Leertheoretische modellen van psychopathologie - Achtergronden van de leertheoretische benadering - Thorndike en Pavlov: de grondleggers van twee leerparadigma's

35 belangrijke vragen over Leertheoretische modellen van psychopathologie - Achtergronden van de leertheoretische benadering - Thorndike en Pavlov: de grondleggers van twee leerparadigma's

Wat gebruite Edward Thorndike in het begin als experiment?

Kat in puzzle box

De traditionele verklaring voor conditionering is dat leren plaatsvindt door associatievorming in het geheugen. Een associatie is een hypothetisch construct waarlangs activatie van de ene mentale representatie naar de andere kan stromen, een beetje zoals een koperdraad toelaat elektriciteit te geleiden.

Een mentale representatie kan in deze context gezien worden als een psychologische of interne datastructuur met informatie over een stimulus of een respons. Het betreft een afdruk in de mentale wereld.

KC werd een tijdlang beschouwd als stimulus-respons leren (SR-leren). Het leggen van een directe verbinding tussen VP en R. Vertaald naar de experimenten van Pavlov betekent dit dat er een directe associatie zou zijn ontstaan tussen de representatie van de zoemer en de representatie van speekselvorming. Deze zienswijze schrijft conditionering dus toe aan een mechanisme waarbij de

Activatie van een respons verschuift van de OP naar de VP.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat bedoelt pavlov met psychisch reflex?

Pavlov bestudeerde het spijsverteringsmechanisme bij honden en ontdekte dat  voedsel in de mondholte van de hand een automatische productie van  speeksel uitlokte. Maar ook dat na verloop van tijd de hond al kwijlde  als hij de voetstappen van de man hoorde.

Hij noemde dit de psychische reflex  omdat honden spontaan speeksel bleken af te scheiden op stimuli die  hiertoe geen aanleiding gaven (geen directe relatie met voedsel). De  resultaten van de proeven, conditionering, steunden het standpunt dat  leren te herleiden is tot de vorming van nieuwe associaties. Het  associatieprincipe werd als het ware bewezen.

Wat is het synoniem voor instrumentele conditionering?

Operante codnitionering


In lijn met SS leren: als een verandering in de OP de respons op de VP (dus de VR) verandert, dan moet de OP representatie wel betrokken zijn bij het generen van die respons. Als conditioneren zou plaatsvinden door het vormen van een SR associatie zou de VP direct verbonden raken met de VR.

SR leren kan dus niet verbonden raken met de VR. SR leren kan dus niet verklaren dat door een verandering van de OP ook de VR verandert.

Wat is het verschil tussen conditioneringstechnieken Pavlov en Thorndike?

De proeven van Pavlov en Thorndike lijken sterk op elkaar. In beide gevallen wordt het leerproces observeerbaar vanuit de gedragsverandering. Alleen de leerprocedures van beide verschillen grondig.
Bij Thorndike was het toedienen van voedsel afhankelijk van het gedrag van het dier (Instrumentele Conditionering).
Bij Pavlov was de toediening van voedsel onafhankelijk van het gedrag van het dier, na de zoemer, volgde voedsel (Klassieke Conditionering).
Skinner borduurde verder op de instrumentele conditionering en creerde Operante Conditionering.

Propositionele theorie van leren. Naast de associatieve theorie wint ook de propositionele theorie aan invloed. Er is volgens deze theorie bij KC zoals in het experiment van Pavlov geen sprake van een blinde associatie tussen zoemer en voedsel maar van een propositie.

Dat is een stelling over de manier waarop gebeurtenissen gerelateerd zijn (bv voorspellend, oorzakelijk, preventief). Bij de hond van Pavlov zou er spraken zijn van de propositie 'de bel voorspelt de komst van voedsel'.

Terwijl een associatie gebeurtenissen alleen met elkaar verbindt, doet een propositie dus een uitspraak over de aard van het - in dit geval predictieve - verband. Proposities vormen ook de bouwstenen van redeneren. Volgens deze theorie leert de hond van Pavlov dat de bel de komst van voedsel voorspelt en redeneert hij daarna wanneer hij de bel weer hoort. Volgens deze theorie is er dus niks simpels

Aan conditionering, want deze vorm van leren zou berusten op hetzelfde redeneermechanisme dat ons in staat stelt om te schaken of wiskundige vergelijkingen op te lossen.

Fylogenetische adaptatie: aanpassing van de soort aan de omgeving.

Ontogenetische adaptatie: aanpassing aan de omgeving tijdens levensloop van één organisme.

Leerprincipes kunnen bijdragen aan de etiologie en het in stand houden van psychopathologie.

psychopathologie.

Trage extinctie houdt in dat VP's ook lang na het overlijden en dus nadat de VP's al herhaaldelijk zonder de OP zijn aangeboden, gemis kan blijven uitlokken.

(voorbeeld hier is rouw).

Brede generalisatie houdt in dat veel stimuli die lijken op de VP's

Eveneens een gemis gaan uitlokken. (voorbeeld hier is rouw).

Instumentele of operante conditionering kunnen betrokken zijn bij psychologisch lijden. Zo kan alcohol drinken gezien worden als gedrag dat bekrachtigd wordt door positieve consequenties zoals een lekkere smaak of door de reductie van een negatieve toestand, zoals een afname van ontwenningsverschijnselen.

Toch lijkt Thorndikes wet van effect hier niet het gehele verhaal te vertellen. De welbekende negatieve gevolgen van verslaafd gedrag of overeten, die met de tijd als maar groter en directer kunnen worden, zouden het product gebruik moeten stoppen, maar dit is in de praktijk veelal niet het geval.

Om dergelijk gedrag (bv bij rouw of alcoholverslaving) te begrijpen hebben theoretici voorgesteld dat instrumenteel gedrag

Twee vormen kan aannemen.
1. Doelgericht gedrag: dit gedrag is gebaseerd op associaties tussen responsen en uitkomsten. 2. Gewoontegedrag: dit gedrag is gebaseerd op associaties tussen stimuli en responsen, maar wordt niet gemedieerd door de uitkomst die het gedrag genereert

Interactie KC en IC. Het hoofdsymptoom van angststoornissen is vermijding. Vermijdingsgedrag is het ontlopen van situaties die angst opwekken. Iemand met een sociale fobie zoals b.v. Koste wat kost vermijden om negatief beoordeeld te worden door anderen. De klassieke verklaring voor dergelijk vermijdingsgedrag is de twee factoren-theorie van Mowrer. De eerste factor, KC, gaat een rol spelen wanneer het vermijdingsgedrag vertoond wordt.

Het cruciale inzicht van Mowrer is dat het vermijdingsgedrag bekrachtigd wordt door de daling van de angst die erop volgt: wanneer de persoon sociale situaties ontloopt hoeft die geen angst voor een negatieve beoordeling te hebben. De negatieve impact van vermijdingsgedrag kan amper onderschat worden.

Een hypothese die vaak terugkomt in de literatuur is dat conditionering afhankelijk is van een voorspellingsfout.

Conditionering zou alleen optreden wanneer het optreden van de OP niet voorspeld en dus verrassend is. Dit is de verrassingshypothese: wie geen fouten maakt leert niks.

Doelgericht gedrag: respons – uitkomst-leren (R -O respons – outcome). Gewoontegedrag: stimulus-respons-leren (SR, stimulus – respons). Laten we dit eerst illustreren a.d.h.v. het experiment met de kat van Thorndike. Het succesvolle gedrag van de kat kan op twee manieren verklaard worden: ze kan het trekken aan het touw associëren met het krijgen van voedsel (R – O), of het touw in de kooi associëren met trekken (S – R). sommige theoretici stellen dat er bij het leren een ontwikkeling plaatsvindt van doelgericht gedrag naar gewoontegedrag.

Tijdens het initiële leren zouden de instrumentele gedragingen doelgericht zijn. Op het moment wordt het gedrag gestuurd door de motivationele waarde van de uitkomst i.c.m. kennis van de causale relatie tussen de respons en de uitkomst. Naarmate het leren vordert wordt het vertonen van de respons meer en meer een gewoonte, zodat de respons uiteindelijk automatisch opgewekt wordt door de uitlokkende stimuli. Vanaf dat moment zou de motivationele waarde van de uitkomst niet langer een rol spelen.           


