Ondernemingsrecht - Inl. NL recht
11 belangrijke vragen over Ondernemingsrecht - Inl. NL recht
11.1 Men moet rechtssubject zijn om deel te nemen aan het rechtsverkeer. Een rechtssubject is drager van rechten en plichten. Ons recht kent 2 typen rechtssubjecten: natuurlijke personen en rechtspersonen.
Dit is niet hetzelfde. Hoe zit het volgens 2:5 BW?
11.2 De maatschap is geregeld in titel 9 van boek 7A BW. Onderscheid wordt gemaakt tussen stille en openbare maatschap. (Stil = niet naar buiten toe optreden in economisch verkeer, openbaar wel, onder gemeenschappelijke naam).
De vennoten brengen iets in gemeenschap. Inbreng: zie 7A:1662 BW.
Wat heeft de HR beslist over de openbare maatschap?
Wat heeft dit voor gevolg voor eventueel verhaal?
Dus: vermogen van de openbare maatschap kan daarmee dienen als een afzonderlijk verhaalsobject voor de crediteuren van de maatschap.
11.2 ^ Voortbordurend op het voorgaande, kan het privévermogen van de vennoten bij een maatschap dan nooit worden aangesproken?
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
11.2 Bij de maatschap geldt voor de vennoten (maten) aansprakelijkheid voor gelijke delen, zie 7A:1679 en 7A:1680.
Bij een stille maatschap ontbreekt een afgescheiden vermogen, dus crediteuren kunnen voor verhaal alleen bij de vennoten zelf terecht.
De vennoten zijn belast met het beheren van de maatschap waartoe zij beheers- en beschikkingsdaden kunnen verrichten. Wat is het verschil?
Beschikkingsdaden: meer ingrijpende, niet-alledaagse handelingen zoals het kopen van een kantoorpand. Daarvoor is de instemming van alle vennoten vereist. Tenzij sprake van volmacht.
Indien vennoten gezamenlijk een beschikkingsdaad hebben verricht, zijn zij ieder voor een gelijk deel aansprakelijk voor de schulden die hieruit voortkomen.
11.2 Over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de vennoten in de maatschap het volgende:
7A:1679 en 7A:1681: vennoot is alleen vertegenwoordigingsbevoegd voor zover hij van de andere vennoten een volmacht heeft om in naam van de maatschap te handelen.
11.2 Over de VOF: deze staat in de wet omschreven als een bijzondere vorm van de maatschap. Dus wat over de maatschap is gezegd hiervoor, geldt grotendeels ook voor de VOF.
Hier nog wat kenmerken op een rijtje:
-Maatschap die naar buiten toe optreedt ter uitoefening van een bedrijf en dat onder gemeenschappelijke naam doet, is een VOF, zie 16 WvK
-Net als de openbare maatschap heeft de VOF een afgescheiden vermogen
-Voor de schulden van de VOF zijn de vennoten ieder hoofdelijk verbonden, zie 18 WvK. Dit is dus strenger dan bij de maatschap.
-In beginsel is iedere vennoot vertegenwoordigingsbevoegd, 17 lid 1 WvK, maar let op lid 2: hier wordt dit weer beperkt, in 2 opzichten.
11.3 De oprichting van ondernemingen met rechtspersoonlijkheid is van belang, in die zin dat een notariële akte vereist is. Zie 2:4 lid 1 BW.
Waar vind je dit voor de NV, BV, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschapij en stichting?
Moet dit niet voor een vereniging?
BV: 2:175 lid 2 BW
Coöperatie: 2:54 lid 1 BW
Onderlinge waarborgmaatschappij: 2:54 lid 1 BW
Stichting: 2:86 lid 1 BW
Vereniging: oprichting geschiedt bij meerzijdige rechtshandeling, 2:26 lid 2. Maar let op, als een vereniging wél bij notariële akte wordt opgericht, dan spreken we van een formele vereniging.
11.3 Van belang is dat privaatrechtelijke rechtspersonen in het handelsregister moeten worden ingeschreven. 6 Handelsregisterwet 2007.
Waar is dit geregeld voor de NV en BV?
11.3 Rechtspersonen worden naar buiten vertegenwoordigd door het bestuur. Voor de NV en BV, zie 2:130 lid 1 resp 2:240 lid 1.
Waarom is dit eigenlijk?
11.3 Over de NV en BV: waar vind je deze regels?
BV: titel 5 vanaf 2:175 BW
(ongeveer 100-110 artikelen ertussen steeds.)
11.3 Voor de organen van de NV en BV en de structuurvennootschap, zie
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















