Voltooid deelwoord als bijvoegelijk naamwoord gebruikt

15 belangrijke vragen over Voltooid deelwoord als bijvoegelijk naamwoord gebruikt

Waarom schrijven mensen soms foutief 'de ontleedde zinnen' en wat is hier het probleem?

Mensen van deze fout, omdat ze denken aan de verleden tijd(Ze ontleedde de zinnen). De juiste vorm is 'de ontlede zinnen' omdat het bijvoeglijk naamwoord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.

Leg uit waarom we verschillende spellingen zien in bijvoorbeeld: "Ik postte de brief - de geposte brief - de te posten brief"?

Dit laat de verschillende vormen zien: de verleden tijd (postte), het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord (geposte), en na 'te' volgt altijd de infinitief (posten).

Wat zijn de 2 hoofdmogelijkheden voor het spellen van een voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord?

  1. Het voltooid deelwoord verandert niet.
          Dit is het geval bij sterke werkwoorden, dus werkwoorden die in de verleden            tijd klinkerverwisseling kennen en een voltooid deelwoord hebben dat                         eindigt op -en.
           * We schrijven dus: het gezongen liedje, het gezonken schip.

     2. Het voltooid deelwoord verandert wel. Dit is het geval bij zwakke 
          werkwoorden.
  • het bijvoeglijk naamwoord krijgt -dd- of -tt-, als dit voor de uitspraak nodig is
          ( de gewitte muur, het geredde kind)
  • het bijvoeglijk naamwoord wordt geschreven zoals je het uitspreekt
           * de vergrote foto, de ontlede zinnen)
          Let op: De korte vorm (één 't' of 'd') gaat boven de 'lange vorm'(''tt'' of ''dd'')
                       Na 'te' volgt altijd de infinitief (het hele werkwoord)  We schrijven 
                        dus: de te verwachten belangstelling.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wanneer gebruik je -dd- of -tt- in het bijvoegelijk naamwoord?

Je gebruikt -dd- of -tt- alleen als dit voor de uitspraak nodig is, bijvoorbeeld: 'de gewitte muur' en 'het geredde kind'.

Welke twee verschillen bestaat er bij bijvoeglijk naamwoorden?

  1. Bijvoeglijk naamwoord: zegt iets over het zelfstandig naamwoord
  2. Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord: vertelt iets over van welk stof iets gemaakt bijvoorbeeld:
  • houten stoelen, een nylon broek

Noem een aantal kenmerken van een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord

  1. Heeft maar één vorm en eindigt meestal op -en. Bijvoorbeeld:
          gouden, wollen, maar niet altijd (aluminium kruik)
     2. Het staat altijd voor het zelfstandig naamwoord en heeft geen trappen van              vergelijking

Wat is het verschil tussen een bijvoeglijk naamwoord en een bijvoeglijk naamwoord afgeleid van een voltooid deelwoord?

  • Een bijvoeglijk naamwoord zegt puur iets over de zelfstandig naamwoord
           Bijvoorbeeld: De mooie foto
  • Maar een bijvoeglijk naamwoord afgeleid van een voltooid deelwoord, wordt dan van een voltooid deelwoord, een bijvoeglijk naamwoord gemaakt

Noem de bijvoeglijk naamwoord en de bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoorden van de volgende zinnen:

  1. De lange afstand
  2. De gerende afstand
  3. De mooie foto
  4. De geschudde kaarten
  5. De vergrote foto
  6. De gouden kaarten

1. = bijvoeglijk naamwoord
2. = bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord
3. = bijvoeglijk naamwoord
4. = bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord
5. = bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord
6. = bijvoeglijk naamwoord

Hoe weet je of je een -e, of -en achter een bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord moet plaatsen?

Als het woord als voltooid deelwoord op een -en eindigt, houdt het als bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord ook een -n aan het eind.

  • Bijvoorbeeld: De race is gelopen (voltooid deelw.) -> de gelopen race (bijv)


Er komt geen -n achter de bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord als het als voltooid deelwoord niet op -en eindigt.

  • Bijvoorbeeld: De gemaakte afspraak(bijvoeglijk)  - De afspraak is gemaakt( voltooid deelw.)

Hoe weet je of je een -e, of -en achter een bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord moet plaatsen?

Als het woord als voltooid deelwoord op een -en eindigt, houdt het als bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord ook een -n aan het eind.

  • Bijvoorbeeld: De race is gelopen (voltooid deelw.) -> de gelopen race (bijv)


Er komt geen -n achter de bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord als het als voltooid deelwoord niet op -en eindigt.

  • Bijvoorbeeld: De gemaakte afspraak(bijvoeglijk)  - De afspraak is gemaakt( voltooid deelw.)

Waar wordt een bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord ook vaak mee verward?

Met een persoonsvorm (verleden tijd)

Bijvoorbeeld:
1. Hij vergrootte de foto (persoonsvorm vt.)
2. De vergrote foto (bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord)

Wat zijn hier de persoonsvorm vt en de bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord in de volgende zinnen?

  1.   Het aanbestede project werd goed ontvangen
  2.   De hogeschool besteedde het project aan
  3.   Deze lekker bereide maaltijd was in een mum van tijd op
  4.   Zij bereidde het ontbijt alsof het een viergangendiner was
  5.   Door de verpeste sfeer kwam er weinig van leren
  6.   De luie student verpestte de sfeer in de klas

  1. Aanbestede = bijvoeglijk voltooid deelwoord
  2. Besteedde = persoonsvorm v.t.
  3. Bereide = bijvoeglijk voltooid deelwoord
  4. Bereidde = persoonsvorm v.t.
  5. Verpeste = bijvoeglijk voltooid deelwoord
  6. Verpestte = persoonsvorm v.t.

Noteer van de volgende werkwoorden het voltooid deelwoord.
1. Bonzen   2. Uitbreiden   3. Beloven   4. Erven   5. Verliezen
6. Bevelen  7. Schelden   8. Razen  9. Denken 10. Bidden

1. Gebonsd ('valse s) 2. Uitgebreid 3. Beloofd 4.Geërfd (niet: 'georven')
5. Verloren (onregelmatig) 6. Bevolen (sterke werkwoord) 7. Gescholden (sterke werkwoord) 8. Geraasd ('valse s') 9. Gedacht (onregelmatige werkwoord)
10. Gebeden (sterk werkwoord)

Noteer van de volgende werkwoorden het voltooid deelwoord.
1. Bonzen   2. Uitbreiden   3. Beloven   4. Erven   5. Verliezen
6. Bevelen  7. Schelden   8. Razen  9. Denken 10. Bidden

1. Gebonsd ('valse s) 2. Uitgebreid 3. Beloofd 4.Geërfd (niet: 'georven')
5. Verloren (onregelmatig) 6. Bevolen (sterke werkwoord) 7. Gescholden (sterke werkwoord) 8. Geraasd ('valse s') 9. Gedacht (onregelmatige werkwoord)
10. Gebeden (sterk werkwoord)

Schrijf het bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord op de juiste manier. Beredeneer telkens de regels waarom u het woord zo schrijft
1. De (ontwerpen) plannen      2. Het (laden) geweer
3.  de (bestraten) wegen          4. De (vergoeden) schade
5. Het te (besteden) bedrag     6. De (verzenden) post
7. De (redden) zwemmer          8. De pas (verven) deur
9. Het (laden) geweer                10. De (aanrichten) schade
11. De (toejuichen) acteur        12. De te (bepraten) problemen
13. De (zouten) aardappels      14. De (barsten) spiegel
15. Het (stranden) schip

1. Ontworpen (sterke werkwoord)     2. Geladen (onregelmatig werkwoord)
3. Bestrate (korte vorm)                     4. Vergoede (korte vorm)
5. Besteden (infinitief)                         6. Verzonden (sterk werkwoord)
7. Geredde (lange vorm)                      8. Geverfde (valse s)
9. Aangerichte (korte vorm)               10. Toegejuichte (korte vorm)
11. Bepraten (infinitief)                         12. Gezouten (onregelmatig werkwoord)
13. Gebarsten (onregelmatig werkwoord)  14. Gestrande (korte vorm)

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo