Statistische verwerking

143 belangrijke vragen over Statistische verwerking

Hoe kun je de spreiding van een dataset in een getal uitdrukken volgens de tekst?

  • Bij een toets kunnen de deelnemers 0 tot 120 punten halen.
  • In de dataset zie je de gegevens van vier groepen.
  • Maak boxplots bij de resultaten van de vier groepen.
  • Bij welke groep is de spreidingsbreedte het grootst?
  • Lees uit de boxplots af hoe groot het verschil is tussen de kwartielafstand van groep A en de kwartielafstand van groep B.
  • Leg met behulp van de boxplots uit dat groep C waarschijnlijk de kleinste standaardafwijking heeft.
  • Welke groep heeft waarschijnlijk de grootste standaardafwijking? Licht je antwoord toe.

Hoe maak je met klassenmiddens een schatting van de gemiddelde lengte?

De klassenmiddens zijn 22,5; 27,5; 32,5 en 37,5. Het totaal van de frequenties is 56 + 78 + 63 + 42 = 239. Het gemiddelde is (56 × 22,5 + 78 × 27,5 + 63 × 32,5 + 42 × 37,5) ÷ 239 = 29,4.

Welke centrummaat geeft volgens jou het beste beeld van het prijzengeld?

Het beste beeld van het prijzengeld wordt gegeven door de centrummaat die het meest representatief is voor de situatie. De keuze voor een bepaalde centrummaat hangt af van de situatie. Uiterste waarden hebben een grote invloed op het gemiddelde, de mediaan en op de modus.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat moet je doen om een frequentiepolygoon te tekenen en gebruiken?

  • Bij een toets kunnen de deelnemers 0 tot 120 punten halen.
  • In de dataset zie je de gegevens van vier groepen.
  • Maak bij groep A een frequentiepolygoon met als eerste klasse [0, 10).
  • Hoeveel deelnemers zitten in de klasse [70, 80)?
  • Teken de cumulatieve frequentiepolygoon bij groep A.
  • Hoeveel procent van de deelnemers haalt 70 punten of meer?
  • De resultaten van een andere groep zijn verwerkt in de relatieve somfrequentiepolygoon hieronder.
  • Gebruik deze relatieve somfrequentiepolygoon om een boxplot bij de resultaten te tekenen.

Wat moet je doen bij een onderzoek naar de schouderbreedte van 17-jarige jongens?

  • Maak een frequentietabel met de gemeten schouderbreedtes, met de eerste klasse [35, 37).
  • Bepaal de klassenbreedte.
  • Maak met behulp van de klassenmiddens een schatting van de gemiddelde schouderbreedte.

Wat is de modus van het aantal gevangen vissen per deelnemer in de viswedstrijd?

In de viswedstrijd is de modus het aantal gevangen vissen dat het vaakst voorkomt. De frequenties zijn als volgt: 0 (2), 1 (9), 2 (6), 3 (8), 7 (2), 8 (3), 10 (1). De modus is 1 vis, want die frequentie is het hoogst met 9 deelnemers.

Wat zijn de minimum, maximum, mediaan, \(Q_1\), \(Q_3\) en standaardafwijking voor groep 1?

Voor groep 1:
  • Minimum: 66,1
  • Maximum: 124,5
  • Mediaan: 87,9
  • \(Q1\): 78,0
  • \(Q3\): 98,3
  • Standaardafwijking: 18,0

Bij welke frequentiepolygoon zullen het gemiddelde, de modus en de mediaan dezelfde waarde hebben?

Het gemiddelde, de modus en de mediaan zullen dezelfde waarde hebben bij frequentiepolygoon A. Dit komt omdat frequentiepolygoon A symmetrisch is en een normale verdeling vertoont. In een normale verdeling zijn deze drie statistische maten gelijk aan elkaar.

Wat zijn de stappen bij het maken van een staafdiagram voor de inhoud van pakken yoghurt?

  • Maak een staafdiagram bij de variabele inhoud, met de eerste klasse [980, 990).
  • Geef het klassenmidden van de klasse met de kleinste inhoud.
  • Maak afzonderlijke staafdiagrammen van de inhoud van de pakken van machine A en machine B, met als eerste klasse [980, 985).

Welke machine heeft de volste yoghurtpakken en welke centrummaat geeft dat beeld het beste weer?

In de zuivelfabriek worden twee vulmachines gebruikt. De dataset toont hoeveel mL erin zit en door welke machine deze gevuld is. De centrummaat die het beste beeld geeft van de volste yoghurtpakken hangt af van de situatie en de verdeling van de gegevens.

Welke groep heeft de grootste spreiding en wat zijn de waarden voor groep 3?

Groep 2 heeft de grootste spreiding. Voor groep 3:
  • Minimum: 68,4
  • Maximum: 114,9
  • Mediaan: 98,0
  • \(Q1\): 74,2
  • \(Q3\): 102,0
  • Standaardafwijking: 16,5

Wat betekenen de punten (165,5; 69) in de grafiek van de lengte van meisjes?

De punten (165,5; 69) geven aan dat 69% van de meisjes een lengte heeft van 165,5 cm of minder. Dit is een cumulatieve frequentiepunt in de grafiek. De grafiek toont de relatieve cumulatieve frequentie van de lengtes van 400 meisjes van 13 jaar oud. De punten helpen bij het interpreteren van de verdeling van lengtes.

Bij welke frequentiepolygoon heeft de mediaan de hoogste waarde?

De mediaan heeft de hoogste waarde bij frequentiepolygoon B. Dit is te zien doordat de piek van de verdeling naar links verschoven is, waardoor de mediaan naar rechts verschuift en een hogere waarde heeft in vergelijking met de andere frequentiepolygonen.

Wat zijn de vragen in E11 over de boxplots en de resultaten van leerlingen met wiskunde A en B?

  • a: Welke groep heeft de meeste leerlingen met gemiddeld maximaal een 7,0?
  • b: Bereken van beide groepen de spreidingsbreedte en de kwartielafstand.
  • c: Leg uit bij welke groep de standaardafwijking het grootst is.
  • d: Gebruik de boxplots om drie argumenten te geven waarom de resultaten van de leerlingen met wiskunde B beter zijn dan de resultaten van leerlingen met wiskunde A.

Hoeveel planten zijn er gewogen voor de aardappelrassen Doré en Gloria?

Voor het aardappelras Doré zijn er 73 planten gewogen, terwijl er voor het ras Gloria 92 planten gewogen zijn. Dit betekent dat er niet een gelijk aantal planten van beide rassen is genomen. Het aantal planten voor Doré is 73 en voor Gloria is 92.

Hoeveel meisjes hadden een lengte van minstens 150,5 cm, maar minder dan 155,5 cm?

Er waren 14 meisjes met een lengte van minstens 150,5 cm, maar minder dan 155,5 cm. Dit is berekend door de cumulatieve frequentie bij 155,5 cm (5%) te verminderen met de frequentie bij 150,5 cm (1%), wat resulteert in 4% van 400 meisjes. Dit komt neer op 14 meisjes.

Wat beweert de rekendocent over het gemiddelde cijfer van de rekentoets?

De rekendocent beweert dat het gemiddelde cijfer van de rekentoets een 7,8 is. Dit moet onderzocht worden aan de hand van de verstrekte boxplot, waarin de verdeling van de cijfers van de 196 havoleerlingen is weergegeven.

Hoeveel leerlingen van de leerlingen heeft een score van 545 of meer?

  • Aantal leerlingen met score 545 of meer: 164 van 500 leerlingen.
  • Percentage: Minder dan 10% scoort 545 of meer.
  • Cumulatieve frequentie: Af te lezen uit de grafiek.

Wat is de relatieve cumulatieve frequentie van het aantal planten van ras Doré met een gewicht van minder dan 650 gram?

De relatieve cumulatieve frequentie van het aantal planten van ras Doré met een gewicht van minder dan 650 gram is \( \frac{23}{73} \times 100 = 31,5\% \). Dit percentage geeft aan hoeveel procent van de planten minder dan 650 gram weegt.

Hoeveel meisjes waren 170,5 cm of langer?

Er waren 13 meisjes die 170,5 cm of langer waren. Dit is berekend door de cumulatieve frequentie bij 170,5 cm (87%) af te trekken van de totale 100%, wat 13% van 400 meisjes is. Dit betekent dat 13% van de meisjes deze lengte of langer had.

Hoeveel waxinelichtjes van merk A zijn getest? En hoeveel van merk B?

Het aantal geteste waxinelichtjes van merk A is 10. Voor merk B zijn er 10 getest. Deze aantallen zijn gebaseerd op de gegeven frequenties in de tabel. De frequenties geven aan hoeveel waxinelichtjes per merk zijn getest.

Hoeveel leerlingen hadden een score van minimaal 520, maar minder dan 540?

  • Score tussen 520 en 540: Ongeveer 50% van de leerlingen.
  • Cumulatieve frequentie: Tussen 20% en 70% in de grafiek.
  • Aantal leerlingen: Ongeveer 250 leerlingen.

Wat is het totale aantal planten voor de gewichtsinterval [750, 800) voor beide rassen?

In het gewichtsinterval [750, 800) zijn er voor het ras Doré 5 planten en voor het ras Gloria 10 planten. Het totale aantal planten in dit interval voor beide rassen samen is 15 planten.

Welke conclusie kun je trekken uit de centrummaat bij speerwerpen?

De conclusie uit de centrummaat bij speerwerpen is dat groep 1 aanzienlijk slechter presteerde dan de andere groepen. De centrummaat, zoals het gemiddelde of de mediaan, toont dat groep 1 een lagere prestatie had in vergelijking met groep 2 en groep 3, wat wijst op een significant verschil in prestaties.

Wat is het normale aantal uren zonneschijn in De Bilt in november 2012 volgens het diagram?

Het normale aantal uren zonneschijn in De Bilt in november 2012 is 63 uur. Dit aantal vertegenwoordigt 24% van de totale uren die de zon had kunnen schijnen in die maand volgens het diagram.

Wat leer je in sectie 7.5 over cumulatieve verdelingen?

In sectie 7.5 leer je hoe je een frequentiepolygoon en een cumulatieve frequentiepolygoon tekent en gebruikt. De leerroutes zijn onderverdeeld in verschillende niveaus: ondersteunend (29—30—31—32—33—34—L5), doorlopend (29—30—31—32—34—U5—L5), en uitdagend (29—30—31—32—34—U5—L5).

Waarom gebruik je bij het vergelijken van de aardappelrassen de relatieve frequenties?

Bij het vergelijken van de aardappelrassen gebruik je de relatieve frequenties omdat de aantallen planten voor beide rassen niet gelijk zijn. Relatieve frequenties maken het mogelijk om de gegevens op een eerlijke manier te vergelijken, ongeacht het totale aantal planten.

Hoe kun je in de relatieve somfrequentiepolygonen zien dat de spreiding van de gewichten van merk B groter is dan die van merk A?

In de relatieve somfrequentiepolygonen is te zien dat de spreiding van de gewichten van merk B groter is dan die van merk A doordat de polygonen van merk B breder zijn. Dit betekent dat de gewichten van merk B meer variëren en een grotere spreidingsbreedte hebben in vergelijking met merk A.

Wat moet je doen om een boxplot te maken voor het vak geschiedenis met de resultaten van het SE en het CE?

  • Maak een boxplot met de resultaten van het SE en het CE.
  • Vergelijk de resultaten tussen SE en CE.
  • Splits de boxplots voor SE en CE.
  • Geef het laagste en hoogste CE resultaat.
  • Bereken de spreidingsbreedte en kwartielafstand.
  • Zoek het eerste en laatste CE resultaat.
  • Analyseer de spreiding bij verschillende profielen.

Hoe zijn de lengtes van 85 meisjes ingedeeld in klassen volgens de tabel?

De lengtes van 85 meisjes zijn ingedeeld in klassen met de volgende frequenties:
  • [155, 160): 10
  • [160, 165): 16
  • [165, 170): 34
  • [170, 175): 15
  • [175, 180): 5
  • [180, 185): 1
  • [185, 190): 0
  • [190, 195): 2
  • [195, 200): 2

Wat is de relatieve frequentie van de klasse [3.30; 3.45] van merk A gelijk aan 7,5%?

De relatieve frequentie van de klasse [3.30; 3.45] voor merk A is gelijk aan 7,5%. Dit percentage geeft de verhouding aan van het aantal waarnemingen in deze klasse ten opzichte van het totale aantal waarnemingen voor merk A.

Hoeveel planten van het ras Gloria hebben een gewicht in het interval [600, 650)?

Voor het ras Gloria zijn er 11 planten met een gewicht in het interval [600, 650). Dit aantal is af te lezen uit de tabel en geeft aan hoeveel planten in dit specifieke gewichtsbereik vallen.

Wat moet je berekenen voor beide leerlingen in vraag 25b en 25c?

  • In vraag 25b moet je voor beide leerlingen de spreidingsbreedte berekenen.
  • In vraag 25c moet je voor beide leerlingen de kwartielafstand berekenen.

Wat is een frequentiepolygoon en hoe wordt deze getekend?

Een frequentiepolygoon is langs de verticale as de frequentie, absoluut of relatief, uitgezet. Bij het tekenen van een frequentiepolygoon zet je bij een indeling in klassen de frequenties uit boven de klassenmiddens. De grafiek van de cumulatieve frequenties heet een somfrequentiepolygoon of cumulatieve frequentiepolygoon.

Teken in één figuur de relatieve cumulatieve frequentiepolygonen.

De relatieve cumulatieve frequentiepolygonen tonen de opeenstapeling van relatieve frequenties tot en met elke klasse. Dit helpt om trends en patronen in de data te visualiseren, zoals het percentage dat een bepaalde waarde niet overschrijdt. Het is een nuttig hulpmiddel voor het analyseren van verdelingen.

Welke score hadden de 25% hoogst scorende leerlingen minimaal?

  • Score van 25% hoogst scorenden: 545 punten.
  • Cumulatieve frequentie: 75% in de grafiek.
  • Af te lezen uit de grafiek: Snijpunt van 75% lijn.

Wat zijn de kenmerken van de spreidingsbreedte en kwartielafstand bij groep 1A en 1B?

  • Groep 1A: spreidingsbreedte 12 cm, kwartielafstand 5 cm.
  • 25% van leerlingen tussen 82 en 84 cm.
  • Groep 1B: grotere spreidingsbreedte, kleinere kwartielafstand.
  • 25% van groep 1B kleiner dan 50% langste van groep 1A.
  • Teken mogelijke boxplot voor beide groepen.

Hoe bereken je de somfrequentie van een waarnemingsgetal?

De somfrequentie of cumulatieve frequentie van een waarnemingsgetal is het totaal van alle frequenties vanaf het kleinste waarnemingsgetal. Bij het tekenen van een cumulatieve frequentiepolygoon zet je je bij een indeling in klassen de somfrequenties uit boven de rechter klassengrenzen.

Hoe zie je aan de relatieve somfrequentiepolygonen dat de jongens doorgaans verder gooiden dan de meisjes?

  • Vergelijking jongens en meisjes: Jongens hebben hogere cumulatieve percentages bij grotere afstanden.
  • Grafiek: Jongenslijn ligt rechts van meisjeslijn.
  • Interpretatie: Jongens gooien verder.

Wat leer je in sectie 7.4 Spreidingsmaten?

In sectie 7.4 Spreidingsmaten leer je hoe je de spreiding in een dataset in een getal uitdrukt. De leerroute is onderverdeeld in verschillende niveaus:
  • Ondersteunend: 21—22—23—O24—25—26—27—28—L4
  • Doorlopend: 21—22—23—O24—25—26—27—28—U4—L4
  • Uitdagend: 21—22—23—O24—25—26—27—28—U4—L4

Hoe kun je de spreidingsbreedte en de interkwartielafstand gemakkelijk aflezen?

In een boxplot kun je de spreidingsbreedte en de interkwartielafstand gemakkelijk aflezen. Centrummaat en spreidingsmaten worden kentallen van een verdeling genoemd. In het voorbeeld is de spreidingsbreedte 201 - 178 = 23 mL en de kwartielafstand is 191 - 182 = 9 mL.

Wat moet je doen volgens vraag 25d en 25e?

  • In vraag 25d moet je bepalen bij welke leerling de cijfers het dichtst bij het gemiddelde liggen.
  • In vraag 25e moet je bepalen bij welke leerling je de spreiding het grootst vindt.

Wat moet je doen bij opdracht 29, onderdeel f en g?

Bij opdracht 29, onderdeel f, moet je de tabel verder invullen. Bij onderdeel g, moet je een grafiek maken bij de tabel van opdracht f. Zet de frequenties boven de rechter klassengrenzen. Dit helpt bij het visualiseren van de cumulatieve frequenties.

Hoe zwaar zijn de 25% lichtste meisjes maximaal?

De 25% lichtste meisjes zijn maximaal zo zwaar als de waarde die overeenkomt met het eerste kwartiel in de grafiek. Dit kwartiel geeft het gewicht aan waaronder 25% van de meisjes valt. Het biedt inzicht in de verdeling van de gewichten.

Schat hoeveel procent van de jongens verder gooide dan de beste worp bij de meisjes.

  • Percentage jongens verder: Ongeveer 20% van de jongens.
  • Grafiek: Af te lezen bij hoogste punt meisjeslijn.
  • Interpretatie: Jongens gooien verder.

Wat moet je berekenen bij de ondersteunende opdracht over speerwerpen bij de sportdag van havo 4?

  • Bereken de centrummaat van de data bij het onderdeel speerwerpen.
  • Splits de resultaten op leeftijd en ga na dat de 15-jarigen gemiddeld ongeveer 28 meter gooiden.
  • Kijk naar de gemiddelden en bepaal welke leeftijd het beste presteerde.
  • Kijk naar de modus en bepaal welke leeftijd het beste presteerde.
  • Bepaal welke leeftijdsgroep volgens jou de beste resultaten bij speerwerpen heeft en verklaar je antwoord.
  • Bepaal welke leeftijd de 16-jarigen het beste hebben gepresteerd en welk argument je daarvoor kunt gebruiken.

Wat toont de staafdiagram over de cijfers voor Nederlands en Engels?

De staafdiagrammen tonen de eindcijfers voor Nederlands en Engels op het schoolonderzoek van de leerlingen van het Agnes College. Voor Nederlands zijn de meeste cijfers tussen 6,5 en 7,5. Voor Engels zijn de meeste cijfers tussen 5,5 en 6,5. De diagrammen laten zien dat er een verschil is in de spreiding van de cijfers.

Wat wordt bedoeld met de termen spreidingsbreedte en kwartielafstand in de context van een boxplot?

De spreidingsbreedte is het verschil tussen het grootste en het kleinste waarnemingsgetal. De kwartielafstand is het verschil tussen het derde kwartiel \( Q3 \) en het eerste kwartiel \( Q1 \). In een boxplot kun je deze maten gemakkelijk aflezen. De spreidingsbreedte in het voorbeeld is 23 mL en de kwartielafstand is 9 mL.

Welke kwartielen heb je bij de opdrachten b en c afgelezen?

Bij de opdrachten b en c zijn het eerste kwartiel (Q1) en het derde kwartiel (Q3) afgelezen. Deze kwartielen geven respectievelijk de grens aan waaronder 25% en 75% van de data valt. Ze zijn essentieel voor het analyseren van de spreiding van de dataset.

Waarin verschilt deze figuur als je deze vergelijkt met de figuur bij opdracht a?

  • Verschillen in figuren: Variabele sprint versus vergooien.
  • Verschil in cumulatieve frequenties: Verschillende patronen.
  • Interpretatie: Verschillende prestaties in sprint en vergooien.

Hoeveel leerlingen zitten er in klas 2A en klas 2B?

Het aantal leerlingen in klas 2A is 30. In klas 2B zijn er 30 leerlingen. De frequentietabel toont de verdeling van proefwerkresultaten over de cijfers 1 tot en met 10. Elke klas heeft een totaal van 30 leerlingen.

Wat moet je onderzoeken in de uitdagende opdracht over de Italiaanse voetbalcompetitie?

  • Onderzoek of er voor de inhaalwedstrijd een einduitslag mogelijk is waarbij de mediaan van het aantal doelpunten gelijk is aan 3½.
  • Geef alle mogelijke uitslagen als dit mogelijk is.
  • Er werden niet meer dan vijf doelpunten gescoord.

Wat zijn de gemiddelde en mediaan cijfers voor Nederlands en Engels?

In de tabel zie je dat voor beide vakken het gemiddelde en de mediaan bijna gelijk zijn. Voor Nederlands is het gemiddelde 6,53 en de mediaan 6,6. Voor Engels is het gemiddelde 6,54 en de mediaan 6,6. Ondanks de gelijke centrummaten, is er een verschil in de spreiding van de resultaten.

Wat moet je berekenen volgens vraag c bij de cijfers van de SO's en proefwerken?

  • Je moet voor zowel de cijfers bij de SO's als de cijfers bij de proefwerken de spreidingsbreedte en de kwartielafstand berekenen.

Bij welk percentage kun je de mediaan aflezen? Geef de mediaan van het gewicht van de jongens en de meisjes.

De mediaan kan worden afgelezen bij 50%. Dit is het punt waarop de helft van de data zich onder en de helft boven bevindt. De mediaan van het gewicht van de jongens en de meisjes geeft het midden van hun gewichtsverdeling aan.

Wat moet je berekenen in opdracht 22 van de dataset van het Agnes College?

In opdracht 22 moet je:
a. Het verschil berekenen tussen het laagste en het hoogste SE cijfer voor zowel Nederlands als Engels.
b. Het laagste SE cijfer geven van de 25% hoogste cijfers bij Nederlands.
c. Het hoogste SE cijfer geven van de 25% laagste cijfers.
d. Het verschil tussen de cijfers van opdracht b en c berekenen.

Wat moet je doen volgens vraag a bij de vakken Nederlands en Engels?

  • Je moet bij de vakken Nederlands en Engels de standaarddeviatie bij het SE en het CE berekenen.
  • Zet de resultaten overzichtelijk in een tabel zoals hiernaast.

Wat leert een wiskundedocent over centrummaten in zijn drie klassen?

Een wiskundedocent heeft in zijn drie klassen hetzelfde proefwerk afgenomen. In het overzicht zie je enkele gegevens:
  • H4a: aantal leerlingen 28, gemiddelde 5,9, hoogste cijfer 7,3
  • H4b: aantal leerlingen 19, gemiddelde 6,1, hoogste cijfer 10
  • H4c: aantal leerlingen 24, gemiddelde 8,1, hoogste cijfer 8,1
  • In welke klas is het percentage voldoendes waarschijnlijk het hoogst?

Hoe bereken je het gemiddelde, de mediaan en de modus van het bruto maandsalaris in het voorbeeld?

Het totale salaris is 153.000 euro. Het gemiddelde is 153.000 : 37 ≈ 4135,14 euro. De mediaan is het salaris van de 19e werknemer, 3000 euro. De modus is 2000 euro, het waarnemingsgetal met de grootste frequentie.

Wat zijn de modus, mediaan en het gemiddelde van de proefwerkresultaten van klas 2B?

De modus van klas 2B is 4, omdat dit cijfer de hoogste frequentie heeft (10). De mediaan is 5, omdat het middelste cijfer in de geordende reeks 5 is. Het gemiddelde wordt berekend als (31 + 43 + 54 + 610 + 75 + 83 + 92 + 102) / 30 = 6.

Welke vorm heeft het staafdiagram bij de variabele vergooien waarbij de eerste klasse (9, 12) is?

Het staafdiagram heeft een afnemende vorm na de modale klasse. De frequentie begint bij 8 voor de klasse (9, 12), stijgt naar 27 bij de klasse (12, 15), en neemt daarna geleidelijk af tot 1 bij de klasse (45, 48).

Waarom is het belangrijk om voorzichtig te zijn met het trekken van conclusies uit statistische gegevens?

Het is belangrijk om voorzichtig te zijn met conclusies omdat de keuze voor een centrummaat afhangt van de situatie. Uitschieters kunnen veel invloed hebben op het gemiddelde, maar minder op de mediaan en modus, wat de interpretatie kan beïnvloeden.

Welke van de drie centrum maten geeft volgens jou de verschillen tussen de klassen het beste weer? Leg uit waarom je dat vindt.

De mediaan geeft de verschillen tussen de klassen het beste weer, omdat het de middelste waarde in de reeks weergeeft en minder gevoelig is voor extreme waarden. In klas 2A is de mediaan 6, terwijl in klas 2B de mediaan 5 is, wat een duidelijk verschil toont.

Wat is de vorm van de verdeling van de netto jaarinkomens van de huishoudens in een dorp volgens de opdracht?

De verdeling van de netto jaarinkomens van de huishoudens in een dorp is scheef naar rechts. De klasse met de hoogste frequentie is de modale klasse. Het gemiddelde inkomen moet worden berekend. Christina denkt dat de helft van de huishoudens minder verdient dan het gemiddelde, terwijl Mohammed denkt dat dit aantal kleiner is.

Hoeveel minuten en seconden deed de snelste deelnemer over de 1500 meter? En welke tijd had de langzaamste?

De leerlingen van havo 4 hebben bij een sportdag meegedaan aan het onderdeel 1500 meter hardlopen.
  • Hoeveel minuten en hoeveel seconden deed de snelste deelnemer over de 1500 meter? En welke tijd had de langzaamste?

Wat is de taak in vraag 16 over het kiezen van de beste centrummaat voor het bruto maandsalaris?

De taak is om te bepalen welke centrummaat in het voorbeeld het beste beeld geeft van het bruto maandsalaris en om deze keuze te verklaren. Dit vereist een afweging van de invloed van uitschieters en de verdeling van salarissen.

Wat is het gemiddelde geboortegewicht van de 87 baby's in de dataset?

Het gemiddelde geboortegewicht van de 87 baby's is 3426 gram. Dit wordt berekend door de totale som van de gewichten te delen door het aantal baby's. De gewichten zijn afgerond op tientallen.

Welke klasse is de modale klasse in de verdeling van de netto jaarinkomens?

De modale klasse in de verdeling van de netto jaarinkomens is de klasse met de hoogste frequentie. In de grafiek is dit de klasse van 20 tot 24 duizend euro, met een frequentie van 62. Deze klasse heeft de meeste huishoudens in het dorp.

Hoe groot zijn het gemiddelde, de modus en de mediaan bij de 1500 meter?

De leerlingen van havo 4 hebben bij een sportdag meegedaan aan het onderdeel 1500 meter hardlopen.
  • Hoe groot zijn het gemiddelde, de modus en de mediaan bij de 1500 meter?

Wat moet Maaike doen met de data van de sportdag volgens vraag 17a?

Maaike moet de centrummaten berekenen en gesplitst op leeftijd analyseren. Ze concludeert dat 16-jarigen het beste resultaat hebben bij de 1500 meter. De vraag is of je het eens bent met Maaike en waarom.

Wat is het gemiddelde gewicht van de jongens en meisjes in de dataset?

Het gemiddelde gewicht van de jongens is 3453 gram en dat van de meisjes is 3387,3 gram. Deze waarden worden berekend door de totale som van de gewichten van respectievelijk de jongens en meisjes te delen door hun aantallen.

Wat leer je in deze sectie over frequentieverdelingen?

In deze sectie leer je:
  • Wat de verschillende vormen van een frequentieverdeling zijn.
  • Leerroutes:
    • Ondersteunend: 8—9—10—11—012—13—L2
    • Doorlopend: 8—9—10—11—12—13—L2
    • Uitdagend: 8—10—11—12—13—U2—L2

Bij welke verdeling zijn de modus, de mediaan en het gemiddelde gelijk aan elkaar?

De modus, mediaan en het gemiddelde zijn gelijk aan elkaar bij de klokvormige verdeling. Deze verdeling is symmetrisch en wordt gekenmerkt door een centrale piek. Het is een veelvoorkomende verdeling in statistische analyses en wordt vaak gebruikt om normale distributies te beschrijven.

Hoeveel procent van de huishoudens verdient meer dan het gemiddelde volgens de opdracht?

Het percentage huishoudens dat meer verdient dan het gemiddelde moet worden berekend. Dit kan worden gedaan door het gemiddelde inkomen te bepalen en vervolgens te kijken naar de verdeling van inkomens boven dit gemiddelde. Het exacte percentage is niet direct gegeven en vereist berekening.

Hoeveel leerlingen hebben verder dan het gemiddelde gegooid? Is dat meer of minder dan de helft of precies de helft?

Het aantal leerlingen dat verder dan het gemiddelde heeft gegooid, moet worden bepaald door de frequenties van de klassen boven het gemiddelde op te tellen. Vergelijk dit aantal met de helft van het totale aantal leerlingen.

Welke klasse is de modale klasse bij de jongens en meisjes?

De modale klasse bij de jongens is de klasse met het hoogste aantal geboortes, terwijl bij de meisjes de modale klasse ook de klasse is met het hoogste aantal geboortes. Deze worden bepaald door de frequentietabel van geboortegewicht.

Welke cijfers zijn afgerond op 7?

In de dataset zijn de gemiddelde cijfers voor de kernvakken opgenomen. De docent Engels wil een overzicht van de resultaten voor haar vak, afgerond op gehele cijfers. Cijfers die zijn afgerond op 7 moeten worden geïdentificeerd.

Hoe wordt de reactietijd van 228 leerlingen weergegeven en wat is de gemiddelde reactietijd?

De reactietijd van 228 leerlingen wordt gemeten en de gemiddelde reactietijd is 0,8 seconden. De gegevens worden verwerkt in een staafdiagram. Het staafdiagram wordt klokvormig genoemd.

Schets een meertoppige verdeling met één uitschieter.

Een meertoppige verdeling met één uitschieter heeft meerdere pieken en een enkele waarde die sterk afwijkt van de rest. Deze verdeling kan variëren in vorm, afhankelijk van de data, maar heeft altijd meerdere toppen en een opvallende uitschieter die de verdeling beïnvloedt.

Wat is de vorm van de verdeling van de gemiddelde slaapduur van de Nederlandse bevolking?

De verdeling van de gemiddelde slaapduur van de Nederlandse bevolking is symmetrisch. De modale klasse is de klasse met de hoogste frequentie. Nederlanders slapen gemiddeld langer of korter dan de modale slaapduur. Mensen met een slaapduur van 6 uur of minder hebben een groot risico op slaaptekort.

Hoeveel procent van de leerlingen heeft verder dan het gemiddelde gegooid?

Het percentage leerlingen dat verder dan het gemiddelde heeft gegooid, wordt berekend door het aantal leerlingen dat verder heeft gegooid te delen door het totale aantal leerlingen en te vermenigvuldigen met 100.

In welke klasse ligt de mediaan van de jaarsalarissen in het bedrijf met 1500 werknemers?

De mediaan van de jaarsalarissen ligt in de klasse [10 000, 25 000), omdat de cumulatieve frequentie van de voorgaande klasse 752 is en de mediaanpositie 750 is, wat binnen deze klasse valt.

Wat is de klassenbreedte en de klassenmiddens voor de gewichten van de zakken Bintjes en Nicola?

  • Klassenbreedte: 0,02 kg
  • Klassenmiddens:
    • [2,48; 2,50): 2,49 kg
    • [2,50; 2,52): 2,51 kg
    • [2,52; 2,54): 2,53 kg
    • [2,54; 2,56): 2,55 kg
    • [2,56; 2,58): 2,57 kg

Wat is een klokvormige verdeling en wat zijn de kenmerken?

Een klokvormige verdeling is een symmetrische verdeling met in het midden de hoogste staaf. Bij een klokvormige verdeling zijn de modus, de mediaan en het gemiddelde ongeveer aan elkaar gelijk.

Hoeveel procent van de Nederlandse bevolking behoort tot de groep met een slaapduur van 6 uur of minder?

Ongeveer 5% van de Nederlandse bevolking behoort tot de groep met een slaapduur van 6 uur of minder. Deze groep heeft een groot risico op een chronisch slaaptekort. De verdeling toont dat een klein percentage van de bevolking in deze categorie valt.

Welke klasse is de modale klasse van de jaarsalarissen?

De modale klasse van de jaarsalarissen is [0, 10 000), omdat deze klasse de hoogste frequentie heeft van 752 werknemers. Dit betekent dat de meeste werknemers in deze salarisgroep vallen.

Wat betekent de klasse 70-76 in de situatie van een theateradministratie?

Bij de administratie van een theater telt de klasse 70-76 het aantal verkochte kaartjes. De aantallen die in de klasse 70-76 zitten, verwijzen naar het aantal kaartjes dat is verkocht binnen dat bereik.

Waarom kun je de gewichten van de twee soorten niet goed vergelijken door absolute aantallen te gebruiken?

Vergelijking met absolute aantallen is niet effectief omdat de totale aantallen zakken verschillen: Bintjes heeft 90 zakken en Nicola heeft 150 zakken. Relatieve frequenties geven een eerlijker beeld van de verdeling van gewichten tussen de twee soorten.

Hoe sorteer je de dataset op de variabele Engels?

Sorteer de dataset op de variabele Engels en lees af wat het laagste cijfer is. Dit helpt bij het analyseren van de cijfers voor het vak Engels.

Wat is het verschil tussen een scheve verdeling en een uniforme verdeling?

Bij een scheve verdeling ligt de hoogste staaf meer naar links of naar rechts. Bij een uniforme verdeling zijn alle staven even hoog.

Hoe maak je van de resultaten van het speerwerpen een frequentietabel?

Maak van de resultaten van het speerwerpen een frequentietabel. Verdeel de data in klassen en neem als eerste klasse [15, 18).

Hoe kan de eigenaar van het bedrijf aantonen dat hij uitstekende salarissen betaalt?

De eigenaar kan het gemiddelde jaarsalaris gebruiken om aan te tonen dat hij uitstekende salarissen betaalt. Dit kan door de klassengemiddelden te gebruiken voor een schatting van het gemiddelde jaarsalaris, wat een positief beeld kan geven.

Wat leer je in hoofdstuk 7.1 over klassenindeling?

In hoofdstuk 7.1 leer je hoe je met een klassenindeling werkt. De leerroutes zijn onderverdeeld in:
  • Ondersteunend: 1—2—3—4—O—5—6—7—L1
  • Doorlopend: 1—2—3—4—5—6—7—L1
  • Uitdagend: 1—2—3—4—5—6—U1—L1

Hoe wordt de klasse 70-76 gebruikt bij een atletiekvereniging?

Bij een atletiekvereniging wordt de klasse 70-76 gebruikt voor het gewicht van leden, afgerond op hele kg in klassenindeling. De intervalnotatie voor de klasse 70-76 is [69,5; 76,5].

Hoe maak je een staafdiagram met relatieve frequenties voor beide rassen?

  • Bereken de relatieve frequentie door het aantal zakken per klasse te delen door het totale aantal zakken.
  • Voor Bintjes: deel het aantal zakken in elke klasse door 90.
  • Voor Nicola: deel het aantal zakken in elke klasse door 150.
  • Teken de staafdiagrammen met deze relatieve frequenties.

Wat is de linkerkant van de klasse met het laagste cijfer voor Engels?

De linkerkant van de klasse waarin het laagste cijfer voor Engels valt moet worden bepaald. Dit is belangrijk voor het overzicht van de resultaten.

Wat is een meertepige verdeling en wat is een uitschieter?

Bij een meertepige verdeling zie je in het staafdiagram meer dan één top. Een uitschieter is een waarde die afwijkt van de andere waarnemingen.

Van hoeveel accu’s onderzoekt de fabrikant de levensduur?

De fabrikant onderzoekt de levensduur van twee typen accu’s voor laptops. Deze studie is gericht op het begrijpen van de levensduurverschillen tussen de twee typen en het identificeren van eventuele uitschieters of variaties in prestaties.

Welke klasse heeft de grootste frequentie bij het speerwerpen?

Tijdens de sportdag hebben de leerlingen van havo 4 ook het onderdeel speerwerpen gedaan.
  • Welke klasse heeft de grootste frequentie?

Wat betekenen de drie nullen achter de acht in het steelbladdiagram?

De drie nullen achter de acht in het steelbladdiagram geven aan dat er drie kastanjes zijn met een gewicht van precies 8,0 gram. Dit betekent dat er drie kastanjes zijn die exact hetzelfde gewicht hebben, namelijk 8,0 gram.

Hoe worden klassen genoteerd en wat is intervalnotatie?

Klassen worden genoteerd met klassenbreedte en klassenmidden. Intervalnotatie geeft de rechte haak aan de linkergrens. Voorbeeld: [49,5; 59,5) betekent dat 49,5 in de klasse valt en 59,5 niet. Dit is belangrijk voor leeftijdsklassen, zoals 50-59 en 50 jaar tot 60 jaar.

Wat is de intervalnotatie en klassenbreedte voor leeftijden in de klasse 70-76?

De intervalnotatie voor de leeftijdsklasse 70-76 is [70, 76>. Het klassenmidden is 73,5 jaar. De klassenbreedte van de leeftijdsklasse 70-76 is 6 jaar.

Maak een staafdiagram bij de variabele levensduur. Welke vorm heeft je staafdiagram?

Het staafdiagram bij de variabele levensduur heeft een specifieke vorm afhankelijk van de data. Met een klassenbreedte van 1 uur kan het bijvoorbeeld klokvormig, scheef of meertoppig zijn, afhankelijk van hoe de levensduur van de accu’s verdeeld is.

Hoeveel jeugdleden zijn jonger dan 12 jaar?

Het aantal jeugdleden jonger dan 12 jaar is de som van de frequenties voor leeftijden 9, 10 en 11. Voor meisjes is dit 6 + 8 + 11 = 25 en voor jongens is dit 5 + 7 + 10 = 22. Totaal zijn er 25 + 22 = 47 jeugdleden jonger dan 12 jaar.

Hoeveel procent van de kastanjes heeft een gewicht van meer dan 9 gram?

Van de 59 kastanjes hebben 10 kastanjes een gewicht van meer dan 9 gram. Dit betekent dat ongeveer 16,95% van de kastanjes een gewicht heeft dat groter is dan 9 gram.

Wat is de klassenbreedte en klassenmidden van de klasse 141-143?

De klasse 141-143 kan in intervalnotatie worden geschreven als [140,5; 143,5). De klassenbreedte is 3 cm en het klassenmidden is 142 cm. Dit betekent dat de afstand tussen de grenzen van de klasse 3 cm is en het midden precies halverwege ligt.

Hoe wordt de staafdiagram getekend voor de variabele lengte in de dataset van 154 leerlingen?

De staafdiagram voor de variabele lengte is getekend met de klasse [155, 157>. De klassenbreedte die gebruikt wordt in het staafdiagram is 5 cm.

Hoe is de leeftijdsverdeling van de 200 leden van de zwemvereniging?

  • Leeftijd 6-17: 90 leden
  • Leeftijd 18-21: 40 leden
  • Leeftijd 22-25: 35 leden
  • Leeftijd 26-29: 25 leden
  • Leeftijd 30-33: 5 leden
  • Leeftijd 34-37: 0 leden
  • Leeftijd 38-41: 5 leden

Zoek uit wat het gemiddelde, de modus en de mediaan van de twee verschillende typen zijn.

Het gemiddelde, de modus en de mediaan van de twee verschillende typen accu’s moeten worden berekend om inzicht te krijgen in de centrale tendens van de levensduur. Deze statistieken helpen bij het vergelijken van de prestaties en betrouwbaarheid van de twee typen.

Wat wordt in dit hoofdstuk herhaald en uitgebreid met nieuwe statistische begrippen?

Zaken zoals het berekenen van een gemiddelde en het tekenen van een boxplot worden herhaald en uitgebreid met nieuwe statistische begrippen. Verschillende groepen worden vergeleken. Aan het eind leer je hoe data kan worden weergegeven in een frequentiepolygoon en een somfrequentiepolygoon. Het onderdeel statistiek wordt in hoofdstuk 10 en in deel 3 uitgebreid en afgerond.

Hoeveel procent van de jeugdleden is jonger dan 12 jaar?

Er zijn in totaal 137 jeugdleden (67 meisjes + 70 jongens). Het aantal jeugdleden jonger dan 12 jaar is 47. Het percentage is (47 / 137) * 100% ≈ 34,31%. Dus ongeveer 34,31% van de jeugdleden is jonger dan 12 jaar.

Wat is het verschil in gewicht tussen de lichtste en de zwaarste kastanje?

Het verschil in gewicht tussen de lichtste en de zwaarste kastanje is 10,1 gram - 3,2 gram = 6,9 gram. Dit geeft het bereik van de gewichten van de kastanjes weer.

Wat zijn de frequenties van jongens en meisjes in de klasse 180-184?

In de frequentietabel zijn de lengtes van jongens en meisjes in klassen ingedeeld. Voor de klasse 180-184 is de frequentie voor jongens 18 en voor meisjes 5, met een totaal van 23. Dit geeft aan hoeveel jongens en meisjes in deze lengteklasse vallen.

Wat zijn de stappen om een goed beeld te krijgen van de verdeling van lengtes van jongens en meisjes?

Maak afzonderlijke staafdiagrammen voor lengtes van jongens en meisjes. Maak staafdiagrammen met verschillende klassenbreedtes. Bepaal bij welke klassenbreedte je een goed beeld krijgt van de verdeling van lengtes van jongens en meisjes.

Wat is de klassenbreedte en de klassenmiddens voor de gewichten van de zakken peren?

  • Klassenbreedte: 0,10 kg
  • Klassenmiddens:
    • [2,40; 2,50): 2,45 kg
    • [2,50; 2,60): 2,55 kg
    • [2,60; 2,70): 2,65 kg
    • [2,70; 2,80): 2,75 kg

Welke opdrachten worden genoemd als voorbeelden van WDA in dit hoofdstuk?

Voorbeelden van WDA in dit hoofdstuk zijn:
  • Probleem oplossen en analytisch denken: opdracht 19
  • Ordenen en structureren: opdracht 2
  • Logisch redeneren en bewijzen: opdracht 33

Hoe groot is de modus en hoe groot is de mediaan van de gewichten?

De modus van de gewichten is 7,8 gram, omdat dit gewicht het vaakst voorkomt. De mediaan van de gewichten is 7,0 gram, wat het middelste getal is wanneer alle gewichten op volgorde staan.

Wat is het midden van de klasse 155-159 en hoe breed is deze klasse?

Het midden van de klasse 155-159 is 157 cm. De klassenbreedte is de afstand tussen de grenzen van de klasse, die 5 cm is. Dit betekent dat het midden precies halverwege de linker- en rechtergrens ligt, wat belangrijk is voor het berekenen van gemiddelden.

Hoe maak je een staafdiagram voor de variabele Nederlands in de dataset?

Maak een staafdiagram bij de variabele Nederlands met klassenindeling zodat je een overzicht krijgt van op gehele afgeronde cijfers. Bepaal hoeveel leerlingen een 7 hebben. Zoek de klasse met de mediaan en de klassenindeling van de modale klasse.

Hoe maakt Jesper een schatting van het gemiddelde gewicht van een zak peren?

Jesper berekent het gemiddelde gewicht door de klassenmiddens te vermenigvuldigen met het aantal zakken in elke klasse en deze producten op te tellen. Vervolgens deelt hij de som door het totale aantal zakken: (6×2,45 + 10×2,55 + 8×2,65 + 6×2,75) / 30.

Wat zijn de grenzen van de modale klasse?

Geef de grenzen van de modale klasse. De modale klasse is de klasse met de meeste waarnemingen en is belangrijk voor de analyse van de dataset.

Welke tijd was de mediaan bij de mannen?

De mediaan bij de mannen was 1,5 uur. Dit is de tijd die in het midden ligt van alle tijden die de mannen hebben gelopen tijdens de veldloop van 20 km.

Hoeveel procent van de vrouwen had een tijd tussen 2:15 uur en 2:30 uur?

Ongeveer 25% van de vrouwen had een tijd tussen 2:15 uur en 2:30 uur. Dit percentage is af te lezen uit de boxplot van de veldloopresultaten.

Welke tijden horen bij de 25% snelste vrouwen?

De tijden die horen bij de 25% snelste vrouwen zijn minder dan 2 uur. Dit is af te lezen uit de boxplot van de veldloopresultaten.

Hoeveel vrouwen moesten daarna nog over de finish komen als er al 126 vrouwen over de finish waren?

Als er al 126 vrouwen over de finish waren, moesten er nog 42 vrouwen over de finish komen. Dit is gebaseerd op het totaal van 168 vrouwen die deelnamen.

Hoeveel mensen hebben een scoreformulier ingevuld in de dataset van het onderzoek?

In de dataset van het onderzoek naar de klanttevredenheid hebben 50 mensen een scoreformulier ingevuld. Dit aantal geeft de steekproefgrootte weer.

Hoe hoog is de hoogste score en hoe hoog is de laagste score in de dataset?

De hoogste score in de dataset is 10 en de laagste score is 2. Deze scores geven de uitersten van de klanttevredenheid weer.

Welke reden kan het bedrijf hebben om de laagste score niet te gebruiken bij de beschrijving van de resultaten?

Het bedrijf kan besluiten de laagste score niet te gebruiken om de resultaten niet te vertekenen door een mogelijke uitschieter. Dit kan zorgen voor een eerlijkere weergave van de klanttevredenheid.

Wat is de absolute frequentie en hoe wordt de relatieve frequentie weergegeven?

  • De absolute frequentie is het getelde aantal.
  • De relatieve frequentie is een percentage.
  • In een cirkeldiagram is de hoek van de cirkelsector een relatieve maat voor de frequentie.

Hoeveel mensen waren er werkloos op 1 januari 2012 volgens de gegevens?

  • Op 1 januari 2012 was de totale beroepsbevolking 10,8 miljoen.
  • Het aantal werklozen als percentage van de beroepsbevolking is gegeven.
  • Bereken het aantal werklozen op basis van deze gegevens.

Welke vragen worden gesteld over de dataset van de sportdag?

  • Welke sporten hebben de leerlingen gedaan?
  • Hoeveel leerlingen deden mee aan de sportdag?
  • Welke leeftijden hebben deze leerlingen?
  • Wat was de beste prestatie bij de sprint? Is deze prestatie geleverd door een jongen of door een meisje? Gebruik de sorteerfunctie.

Wat leer je in dit hoofdstuk over statistiek?

In dit hoofdstuk leer je wat statistiek is. Je leert dat er verschillende soorten gegevens zijn en hoe je ze op verschillende manieren kunt weergeven. Je leert hoe je met de computer in grote hoeveelheden gegevens op zoek kunt gaan naar overeenkomsten en verschillen tussen de verzamelde waarnemingen en groepen.

Wat laat Voorbeeld 1 zien over de manier waarop leerlingen naar school gaan?

In het cirkeldiagram zie je hoe 1370 leerlingen naar school gaan. De delen van het cirkeldiagram worden sectoren genoemd. De grootte van de hoek van de sector 'fiets' is 1083 : 1370 × 360° ≈ 285°. Van de leerlingen gaat 42 : 1370 × 100% ≈ 3% met de brommer naar school.

Hoe is de bevolking van Latijns-Amerika in 1880 samengesteld volgens de gegevens?

  • De bevolking bestond uit 7,6 miljoen mensen.
  • 5,1 miljoen waren gemengd-inheemse inwoners.
  • 0,8 miljoen waren zwarte inwoners.
  • 3,4 miljoen waren witte inwoners.

Wat is de populatie in de dataset van de sportdag?

De populatie in de dataset van de sportdag bestaat uit de leerlingen die hebben deelgenomen aan de sportdag. De gegevens van hun prestaties zijn opgenomen in de dataset om te analyseren welke sporten zijn gedaan en hoe goed de prestaties waren.

Welke vaardigheden worden behandeld in de voorbeelden van WDA in dit hoofdstuk?

De voorbeelden van WDA in dit hoofdstuk behandelen de volgende vaardigheden:
  • Logisch redeneren en bewijzen (opdracht 18)
  • Analytisch denken en problemen oplossen (opdracht 27)
  • Ordenen en structureren (opdracht 25)

Wat toont de boxplot in Voorbeeld 2 over de wachttijd bij de tandartspraktijk?

Een tandartspraktijk houdt bij hoeveel minuten na de afgesproken tijd een patiënt aan de beurt is. In de boxplot is te zien dat het eerste kwartiel 5 minuten is. Dat betekent dat 25% van de patiënten binnen 5 minuten na de afgesproken tijd wordt geholpen.

Hoeveel leerlingen hebben een voldoende en hoeveel een onvoldoende volgens de tabel?

  • Cijfer 4: 6 leerlingen
  • Cijfer 5: 39 leerlingen
  • Cijfer 6: 34 leerlingen
  • Cijfer 7: 28 leerlingen
  • Cijfer 8: 14 leerlingen
  • Cijfer 9: 4 leerlingen

Welke statistische uitspraken kunnen worden gedaan op basis van de dataset?

  • 'Van de 10 snelste leerlingen bij de sprint is de helft een meisje.'
  • 'Ruim 9% leerlingen gooit 33 meter of verder.'
  • Welke statistische uitspraak kun je doen over de variabele verspringen?

Wat heb je in de onderbouw geleerd over het verwerken van gegevens?

In de onderbouw heb je kennis gemaakt met het verwerken van gegevens, zoals het maken van staafdiagrammen en boxplots.

Wat is de relatieve frequentie van 18-jarigen in de gegeven tabel?

  • In de tabel staan leeftijden van 105 leerlingen.
  • Het absolute aantal 18-jarigen is 8.
  • De relatieve frequentie is 8 : 105 × 100% ≈ 7,6%.

Wat kun je doen voor meer uitleg over de theorie en opdrachten?

Voor meer uitleg kun je de QR-code scannen om de uitlegvideo’s bij theorievlakken, voorbeelden en opdrachten te bekijken.

Wat kun je aflezen uit het lijndiagram in Voorbeeld 4 over werkloosheid?

In het lijndiagram kun je aflezen dat op 1 januari 2000 ongeveer 3,3% van de beroepsbevolking werkloos was. Het diagram toont de werkloosheidspercentages ten opzichte van de beroepsbevolking over de jaren.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo