Statistische verwerking
143 belangrijke vragen over Statistische verwerking
Hoe kun je de spreiding van een dataset in een getal uitdrukken volgens de tekst?
- Bij een toets kunnen de deelnemers 0 tot 120 punten halen.
- In de dataset zie je de gegevens van vier groepen.
- Maak boxplots bij de resultaten van de vier groepen.
- Bij welke groep is de spreidingsbreedte het grootst?
- Lees uit de boxplots af hoe groot het verschil is tussen de kwartielafstand van groep A en de kwartielafstand van groep B.
- Leg met behulp van de boxplots uit dat groep C waarschijnlijk de kleinste standaardafwijking heeft.
- Welke groep heeft waarschijnlijk de grootste standaardafwijking? Licht je antwoord toe.
Hoe maak je met klassenmiddens een schatting van de gemiddelde lengte?
Welke centrummaat geeft volgens jou het beste beeld van het prijzengeld?
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Wat moet je doen om een frequentiepolygoon te tekenen en gebruiken?
- Bij een toets kunnen de deelnemers 0 tot 120 punten halen.
- In de dataset zie je de gegevens van vier groepen.
- Maak bij groep A een frequentiepolygoon met als eerste klasse [0, 10).
- Hoeveel deelnemers zitten in de klasse [70, 80)?
- Teken de cumulatieve frequentiepolygoon bij groep A.
- Hoeveel procent van de deelnemers haalt 70 punten of meer?
- De resultaten van een andere groep zijn verwerkt in de relatieve somfrequentiepolygoon hieronder.
- Gebruik deze relatieve somfrequentiepolygoon om een boxplot bij de resultaten te tekenen.
Wat moet je doen bij een onderzoek naar de schouderbreedte van 17-jarige jongens?
- Maak een frequentietabel met de gemeten schouderbreedtes, met de eerste klasse [35, 37).
- Bepaal de klassenbreedte.
- Maak met behulp van de klassenmiddens een schatting van de gemiddelde schouderbreedte.
Wat is de modus van het aantal gevangen vissen per deelnemer in de viswedstrijd?
Wat zijn de minimum, maximum, mediaan, \(Q_1\), \(Q_3\) en standaardafwijking voor groep 1?
- Minimum: 66,1
- Maximum: 124,5
- Mediaan: 87,9
- \(Q1\): 78,0
- \(Q3\): 98,3
- Standaardafwijking: 18,0
Bij welke frequentiepolygoon zullen het gemiddelde, de modus en de mediaan dezelfde waarde hebben?
Wat zijn de stappen bij het maken van een staafdiagram voor de inhoud van pakken yoghurt?
- Maak een staafdiagram bij de variabele inhoud, met de eerste klasse [980, 990).
- Geef het klassenmidden van de klasse met de kleinste inhoud.
- Maak afzonderlijke staafdiagrammen van de inhoud van de pakken van machine A en machine B, met als eerste klasse [980, 985).
Welke machine heeft de volste yoghurtpakken en welke centrummaat geeft dat beeld het beste weer?
Welke groep heeft de grootste spreiding en wat zijn de waarden voor groep 3?
- Minimum: 68,4
- Maximum: 114,9
- Mediaan: 98,0
- \(Q1\): 74,2
- \(Q3\): 102,0
- Standaardafwijking: 16,5
Wat betekenen de punten (165,5; 69) in de grafiek van de lengte van meisjes?
Bij welke frequentiepolygoon heeft de mediaan de hoogste waarde?
Wat zijn de vragen in E11 over de boxplots en de resultaten van leerlingen met wiskunde A en B?
- a: Welke groep heeft de meeste leerlingen met gemiddeld maximaal een 7,0?
- b: Bereken van beide groepen de spreidingsbreedte en de kwartielafstand.
- c: Leg uit bij welke groep de standaardafwijking het grootst is.
- d: Gebruik de boxplots om drie argumenten te geven waarom de resultaten van de leerlingen met wiskunde B beter zijn dan de resultaten van leerlingen met wiskunde A.
Hoeveel planten zijn er gewogen voor de aardappelrassen Doré en Gloria?
Hoeveel meisjes hadden een lengte van minstens 150,5 cm, maar minder dan 155,5 cm?
Wat beweert de rekendocent over het gemiddelde cijfer van de rekentoets?
Hoeveel leerlingen van de leerlingen heeft een score van 545 of meer?
- Aantal leerlingen met score 545 of meer: 164 van 500 leerlingen.
- Percentage: Minder dan 10% scoort 545 of meer.
- Cumulatieve frequentie: Af te lezen uit de grafiek.
Wat is de relatieve cumulatieve frequentie van het aantal planten van ras Doré met een gewicht van minder dan 650 gram?
Hoeveel meisjes waren 170,5 cm of langer?
Hoeveel waxinelichtjes van merk A zijn getest? En hoeveel van merk B?
Hoeveel leerlingen hadden een score van minimaal 520, maar minder dan 540?
- Score tussen 520 en 540: Ongeveer 50% van de leerlingen.
- Cumulatieve frequentie: Tussen 20% en 70% in de grafiek.
- Aantal leerlingen: Ongeveer 250 leerlingen.
Wat is het totale aantal planten voor de gewichtsinterval [750, 800) voor beide rassen?
Welke conclusie kun je trekken uit de centrummaat bij speerwerpen?
Wat is het normale aantal uren zonneschijn in De Bilt in november 2012 volgens het diagram?
Wat leer je in sectie 7.5 over cumulatieve verdelingen?
Waarom gebruik je bij het vergelijken van de aardappelrassen de relatieve frequenties?
Hoe kun je in de relatieve somfrequentiepolygonen zien dat de spreiding van de gewichten van merk B groter is dan die van merk A?
Wat moet je doen om een boxplot te maken voor het vak geschiedenis met de resultaten van het SE en het CE?
- Maak een boxplot met de resultaten van het SE en het CE.
- Vergelijk de resultaten tussen SE en CE.
- Splits de boxplots voor SE en CE.
- Geef het laagste en hoogste CE resultaat.
- Bereken de spreidingsbreedte en kwartielafstand.
- Zoek het eerste en laatste CE resultaat.
- Analyseer de spreiding bij verschillende profielen.
Hoe zijn de lengtes van 85 meisjes ingedeeld in klassen volgens de tabel?
- [155, 160): 10
- [160, 165): 16
- [165, 170): 34
- [170, 175): 15
- [175, 180): 5
- [180, 185): 1
- [185, 190): 0
- [190, 195): 2
- [195, 200): 2
Wat is de relatieve frequentie van de klasse [3.30; 3.45] van merk A gelijk aan 7,5%?
Hoeveel planten van het ras Gloria hebben een gewicht in het interval [600, 650)?
Wat moet je berekenen voor beide leerlingen in vraag 25b en 25c?
- In vraag 25b moet je voor beide leerlingen de spreidingsbreedte berekenen.
- In vraag 25c moet je voor beide leerlingen de kwartielafstand berekenen.
Wat is een frequentiepolygoon en hoe wordt deze getekend?
Teken in één figuur de relatieve cumulatieve frequentiepolygonen.
Welke score hadden de 25% hoogst scorende leerlingen minimaal?
- Score van 25% hoogst scorenden: 545 punten.
- Cumulatieve frequentie: 75% in de grafiek.
- Af te lezen uit de grafiek: Snijpunt van 75% lijn.
Wat zijn de kenmerken van de spreidingsbreedte en kwartielafstand bij groep 1A en 1B?
- Groep 1A: spreidingsbreedte 12 cm, kwartielafstand 5 cm.
- 25% van leerlingen tussen 82 en 84 cm.
- Groep 1B: grotere spreidingsbreedte, kleinere kwartielafstand.
- 25% van groep 1B kleiner dan 50% langste van groep 1A.
- Teken mogelijke boxplot voor beide groepen.
Hoe bereken je de somfrequentie van een waarnemingsgetal?
Hoe zie je aan de relatieve somfrequentiepolygonen dat de jongens doorgaans verder gooiden dan de meisjes?
- Vergelijking jongens en meisjes: Jongens hebben hogere cumulatieve percentages bij grotere afstanden.
- Grafiek: Jongenslijn ligt rechts van meisjeslijn.
- Interpretatie: Jongens gooien verder.
Wat leer je in sectie 7.4 Spreidingsmaten?
- Ondersteunend: 21—22—23—O24—25—26—27—28—L4
- Doorlopend: 21—22—23—O24—25—26—27—28—U4—L4
- Uitdagend: 21—22—23—O24—25—26—27—28—U4—L4
Hoe kun je de spreidingsbreedte en de interkwartielafstand gemakkelijk aflezen?
Wat moet je doen volgens vraag 25d en 25e?
- In vraag 25d moet je bepalen bij welke leerling de cijfers het dichtst bij het gemiddelde liggen.
- In vraag 25e moet je bepalen bij welke leerling je de spreiding het grootst vindt.
Wat moet je doen bij opdracht 29, onderdeel f en g?
Hoe zwaar zijn de 25% lichtste meisjes maximaal?
Schat hoeveel procent van de jongens verder gooide dan de beste worp bij de meisjes.
- Percentage jongens verder: Ongeveer 20% van de jongens.
- Grafiek: Af te lezen bij hoogste punt meisjeslijn.
- Interpretatie: Jongens gooien verder.
Wat moet je berekenen bij de ondersteunende opdracht over speerwerpen bij de sportdag van havo 4?
- Bereken de centrummaat van de data bij het onderdeel speerwerpen.
- Splits de resultaten op leeftijd en ga na dat de 15-jarigen gemiddeld ongeveer 28 meter gooiden.
- Kijk naar de gemiddelden en bepaal welke leeftijd het beste presteerde.
- Kijk naar de modus en bepaal welke leeftijd het beste presteerde.
- Bepaal welke leeftijdsgroep volgens jou de beste resultaten bij speerwerpen heeft en verklaar je antwoord.
- Bepaal welke leeftijd de 16-jarigen het beste hebben gepresteerd en welk argument je daarvoor kunt gebruiken.
Wat toont de staafdiagram over de cijfers voor Nederlands en Engels?
Wat wordt bedoeld met de termen spreidingsbreedte en kwartielafstand in de context van een boxplot?
Welke kwartielen heb je bij de opdrachten b en c afgelezen?
Waarin verschilt deze figuur als je deze vergelijkt met de figuur bij opdracht a?
- Verschillen in figuren: Variabele sprint versus vergooien.
- Verschil in cumulatieve frequenties: Verschillende patronen.
- Interpretatie: Verschillende prestaties in sprint en vergooien.
Hoeveel leerlingen zitten er in klas 2A en klas 2B?
Wat moet je onderzoeken in de uitdagende opdracht over de Italiaanse voetbalcompetitie?
- Onderzoek of er voor de inhaalwedstrijd een einduitslag mogelijk is waarbij de mediaan van het aantal doelpunten gelijk is aan 3½.
- Geef alle mogelijke uitslagen als dit mogelijk is.
- Er werden niet meer dan vijf doelpunten gescoord.
Wat zijn de gemiddelde en mediaan cijfers voor Nederlands en Engels?
Wat moet je berekenen volgens vraag c bij de cijfers van de SO's en proefwerken?
- Je moet voor zowel de cijfers bij de SO's als de cijfers bij de proefwerken de spreidingsbreedte en de kwartielafstand berekenen.
Bij welk percentage kun je de mediaan aflezen? Geef de mediaan van het gewicht van de jongens en de meisjes.
Wat moet je berekenen in opdracht 22 van de dataset van het Agnes College?
a. Het verschil berekenen tussen het laagste en het hoogste SE cijfer voor zowel Nederlands als Engels.
b. Het laagste SE cijfer geven van de 25% hoogste cijfers bij Nederlands.
c. Het hoogste SE cijfer geven van de 25% laagste cijfers.
d. Het verschil tussen de cijfers van opdracht b en c berekenen.
Wat moet je doen volgens vraag a bij de vakken Nederlands en Engels?
- Je moet bij de vakken Nederlands en Engels de standaarddeviatie bij het SE en het CE berekenen.
- Zet de resultaten overzichtelijk in een tabel zoals hiernaast.
Wat leert een wiskundedocent over centrummaten in zijn drie klassen?
- H4a: aantal leerlingen 28, gemiddelde 5,9, hoogste cijfer 7,3
- H4b: aantal leerlingen 19, gemiddelde 6,1, hoogste cijfer 10
- H4c: aantal leerlingen 24, gemiddelde 8,1, hoogste cijfer 8,1
- In welke klas is het percentage voldoendes waarschijnlijk het hoogst?
Hoe bereken je het gemiddelde, de mediaan en de modus van het bruto maandsalaris in het voorbeeld?
Wat zijn de modus, mediaan en het gemiddelde van de proefwerkresultaten van klas 2B?
Welke vorm heeft het staafdiagram bij de variabele vergooien waarbij de eerste klasse (9, 12) is?
Waarom is het belangrijk om voorzichtig te zijn met het trekken van conclusies uit statistische gegevens?
Welke van de drie centrum maten geeft volgens jou de verschillen tussen de klassen het beste weer? Leg uit waarom je dat vindt.
Wat is de vorm van de verdeling van de netto jaarinkomens van de huishoudens in een dorp volgens de opdracht?
Hoeveel minuten en seconden deed de snelste deelnemer over de 1500 meter? En welke tijd had de langzaamste?
- Hoeveel minuten en hoeveel seconden deed de snelste deelnemer over de 1500 meter? En welke tijd had de langzaamste?
Wat is de taak in vraag 16 over het kiezen van de beste centrummaat voor het bruto maandsalaris?
Wat is het gemiddelde geboortegewicht van de 87 baby's in de dataset?
Welke klasse is de modale klasse in de verdeling van de netto jaarinkomens?
Hoe groot zijn het gemiddelde, de modus en de mediaan bij de 1500 meter?
- Hoe groot zijn het gemiddelde, de modus en de mediaan bij de 1500 meter?
Wat moet Maaike doen met de data van de sportdag volgens vraag 17a?
Wat is het gemiddelde gewicht van de jongens en meisjes in de dataset?
Wat leer je in deze sectie over frequentieverdelingen?
- Wat de verschillende vormen van een frequentieverdeling zijn.
- Leerroutes:
- Ondersteunend: 8—9—10—11—012—13—L2
- Doorlopend: 8—9—10—11—12—13—L2
- Uitdagend: 8—10—11—12—13—U2—L2
Bij welke verdeling zijn de modus, de mediaan en het gemiddelde gelijk aan elkaar?
Hoeveel procent van de huishoudens verdient meer dan het gemiddelde volgens de opdracht?
Hoeveel leerlingen hebben verder dan het gemiddelde gegooid? Is dat meer of minder dan de helft of precies de helft?
Welke klasse is de modale klasse bij de jongens en meisjes?
Welke cijfers zijn afgerond op 7?
Hoe wordt de reactietijd van 228 leerlingen weergegeven en wat is de gemiddelde reactietijd?
Schets een meertoppige verdeling met één uitschieter.
Wat is de vorm van de verdeling van de gemiddelde slaapduur van de Nederlandse bevolking?
Hoeveel procent van de leerlingen heeft verder dan het gemiddelde gegooid?
In welke klasse ligt de mediaan van de jaarsalarissen in het bedrijf met 1500 werknemers?
Wat is de klassenbreedte en de klassenmiddens voor de gewichten van de zakken Bintjes en Nicola?
- Klassenbreedte: 0,02 kg
- Klassenmiddens:
- [2,48; 2,50): 2,49 kg
- [2,50; 2,52): 2,51 kg
- [2,52; 2,54): 2,53 kg
- [2,54; 2,56): 2,55 kg
- [2,56; 2,58): 2,57 kg
Wat is een klokvormige verdeling en wat zijn de kenmerken?
Hoeveel procent van de Nederlandse bevolking behoort tot de groep met een slaapduur van 6 uur of minder?
Welke klasse is de modale klasse van de jaarsalarissen?
Wat betekent de klasse 70-76 in de situatie van een theateradministratie?
Waarom kun je de gewichten van de twee soorten niet goed vergelijken door absolute aantallen te gebruiken?
Hoe sorteer je de dataset op de variabele Engels?
Wat is het verschil tussen een scheve verdeling en een uniforme verdeling?
Hoe maak je van de resultaten van het speerwerpen een frequentietabel?
Hoe kan de eigenaar van het bedrijf aantonen dat hij uitstekende salarissen betaalt?
Wat leer je in hoofdstuk 7.1 over klassenindeling?
- Ondersteunend: 1—2—3—4—O—5—6—7—L1
- Doorlopend: 1—2—3—4—5—6—7—L1
- Uitdagend: 1—2—3—4—5—6—U1—L1
Hoe wordt de klasse 70-76 gebruikt bij een atletiekvereniging?
Hoe maak je een staafdiagram met relatieve frequenties voor beide rassen?
- Bereken de relatieve frequentie door het aantal zakken per klasse te delen door het totale aantal zakken.
- Voor Bintjes: deel het aantal zakken in elke klasse door 90.
- Voor Nicola: deel het aantal zakken in elke klasse door 150.
- Teken de staafdiagrammen met deze relatieve frequenties.
Wat is de linkerkant van de klasse met het laagste cijfer voor Engels?
Wat is een meertepige verdeling en wat is een uitschieter?
Van hoeveel accu’s onderzoekt de fabrikant de levensduur?
Welke klasse heeft de grootste frequentie bij het speerwerpen?
- Welke klasse heeft de grootste frequentie?
Wat betekenen de drie nullen achter de acht in het steelbladdiagram?
Hoe worden klassen genoteerd en wat is intervalnotatie?
Wat is de intervalnotatie en klassenbreedte voor leeftijden in de klasse 70-76?
Maak een staafdiagram bij de variabele levensduur. Welke vorm heeft je staafdiagram?
Hoeveel jeugdleden zijn jonger dan 12 jaar?
Hoeveel procent van de kastanjes heeft een gewicht van meer dan 9 gram?
Wat is de klassenbreedte en klassenmidden van de klasse 141-143?
Hoe wordt de staafdiagram getekend voor de variabele lengte in de dataset van 154 leerlingen?
Hoe is de leeftijdsverdeling van de 200 leden van de zwemvereniging?
- Leeftijd 6-17: 90 leden
- Leeftijd 18-21: 40 leden
- Leeftijd 22-25: 35 leden
- Leeftijd 26-29: 25 leden
- Leeftijd 30-33: 5 leden
- Leeftijd 34-37: 0 leden
- Leeftijd 38-41: 5 leden
Zoek uit wat het gemiddelde, de modus en de mediaan van de twee verschillende typen zijn.
Wat wordt in dit hoofdstuk herhaald en uitgebreid met nieuwe statistische begrippen?
Hoeveel procent van de jeugdleden is jonger dan 12 jaar?
Wat is het verschil in gewicht tussen de lichtste en de zwaarste kastanje?
Wat zijn de frequenties van jongens en meisjes in de klasse 180-184?
Wat zijn de stappen om een goed beeld te krijgen van de verdeling van lengtes van jongens en meisjes?
Wat is de klassenbreedte en de klassenmiddens voor de gewichten van de zakken peren?
- Klassenbreedte: 0,10 kg
- Klassenmiddens:
- [2,40; 2,50): 2,45 kg
- [2,50; 2,60): 2,55 kg
- [2,60; 2,70): 2,65 kg
- [2,70; 2,80): 2,75 kg
Welke opdrachten worden genoemd als voorbeelden van WDA in dit hoofdstuk?
- Probleem oplossen en analytisch denken: opdracht 19
- Ordenen en structureren: opdracht 2
- Logisch redeneren en bewijzen: opdracht 33
Hoe groot is de modus en hoe groot is de mediaan van de gewichten?
Wat is het midden van de klasse 155-159 en hoe breed is deze klasse?
Hoe maak je een staafdiagram voor de variabele Nederlands in de dataset?
Hoe maakt Jesper een schatting van het gemiddelde gewicht van een zak peren?
Wat zijn de grenzen van de modale klasse?
Welke tijd was de mediaan bij de mannen?
Hoeveel procent van de vrouwen had een tijd tussen 2:15 uur en 2:30 uur?
Welke tijden horen bij de 25% snelste vrouwen?
Hoeveel vrouwen moesten daarna nog over de finish komen als er al 126 vrouwen over de finish waren?
Hoeveel mensen hebben een scoreformulier ingevuld in de dataset van het onderzoek?
Hoe hoog is de hoogste score en hoe hoog is de laagste score in de dataset?
Welke reden kan het bedrijf hebben om de laagste score niet te gebruiken bij de beschrijving van de resultaten?
Wat is de absolute frequentie en hoe wordt de relatieve frequentie weergegeven?
- De absolute frequentie is het getelde aantal.
- De relatieve frequentie is een percentage.
- In een cirkeldiagram is de hoek van de cirkelsector een relatieve maat voor de frequentie.
Hoeveel mensen waren er werkloos op 1 januari 2012 volgens de gegevens?
- Op 1 januari 2012 was de totale beroepsbevolking 10,8 miljoen.
- Het aantal werklozen als percentage van de beroepsbevolking is gegeven.
- Bereken het aantal werklozen op basis van deze gegevens.
Welke vragen worden gesteld over de dataset van de sportdag?
- Welke sporten hebben de leerlingen gedaan?
- Hoeveel leerlingen deden mee aan de sportdag?
- Welke leeftijden hebben deze leerlingen?
- Wat was de beste prestatie bij de sprint? Is deze prestatie geleverd door een jongen of door een meisje? Gebruik de sorteerfunctie.
Wat leer je in dit hoofdstuk over statistiek?
Wat laat Voorbeeld 1 zien over de manier waarop leerlingen naar school gaan?
Hoe is de bevolking van Latijns-Amerika in 1880 samengesteld volgens de gegevens?
- De bevolking bestond uit 7,6 miljoen mensen.
- 5,1 miljoen waren gemengd-inheemse inwoners.
- 0,8 miljoen waren zwarte inwoners.
- 3,4 miljoen waren witte inwoners.
Wat is de populatie in de dataset van de sportdag?
Welke vaardigheden worden behandeld in de voorbeelden van WDA in dit hoofdstuk?
- Logisch redeneren en bewijzen (opdracht 18)
- Analytisch denken en problemen oplossen (opdracht 27)
- Ordenen en structureren (opdracht 25)
Wat toont de boxplot in Voorbeeld 2 over de wachttijd bij de tandartspraktijk?
Hoeveel leerlingen hebben een voldoende en hoeveel een onvoldoende volgens de tabel?
- Cijfer 4: 6 leerlingen
- Cijfer 5: 39 leerlingen
- Cijfer 6: 34 leerlingen
- Cijfer 7: 28 leerlingen
- Cijfer 8: 14 leerlingen
- Cijfer 9: 4 leerlingen
Welke statistische uitspraken kunnen worden gedaan op basis van de dataset?
- 'Van de 10 snelste leerlingen bij de sprint is de helft een meisje.'
- 'Ruim 9% leerlingen gooit 33 meter of verder.'
- Welke statistische uitspraak kun je doen over de variabele verspringen?
Wat heb je in de onderbouw geleerd over het verwerken van gegevens?
Wat is de relatieve frequentie van 18-jarigen in de gegeven tabel?
- In de tabel staan leeftijden van 105 leerlingen.
- Het absolute aantal 18-jarigen is 8.
- De relatieve frequentie is 8 : 105 × 100% ≈ 7,6%.
Wat kun je doen voor meer uitleg over de theorie en opdrachten?
Wat kun je aflezen uit het lijndiagram in Voorbeeld 4 over werkloosheid?
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















