Inleiding vermogensrecht / overeenkomsten- en verbintenissenrecht
63 belangrijke vragen over Inleiding vermogensrecht / overeenkomsten- en verbintenissenrecht
Wat zijn alle 6 onderwerpen/thema's die worden getoetst bij het vak burgerlijk recht?
2. Goederenrecht (studiebelasting 7 dagen)
3. Relatievermogensrecht (studiebelasting 3 dagen)
4. Erfrecht (studiebelasting 2 dagen)
5. Ondernemingsrecht (studiebelasting 3,5 dagen)
6. Burgerlijk procesrecht (studiebelasting 1,5 dag)
Grootte op een rij van groot naar klein qua vak/zwaarte:
Goederenrecht, vermogensrecht, ondernemingsrecht, relatievermogensrecht, erfrecht en burgerlijk procesrecht.
Wat zijn de kernbegrippen en dus zeer relevant om te weten wat deze betekenen van H6, Burgerlijk recht: kernbegrippen?
Verdeel ze ook onder.
2 Het rechtssubject
3 Rechtsfeiten
3.1 Rechtshandelingen
3.2 Feitelijke handelingen met rechtsgevolg
4 Absolute en relatieve vermogensrechten
4.1 Absolute vermogensrechten
4.2 Relatieve vermogensrechten: de verbintenis
4.3 De natuurlijke verbintenis
5 Handelingsbekwaamheid
5.1 Minderjarigen
5.2 Onder curatele gestelden
In welke 3 rechtsgebieden kun je het burgerlijk recht indelen?
2. Boek 2 BW: rechtspersonenrecht
3. Vermogensrecht (overige boeken)
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Wat verstaan we onder een subjectief recht?
Wat is een absoluut recht
(Bij het goederenrecht gaat het daarom)?
Welke twee typen rechtssubjecten kennen we en wat is dat
De drager van rechten (bevoegdheden) en plichten
Gedurende het hele leven is de mens rechtssubject, drager van rechten en plichten. Hoe wordt dit verschijnsel genoemd?
Naast natuurlijke personen worden ook bepaalde, nauwkeurig omschreven groepen en organisaties van mensen door het objectieve recht aangewezen als rechtssubject, wie?
Waarom?
Het recht heeft de juridische figuur van de rp geschapen, omdat het effectief is als groepen en organisaties aan het rechtsverkeer kunnen deelnemen als zelfstandige rechtssubjecten.
Niet alleen mens individueel, maar ook in groepsverband, neemt deel aan rechtsverkeer.
Wat is een bloot rechtsfeit?
Geboorte, dood, naburigheid (5:37 e.v. BW) en verstrijken van verjaringstermijn (3:306 e.v. BW)
Wat is een rechtshandeling?
Wat is doorslaggevend?
Waar vind ik het doorslaggevende criterium?
Dus: menselijke handelingen met een beoogd rechtsgevolg
Doorslaggevend is het oogmerk van de handelende persoon, maar ook de wil moet gepaard gaan met een uiting + er moet een wilsverklaring zijn. Zie 3:33 BW.
Naast 1. Rechtshandelingen zijn er dus 2. Feitelijke handelingen met rechtsgevolg.
Wat is de meest voorkomende variant? Wat is het rechtsgevolg daarvan?
De feitelijke handeling waarbij iemand aan een ander op onrechtmatige wijze schade toebrengt.
Het rechtsgevolg is de verplichting van de dader om aan die ander de geleden schade te vergoeden.
6:162 BW
Schadevergoedingsplicht en OD: is opzet vereist? En is vereist dat de schade is beoogd door de toebrenger?
Er zijn 4 belangrijke (on)rechtmatige daden. 1 onrechtmatige daad is dus de OD uit 6:162 BW. De 3 andere daden zijn rechtmatig. Welke zijn dit?
Onverschuldigde betaling, 6:203 BW
Ongerechtvaardigde verrijking, 6:212 BW
Een absoluut recht is een recht dat geldt tegenover iedereen. Wat is daarvan een voorbeeld?
Een relatief recht werkt tegenover 1 of enkele personen. Wat houdt dit voor de gerechtigde in?
Hoe worden relatieve rechten ook wel genoemd?
Dit worden ook wel vorderingsrechten genoemd: de een kan een prestatie vorderen van de ander
Wat is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben?
Wat is dat voor type recht (absoluut of relatief) en waar vind ik het wetsartikel?
Dit is een absoluut recht. Het artikel is te vinden in art. 5:1 BW
Het absolute recht kan worden onderscheiden in volledige en beperkte rechten. Een volledig recht is ook het recht op een voortbrengsel van de menselijke geest. Wat is anders aan dit recht als je dit vergelijkt met eigendomsrecht?
Dus: de inhoud van een boek (Auteurswet, art. 1).
Welke 3 beperkte rechten (3:8 BW) kunnen worden gevestigd?
Kun je alleen een zaak in vruchtgebruik geven (zoals een huis of weiland), of kan dit ook met een recht?
Als dit kan, geef dan een voorbeeld (artikel)
Hoe noemen we rechten die niet (ook) op een recht, maar alleen op een zaak kunnen rusten?
Het BW kent diverse beperkte zakelijke rechten. Noem er 4
Zie boek 5
Je hebt beperkte rechten en beperkt zakelijke rechten (onder de absolute rechten). Welke andere indeling is er nog meer?
Als je deze indeling eens gebruikt, dus de genotsrechten en de zekerheidsrechten, hoe ziet e.e.a. Er dan uit?
Zekerheidsrechten: pand en hypotheek
Wat is een vorderingsrecht en onder welke categorie valt dit recht?
Dit valt onder de relatieve rechten
De termen vorderingsrecht, relatief recht, persoonlijk recht en verbintenis worden vaak door elkaar gebruikt. Maar, strikt genomen betekenen deze niet hetzelfde. Hoe wordt dit in het boek omschreven?
De andere termen worden gebruikt ter aanduiding van alleen de bevoegdheid
Verbintenissen kunnen ook ontstaan uit een eenzijdige rechtshandeling. Geef een voorbeeld én een wetsartikel
Legaat is een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan een (of meer) personen bijvoorbeeld een zaak nalaat.
Welke partijen zijn er bij de eenzijdige rechtshandeling - legaat, 4:117 BW?
De legataris - degene voor wie het legaat bestemd is - verkrijgt een vorderingsrecht.
Let op: de gezamenlijke erfgenamen zijn verplicht om het legaat na te komen.
Verbintenissen uit de wet kunnen ook voortvloeien uit een reeds bestaande overeenkomst. Wat wordt in het boek genoemd (artikel en omschrijving)?
Het rechtsgevolg is de plicht tot schadevergoeding. In art. 6:74 BW is bepaald dat degene die tekortschiet in de nakoming van de verbintenis, verplicht is de schade die zijn wederpartij daardoor lijdt, te vergoeden.
De verplichting tot schadevergoeding volgt dus rechtstreeks uit de wet.
Hoe gaan de meeste verbintenissen teniet?
Waar ga ik heen in het wetboek om meer informatie hierover te vinden?
6:27 BW e.v.
Een bijzonder manier van tenietgaan van verbintenissen, anders dan door nakoming, is ook genoemd. Welke twee?
Wat is een bijzonder soort verbintenis, waar vind ik deze en wat is dit?
Dit is een vorderingsrecht, zonder rechtsvordering
Hoe wordt de voldoening aan een natuurlijke verbintenis gekwalificeerd en waarmee is dat een belangrijk verschil?
Kortom: voldoening aan een natuurlijke verbintenis is GEEN onverschuldigde betaling in de zin van 6:203 BW. Het is een VERSCHULDIGDE betaling.
Geef één voorbeeld waarin de wet aan de verbintenis de afdwingbaarheid onthoudt (dus, sprake van een natuurlijke verbintenis)
De processuele rechtsvordering bestaat dan niet meer, maar het oorspronkelijke vorderingsrecht nog wel.
Wat is een gentlemen's agreement
Nakoming is niet afdwingbaar, dus de afspraak levert een natuurlijke verbintenis op.
Ten tweede kunnen natuurlijke verbintenissen ontstaan wanneer .. (vul in)
(Ten eerste is 6:3 lid 2 sub a BW)
Welk beroemd geworden arrest hoort bij art. 6:3 lid 2 onder b BW?
Geef drie voorbeelden van het voldoen aan een dringende morele verplichting, zoals omschreven in art. 6:3 lid 2 sub b BW
2. Betalen van pensioen zonder voorafgaande overeenkomst
3. Betalen van alimentatie na echtscheiding, als daarover geen overeenkomst of vonnis bestaat
Het vermogensrecht biedt aan de rechtssubjecten de mogelijkheid om zelfstandig onaantastbare rechtshandelingen te verrichten. Hoe wordt deze bevoegdheid ook wel genoemd, en waar vind ik meer?
Wanneer spreken we van een nietige rechtshandeling?
Zie bijvoorbeeld 7:667 lid 8 BW.
Nietigheid moet worden onderscheiden van vernietigbaarheid. Hoe zit dat met vernietigbaarheid?
Nietig: nooit geldig geweest, de rechtshandeling
Op welke manieren kan een vernietigbare rechtshandeling worrden vernietigd?
Twee groepen die ons recht aanwijst die vernietigbare rechtshandelingen kunnen verrichten. Welke zijn dat?
2. Onder curatele gestelden
Waar staat wat minderjarigen zijn en wat is de hoofdregel?
Wanneer is een rechtshandeling van een minderjarige rechtsgeldig?
De toestemming kan uitdrukkelijk worden verleend, maar kan ook worden verondersteld.
Wat kan er gebeuren als een minderjarige een rechtshandeling verricht zonder toestemming van de wettelijk vertegenwoordiger én als later vast komt te staan dat deze toestemming wel had moeten worden gegeven?
Zie ook 3:32 lid 2 BW
Er is een uitzondering op de hoofdregel dat minderjarigen voor hun rechtshandelingen toestemming nodig hebben van hun wettelijk vertegenwoordiger. Wat voor begrip is dat en wat houdt het in?
Dat is het aan een minderjarige toekennen van bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige. Bijvoorbeeld met het oog op het uitoefenen van (onder meer) een beroep of een bedrijf.
De rechtshandelingen van de minderjarige zijn - voor zover zij onder de handlichting vallen - daardoor onaantastbaar.
*Let op! Het betreft alleen rechtshandelingen, dus geen verbintenissen uit de wet, bijvoorbeeld de OD. Dan is de minderjaige volgens de normale regels aansprakelijk (of er nu wel of geen handlichting is).
Waar staat de regeling van onder curatele gestelden en wat is de onder curatele gestelde vanaf het moment dat de kantonrechter de curatele heeft uitgesproken?
Deel 2 van de vraag: wat gebeurt er met de rechtshandelingen die zijn verricht van de onder curatele gestelde? Is daar dan nog een uitzondering op (vgl. Met handlichting bij minderjarigen)?
Dan is de onder curatele gestelde handelingsonbekwaam, zie 1:381 lid 2 BW.
De rechtshandelingen zijn vernietigbaar op grond van art. 3:32 lid 2 BW.
TENZIJ hij toestemming van de curator heeft gekregen. Zie lid 3 van 1:381 BW
Leerdoel: het verschil benoemen tussen rechtsfeiten, rechtshandelingen en feitelijke handelingen
Rechtsfeit: feit met een rechtsgevolg
Rechtsfeiten = blote rechtsfeiten (niet door actief menselijk handelen) en menselijke handelingen
Rechtshandeling: menselijke handeling met een (bedoeld) rechtsgevolg
Eenzijdig = één persoon brengt rechtsgevolg tot stand
Meerzijdig = twee of meer personen bereiken wilsovereenstemming
Maar wat nu bij een menselijke handeling zonder een beoogd rechtsgevolg?
Een menselijke handeling (feitelijke handeling) waaraan het recht wel gevolgen verbindt: bijvoorbeeld de onrechtmatige daad
Leerdoel: een natuurlijke verbintenis herkennen en uitleggen wat de gevolgen zijn
Natuurlijke verbintenis (6:3 BW) = een rechtens niet afdwingbare verbintenis
De schuldeiser kan de verbintenis niet (meer) afdwingen
Maar de verbintenis blijft wel bestaan: voldoen aan een natuurlijke verbintenis, is geen onverschuldigde betaling.
•Wanneer de wet of rechtshandeling aan de verbintenis de afdwingbaarheid onthoudt
•Voldoen aan een dringende morele verplichting (Goudse bouwmeester, HR 12 maart 1926)
Zodra de dwanginvordering van een belastingaanslag is verjaard, kan de Ontvanger deze niet meer invorderen (of verrekenen) artikel 4:104 lid 1 Awb
Maar als belastingschuldige deze na het ingaan van de verjaring toch betaalt, kan de belastingschuldige deze niet meer als onverschuldigd terugvorderen.
Een belastingaanslag die verworden is tot een natuurlijke verbintenis blijft namelijk wel verschuldigd.
Leerdoel: herkennen wanneer iemand handelingsonbekwaam is en aangeven wat de gevolgen daarvan zijn
Iedere natuurlijke persoon is bekwaam tot het verrichten van rechtshandelingen (3:32 BW)
-Minderjarigen
-Onder curatele gestelde
Rechtshandelingen van een handelingsonbekwame zijn vernietigbaar (daar moet dus door de derde een beroep op worden gedaan 3:49 BW)
-Door een buitengerechtelijke verklaring (3:50 BW), of;
-Door uitspraak van de rechter (3:51 BW)
Vernietiging meestal terugwerkende kracht: gevolg is dan dat de vernietigde rechtshandeling nooit rechtsgeldig is geweest.
Leerdoel: uitleggen hoe een overeenkomst tot stand komt
Wilsovereenstemming: door aanbod en aanvaarding (6:217 BW)
Aanbod = wil openbaren tot aangaan van een overeenkomst
Een aanbod is herroepelijk, tenzij uit aard of gestelde termijn blijkt dat deze onherroepelijk is.
De aanbieder wordt niet gehouden aan zijn aanbod als deze niet overeenstemt met zijn wil, tenzij de wederpartij redelijkerwijs mocht vertrouwen op het aanbod (3:35 BW), de zogenaamde vertrouwensleer.
Bij aanvaarding komt de overeenkomst tot stand
Gevolg als sprake is van een wilsgebrek bij sluiten ov
(Ik meen dat dit is wel, maar kan worden vernietigd)!!!!!!!!!!!
Leerdoel: uitleggen hoe de rechtsgevolgen van een overeenkomst worden bepaald
•Contractvrijheid (wel of niet aangaan overeenkomst, met wie en inhoud overeenkomst)
•Belofte maakt schuld: nakoming van de overeenkomst
•Inhoud overeenkomst: partijafspraak, de wet, gewoonte en redelijkheid en billijkheid
•Uitleg van de overeenkomst: Haviltex-criterium (wat is de bedoeling van partijen?)
•Aanvullende werking van algemene voorwaarden
Leerdoel: de bestanddelen van de onrechtmatige daad benoemen
1.Onrechtmatigheid
2.Toerekening aan de dader
3.Causaal verband tussen daad en schade 4.Schade
-Inbreuk op een recht
-Doen/nalaten in strijd met een wettelijke plicht
-Doen/nalaten in strijd met het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer (maatschappelijke zorgvuldigheid) Behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond
Relativiteit(6:163 BW):
Dader is slechts aansprakelijk als de overtreden rechtsnorm het slachtoffer (die schade heeft geleden) in diens getroffen belang beschermt
Leerdoel: de drie verbintenissen uit de wet: ongerechtvaardigde verrijking, de onverschuldigde betaling en de zaakwaarneming duiden
Ongerechtvaardigde verrijking: verplichting tot schadevergoeding indien:
-de een is verrijkt ten koste van de ander (verarming), en; - causaal verband tussen verrijking en verarming, en;
-ongerechtvaardigd (geen redelijke grond)
Voorbeeld ongerechtvaardigde verrijking uit de invordering
De Ontvanger heeft op een bankrekening op naam van de belastingschuldige een belastingteruggaaf uitbetaald. De belastingschuldige heeft die bankrekening echter uitgesloten.
De belastingschuldige kan die betaling op een uitgesloten bankrekening slechts weigeren met terugbetaling van dat bedrag (waarmee hij is verrijkt door de betaling op die bankrekening). Dat is anders indien de belastingschuldige kan aantonen dat het bedrag daadwerkelijk hem niet ten goede is gekomen. In andere gevallen kan de Ontvanger het bedrag op grond van ongerechtvaardigde verrijking terug vorderen.
13.4.2 Instructie Invordering Belastingdeurwaarders
Leerdoel: de drie verbintenissen uit de wet: ongerechtvaardigde verrijking, de onverschuldigde betaling en de zaakwaarneming duiden
6:203 BW
Onverschuldigde betaling: Iemand die zonder een rechtsgrond iets “nakomt” is gerechtigd dit terug te vorderen.
Dit kan een geldsom (teruggave) zijn of een andersoortige prestatie (ongedaanmaking)
De Ontvanger heeft op een verkeerde bankrekening (van een ander dan de belastingschuldige) een belastingteruggaaf uitbetaald. Dan kan de Ontvanger via de civiele rechter een vordering uit onverschuldigde betaling aanhangig maken (indien de eigenaar van die bankrekening niet wil terugbetalen)
Leerdoel: de drie verbintenissen uit de wet: ongerechtvaardigde verrijking, de onverschuldigde betaling en de zaakwaarneming duiden
Zaakwaarneming: bewust op redelijke grond de belangen van een ander behartigen:
-Zonder daartoe een bevoegdheid te hebben (niet o.b.v. overeenkomst))
Leerdoel: concluderen of met succes een actie uit ongerechtvaardigde verrijking of onverschuldigde betaling ingesteld kan worden
AP vervolg
Onverplichte rechtshandeling = een rechtshandeling die is verricht zonder verplichting uit de wet of een overeenkomst
a.Het aangaan van een verkoopovereenkomst
b.Het omzetten van een rekening-courantverhouding in een niet opeisbare lening
c.Een contractuele rentebetaling
d.Terugbetaling op een opeisbare lening
e.Vestiging van een pandrecht zonder overeenkomst
f.Levering van een woonhuis (op basis van een verkoopovereenkomst)
AP vervolg
Onverplichte rechtshandeling = een rechtshandeling die is verricht zonder verplichting uit de wet of een overeenkomst
AP casus
Casus
Ontvanger heeft een opeisbare vordering van € 600.000 (OB/LH) op schuldenaar
Schuldenaar verkoopt en levert op 12 december 2024 bedrijfspand (waarde in economisch verkeer
€ 600.000) voor € 100.000 aan Wederpartij. Het is nu 21 mei 2025: kan de Ontvanger de rechtshandeling vernietigen?
AP casus 2
Casus (variant)
Ontvanger heeft een opeisbare vordering van € 600.000 (OB/LH) op schuldenaar
Schuldenaar verkoopt op 20 mei 2024 het bedrijfspand (waarde in economisch verkeer € 600.000) voor € 100.000 aan Wederpartij. De levering vindt plaats op 15 februari 2025. Het is nu 21 mei 2025: kan de Ontvanger de rechtshandeling vernietigen?
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















