ONDERDEEL 10 Boete en strafrecht

33 belangrijke vragen over ONDERDEEL 10 Boete en strafrecht

15.1 Inleiding

Wat is een bestuurlijke boete?

Een bestuurlijke straf voor de strafwaardige overtreder van een bestuurlijke norm.

Wat geldt in dit hoofdstuk m.b.t de bp?

Dat daarmee ook de ihp wordt bedoeld, tenzij anders vermeld.

15.2 Het bestuursorgaan legt de boete op

Wat is het bijzondere aan de bestuurlijke boete?

Dat deze niet wordt opgelegd door een rechter, maar een bestuursorgaan. De bestuurlijke boete onderscheidt zich daarmee van de strafrechtelijke boete.

Dat de inspecteur een boete mag opleggen en niet de rechter is geaccepteerd omdat de rechter toch zo nodig het laatste woord heeft.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Staat tegen de bestuurlijke boete bezwaar en beroep open?

Ja, temeer vanwege de hiervoor genoemde reden

15.3 De bronnen van het bestuurlijke boeterecht

Welke?

EVRM. Uitleg verdrag: EHRM.

Op landelijk niveau: Awb en AWR.

15.4 Bestuurlijke boete is straf

Wat heeft de HR - in navolging van het EHRM - geoordeeld hieromtrent?

Dat het opleggen van de fiscale bestuurlijke boete moet worden aangemerkt als het instellen van strafvervolging in de zin van 6 EVRM.

De in het art. Opgenomen waarborgen gelden hiermee ook voor het opleggen van de fiscale boete.

Dat het opleggen van een bestuurlijke boete als een daad van strafvervolging geldt (a criminal charge) geldt overigens niet dat automatisch...

Vul aan

Het NL strafrecht van toepassing is.
Indirect is die invloed er wel door wetgeving en rechtspraak waarborgen uit het straf(vorderings)recht ook toe te kennen aan degene die een boete opgelegd krijgt.

15.7 De beboetbare gedragingen - verzuimboeten en vergrijpboeten

De meeste beboetbare gedragingen zijn te vinden in H VIIIA AWR.
Ook in 10a AWR. En in de heffingswetten.

Waarin zijn de fiscale bestuurlijke boeten onderverdeeld en noem de artikelen

In verzuimboeten (67a-67ca AWR) en vergrijpboeten (67cc-67f AWR en 10a AWR)

De ernst wordt duidelijk gemaakt met deze benamingen. De wettelijke boetemaxima zijn daarmee in overeenstemming.

15.8 Verzuimboeten - geen of te late aangifte (aanslagbelastingen)

Art. 67a AWR geeft de boete weer die kan worden opgelegd wegens het niet tijdig doen van de aangifte voor een aanslagbelasting.

Wanneer is een aangifte niet tijdig?

Als deze niet is ingediend binnen de termijn ex 9 lid 1 en 2 AWR.

De boetebepaling geldt zowel voor het te laat indienen van de aangifte, als het helemaal niet indienen.

Hoe wordt het niet of niet tijdig doen van de aangifte voor een aanslagbelasting aangemerkt?

Als een verzuim waarvoor de inspecteur een boete van ten hoogste 6709 kan opleggen.

Met de hoogte van de verzuimboete wordt het belang van de aangifte bij aanslagbelastingen onderstreep, want een tijdige aangifte is belangrijk voor een goed verloop van het heffingsproces.

De inspecteur kan niet zomaar een boete opleggen.
Wat moet hij EERST doen?

Hij moet de aangifteplichtige die tot dan toe zijn verplichtingen NIET is nagekomen, eerst aanmanen om binnen een door hem (de inspecteur) te stellen termijn alsnog aangifte te doen. 9 lid 3 AWR.

Kortweg gezegd: zonder aanmaning geen verzuimboete,

Zie par 21 BBBB beleidsregels (ook over hoogte).

15.9 Verzuimboeten - geen, te late, onjuiste of onvolledige aangifte (aangiftebelastingen)

Waar vind ik de regels?

67b lid 1, lid 2 AWR en par 22 resp 22a BBBB

De boete kan nog rechtsgeldig worden opgelegd binnen 1 jaar na afloop betreffende aangiftetijdvak.

15.10 Verzuimboeten - geen, onvolledige of te late betaling (aangiftebelastingen)

Waar vind ik de regels?

67c AWR

Maximaal 6709,-.

Let nog op 7.1 LI: betalingsmoment.

In de voor de betalingsverzuimen vastgestelde beleidsregels wordt een onderscheid gemaakt tussen 2 aspecten. Welke?

1. Zuiver betaalverzuim (de gedane aangifte is niet (geheel) op tijd betaald, par 23 BBBB
2. Betaalverzuim wegens gebleken onjuistheden (ivm een te lage aangifte), par 24 BBBB

Wat als op het moment van doen en betalen van de aangifte niet alle aangegeven belasting (tijdig) is betaald?

Dan is sprake van een verzuim zoals beschreven in par 23 BBBB

Waar ziet 24 BBBB op, anders dan 23 BBBB?

Op de situatie waarin niet, gedeeltelijk niet is betaald doordat er te weinig belasting is aangegeven.

Deze par ziet op de situaties waarin de inspecteur niet via het periodieke betalingspatroon, maar pas later constateert dat bp de belasting niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de termijn heeft afgedragen of voldaan, omdat er te weinig belasting is aangegeven.

Anders gezegd: de inspecteur constateert dat de materiële belastingschuld door de bp of ihp onvoldoende is geformaliseerd.

Wanneer kan de boete van 67c AWR worden opgelegd (uiterlijk)?

Net als de naheffingsaanslag, binnen 5 jaar na afloop van het betreffende belastingjaar.

15.11 Vergrijpboeten - informatieverplichting 10a AWR

10a AWR is een verplichting om op eigen initiatief de inspecteur van informatie te voorzien, buiten de regulier aangiften om. Belangrijkste voorbeeld: de suppletieplicht voor de OB.

Wat is het gevolg van het niet nakomen van deze verplichting?

Dit kan als een overtreding worden aangemerkt.

Maar wanneer het aan opzet of grove schuld van de bp of ihp is te wijten, dan is dit een vergrijp met max boete van 100% van belasting die door niet nakomen niet is/zou zijn geheven.

Zie 28a t/m 28e BBBB voor hoogte boetes en beleid

15.13 Vergrijpboeten - (primitieve) aanslag

Is er ook een boete voor de definitieve/primitieve aanslag?

Ja, 67d AWR. Max 100% boetegrondslag, als voor een aangiftebelasting met opzet geen, een onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan. Gaat om boete die al bij vaststellen van de (def/prim) aanslag kan worden opgelegd

15.14 Vergrijpboeten - navorderingsaanslag

De reikwijdte van 67e AWR, de boete bij navordering, is groter dan die van 67d AWR. Illustreer.

Belangrijk verschil met de boete bij de aanslagregeling is dat deze laatste boete geheel gekoppeld is aan de aangifte die behoor te worden gedaan.

Navordering daarentegen, en dus ook de boete daarbij, is niet alleen aan de orde als een aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld, maar ook in andere situaties waarbij de beboetbare gedraging tot gevolg heeft dat te weinig belasting wordt geheven.

Het ten onrechte achterwege blijven van een aanslag kan het gevolg zijn van een onjuiste of onvolledige aangifte.

Waar kan het nog meer en gevolg van zijn?

Van het feit dat iemand, hoewel daartoe verplicht, niet om de uitnodiging van het doen tot aangifte heeft verzocht en daardoor niet tot het doen van aangifte is uitgenodigd.
Vgl de gronden voor navordering, genoemd in 16 AWR.

(NB grove schuld geldt hier ook, dus niet alleen (vw) opzet).

15.15 Zwartsparen

Er komt aan het licht dat iemand geld buiten het zicht van de inspecteur houdt, middels buitenlandse rekening.

Wat kan daartegen worden gedaan?

67d lid 5 en 67e lid 6 AWR: boetebepaling om het zwartsparen tegen te gaan.

Het is meestal in het buitenland, een spaarrekening.
Over de opbrengst wil men dan geen belasting betalen, rente vaak.
   
max boete 300% van de daarover verschuldigde belasting zoals deze bij de (navorderings)aanslag is vastgesteld

De inspecteur moet bij het opleggen van de boete tegen zwartsparen met nog iets rekening houden. Met wat?

Hij heeft bij het opleggen de plicht en de bevoegdheid om de daadwerkelijk opte leggen boete af te stemmen op de omstandigheden in elk individueel geval. Zie 6 BBBB t/m 8 BBBB.

15.16 Vergrijpboeten - naheffingsaanslag

Waar vind ik deze in de wet?
Wat is een bijzonderheid?

67f AWR

Deze geldt voor iedereen aan wie een naheffingsaanslag kan worden opgelegd. Dus wanneer als gevolg van het niet naleven van bepalingen van de belastingwet door een ander dan de bp/ihp te weinig belasting is geheven, kan de boete aan die ander worden opgelegd. Zie 20 lid 2 AWR, 2e volzin.

Bestanddelen die correct zijn aangegeven en betaald worden niet in de grondslag gerekend.

15.19 Toerekening van wetenschap aan anderen

In hoeverre mag het handelen of nalaten van personen die door de bp of ihp zijn ingehuurd (belastingadviseur etc) aan hem worden toegerekend?

Wat heeft de HR daarover gezegd?

HR oordeelde daarin dat het niet is toegestaan om bij de beoordeling of er sprake is van opzet of grove schuld de wetenschap van anderen dan de overtreder toe te rekenen.

Let op! Dit betekent NIET dat het inschakelen van een derde de bp-ihp altijd vrijwaart. Dan moet de inspecteur wel overtuigend aantonen..

Waar is de hoogte van de strafrechtelijke boete vastgelegd in de wet?

De hoogte van de strafrechtelijke boeten is vastgelegd in 23 Sr.
Voor het delict van 69 AWR - opzettelijk onjuiste aangifte - kan de strafrechter een boete opleggen van max 100% va de te weinig geheven belasting, indien hoger dan bedrag van 23 Sr.

En voor zwartsparen max boete 300%, 69 lid 2 AWR

De contactambtenaar heeft in beginsel de keuze om een delict door de inspecteur af te laten doen met een bestuurlijke boete, dan wel zelf een strafbeschikking op te leggen dan wel de zaak ter vervolging aan te brengen bij het OM. Zie 76 lid 1 en 2 en 80 lid 2 AWR.

Waar is deze keuze op gebaseerd?

Op de Protocol AAFD-richtlijnen

Wanneer is er géén keuze meer voor de contactambtenaar?

Als het OM al bij de opsporing betrokken is, bijvoorbeeld omdat dwangmiddelen zijn toegepast zoals inverzekeringsstelling, voorlopige hechtenis of betreden woning tegen wil bewoner.

Dan zendt de contactambtenaar de processenverbaal van de FIOD aan de OvJ die over de afdoening beslist. De OvJ kan een vervolging instellen, zaak seponeren of terugsturen naar contactambtenaar om alsnog een strafbeschikking uit te vaardigen, zie 80 lid 3 AWR.

Wat is een belangrijk kenmerk van de delictsomschrijving van een fiscaal misdrijf (69 AWR), anders dan bij de overtredingen van 68 AWR?

Dat is dat de verweten gedraging OPZETTELIJK is gepleegd.

De bewijslast voor de opzettelijkheid (naast die van de verweten gedraging zelf) ligt op de OvJ.

16.19 Opsporing

De FIOD is een van de bijzondere opsporingsdiensten die belast zijn met de opsporing van fiscale strafbare feiten.
Daarnaast 80 lid 1 AWR, ambtenaren van de RijksBD. (BOA's).

Vanaf het momet dat een dwangmidde is ingezet, berust de leiding bij de OvJ.

Als het opsporingsonderzoek begint, hoe wordt dan de opsporende belastingambtenaar genoemd en de bp/iph?

Opsporingsambtenaar resp verdachte.

Als verdachte wordt beschouwd: degene ten aanzien van wie uit f&o en redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit, 27 lid 1 Sv.

Waarom is het van groot belang dat vaststaat in welke hoedanigheid aan een belanghebbende vragen worden gesteld?

Als een belastingambtenaar deze in het kader van de belastingheffing (47 AWR) stelt, dan is de aangesprokene tot antwoorden verplicht.

Stelt hij zijn vragen in het kader van de strafrechtelijke opsporing en vervolging van een fiscaal delict, dan heeft de aangesprokene een zwijgrecht.

Wat als de opsporingsambtenaar vergeet de cautie te geven?

Dan mag het uit de antwoorden voortvloeiende directe en indirecte bewijs NIET als strafrechtelijke bewijsmiddel worden gebruikt: bewijsuitsluiting.

Men spreekt dan van onrechtmatig verkregen bewijs.

Opsporingsbevoegdheden zijn bevoegdheden die tegenover een verdachte gebruikt mogen worden.

Mogen ze ook worden gebruikt bij een administratieve controle?

Boekenonderzoek wordt hiermee bedoeld.

Nee, dat mag niet.

Wanneer bijvoorbeeld een ondernemer bij een controle weigert om bepaalde boeken of bescheiden ter inzage te geven, kan dit niet worden afgedwongen door deze in beslag te nemen. De controleambtenaar kan dan alleen het weigeren van de inzage van zijn verslag opnemen.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo