Goederenrecht - Inl. NL recht
51 belangrijke vragen over Goederenrecht - Inl. NL recht
In 5:1 BW staat geen definitie van het eigendomsrecht. Maar er zijn wel 2 kenmerken. Welke zijn dat?
1. Het meest omvattende recht;
2. Het kan slechts bestaan t.a.v een zaak
Het is niet altijd even duidelijk of een zaak roerend of onroerend is. Wanneer is bijvoorbeeld een werk duurzaam met de grond verenigd?
Deze vraag beantwoordde de HR in het arrest Portacabin. Wat meent de HR daar?
Dat is dus met Portacabin zo. Het is dus een OZ.
Volgens 5:3 BW is de eigenaar van een zaak tevens de eigenaar van al haar bestanddelen, zie 3:4 lid 1 BW. Wat is, naast de verkeersopvatting uit dat artikel, een 2e criterium voor het antwoord op de vraag of een zaak bestanddeel is van een hoofdzaak?
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Kijk voor informatie over hoofdzaak en bestanddelen naar 2 zaken in het boek op p252. Deze arresten noem ik hieronder.
Het staat de eigenaar, ingevolge 5:1 lid 2 BW vrij, van zijn zaak gebruik te maken. Dit is een gebruiksrecht. Uit welke 2 rechten valt dit uiteen?
Wat houdt het beschikkingsrecht in (Als onderdeel van het gebruiksrecht, 5:1 lid2 BW)?
Bijvoorbeeld het in eigendom overdragen van de zaak door schenking of verkoop.
Er zijn ook beperkingen aan het eigendomsrecht, te weten beperkingen door de wet en beperkingen door het ongeschreven recht.
Wat is de meest fundamentele inbreuk die de overheid op het eigendomsrecht kan maken (beperking door de wet)?
Naast beperkingen door de wet aan het eigendomsrecht, zijn er ook beperkingen door ongeschreven recht. Welke heeft de wetgever expliciet uitgewerkt?
2. Misbruik van bevoegdheid
Wat is van belang bij hinder, 5:37 BW?
De rechter neemt, zoals in het arrest Bijenspat II te lezen is, een ruim standpunt in bij de beantwoording van de vraag of van onrechtmatige hinder sprake is.
Wat moet de rechter meenemen?
Wat als de hinder wordt veroorzaakt door een bedrijf en de overheid heeft voor de uitoefening van het bedrijf een vergunning krachtens de Wet milieubeheer afgegeven?
Zie arrest Kraaien en Roeken.
Bij hinder staat de ongeoorloofde aantasting van het genotsrecht van een ander centraal. Daar is de aandacht gericht op de BENADEELDE.
Dat is anders bij misbruik van bevoegdheid. Hoe zit het daar?
Beantwoord ook dit onderdeel van de vraag: misbruik van bevoegdheid kan oor de eigenaar leiden tot aansprakelijkheid uit ... (vul in)
In de wet, 3:13 BW, is een drietal gevallen genoemd van bevoegdheid.
Misbruik van bevoegdheid kan voor de eigenaar leiden tot aansprakelijkheid uit OD.
Er zijn 3 kenmerken van de positie van de eigenaar.
1. Zaaksgevolg
2. Droit de préférence (recht van voorrang)
3. Revindicatie
Ga hier in op alledrie, wat is het?
2. De bevoorrechte positie van de gerechtigde. Eigenaar heeft een voorrecht t.a.v. Zijn zaak in het faillissement van een derde. Hij wordt seperatist genoemd.
3. 5:2 BW, het vorderingsrecht waarmee de eigenaar zijn zaak weer in zijn macht kan brengen.
Het BW onderscheidt volledige en beperkte rechten op goederen. Naast het eigendomsrecht, dat een volledig recht is, noemt het boek nog een volledig recht. Welke is dat?
Als we dan nu weten wat een volledig recht is. Wat is dan een beperkt recht? Waar vind ik dat?
Een beperkt recht is volgens art. 3:8 BW een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend recht, dat met het beperkte recht is bezwaard.
Het object kan een goed zijn, of een zaak.
Sommige beperkte rechten kunnen rusten op goederen.
Wat zijn goederen?
Wat zijn de beperkte rechten die kunnen rusten op zaken én vermogensrechten? Het zijn er 3
Deze zijn in boek 3 opgenomen. Het algemeen gedeelte van het vermogensrecht, juist omdat ze op goederen (zaken en vermogensrechten) kunnen rusten.
Er zijn ook beperkte rechten die uitsluitend rusten op zaken. Welke zijn dat? Ze zijn geregeld in boek 5. En hoe noem je ze?
Dit zijn erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal en appartementsrecht.
Hoe heten de genoemde rechten in het schema, dus volledige en beperkte rechten?
Alleen de rechten die in boek 3 en 5 zijn omschreven, kunnen door partijen worden gevestigd.
De opsomming van de volledige en de beperkte rechten in de wet is limitatief. Hoeveel volledige en hoeveel beperkte rechten zijn er?
7 beperkte rechten
Er is een andere indeling dan rechten op goederen en zakelijke rechten.
Die indeling is: genotsrechten en zekerheidsrechten.
De zekerheidsrechten zijn pand en hypotheek. Wat zijn de genotsrechten?
Waar vind ik het recht van vruchtgebruik?
De kern staat in 3:207 BW.
Uit de definitie blijkt dat vruchtgebruik ertoe leidt dat het goed economisch gezien eigenlijk overgaat op de vruchtgebruiker.
In één opzicht onderscheidt het recht van vruchtgebruik zich in het bijzonder van andere beperkte rechten. Wat voor opzicht is dat?
Een erfdienstbaarheid, ofwel servituut, kan volgens 5:72 BW ontstaan door vestiging of verjaring.
Waar kan ik de regels voor beide vinden?
2. Verjaring. De algemene vereisten van verkrijging door verjaring gelden, 3:99 e.v. BW
Waar vind ik de regels voor erfpacht?
Hoe zit het met opzegging?
Gezien het grote belang dat de erfpachter heeft bij een ongestoord en langdurig voortbestaan van zijn erfpachtrecht, heeft de wetgever het voor de eigenaar heel moeilijk gemaakt om de erfpacht op te zeggen.
Regels daarvoor: 5:97 lid 1 BW
Waar vind ik de regels omtrent opstal?
Wat houdt dit kortgezegd in?
Dit is kort gezegd het eigendomsrecht van een gebouw dat op de grond van iemand anders staat.
Tot slot, waar vind ik de regeling omtrent appartementsrechten?
Dan nu door naar de 2 zekerheidsrechten. Dat zijn ook alweer? Noem ook de artikelen. Daarna wordt e.e.a verder toegelicht
2. Hypotheek: 3:260
Wat zijn de 2 hoofdregels bij pand en hypotheek?
2. Paritas Creditorum: als er meer schuldeisers zijn, hebben zij ieder naar evenredigheid van hun vordering een gelijk recht op verhaal.
= gelijkheid van schuldeisers, 3:277 lid 1 BW
Van belang bij pand- en hypotheekhouder: zij zijn seperatist. Waar vind ik dit en wat is dit
Als de debiteur failliet gaat, kunnen de pand- en hypotheekhouder hun rechten uitoefenen alsof er geen faillissement is. Ze zijn dus seperatisten.
Als de debiteur verzuimt om de vordering te voldoen, welke rechten hebben pand- en hypotheekhouder dan (zowel in als buiten faillissement)?
Er zijn 2 belangrijke kenmerken aan de zekerheidsrechten pand en hypotheek. 1. Ze zijn afhankelijk 2. Ondeelbaar
Waar vind ik meer, en wat houdt het in?
Ze zijn verbonden aan en geldlening. Gaat de vordering teniet (door volledige betaling) dan verdwijnt per definitie ook het zekerheidsrecht.
2. De rechten zijn ondeelbaar 3:230 BW. Dus: het recht vervalt niet als een gedeelte van de schuld wordt gedaan.
ALLEEN als de schuld in zijn geheel is verdwenen, vervalt van rechtswege het zekerheidsrecht.
Wat is kenmerkend voor het stil pandrecht?
Wat gebeurt in het bedrijfsleven veel (m.b.t. Dit ondewerp)?
We zagen dat de pandhouder in het faillissement seperatist is, ingevolge 57 Fw. Maar bij een stil pandrecht ligt het iets anders. Wat dan?
Bij het aangaan van een geldlening kunnen partijen de voorkeur geven aan een hypotheekrecht boven een pandrecht. Waar vind ik de voordelen?
Wat wordt bedoeld met het publiciteitsvereiste bij hypotheek?
Wat zijn de 3 vereisten voor een geldige overdracht, uit 3:84 lid 1?
2. Beschikkingsbevoegdheid
3. Levering
M.b.t de geldige titel het volgende. Wat als er WEL een titel is, maar er mankeert wat aan?
(Causaal stelsel)
Wat is de nemo plus-regel (Romeins)?
Waar ga ik heen in de wet voor levering van onroerende zaken en andere registergoederen?
Levering is ook voor roerende zaken, niet zijnde registergoederen, een van de vereisten voor geldige overdracht. Hoe geschiedt de levering?
We hebben bezit en houderschap. Bezit is het houden van een goed voor zichzelf (3:107 lid 1) terwijl houderschap het houden van een goed voor een ander is. Wat is het meest fundamentele verschil?
Er zijn 3 manieren van bezitsverschaffing in 3:115 BW.
Dan is sprake van bezitsoverdracht zonder dat de zaak feitelijk aan de verkrijger wordt overhandigd. Hoe heten deze 3 manieren, sub abc?
B)Traditio brevi manu
C)Traditio longa manu
Door wie wordt een relatief/persoonlijk recht uitgeoefend?
Het geheel is een verbintenis. (Zie onderdeel 1. Verbintenissen & ovk-recht)
Als vaststaat wie de schuldeiser is, hoe wordt een vordering dan genoemd?
Ons recht kent 2 vorderingen waarbij niet bij voorbaat duidelijk is wie de schuldeiser is. Noem deze vorderingen
Dat betreft de vorering aan toonder en de vordering aan order.
Deze kunnen alleen bestaan als ze schriftelijk zijn vastgelegd.
Hoe werkt de overdracht van beperkte rechten zoals erfpacht en hypotheek?
Wanneer is een overdracht tóch geldig, ondanks beschikkingsonbevoegdheid (en dus niet voldaan aan de 3 eisen voor en geldige overdracht)?
Namelijk als het goed overeenkomstig de artikelen 90, 91 of 93 is geleverd én anders dan om niet aan een verkrijger te goeder trouw.
Wat zijn de 3 eisen uit 3:86, bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid?
2. Tegenprestatie (anders dan om niet)
3. Goede trouw (niet kende, niet behoorde te kennen)
LET OP 3:87 BW. De verkrijger te goeder trouw is binnen 3 jaren na de verkrijging verplicht om bij navraag onverwijld de benodigde gegevens te verschaffen over degene die het goed aan hem vervreemde!
Wat als de oorspronkelijke eigenaar zijn zaak heeft verloren door diefstal en de dief de zaak vervolgens heeft geleverd aan een derde?
Zie lid 3 van 3:86.
De hoofdregel luidt hier dus dat de oorspronkelijke eigenaar wordt beschermd tegen onvrijwillig bezitsverlies van zijn zaak door diefstal.
De hoofdregel luidt dat de oorspronkelijke eigenaar wordt beschermd tegen onvrijwillig bezitsverlies van zijn zaak door diefstal.
Maar, op deze regel bestaan 2 uitzonderingen. Welke 2 uitzonderingen zijn dat?
2. De tweede uitzondering betreft geld, toonder- en orderpapieren. De derde-verkrijger is daarvan definitief eigenaar geworden.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















