Burgerlijk procesrecht - Inl. NL recht
29 belangrijke vragen over Burgerlijk procesrecht - Inl. NL recht
10.1 Wat zijn de 6 kenmerken van het civiele proces zoals besproken? Voorzie waar nodig van artikelen
1:1 lid 1 BW; 24 lid1 Rv, 23 Rv
2. Voor partijen geldt een waarheids- en volledigheidsplicht
149 lid 1 Rv, 21 Rv en 111 lid 2 onder m Rv
3. Actieve regierol van de rechter
24 Rv, 20 lid 1 Rv, 22 lid 1 Rv, 25 Rv
4. Verplichte procesvertegenwoordiging
(geldt NIET in kantonzaken)
79 lid 1 jo lid 2 Rv
5. Het zwaartepunt ligt bij de mondelinge behandeling
87 Rv, 166 Rv
6. De procedure is niet kosteloos
237 lid 1 Rv
10.1 Over de actieve rol van de rechter het volgende.
De klassieke opvatting dat het de partijen zijn die het proces voeren en dat de rechter buiten de rechtsstrijd blijft - de lijdelijkheid (passiviteit) van de burgerlijke rechter - heeft plaats gemaakt voor een actieve rol van de rechter bij de procesvoering en waarheidsvinding.
Wat voor verantwoordelijkheid rust op de burgerlijk rechter?
Rechter mag het partijdebat bij- of aansturen, maar hij mag een partij NIET helpen aan mogelijke argumenten of verweren.
Zie ook 24 Rv
10.1 Naast de bevoegdheid van de rechter om het partijdebat ambtshalve bij te sturen, beschikt hij over andere bevoegdheden waaruit zijn actieve rol blijkt.
Welke 3 voorbeelden zijn genoemd?
2. Ex 22 lid 1 is de rechter bevoegd om in alle gevallen en op elk moment van de procedure partijen te bevelen bepaalde stellingen toe te lichten of bepaalde op de zaak betrekking hebbende gegevens te overleggen. (Toelichting en overlegging stukken)
3. Ex 25 Rv: rechter kent het recht en past actief toe. (Aanvulling van rechtsgronden)
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
10.1 Wat is verplichte procesvertegenwoordiging, waar vind ik het?
Wat zijn 3 redenen van deze verplichting?
Dit is de hoofdregel dat partijen in een civiele procedure alleen proceshandelingen kunnen verrichten als zij vertegenwoordigd zijn door een advocaat. Dit betekent dat partijen niet zelf in een procedure kunnen optreden.
Redenen
1. Doelmatigheid van de procedure wordt erdoor bevorderd
2. Verplichte procesvertegenwoordiging leidt daarmee in beginsel ook tot een eerlijker procesvoering.
3. Werk rechter wordt vereenvoudigd
10.1 Geldt in kantonzaken ook een verplichte procesvertegenwoordiging?
10.2 Waar staan de hoofdregels van de bevoegdheid van de rechter?
Zie het publiekrechtelijke wetboek (dus meenemen!!)
10.2 Wat heeft de HR beslist in het arrest Guldemond/Noordwijkerhout en wat is het gevolg van het arrest?
Hij beslist dat de zuiver privaatrechtelijke verhouding tussen partijen niet meer beslissend is voor de bevoegdheid van de burgerlijk rechter. Het gaat om de vraag of eiser zijn vordering baseert op een regel van burgerlijk recht.
=objectum litis leer
Gevolg van het arrest is dat voortaan ook geschillen met een publiekrechtelijk karakter kunnen worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.
10.2 Wat beslist de HR in het Schellen en Deuropeners-arrest - een arrest met verstrekkende betekenis?
Verstrekkend in die zin dat de HR met zijn beslissing de toegang tot het burgerlijk proces begrensd heeft t.o.v die tot het bestuursproces: in een geschil met een bestuursorgaan moet de belanghebbende zijn heil zoeken bij de bestuursrechter.
<Zie de 3 arresten op p394/295 nog>
10.3 Het burgerlijk proces start met een dagvaarding of verzoekschrift (10.4)
Wat is een dagvaarding?
Verder bevat de dagvaarding een omschrijving van de vordering die eiser op gedaagde meent te hebben (dat is de eis)
10.3 Om te zorgen dat gedaagde zo goed mogelijk weet wat hem te wachten staat, en om te waarborgen dat hem meteen vanaf het begin duidelijk is waar het geding over gaat, stelt art. 111 Rv strenge eisen aan de dagvaarding.
Welke 7 elementen moet de dagvaarding onder meer vermelden?
Voor de artikelen, zie p397 en p398
2. Eis met de grond(en) Eis = petitum.
De gronden zijn het fundamentum petendi
3. Aanwijzing van de rechter die van de zaak kennisneemt
4. Dag en uur waarop gedaagde bij rechter moet verschijnen = roldatum
5. Eiser moet gedaagde wijzen op verplichting 21 Rv en 149 Rv
6. Verweren die gedaagde voordat de procedure begon heeft aangevoerd tegne de eis, en gronden
7. Bewijsmiddelen
10.4 Naast procedures die worden ingeleid met een dagvaarding, zijn er ook procedures die met een verzoekschrift beginnen. Zie art. 261 e.v Rv
Wat als de wetgever NIET apart vermeldt welke procedure moet worden gevolgd, of als de wetgever de term 'vordering' gebruikt?
10.4 Tegenwoordig schrijft de wetgever de verzoekschriftprocedure ook voor in gevallen waarin wél van een geschil tussen 2 partijen sprake is.
Een voorbeeld is de alimentatieprocedure, 815 e.v Rv
Wat geldt als hoofdregel in de verzoekschriftprocedure mbt de relatieve competentie van de rechter?
Belanghebbende in een verzoekschriftprocedure is volgens 798 lid 1 Rv degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking heeft.
10.5 Als de advocaat van gedaagde niet verschijnt op de roldatum, zal de rolrechter verstek verlenen. Wat zal de rechter vervolgens doen?
Zie 139 Rv.
10.5 Als de gedaagde wel op de rolzitting verschijnt (door de verplichte vertegenwoordiging met advocaat, TENZIJ kantonzaak), dan begint het 'op tegenspraak' gevoerde geding.
Wat is dat?
10.5 Het eerste schriftelijke stuk van het geding is de dagvaarding.
Daarin staat de eis met de gronden waarop deze berust.
Op de eerste roldatum bepaalt de rechter een volgende roldatum.
Wat kan de advocaat van gedaagde vervolgens?
In de conclusie van antwoord brengt gedaagde al zijn verweren tegelijk naar oren.
Een conclusie van antwoord kan ook een eis in reconventie (tegenvordering of tegeneis) bevatten. Zie 136 jo 137 Rv.
10.5 Als de rolrechter géén mondelinge behandeling heeft gelast, omdat de zaak daarvoor niet geschikt is of als de behandeling geen schikking heeft opgeleverd, dan wordt de procedure niet voortgezet.
Wat gebeurt er dan?
Vaak is dat het wijzen van een vonnis.
10.5 Wat kan de rechter nog meer besluiten, dan gaat het om repliek en dupliek?
De advocaat van gedaagde kan daarop weer antwoorden in de zogenoemde conclusie van dupliek, 132 Rv.
In beginsel ken de dagvaardingsprocedure echter steeds 2 schriftelijke stukken, namelijk de dagvaarding en de conclusie van antwoord, waarna de rechter een mondelinge behandeling beveelt.
10.5 Als men het verloop van een civiele procedure bij de rechtbank inventariseert, blijkt dat er na de mondelinge behandeling in hoofdlijnen 3 mogelijkheden zijn. Welke?
Schema: p402
10.5 Mbt toewijzing van de vordering, eiser kan vorderen dat het vonnis onmiddellijk ten uitvoer kan worden gelegd.
Wat als een vonnis uitvoerbaar bij vonnis is verklaard?
Als de in het ongelijk gestelde partij vervolgens een rechtsmiddel zou instellen (zoals hoger beroep of cassatie), leidt dat NIET tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis. Zie 233 lid 1 Rv.
10.6 Het gewone civiele proces is tijdrovend. Dat kan in sommige gevallen voor beide of 1 van beide partijen nadelig zijn. Dus biedt de wet een speciale versnelde procedure voor geschillen waarin een spoedeisend belang een onmiddellijke voorziening bij voorraad vereist: het kort geding.
Wat betreft dit vrijwel altijd?
Het is geregeld in art. 254 Rv en verder en wordt ingesteld bij de voorzieningenrechter.
10.6 De uitspraak in kort geding is een voorlopige voorziening; de rechter geeft slechts zijn voorlopig oordeel, afgaande op zijn aanvankelijk oordeel omtrent het geschil of op zijn verwachting hoe het geschil in een gewone procedure zal worden beslist.
Wat zijn de genoemde aspecten van het kort geding?
2. Procedure in kort geding: wordt doorgaans ingeleid met dagvaarding. Zie 254 lid 2 en 3 en 255 lid 1 Rv
3. De tenuitvoerlegging van de uitspraak. Als de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening verleent, is het niet wenselijk dat de in het ongelijk gestelde partij met een rechtsmiddel de tenuitvoerlegging van het kortgedingvonnis kan opschorten (dus: geen schorsende werking).
Volgens 233 lid 1 Rv kan de voorzieningenrechter zijn uitspraak uitvoerbaar bij voorraad verklaren, indien gevorderd. Het vonnis kan dan onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd.
10.7 Wat zijn de rechtsmiddelen in het burgerlijk proces?
En wat voor werking heeft het instellen van de gewone rechtsmiddelen als regel?
Het instellen van de gewone rechtsmiddelen heeft als regel schorsende werking op de uitvoerbaarheid van de rechterlijke uitspraak waartegen zij zijn ingesteld.
Verzet: 145 Rv
Hoger beroep tegen vonnissen: 350 lid 1 Rv
Hoger beroep tegen beschikkingen: 360 lid 1 Rv
Cassatie: 404 Rv
10.7 Hoe zit het als de gedaagde niet reageert op dagvaarding?
Wat kan de gedaagde later nog doen?
Maar, als gedaagde daarna daarvan kennisneemt en daartegen bezwaar heeft, wil hij wel verweer voeren. Dan kan hij het rechtsmiddel VERZET instellen.
Verzet kan worden gedaan tegen ieder verstekvonnis van de burgerlijke rechter, 143 e.v. Rv. Termijn = meestal 4 weken na betekening vonnis.
10.7 Wat zijn de (mogelijke) rechtsgevolgen van cassatie?
10.8 Een rechterlijke uitspraak blijft voor partijen zonder betekenis als zij niet ten uitvoer kan worden gelegd. Wat levert een veroordelend civiel vonnis op?
Hoe geschiedt tenuitvoerlegging?
430 lid 1 Rv.
Tenuitvoerlegging van een vonnis geschiedt door de deurwaarder, 434 Rv.
10.8 Hoe een vonnis ten uitvoer wordt gelegd, hangt af van de aard van het type veroordeling. Welke 2 voornaamste soorten veroordelingen zijn er?
2. De veroordeling tot iets anders dan een geldsom. Hier kan de schuldeiser NIET rechtstreeks de prestatie krijgen waarop hij volgens het vonnis recht heeft.
10.8 Op grond van een executoriale titel, zoals een veroordelend vonnis, kan de deurwaarder bij de schuldenaar beslag leggen op een of meer bestanddelen van diens vermogen, teneinde de vordering daarop te verhalen. 435 Rv.
Hoe wordt deze vorm van beslag genoemd?
Wanneer eindigt het?
Tenzij alsnog wordt betaald, eindigt het executoriaal beslag meestal als de zaken waarop het rust, in het openbaar worden verkocht. 463-474 Rv.
Uit de opbrengst van deze zogenoemde executoriale verkoop wordt de vordering van de schuldeisers voldaan.
10.8 Als een geschil nog niet aan een rechter is voorgelegd of deze nog geen vonnis heeft gewezen, is de schuldeiser nog niet in het bezit van een executoriale titel. Voor het geval hij vreest dat de schuldenaar of een derde bepaalde vemogensbestanddelen voortijdig verdonkeremaant, kan hij ...
Vul aan
Daarvoor heeft de beslaglegger verlof nodig van de voorzieningenrechter van de rechtbank, 700 lid 1 Rv. Zodra de schuldeiser een veroordelend vonnis heeft verkregen, gaat het conservatoir beslag over in een executoriaal beslag. 704 lid 1 Rv.
10.8 Er is nog een bijzondere vorm van conservatoir beslag. Als de eigenaar conservatoir beslag legt op zijn roerende zaak, die zich bij een derde bevindt, noemen we dat ...
Vul aan
Door het leggen van revindicatoir beslag voorkomt de eigenaar dat zijn zaak door de derde kan worden weggemaakt.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