In het begin is drugsgebruik doelgericht: de gebruiker streeft een bepaalde uitkomst na b.v. een prettig gevoel. Na herhaald gebruik zou het echter meer en meer onder controle van omgevingsstimuli komen te staan. De negatieve uitkomsten van het drugsgebruik zouden op dat moment geen invloed meer uitoefenen.

Iets analoogs zou kunnen gebeuren bij overeten en rouw: overeten en onder meer het zoekgedrag van rouwenden kan volgens deze visie gewoontegedrag worden dat niet langer onder controle staat van de uitkomsten die het gedrag initieel aandreven.

              

Kritiek op SR-leren: richt zich op de devaluatieprocedure. De observatie dat het manipuleren van de uitkomst die het gedrag initieel bekrachtigde niet langer een effect heeft op het gedrag bewijst strikt genomen nog niet dat het gedrag niet meer doelgericht is.

Het zou immers ook kunnen dat het gedrag gemotiveerd wordt door een andere uitkomst.


Aversieve conditionering. Watson – Behaviorisme. Baby Albert was niet bang voor een witte rat. Tot dat hij de witte rat zag en wilde aanraken en iemand met een hamer op een ijzeren staaf sloeg. Na enkele herhalingen vertoonde hij al angstig gedrag als hij het witte ratje zag.

Een ander voorbeeld: iemand die een bankoverval meemaakt kan een angststoornis ontwikkelen tegen mensen met een bivak-muts. Het voorbeeld van Albert was de start van leertheorien over angstverwerving, die nu echter sterk genuanceerd moeten worden.

Watson – Behaviorisme. Behavioristen namen in de eerste helft van de 20e eeuw een dominante plaats in binnen de leerpsychologie. Ze bestudeerde uitsluitend objectief waarneembare reacties op (externe) prikkels. Theorieën over mentale mechanismen (zoals de associatieve vorming in het geheugen of proposities) vonden zij speculatief en dus onwetenschappelijk.

Zo was Watson ervan overtuigd dat de psychologie geen mentale toestanden nodig had om menselijk gedrag te kunnen verklaren en te voorspellen. Hij toonde experimenteel aan dat angstreacties kunnen ontstaan via KC.


Inflatie-effect: ook ervaringen na de aversieve conditionerings-gebeurtenissen kunnen de mate van angst die blijft bestaan drastisch beïnvloeden.

Stel dat men in de eerste fase van jet angst-experiment  aan PP een VP met een matig luide toon aanbiedt. In een tweede fase krijgen ze een veel luidere en dus onaangename toon te horen zonder VP. Blootstelling aan deze luidere toon kan zorgen voor een sterkere angst voor de VP. Ook al is de VP nooit aangeboden samen met de luide toon. Dit inflatie-effect suggereert bijvoorbeeld dat een lichte rijangst, ontstaan na een paniek-aanval in de auto, versterkt kan worden door een latere, veel hevigere paniek-aanval, ook als die niet eens plaatsvond in de auto.

Verder kan ook het herhaald denken aan een aversieve conditioneringsgebeurtenis invloed hebben op het verdere verloop van het angstniveau.

Herhaald nadenken over zo’n gebeurtenis zoals bij rumineren kan de aangeleerde angst voor de VP in stand houden en zo het ontwikkelen van een angststoornis in de hand werken. Joos et al toonden aan dat dergelijke herhaald tot een versterking van de relatie tussen VP en OP leidt.

Hoe mensen de aversieve conditioneringservaring verwerken is van cruciaal belang.

Als iemand na een auto-ongeluk veelvuldig rumineert, kan dit de angst om opnieuw te rijden versterken.

Generalisatie: conditioneringsprincipe. Helpt om het ontstaan van angststoornissen vanuit het leerperspectief te begrijpen.

Indien iemand een aversieve gebeurtenis meemaakt, dan breidt de aangeleerde vrees zich vaak uit. Gebeten door een hond: nu voor alle honden bang.

Bedenk ook een voorbeeld van aversieve conditionering.

