ONDERDEEL 3 Heffingstechnieken - Inleiding Wanneer is een feit nieuw?

24 belangrijke vragen over ONDERDEEL 3 Heffingstechnieken - Inleiding Wanneer is een feit nieuw?

4.2 Juridische karakter belastingaanslag

De AWR geeft nergens een omschrijving van het begrip belastingaanslag.
2 lid 3 sub d geeft slechts een opsomming.

Hoe kwalificeert een belastingaanslag bestuursrechtelijk?

En wat ontstaat met het vaststellen van de belastingaanslag?

Een belastingaanslag kwalificeert bestuursrechtelijk als een beschikking.

Met het vaststellen van de belastingaanslag ontstaat voor de ontvanger de bevoegdheid om de verschuldigde belasting in te vorderen.

Hoewel de belastingaanslag dus een rechtsbetrekking schept, weet de belastingplichtige bij de totstandkoming daarvan nog niets.

Hoe komt hij nu van die aanslag op de hoogte?

Volgens het wettelijk systeem zendt de ontvanger het door de inspecteur opgemaakte aanslagbiljet aan de belastingschuldige of reikt het biljet aan hem uit. 8 lid 1 INV. Daarmee kan het invorderingsproces van start gaan.

4.4 Het vaststellen van de aanslag

De inspecteur stelt de aanslag vast, 11 lid 1 AWR (ambtenaren in opdracht van de inspecteur). Hij doet dat door het opmaken van een aanslagbiljet, 5 lid 1, eerste volzin AWR.

Het eindproduct is het aanslagbiljet dat de ontvanger aan de belastingschuldige toestuurt, 8 lid 1 INV.

Een ingediend aangiftebiljet is géén bestaansvoorwaarde voor een aanslag. Hoe zit dat?

Ook zonder dat aangifte is gedaan, kan de inspecteur een aanslag opleggen. 11 lid 2 AWR.

Een dergelijke aanslag wordt ook wel 'ambtshalve aanslag' genoemd.
De inspecteur maakt dan een redelijke schatting van de belastbare feiten (bijvoorbeeld het in het tijdvak genoten inkomen).
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

4.5 De aanslagtermijn

11 lid 3 AWR geeft de inspecteur in beginsel 3 jaar de tijd om een aanslag vast te stellen. De bedoeling daarvan is om belastingplichtigen binnen een redelijke termijn rechtszekerheid te bieden.

Welke fictie geldt voor bepaling van de aanslagtermijn bij tijdvakbelastingen?

Dat de hele belastingschuld is ontstaan aan het einde van het belastingtijdvak.

Wanneer begint de 3 jaars termijn te lopen, 11 lid 3?

Op het moment waarop de belastingschuld is ontstaan of geacht wordt te zijn ontstaan. Dat laatste is uitgewerkt in art 11 lid 4 AWR. Zie de fictie: einde belastingtijdvak!
Bij IB: einde kalenderjaar, als voorbeeld.
Zie ook voorbeelden les

De aanslagtermijn eindigt dus in ieder geval 3 jaar NADAT de belastingschuld is ontstaan, tenzij uitstel is verleend voor het doen van aangifte, dan wordt de termijn verlengd met dat VERLEENDE uitstel.

Kan de inspecteur een tweede aanslag opleggen, na de eerste - bijv als de aanslag tot een te laag bedrag is opgelegd?

Nee dat kan niet. De bevoegdheid tot het opleggen van de aanslag eindigt ook met het opleggen van die aanslag.

Is de aanslag tot een te laag bedrag opgelegd, dan kan dat ALLEEN worden hersteld door een navorderingsaanslag, waar een nieuw feit, ex 16 AWR, voor nodig is.

Er is maar 1 geval waarin de aanslag tijdig is vastgesteld. Welk geval?

En hoe zit het met de bekendmaking, wanneer moet dat gebeuren?

Alleen wanneer de dagtekening van het aanslagbiljet valt binnen de gestelde termijn van 3 jaar, is de aanslag tijdig vastgesteld.

Ook de bekendmaking van de aanslag moet uiterlijk op de dag van de dagtekening plaatsvinden. 3:40 en 3:41 Awb.

Wat gebeurt er als de bekendmaking van de aanslag niet uiterlijk op de dag van de dagtekening plaatsvindt, conform 3:40 en 3:41 Awb?

Dan komt de datum van bekendmaking in de plaats van de dagtekening van het aanslagbiljet.

4.7 De voorlopige aanslag bij tijdvakbelastingen

Waar vind ik de bepalingen voor voorlopige aanslagen? 

Kunnen meerdere voorlopige aanslagen worden opgelegd?

13 en 14 AWR en ja, dat is een mogelijkheid.

13 AWR is voor tijdvakbelastingen
14 AWR voor tijdstipbelastingen

4.9 De voorlopige aanslag op verzoek

Kan de inspecteur ook het opleggen van een voorlopige aanslag weigeren?

Ja, zie 13 lid 5 AWR

4.11 Herziening van een voorlopige aanslag

Kan iemand in bezwaar gaan tegen een voorlopige aanslag?

In beginsel wel, op dezelfde wijze als tegen andere belastingaanslag.

Dus bezwaar en beroep mogelijk, zie 26 AWR jo 2 lid 3 onderdeel d AWR.

Voor de IB en VPB geldt een uitzondering, daar is bepaald dat een voorlopige aanslag NIET voor bezwaar vatbaar is.

Hoe zit dit, is er dan geen rechtsbescherming meer mogelijk?

Jawel. Deze is als het ware verplaatst naar de beslissing van de inspecteur op het verzoek om vermindering van de voorlopige aanslag.

Besluit de inspecteur het verzoek niet of gedeeltelijk in te willigen, dan neemt bij die beslissing bij een voor bezwaar vatbare beschikking.
>En daar staat weer bezwaar en beroep tegen open. 26 lid 1 sub b AWR.

4.12 Verrekening van voorlopige aanslagen
Dat is mogelijk, zie 15 AWR.

Wat heeft de HR geoordeeld over voorlopige aanslagen?

Dat de voorlopige aanslag alleen bedoeld is om een formele grondslag te geven voor een betaling op een definitieve aanslag.

4.13 De verrekening van voorheffingen

Wat zijn voorheffingen? Er geldt een ander regime voor dan voor voorlopige aanslagen

De voorheffingen zijn in beginsel zelfstandige heffingen. Wanneer een aanslag wordt opgelegd voor een belasting waar deze heffingen als voorheffing gelden - bijv 9.2 IB - dan worden de voorheffingen verrekend.

Wordt géén aanslag opgelegd, dan wordt de ingehouden voorheffing NIET teruggegeven (=verschil met voorlopige aanslag).

Wat zijn de voorheffingen voor de IB en de VPB?

IB: loonbelasting, dividendbelasting, kansspelbelasting

VPB: dividendbelasting kansspelbelasting

Wat als de inhoudingsplichtige wél heeft ingehouden, maar niet heeft afgedragen, kan dan nog wel worden verrekend?

Als dat zo is, dan staat dit verrekening NIET in de weg, TENZIJ de belastingplichtige niet te goeder trouw is

4.14 De navorderingsaanslag

Met het opleggen van de aanslag biedt de inspecteur in beginsel aan de belastingplichtige de rechtszekerheid dat met het betalen van de aanslag de belastingheffing over het tijdvak/tijdstip is afgerond

Dus, waarom is in 16 AWR de hoofdregel neergelegd en welke hoofdregel?

Dat de inspecteur alleen kan navorderen, als hij daarvoor over een 'enig feit' beschikt.
Op die hoofdregel zijn nogal wat uitzonderingen. Wetgever heeft telkens een afweging gemaakt tussen de rechtsgelijkheid van een juiste materiële belastingheffing en de rechtszekerheid voor de belastingplichtige

4.15 De grondslag voor navorderen

Wat voor 3 situaties zijn in 16 lid 1 AWR genoemd?

1. De aanslag is ten onrechte achterwege gelaten
2. De aanslag is ten onrechte tot een te laag bedrag vastgesteld
3 Een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing of heffingskorting is ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleend

Onderscheid 2 situaties.
Wat als de constatering dat ten onrechte geen aanslag is opgelegd plaatsvindt VOOR het einde van de aanslagtermijn ex 11 lid 3 AWR?

EN NA het einde van de aanslagtermijn?

Eerste situatie, dus ervoor: dan moet er nog een 'gewone' aanslag worden opgelegd.

Tweede situatie, dus erna: dan KAN een navorderingsaanslag worden opgelegd, als aan de voorwaarden van 16 AWR is voldaan.

4.16 Een nieuw feit

Hiervoor werden de 3 situaties uit artikel 16 AWR beschreven. De volgende voorwaarde voor navorderen is dat de inspecteur beschikt over 'enig feit' dat grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten etc.

Dus de inspecteur kan NIET navorderen op basis van (noem 2 situaties)?

1. Een nieuwe waardering van al bekende feiten
2. Een nieuw inzicht in de wetstoepassing, ook niet als dit inzicht is gebaseerd op nieuwe rechtspraak.

Het beschikken over enig feit is niet voldoende voor de inspecteur.
waar moet het om gaan?

Om een nieuw feit. Zie volzin 2 van 16 lid 1 AWR.
De rechtsgrond van het nieuwe feit is het bieden van rechtszekerheid aan de belastingplichtige. Het beschermen van het bij de belastingplichtige gewekte vertrouwen is het uitgangspunt

Behalve door de eis van het nieuwe feit, kan de inspecteur zijn bevoegdheid tot navordering ook verspelen ingevolge de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Omschrijf

Bijvoorbeeld wegens het gelijkheidsbeginsel: in de meerderheid van de vergelijkbare gevallen vordert hij niet na.

Of wegens het vertrouwensbeginsel: zo mag de inspecteur NIET terugkomen op een besluit geen navordering op te leggen, zodra hij dit besluit aan de belanghebbende kenbaar heeft gemaakt.

4.17 Een ambtelijk verzuim

Wat wordt daaronder verstaan?

Als de inspecteur onvoldoende onderzoek doet waardoor later een navorderingsaanslag niet mogelijk is door het ontbreken van een nieuw feit, dan wordt wel gezegd dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan.

4.18 Wanneer is een feit nieuw?

Vanaf welk moment is een feit 'nieuw' in de zin van art. 16 AWR?
Er zijn 2 momenten waarop kan worden gesteld dat de aanslag is vastgesteld. Welke?

1. Het feitelijke moment waarop de inspecteur alle handelingen heeft verricht die uiteindelijk en onherroepelijk tot een aanslag leiden, maar ook
2. Het juridische moment van de aanslagvaststelling, zoals bedoeld in 5 AWR: dagtekening van aanslagbiljet

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo