Inleiding vermogensrecht / overeenkomsten- en verbintenissenrecht - Inl. NL recht
58 belangrijke vragen over Inleiding vermogensrecht / overeenkomsten- en verbintenissenrecht - Inl. NL recht
Welke kernbegrippen/onderwerpen komen in bod in H8, overeenkomstenrecht, en moet je dus zeker kennen? Noem ze allemaal
2. De totstandkoming van overeenkomsten
2.1. Het aanbod
2.2. Het wilsontbreken
2.3. Wilsgebreken
2.3.1. Dwaling
2.3.2. Bedrog, bedreiging en misbruik van omstandigheden
2.4. Grenzen van de overeenkomst
3. Inhoud van de overeenkomst
3.1. De partijafspraak
3.2. Algemene voorwaarden
3.3. De Wet
3.4. Aanvullend en dwingend recht
3.5. De gewoonte
3.6. Redelijkheid en billijkheid
4. Nakoming van overeenkomsten
4.1. Algemeen
4.2. Tekortkoming in de nakoming
4.3. Tekortkomingen voor rekening van de schuldenaar
4.4. Overmacht
5. Rechtsgevolgen van wanprestatie
5.1. Rechten uit wederkerige overeenkomsten
Wat is de obligatoire overeenkomst en hoe wordt deze ook wel genoemd?
Het is de overeenkomst waarbij partijen een of meer verbintenissen doen ontstaan.
Obligatoire, oftewel verbintenisscheppende overeenkomsten kunnen op 3 manieren worden onderscheiden. Noem deze 3 manieren.
Hoort ergens een arrest bij? Noem deze dan ook
2. Benoemd en onbenoemd (arrest: Mobiele telefoon I)
3. Consensueel en formeel
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Waar vind ik de bewijsovereenkomsten (een andere soort overeenkomst) in de wet?
De wetgever had de schenking als eenzijdige rechtshandeling kunnen kwalificeren, vergelijk het testament (dat is ook een eenzijdige rechtshandeling) maar heeft dit niet gedaan. Hoe zit dit?
De (stilzwijgende) instemming van de begiftigde is vereist.
Waarom is het onderscheid tussen eenzijdige en wederkerige overeenkomsten van belang?
Wat zijn benoemde overeenkomsten. Noem ook een aantal voorbeelden
Voorbeelden: koopovk (7:1 BW), ovk van geldlening (7:129 lid 1 BW) en pacht (7:311 BW) *Let op: er zijn nog meer voorbeelden genoemd
Wat zijn onbenoemde overeenkomsten? Wat voor wettelijke bepaling(en) zijn daarop van toepassing?
Op de onbenoemde overeenkomst zijn alleen de algemene bepalingen inzake overeenkomsten in boek 6 (6:213 BW e.v.) van toepassing.
Voorbeeld is de leaseovereenkomst.
Waarom kan een borgtochtovereenkomst niet worden ontbonden o.g.v. Een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis?
De 3e categorie waarin obligatoire overeenkomsten worden onderscheiden zijn de consensuele en formele overeenkomsten. Wat is voldoende voor de eerste en wat is vereist voor de tweede?
Voor de formele: de overeenkomst moet bijv. Schriftelijk worden aangegaan, denk aan de koopovk, 7:2 lid 1 BW.
Soms doet iemand niet meer dan een uitnodiging om in onderhandeling te treden. Wanneer was dat het geval (in welk arrest)?
Soms komt de wil van de aanbieder niet overeen met zijn verklaring - dus: hij deelt iets mee in zijn aanbod aan de wederpartij, maar wil eigenlijk iets anders. In welk artikel komen we dan en welke categorie is dit?
Wat is het gevolg als een met de verklaring overeenstemmende wil ontbreekt? Hier hoort een arrest bij
Het gevolg: geen sprake van een geldige rechtshandeling. In beginsel komt er dan ook geen overeenkomst tot stand. (Arrest: Otto)
Als iemand iets verklaart dat NIET met zijn wil overeenstemt, dan is er een probleem. Zijn verklaring wekt de schijn dat hij iets bepaalds wil, terwijl hij (innerlijk) iets anders wil. Wie wordt dan door het recht beschermd, bij gewekte schijn?
Hoe heet deze 'leer'?
Wie dus in gerechtvaardigd vertrouwen afgaat op de verklaring van een ander, wordt onder een aantal voorwaarden wettelijk beschermd. Dit is de vertrouwensleer.
Stel, de koper weet of had kunnen/behoren te weten dat de verkoper een fout maakt. Wat dan?
Waar vind ik de Cartier-casus (arrest), dat over wel of niet beroepen op gerechtvaardigd vertrouwen (3:35 BW) gaat?
Een bijzonder geval waarin wil en verklaring niet met elkaar overeenstemmen, doet zich voor als iemand en wilsverklaring heeft afgelegd onder invloed van een geestelijke stoornis. Welk arrest hoort daarbij?
We hebben de categorie wilsONTbreken gehad, maar nu komt de categorie wilsGEbreken. Wat is daar aan de hand?
Wat is het belangrijkste gevolg van het feit dat een rechtshandeling onder invloed van een wilsgebrek is verricht?
Dwaling, 6:228 lid 1 BW: bij een of bij beide partijen moet sprake zijn geweest van een onjuiste voorstelling van zaken. Wat zijn de 3 vereisten?
2. Er moet sprake zijn van een causaal verband tussen de dwaling en de totstandkoming van de overeenkomst.
3. Alleen de in het artikel omschreven gevallen kunnen leiden tot een geslaagd beroep op dwaling.
Een van de 3 gevallen waarin een geslaagd beroep op dwaling kan volgen, is als 1. De wederpartij een verkeerde inlichting geeft. Wat voor arrest hoort hierbij?
P.307
Een ander geval is als 2. De wederpartij ten onrechte zwijgt. Welk arrest hoort hierbij?
Er is nog een arrest waarbij wederzijdse dwaling zich voordoet, in een klassiek arrest. Wat is de naam?
De verkoper en koper hebben gedwaald omtrent de eigenschappen van de verkochte zaak. Toch slaagt het beroep op wederzijdse dwaling NIET. Wat stelt de HR?
HR stelt dat de verkoper van de kantharos met zijn verkoop in zekere zin heeft gespeculeerd: hij probeert voor iets bijzonders een zo hoog mogelijke prijs te krijgen.
Omdat de verkeersopvattingen zich daartegen verzetten (zie lid 2 van Dwaling-artikel), kan men o.g.v. Dwaling de overeenkomst NIET met succes vernietigen met het argument dat men zich achteraf gezien in de werkelijke waarde van het object heeft vergist.
Zoals genoemd, zijn er 3 wilsgebreken op grond van boek 3. Welke ligt het dichtst bij dwaling?
Bij bedrog is OPZET in het spel: de bedriegende partij doet bij haar wederpartij willens en wetens een onjuiste voorstelling van zaken ontstaan door het toepassen van een kunstgreep.
Bij bedrog hoort het toepassen van een kunstgreep. De wet noemt er twee, welke? (Overigens: de wet laat nog wel ruimte voor het ontstaan van bedrog door een andere kunstgreep)
Welke arrest zijn genoemd?
Arresten: leugens in CV en Beukinga/van der Linde
We hebben het gehad over 1. Bedrog. Wat is het volgende wilsgebrek dat je moet kennen?
Wat zijn de eisen?
Dit is het uitoefenen van psychische dwang waardoor de wil wordt beïnvloed.
De bedreiging moet onrechtmatig zijn. Daarnaast is een objectief criterium ingevoerd: de bedreiging moet zodanig zijn dat een redelijk oordelend mens daardoor kan worden beïnvloed.
Tot slot het vierde wilsgebrek, hier 3. Misbruik van omstandigheden (omdat dwaling in boek 6 is, niet meegenummerd).
Welk arrest is hier genoemd?
Bij de totstandkoming van een overeenkomst zijn partijen voor wat betreft de INHOUD van hun afspraken gebonden aan grenzen die door het recht worden getrokken. Artikel 3:40 BW noemt enkele grenzen, lees deze.
Hier komt ook aan de orde: nietigheid. Wanneer is sprake van een nietige rechtshandeling?
(ovk is in strijd met dwingende wetsbepaling; strijd met goede zeden; strijd met openbare orde)
Er zijn een aantal belangrijke arresten bij 3:40 BW, de grenzen van de overeenkomst. Noem ze.
-In strijd met de goede zeden: arrest Lindebaum/Cohen
-In strijd met de openbare orde: arrest Bestemmingsplan Alkemade
Wat is het meest fundamentele beginsel van het overeenkomstenrecht?
Wat is het tweede beginsel van ons contractenrecht dat is genoemd?
Het gegeven woord bindt.
Romeins recht: pacta sunt servanda (overeenkomsten moeten worden nagekomen).
De kern van ons overeenkomstenrecht is neergelegd in 6:248 BW. Wat is van belang bij het Haviltex arrest dat we hierbij moeten kennen?
Dus: het Haviltex-criterium
Tot de inhoud van de overeenkomst wordt naast hetgeen uitdrukkelijk mondeling of schriftelijk is overeengekomen, nog iets anders gerekend. Waar doelen we dan op?
De algemene voorwaarden hebben de randvoorwaarden van de te leveren prestatie tot onderwerp.
Zie 6:231 e.v.
Moet de gebruiker nagaan of de wederpartij de inhoud van de algemene voorwaarden kende bij het aangaan van de overeenkomst?
Wat staat daartegenover?
Daar staat tegenover dat de wederpartij volgens 6:233 sub b een beding in de algemene voorwaarden kan laten vernietigen als de gebruiker haar niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.
Let op de zwarte en grijze lijsten in de algemene voorwaarden. Wat is het verschil?
Die in de grijze lijst: daarvan wordt vermoed dat ze onredelijk bezwarend zijn. De gebruiker van de algemene voorwaarden kan dit vermoeden weerleggen door tegenbewijs te leveren waarmee hij aantoont dat het beding in de gegeven omstandigheden NIET onredelijk bezwarend werkt.
Beide lijsten gelden ALLEEN voor consumententransacties.
Er zijn 2 categorieën wettelijke regels die de inhoud van de overeenkomst kunnen bepalen - welke?
Wat kun je m.b.t. Regels van aanvullend recht aangeven?
Let op: de partijafspraak gaat boven de aanvullende werking.
Dwingende wetbepaling spelen een grote rol als ... (vul aan)
Volgens art. 3:40 lid 2 is een rechtshandeling n strijd met een dwingende wetsbepaling volgens die hoofdregel ...
In sommige gevallen vernietigbaar.
De redelijkheid en billijkheid kunnen op 2 manieren invloed hebben op de inhoud van een overeenkomst. Welke 2 maniren?
Derogerende werking (verandering brengen)
Wat oordeelt de HR in het arrest Saladin/HBU?
(Zie overigens ook het arrest omgevallen kraan)
Wat volgt uit de woorden 'naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar' ?
Wat gaat nog een stap verder dan de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid?
Welke bepaling vormt een lex specialis van 6:248 lid 2 BW?
En nog wat extra info hieronder opgenomen
Want: de bevoegdheid conflicteert met het beginsel van contractvrijheid.
Indien een rechter hierop een beroep honoreert, hoeft er door partijen (of door een van hen) NIET meer, dan wel in GEWIJZIGDE vorm te worden nagekomen.
Wat wordt onder een tekortkoming (6:74 BW) verstaan?
De prestaties waartoe de verbintenis verplicht, zijn verschillend van aard. Wat wordt onder een resultaatsverbintenis en wat wordt onder een inspanningsverbintenis verstaan?
Inspanningsverbintenis: verbintenis verplicht tot het leveren van een bepaalde inspanning. (Schuldenaar schiet pas tekort als hij onvoldoende zorg heeft betracht).
De grens is vloeiend.
In welke gevallen kan de tekortkoming de schuldenaar wél worden aangerekend (zie 6:75)?
1. Aan diens schuld te wijten is = schuldaansprakelijkheid (bijv glazenwasser)
2. Voor diens rekening (risico) komt krachtens de wet, een rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen
Resp. Lid 1 en lid 2.
Blijkens 6:77 BW is de schuldenaar in beginsel ook risicoaansprakelijk voor de ongeschiktheid van zaken die hij bij uitvoering van een verbintenis gebruikt. Welk arrest vormt hier een uitzondering op?
Partijen kunnen bij het aangaan van een overeenkomst met elkaar afspreken dat de schuldenaar voor tekortkomingen in de nakoming niet aansprakelijk zal zijn. Hoe kan dat?
In een overeenkomst kan worden bedongen dat de schuldenaar voor zijn eigen tekortkoming geheel of gedeeltelijk iet aansprakelijk is. Een dergelijke afspraak heet ...
Noem ook arrest
Een voorbeeld hiervan is te vinden in het arrest Saladin/HBU.
Hoe zit het met uitsluiting van aansprakelijkheid voor eigen opzet of grove schuld?
Volgens 6:75 kan een tekortkoming in de nakoming ook aan de schuldenaar worden toegerekend krachtens in het verkeer geldende opvattingen.
Denk bijvoorbeeld aan problemen met de nakoming die de schuldenaar heeft voorzien of had moeten voorzien. (Zij behoren volgens verkeersopvatting voor zijn risico te komen).
Maar, ook bij niet te voorziene problemen kan een tekortkoming in de nakoming volgens verkeersopvatting voor risico van de schuldenaar te komen. Welk arrest gaat daar over?
Bij tekortkoming in de nakoming kan sprake zijn van twee situaties, dus gevolgen. Welke?
Bij wanprestatie wordt de tekortkoming, verwijtbaar of niet, toegerekend aan de schuldenaar, terwijl bij overmacht de schuldeiser het risico moet dragen.
Het gevolg van overmacht is dat de schuldeiser tegen de schuldenaar geen vordering tot vergoeding van de schade toekomt.
Zoals gezegd, kan de schuldeiser van de schuldenaar schadevergoeding vorderen op grond van 6:74 lid 1 BW. Maar, wanneer ontstaat dat recht op schadevergoeding eigenlijk?
Om dat te bewerkstelligen, dient de schuldeiser de schuldenaar eerst in gebreke te stellen
In sommige gevallen is een ingebrekestelling NIET vereist. Dan treedt verzuim van rechtswege in. Welke 3 gevallen zijn omschreven in 6:83 BW?
2. OD (sub b)
3. Mededeling tekortschieten (sub c)
Kan de schuldeiser er ook voor kiezen om de verbintenis tot nakoming om te zetten? Zo ja, in wat?
>Door de omzetting vervalt zijn recht op nakoming
>Schudeiser blijft echter gehouden zijn eigen prestatie te verrichten. Wil hij van zijn eigen prestatie bevrijd worden, dan moet hij de ovk o.g.v. 6:265 BW ontbinden.
Hiervoor ging het om de situatie dat nakoming nog MOGELIJK is.
Maar, de tweede situatie luidt: de nakoming is BLIJVEND ONmogelijk
Hoe zit het met het recht op schadevergoeding nu?
Ingebrekestelling en verzuim zijn dan NIET aan de orde.
Welke twee rechten bestaan uitsluitend bij een tekortkoming in de nakoming van een WEDERKERIGE overeenkomst, die kunnen worden uitgeoefend?
Wat zegt de HR over de tekortkoming en ontbinding?
2. Ontbindingsrecht. Zie 6:265 BW.
De ontbinding van de overeenkomst leidt ertoe dat beide partijen van hun verplichtingen uit de overeenkomst worden bevrijd.
HR: 'slechts een tekortkoming van voldoende gewicht geeft recht op gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst'.
Ontbinding van een wederkerige overeenkomst kan o.g.v. 6:267 BW op 2 manieren geschieden: door een schriftelijke verklaring of door de rechter.
Van het recht op ontbinding kan de schuldeiser slechts onder een aantal voorwaarden gebruikmaken. Twee situaties onderscheiden we hier:
>Schuldenaar moet EERST in verzuim zijn voordat de schuldeiser mag ontbinden
2. Nakoming van de ovk is blijvend of tijdelijk onmogelijk
>Schuldeiser kan de ovk onmiddelijk (laten) ontbinden
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















