Taalaanbod en interactie - het taalaanbod: vorm
13 belangrijke vragen over Taalaanbod en interactie - het taalaanbod: vorm
Op welke dingen moet je letten bij de vorm van je taalaanbod bij NT2 kinderen?
- Je spreeksnelheid
- Extra nadruk bepaalde woorden
- eenvoudige zinnen
- herhalingen
- aangeven van het onderwerp
- woordkeus
Wat wordt bedoeld met herformuleringen of parafases?
Wat zijn de belangrijke factoren van het taalaanbod voor tweedetaalleerders?
- De spreeksnelheid
- Extra nadruk
- Eenvoudige zinnen
- woordkeuze
- Herhalingen (parafrases)
- Aangeven van het onderwerp (topicalisaties)
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Leerkracht: Hoe heet dat meisje, Yousef?
Yousef: .....
Leerkracht: Hoe heet dat meisje? De naam van dat meisje?
Waar is bovenstaande dialoog een voorbeeld van?
Stelling: door parafrasering wordt de informatiedichtheid kleiner
Leerkracht: "en dat plaatje p[ de volgende bladzij. Wat kan je daar nou op zien?"
moeder: "En je puzzel, heb je die al gemaakt?"
Waar zijn deze twee zinnen een voorbeeld van?
Leerkracht: we hebben een koelkast.
A. Ja.
Leerkracht: waar is die dan?
A.Daar
Leerkracht: Nee dat is de kast.
P neem A eens mee naar de koelkast en doe hem maar eens open zodat die het kan zien.
waar is dit een voorbeeld van?
Met woorden context creeren
voorbeelden geven
beeldend te vertellen
parapraseren en herhalen
Leerkracht: en hier moet je naar binnen in de tuin. Dat is een hek.
ja hek
Hek
Leerkracht: en dit is de muur
ik ook zo hek in grote
Leerkracht: Ja, bij jouw huis?
ja,
Leerkracht: Oh.
in in en boven geen slaap daar is dik.
Leerkracht: Bij de trap?
ja.
Leerkracht: Oh daar kan je niet naar beneden vallen.
waar is dit een voorbeeld van.
en flexibel ingaan op de input van het kind.
ook sprake van feedback
Leerkracht: En samira, wat heb jij gedaan in het weekend?, heb je nog buiten gespeeld?
Samira knikt
Leerkracht: ja met wie ?
geen reactie
Leerkracht: Met wie heb je buiten gespeeld?
Fiets
Leerkracht: met de fiets.
welke voorbeelden van interactie
her formulering:
Leerkracht: En samira, wat heb jij gedaan in het weekend?, heb je nog buiten gespeeld?
vereenvoudiging naar ja/nee vraag.
Leerkracht: hij deed zijn trui uit en toen had die het koud.
Said: fout, eeh schoenen fout aantrekken.
Leerkracht: Ja, hij had zijn schoenen verkeerd aangetrokken, hè.
voorbeeld interactie?
De leraar breidt de onvolledige uiting uit met extra details zonder expliciet te corrigeren, waardoor het kind een rijkere taaluiting hoort.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















