 715: Gaat over bijzonder voorrecht wegens kosten tot behoud.
Lees p 614 hiervoor. Welk artikel gaat hierover?

3:284 BW

Nr. 716: Gaat over bijzonder voorrecht wegens aanneming van werk.
Lees p614 en 615 hiervoor. Wel artikel gaat hierover?

3:285 BW

Nr. 717: Gaat over bijzonder voorrecht op appartementsrecht.
Lees p615 hiervoor. Welk artikel gaat hierover?

3:286 BW

Nr. 718: Gaat over bijzonder voorrecht op vordering uit aansprakelijkheidsverzekering.

Lees p616. Welk artikel gaat hierover?

3:287 BW

Nr. 719: In art. 3:288 worden algemene voorrechten genoemd.

Hoe wordt hun rangorde bepaald?

Wat hebben deze tot object?

Hun rangorde wordt bepaald door de volgorde waarin zij in de wet worden genoemd (3:281 lid 2)

Zij hebben steeds het GEHELE vermogen van de schuldenaar tot object.

Nr 721: Wat zien we bij het retentierecht (3:290) tegenover elkaar?

We zien hier dus tegenover elkaar: enerzijds een 'vordering' van crediteur A jegens debiteur B en anderzijds een 'verplichting' van A jegens B tot afgifte van een zaak.

Nr. 721: Wat valt af te leiden uit het vorige voorbeeld?

Hieruit valt af te leiden dat het retentierecht vaak, maar niet altijd, een species is van het genus opschortingsrecht in de zin van afd. 6.1.7.

Nr. 721: Hoe wordt het opschortingsrecht in de zin van het vorige voorbeeld bedoeld/geduid?

Een opschortingsrecht in de daar bedoelde zin is de bevoegdheid van een schuldenaar (A) om de nakoming van zijn verbintenis (afgifte van zaak) op te schorten TOTDAT voldoening van zijn opeisbare vordering (op B) plaatsvindt.

6:52

Nr. 721: Waarom is de regeling van het retentierecht in boek 3 titel 10 opgenomen?

De regeling van het retentierecht is, ondanks het verband met het algemene opschortingsrecht, daar opgenomen vanwege het feit dat het toepassingsgebied ruimer is dan dat van de algemene opschortingsrechten.

Titel 10: wegens het verband met het verhaalsrecht

Nr. 722: Kunnen retentierecht ook bij overeenkomst worden bedongen?

Ja, dat kan.
Dan is afdeling 3.10.4 n.v.t.

Nr. 723: Het retentierecht kan alle zaken betreffen, zowel roerende als onroerende zaken.

Wat onderstelt de uitoefening van het retentierecht?

Dat de schuldeiser houder van die zaak is - dat wil zeggen daarover direct of indirect de naar verkeersopvatting, wet en uiterlijke omstandigheden te beoordelen feitelijke macht uitoefent. 3:108 - in dier voege dat afgifte NODIG is om de zaak weer in de macht van de schuldenaar of rechthebbende te brengen.

Nr. 724: Wat is het retentierecht?

Dat is primair de bevoegdheid om de afgifte van een zaak op te schorten.


Als zodanig is het voor de retentor een verweermiddel en een pressiemiddel om zijn debiteur tot nakoming te bewegen.

Nr. 724: Is rechterlijke tussenkomst nodig om het retentierecht uit te oefenen?

Nee, het kan zonder rechtelijke tussenkomst worden uitgeoefend.

Nr. 724: Wat is een tweede, belangrijk aspect mbt bevoegdheid van de retentor?

De bevoegdheid van de retentor om zijn vordering MET VOORRANG op de zaak te verhalen, 3:292 (nr 729)

Nr. 724: Wat is verder nog gezegd m.b.t het rechtskarakter van het retentierecht? 1/2

>Het draagt een accessoir karakter: het kan niet bestaan ZONDER de vordering waarvoor het geldt, doch anderzijds noch een volledig afhankelijk recht noch een nevenrecht in de zin van 3:83 resp 6:142.

>Als de vordering door schuldeiser wordt gecedeerd, dan gaat (meestal betoogd) retentierecht NIET van rechtswege op de cessionaris over...

>...Voorgaande^ is zo aangezien de cedent in de regel NIET bevoegd zal zijn de teruggehouden zaak aan de cessionaris af te geven én opschorting alleen kan worden verricht door degene in wiens macht de zaak zich bevindt.

Nr. 724: Wat is verder nog gezegd m.b.t het rechtskarakter van het retentierecht? 2/2

>Het retentierecht zal niet steeds door cessie van de vordering verloren gaan


>Denkbaar is dat de cedent het retentierecht na de cessie ten behoeve van de cessionaris blijft uitoefenen..

>...Of hij hiertoe bevoegd is, zal afhangen van de omstandigheden van het geval, waaronder de rechtsverhouding tussen cedent en cessionaris

>Echter: sommige schrijvers menen dat het retentierecht WEL volledig afhankelijk is

Nr. 724: De wet bevat geen bepaling dat retentierecht ondeelbaar is, zoals wel bij pand en hypotheek.

Maar uit de wet kan het wel worden afgeleid, 3:290.

Hoezo?

Gesproken wordt immers van de bevoegdheid tot opschorting TOTDAT de vordering wordt voldaan.

Ondeelbaarheid brengt onder andere mee dat een schuldeiser met een retentierecht op meerdere zaken na gedeeltelijke betaling NIET gedwongen kan worden een deel van de zaken vrij te geven, en dat hij zijn verhaalsrecht voor de vordering in haar geheel op elk van die zaken afzonderlijk kan uitoefenen.

Nr. 724: Hoe speelt de R&B een rol bij retentierecht?

Onder omstandigheden zullen R&B echter kunnen meebrengen dat de retentor bij gedeeltelijke betaling een deel van de zaken moet afgeven.

Nr. 725: Noem 2 artikelen uit boek 6 en 1 artikel uit boek 3 die zien op zorgplicht; kosten

6:27, 6:90

3:293

Nr. 726: Over derdenwerking en het retentierecht.

De terughoudingsbevoegdheid van de retentor geldt NIET alleen jegens zijn debiteur, maar OOK jegens diens crediteuren.

Zij kan derhalve worden ingeroepen zowel tegen zowel een individuele medecrediteur die derdenbeslag legt (art ... ) als tegen de faillissementscurator (art ...)

Vul de art in

Art. 6:53 BW en 60 lid 1 Fw (zie nr 730)

Nr. 726: Uit 3:290 volgt dat retentierecht in beginsel ALLEEN kan worden uitgeoefend jegens debiteur.

Maar art. 3:291 maakt een aantal uitzonderingen.
Wat moet daarbij worden onderscheiden?

Daarbij moet worden onderscheiden of het recht van de derde aan wie het retentierecht wordt tegengeworpen jonger of ouder is dan het retentierecht.

Nr. 727: Derden met een posterieur recht op de zaak.
Wat wordt, zie 3:291 lid 1, onder 'recht op de zaak' verstaan?

Ieder goederenrechtelijk recht, derhalve zowel eigendom als beperkte rechten, maar ook een persoonlijk recht als huur

Nr. 727: Mbt onroerende zaak, dat naar zijn aard NIET kenbaar is uit de openbare registers, wanneer kan dit jegens een posterieur rechthebbende slechts worden ingeroepen?

Alleen indien de schuldeiser op een ook voor een zodanige derde voldoende duidelijke wijze de feitelijke macht over de zaak uitoefent.

>Daarbij dient rekening te worden gehouden met hetgeen aan de derde omtrent het retentierecht bekend was toen hij zijn recht verkreeg
>Dit strookt met regel uit 3:24 lid 1

Nr. 727: Hoe zit het met de situatie dat een verkoper de kkoopovk ontbindt, en daarvoor het contract waaruit het retentierecht voortvloeit is gesloten door de koper van een zaak?

3:291.1 is eveneens van toepassing wanneer het contract waaruit het retentierecht voortvloeit is gesloten door de koper van een zaak, en de verkoper vervolgens de koopovereenkomst ontbindt.

Dan ontstaat voor de koper een terugleveringsverplichting

Het ogv daarvan verkregen eigendomsrecht van de verkoper is uit dien hoofde posterieur aan het retentierecht

Nr. 728: Derden met een anterieur recht op de zaak
Het retentierecht kan onder bepaalde omstandigheden worden tegengeworpen aan derden met een ouder recht op de zaak, 3:291.2

Wat is hierbij de hoofdgedachte?

Hierbij is de hoofdgedachte dat er,

ingeval de zaak bij het ontstaan van het retentierecht aan een derde toebehoorde of een derde daarop een beperkt recht had,

GEEN reden is om de schuldeiser de hem door het retentierecht geboden bescherming te onthouden wanneer het gaat om een vordering uit een ook die de schuldenaar jegens de derde bevoegd was te sluiten

of ten aanzien waarvan de schuldeiser zich redelijkerwijs niet in die bevoegdheid behoefde te verdiepen,

omdat de ovk met een normale exploitatie van de zaak in overeenstemming was.

Nr. 728: De retentor kan zijn retentierecht inroepen tegen derden met een ouder recht op de zaak in de volgende 2 gevallen:

1. De vordering van de retentor spruit voort uit een ovk die de schuldenaar bevoegd was met betrekking tot de zaak aan te gaan
Gaat hier om bevoegdheid van de wederpartij van de retentor in zijn relatie tot de derdegerechtigde.


2. De retentor had GEEN reden om te twijfelen aan de BEVOEGDHEID van de schuldenaar tot het aangaan van de ovk waaruit de vordering voortspruit.
Bepalend is het tijdstip van het ontstaan van de rechtsverhouding waarop het houderschap berust, oftewel het moment van het sluiten van de ovk.

Nr. 729: Zou de retentor UITSLUITEND een terughoudingsbevoegdheid hebben, dan zou gemakkelijk een impasse kunnen ontstaan wanneer de zaak aan een ander dan de schuldenaar toebehoort en deze ander NIET bereid is de vordering te voldoen.

Wat is gedaan om deze impasse te doorbreken?

Teneinde deze impasse te doorbreken, is aan het retentierecht een verhaalsrecht verbonden.

Als vaststaat dat de schuldeiser een retentierecht heeft, dan is hij tevens bevoegd zijn vordering op de netto-opbrengst van de zaak te verhalen - 3:292 BW.

Nr. 729: Heeft de retentor het recht van parate executie?

Nee, dat heeft hij niet. Buiten faillissement dient het verhaal plaats te vinden op grond van een executoriale titel en ook overigens volgens de normale regels, dus door middel van BESLAG.

Nr. 729: Aan het verhaalsrecht van de retentor is voorrang verbonden. Zijn vordering gaat BOVEN die van allen tegen wie het retentierecht kan worden ingeroepen.

Verwijzing naar met name 3:291 en 6:53.

Wat moet aan de hand van deze bepalingen eerst worden vastgesteld?

Jegens wie de retentor bevoegd is de zaak onder zich te houden.


Het zijn dan diezelfde derden jegens wie de retentor voorrang heeft bij verhaal.

Zie voorts p627

Nr. 730: wat als de curator ^ in dit verband kiest voor verkoop?

Dan ontvang de retentor zijn uitkering via de uitdelingslijst en draagt hij derhalve mee in de faillissementskosten, 182 Fw.

Nr. 731 Gaat over tenietgaan.
Het retentierecht veronderstelt dat de zaak zich bevindt in de macht - het houderschap - van de retentor - vgl 3:291.

Wat kun je dan zeggen over eindigen van het houderschap?

Het houderschap eindigt - zoals art. 3:294 naar analogie van 3:117 lid 2 meebrengt - NIET zolang de zaak NIET in de macht van de schuldenaar of de rechthebbende komt.

Het retentierecht blijft dus in beginsel voortbestaan wanneer de zaak in handen komt van een ander dan de schuldenaar of de rechthebbende.

Nr. 731: Voortbordurend op ^, de schuldeiser is in dat geval bevoegd de zaak op te eisen onder dezelfde voorwaarden als een eigenaar, 3:295.


Met deze beperking wordt wat aangegeven?

Dat de derde zich bijvoorbeeld kan beroepen op de bescherming in de zin van 3:86.

het retentierecht gaat dan alsnog teniet

Nr. 731: Vul aan:

Indien de zaak in de macht komt van de schuldenaar of de rechthebbende, eindigt het retentierecht, tenzij...

Tenzij de schuldeiser haar weer uit hoofde van dezelfde rechtsverhouding onder zich krijgt.

3:294

Nr. 731: Wat wordt bedoeld met 'dezelfde rechtsverhouding' in art. 3:294?

Daarmee wordt bedoeld de rechtsverhouding ogv waarvan de retentor de zaak oorspronkelijk onder zich had.

Gedacht kan worden aan de situatie dat een schuldenaar-bewaargever de zaak tijdelijk in gebruik heeft gehad. Het retentierecht zal eveneens herleven wanner een reperateur de zaak opnieuw onder zich krijgt omdat de reparatie nog niet voltooid bleek te zijn.

Nr. 731: ^ over het voorgaande, hoe zit het met tenietgaan en herleven van het retentierecht in dat geval?

Aangenomen moet worden dat in bovenstaande situaties het retentierecht aanvankelijk tenietgaat, vervolgens herleeft doordat de zaak weer uit hoofde van de oorspronkelijke rechtsverhouding in handen van de retentor komt, en achteraf beschouwd geacht wordt onderbroken te hebben voortgeduurd.

Dit kan van belang zijn bij de bepaling van de ouderdom van het retentierecht in situaties waar die samenloopt met andere rechten op de zaak.

Nr. 731: het retentierecht eindigt eerst indien de schuldenaar DAADWERKELIJK en VOLLEDIG zijn verbintenis nakomt.

Wat is dus niet voldoende?

Niet voldoende is dat de wederpartij zich tot nakoming bereid verklaart.

Gelet op de ondeelbaarheid (nr 724) van het retentierecht blijft dit bij gedeeltelijke voldoening in beginsel bestaan.

Nr. 732: Fiscaal voorrecht.

Dit algemene voorrecht uit 21 lid 1 INV gaat boven:

1. Alle andere voorrechten, de bijzondere daaronder begrepen.
lid 2
2. Een stil pandrecht voor zover dit rust op een zogenoemde bodemzaak in de zin van 22 INV.

Nr 732, Fiscaal voorrecht - Wat heeft nr. 2 ^ tot gevolg?

Dit heeft tot gevolg dat wanneer een bedrijf zijn inventaris in stil pand heeft gegeven aan de bank, dit pandrecht bij verhaal op de inventaris bij het algemeen voorrecht van de fiscus ten achter staat

>Zodra de schuldenaar failliet wordt verklaard, wordt deze rangorde gefixeerd
>Het opeisen van de goederen tijdens faillissement leidt derhalve NIET meer tot rangwisseling.

Nr. 733: Waar in de wet vind ik het fiscaal bodemrecht?

In 22 lid 3 INV

Nr. 733: Wat is de ratio van het bodemrecht?

De ratio van het bodemrecht is de frustratie van het voorrecht van de fiscus te voorkomen en te waarborgen dat de Ontvanger zich, in weerwil van eventuele rechten van een derde op de in beslagggenomen zaak, overeenkomstig zijn rang kan verhalen alsof de zaak aan de belastingschuldige toebehoort,

met name indien deze rechten van de derde zijn gevestigd met het oog op zekerheid voor de nakoming van verplichtingen van de belastingschuldige jegens deze derde.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo