Taalaanbod en interactie - het taalaanbod: vorm

13 belangrijke vragen over Taalaanbod en interactie - het taalaanbod: vorm

Op welke dingen moet je letten bij de vorm van je taalaanbod bij NT2 kinderen?

  1. Je spreeksnelheid
  2. Extra nadruk bepaalde woorden
  3. eenvoudige zinnen
  4. herhalingen
  5. aangeven van het onderwerp
  6. woordkeus

Wat wordt bedoeld met herformuleringen of parafases?

Een zin herhalen, maar dan op een andere manier.

Wat zijn de belangrijke factoren van het taalaanbod voor tweedetaalleerders?

  1. De spreeksnelheid
  2. Extra nadruk
  3. Eenvoudige zinnen
  4. woordkeuze
  5. Herhalingen (parafrases)
  6. Aangeven van het onderwerp (topicalisaties)    
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Leerkracht: Hoe heet dat meisje, Yousef?
Yousef: .....
Leerkracht:  Hoe heet dat meisje? De naam van dat meisje?

Waar is bovenstaande dialoog een voorbeeld van?

parafrases

Stelling: door parafrasering wordt de informatiedichtheid kleiner

Juist als elke zin een nieuwe mededeling bevat, worden kinderen namelijk overvoerd met informatie. Door de inhoud nog een sop een andere manier weer te geven door middel van herhalingen, kunnen kinderen even 'ademhalen' tussendoor.

Leerkracht: "en dat plaatje p[ de volgende bladzij. Wat kan je daar nou op zien?"

moeder: "En je puzzel, heb je die al gemaakt?"

Waar zijn deze twee zinnen een voorbeeld van?

topicalisatie

Leerkracht: we hebben een koelkast.
A. Ja.
Leerkracht: waar is die dan?  
A.Daar
Leerkracht:   Nee dat is de kast.
P neem A eens mee naar de koelkast  en doe hem maar eens open zodat die het kan zien.

waar is dit een voorbeeld van?

Non-verbale context

Met woorden context creeren
voorbeelden geven
beeldend te vertellen
parapraseren en herhalen

Talige context.

Leerkracht: en hier moet je naar binnen in de tuin. Dat is een hek.
ja hek
Hek
Leerkracht:    en dit is de muur
ik ook zo hek in grote
Leerkracht:   Ja, bij jouw huis?
ja,
Leerkracht:   Oh.
in in en boven geen slaap daar is dik.
Leerkracht:  Bij de trap?
ja.
Leerkracht:   Oh daar kan je niet naar beneden vallen.

waar is dit een voorbeeld van.

Actieve luisterhouding, met minimale respons
en flexibel ingaan op de input van het kind.
ook sprake van feedback

Leerkracht: En samira, wat heb jij gedaan in het weekend?, heb je nog buiten gespeeld?
Samira knikt
Leerkracht:    ja met wie ?
geen reactie
Leerkracht: Met wie heb je buiten gespeeld?
Fiets
Leerkracht:  met de fiets.

welke voorbeelden van interactie

Expansie. Fiets, met de fiets
her formulering:
Leerkracht: En samira, wat heb jij gedaan in het weekend?, heb je nog buiten gespeeld?
vereenvoudiging naar ja/nee vraag.

Leerkracht: hij deed zijn trui uit en toen had die het koud.
Said: fout, eeh schoenen fout aantrekken.
Leerkracht:   Ja, hij had zijn schoenen verkeerd aangetrokken, hè.

voorbeeld interactie?

Expansie en modeling. Gaan vaak samen.

  • Kind: "Die vogel zit daar."
  • Leraar: "Ja, die grote groene vogel zit daar op de tak."
  • Expansie:
    De leraar breidt de onvolledige uiting uit met extra details zonder expliciet te corrigeren, waardoor het kind een rijkere taaluiting hoort.

  • Kind: "Die vogel heb geel vleugel."
  • Leraar: "Oh, je bedoelt: die vogel heeft gele vleugels. Wat mooi!"
  • Modeling: De leraar herformuleert de foute zin correct, zonder direct te wijzen op de fout, en biedt zo een correct taalmodel.

    De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

    • Een unieke studie- en oefentool
    • Nooit meer iets twee keer studeren
    • Haal de cijfers waar je op hoopt
    • 100% zeker alles onthouden
    Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
    Trustpilot-logo