Aversieve conditionering
Allerlei angsten zijn voorbeelden die goed verklaard kunnen worden door het principe van aversieve conditionering waardoor vermijdingsgedrag kan ontstaan. Iemand die bijvoorbeeld één keer een nare, pijnlijke ervaring bij de tandarts heeft gehad, zal de oorspronkelijke pijnprikkel onmiddellijk associëren met de context van de tandartspraktijk. De stoel, de witte jas en de wachtkamer kunnen allemaal gekoppeld raken aan de aversieve, onaangename prikkel van de behandeling en dezelfde angst oproepen. De angstreactie op de behandeling door de tandarts generaliseert dus als het ware naar de context door aversieve, klassieke conditionering. Hierdoor zal de tandarts vermeden worden.

De procedure die Thorndike gebruikte wordt .. conditionering genoemd, de procedure van Pavlov wordt .. conditionering genoemd.
Welke termen horen thuis op de open plekken in de zin?

Operante/klassieke.

Mogelijke mechanismen van extinctie. Een vaak gehoordeveronderstelling is dat bij extinctie de opgebouwde mentale associatie weer afneemt. De VP gaat niet langer hand in hand met de OP en naarmate de associatie afneemt zou de VP de representatie van de OP minder sterk uitlokken en daarom zou ook de VR afnemen. Op het einde van een dergelijke extinctie-fase zou de VP dan teruggekeerd zijn tot een neutrale prikkel zonder enige signaalwaarde.

In dit geval zouden er geen sporen van de eerdere signaalwaarde van de VP in het geheugen achterblijven, alsof er helemaal nooit conditionering heeft plaatsgevonden.

Extinctie en terugval. De fragiliteit van het uitdovingseffect werd al aangetoond door Pavlov.

Wanneer de hond met speekselproductie reageerde op een zoemer die aan voedsel voorafging dan leidde het herhaaldelijk aanbieden van de zoemer zonder voedsel tot een afname van de speekselproductie. Wanneer Pavlov de zoemer een paar weken later aan dezelfde hond liet horen dan keerde de speekselproductie terug. Pavlov noemde dit spontaan herstel.

De invloed van de context op extinctie is ondertussen overtuigend aangetoond in aversieve conditionering en appetitieve conditionering. De contextafhankelijkheid van gedragsverandering lijkt dus een wetmatigheid. De beslissende invloed van de context op extinctie en terugkeer van VR's is bovendien aangetoond in klinisch onderzoek.

Denk aan blootstelling aan een spin. Wanneer pp een week later in een andere ruimte blootgesteld worden aan een spin, keerde de angst terug. Het is dus goed om extinctie te laten plaatsvinden in verschillende contexten. Daarnaast kan een geheugensteuntje helpen, zoals het dragen van een armband die iemand droeg tijdens de extinctie.

Contra conditionering vermindert onaangename gevoelens en gedachten.

Bij contraconditioneren wordt een VP net als bij extinctie zonder de bijbehorende OP aangeboden, maar nu bovendien ook gekoppeld aan een nieuwe OP met een tegengestelde waarde in termen van positiviteit  en negativiteit met een tegengestelde valentie). Contraconditionering blijkt iit extinctie wel effectief om de valentie van een VP te wijzigen. Na aversieve conditionering zal de VP niet enkel angst uitlokken, maar zal deze VP ook als onaangenaam ervaren worden.

Contra conditionering vermindert onaangename gevoelens en gedachten.

Standaar extinctie kan angst wel reduceren maar laat het onaangename gevoel onaangeroerd. Dit is anders voor contraconditionering. Een positieve ervaringen met een hond kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat een persoon met een hondenfobie honden niet alleen minder beangstigend vindt maar ook minder onaangenaam of zelfs aangenaam gaan vinden.

Contra conditionering vermindert onaangename gevoelens en gedachten.

Contra conditionering kan ook plaatsvinden in het kader van instrumenteel leren. Zo zal gedrag dat initieel beloond werd, afnemen wanneer er vervolgens een onaangename prikkel op volgt. Dit principe wordt toegepast bij de behandeling van alcoholverslaving met disulfiram.

De auteurs van het boek hebben recent beargumenteerd dat naast extinctie-onderzoek naar motivatie zou kunnen helpen om exposure-therapie beter te begrijpen en verder te optimaliseren.

Exposure is moeilijk maar als de client erin slaagt om ze te volbrengen, dan ervaren ze dit veelal als een succeservaring. Hun zelfvertrouwen zal toenemen en ze zullen beginnen te geloven dat ze wat hen zolang tegengehouden heeft wel degelijk aankunnen.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo