Decentraal / centraal, beleid / normen en participatie

19 belangrijke vragen over Decentraal / centraal, beleid / normen en participatie

Wat betekent ‘decentraal’ in de context van de Omgevingswet?

Dat lagere overheden (gemeenten en waterschappen) zelf afwegingen mogen maken en regels mogen stellen, afgestemd op de lokale situatie.

Geef een voorbeeld van maatwerk door gemeenten onder de Omgevingswet.

Een gemeente kan:
  • in een binnenstad meer geluid toestaan,
  • en in een buitenwijk strengere geluidsnormen hanteren.

Wat wordt bedoeld met ‘decentrale regelgeving’ als kerninstrument van de Omgevingswet?

Dat bindende regels voor burgers worden vastgesteld door decentrale overheden in:
  • de provinciale omgevingsverordening,
  • het gemeentelijke omgevingsplan, en
  • de waterschapsverordening,
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat betekent het uitgangspunt “decentraal, tenzij” in de Omgevingswet?

Dat provincies, gemeenten en waterschappen zelf regels mogen stellen over de fysieke leefomgeving, tenzij de Omgevingswet of AMvB’s bepalen dat het onderwerp centraal (door het Rijk) moet worden geregeld.

Welke typen instructieregels bestaan er onder de Omgevingswet?

Er zijn drie hoofdtypen instructieregels, te herkennen aan hun formulering:
  1. ‘Betrekken bij’
  2. ‘Rekening houden met’
  3. ‘In acht nemen’

Wat betekent een instructieregel met de formulering ‘betrekken bij’?

Bij een instructieregel ‘betrekken bij’:
  • moet de gemeente het onderwerp meenemen in de afweging,
  • maar mag zij ongemotiveerd afwijken.

Voorbeeld: art. 3.2 lid 1 Bkl

Wat betekent een instructieregel met de formulering ‘rekening houden met’?

Bij ‘rekening houden met’:
  • is afwijken alleen toegestaan met een motivering,
  • dit type komt het vaakst voor in het Bkl.

Voorbeelden: artt. 5.2, 5.59, 5.92 en 5.129g Bkl

Wat betekent ‘decentraal, tenzij (centraal)’ onder de Omgevingswet?

Het uitgangspunt van de Omgevingswet is decentrale bevoegdheid (gemeenten en waterschappen),
tenzij het doelmatiger of doeltreffender is om bevoegdheden centraal (bij provincie of Rijk) te leggen.

Wat is het omgevingsprogramma binnen de Omgevingswet?

Het omgevingsprogramma is de tweede stap in de beleidscyclus en vormt het vervolg op de omgevingsvisie.
Het beschrijft hoe de doelen uit de omgevingsvisie worden bereikt door middel van concrete maatregelen en beleid.

Is het omgevingsprogramma bindend voor burgers?

Nee.
  • Het omgevingsprogramma is beleid,
  • bevat geen normen,
  • en is niet bindend voor burgers.
Het werkt intern bindend voor het bestuursorgaan (zelfbinding).

Welke bestuurslagen stellen decentrale normen vast en waar staan die?

  • Provincie
    • In de provinciale omgevingsverordening
    • Naast algemene regels kunnen hierin ook instructieregels staan voor:
      • gemeenten
      • waterschappen
  • Gemeente
    • In het gemeentelijke omgevingsplan (OP)
  • Waterschap
    • In de waterschapsverordening
  • Waarom is participatie belangrijk binnen het nieuwe omgevingsrecht?

    Participatie is een van de uitgangspunten van de Omgevingswet.
    Het doel is dat belanghebbenden in een vroegtijdig stadium worden betrokken bij de besluitvorming over een project of activiteit, zodat belangen vroeg zichtbaar zijn en beter kunnen worden afgewogen.

    Waar is participatie wettelijk geregeld?

    Participatie is geregeld in:
    • De Omgevingswet (Ow)
      • artikelen 5.47, 5.48, 5.51 en 16.55
    • Het Omgevingsbesluit (Ob)
      • artikelen 5.3, 5.5, 10.2, 10.3 en 10.8

    Bij welke besluiten/instrumenten is participatie door het bestuur aan de orde?

    Participatie door het bestuur speelt bij de vaststelling van:
    • de omgevingsvisie
    • het omgevingsprogramma
    • het omgevingsplan (OP)
    • de omgevingsverordening
    • de waterschapsverordening
    • het projectbesluit

    Welke verplichting heeft het bestuursorgaan bij álle instrumenten ten aanzien van participatie?

    Bij alle instrumenten geldt een motiveringsplicht:
    • het bestuursorgaan moet bij het nemen van het besluit motiveren:
      • op welke wijze belanghebbenden zijn betrokken;
      • wat de resultaten van de participatie zijn;
      • en hoe deze zijn meegewogen bij het besluit.

    Wat is een gemeentelijke participatieverordening?

    Een gemeentelijke participatieverordening regelt:
    • hoe de omgeving wordt betrokken bij besluitvorming over plannen;
    • hoe burgers op de hoogte worden gesteld;
    • hoe het participatieproces wordt verantwoord

    Wie is verantwoordelijk voor participatie bij een aanvraag om een omgevingsvergunning (OV)?

    De aanvrager zelf is verantwoordelijk voor de participatie.
    • De gemeente mag adviseren of ondersteunen;
    • Het gemeentelijk participatiebeleid geldt niet voor aanvragers van een OV.

    Wanneer is participatie door de aanvrager verplicht?

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (OPA).

    Waarom kan participatie geen weigeringsgrond zijn bij een BOPA?

    Omdat de weigeringsgrond voor een BOPA limitatief is geregeld in art. 8.0a, lid 2 Bkl:
    weigering mag alleen wanneer de BOPA niet leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
    “Geen of onvoldoende participatie” valt hier niet onder.

    De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

    • Een unieke studie- en oefentool
    • Nooit meer iets twee keer studeren
    • Haal de cijfers waar je op hoopt
    • 100% zeker alles onthouden
    Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
    Trustpilot-logo