Theorieën over ontwikkeling - Risico- en beschermende factoren

22 belangrijke vragen over Theorieën over ontwikkeling - Risico- en beschermende factoren

Welke risicofactoren op het niveau van de ouders en het gezin?

1 Ouders met psychische problemen - vaak mindergoed met opvoedingstaken
2. Echtscheiding
3. Een oudergezinnen
4. Opvoedingsgedrag of opvoedingsstijl
   Vier opvoedingsstijlen: autoritatief, autoritair, toegeeflijk en verwaarlozend
risico factoren Kluwen gezinnen en loszandgezinnen

Wat zijn risicofactoren op het niveau van de omgeving?

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de omstandigheden van het gezin waarin kinderen opgroeien, armoede, de kenmerken van de school, kenmerken van de buurt de vrienden groep van het kind

Welke gedragsrisico kenmerken zijn er voor een kind?

A) Temperament  -  is een genetische kwestie
Verband tussen Moeilijk temperament- latere gedragsproblemen
Verband verlegen zijn en angst stoornissen
B)  Gehechtsheidtype -  is een kenmerk van een relatie tussen opvoeder en kind
Gehechtheid kan positief zijn (veilig) en negatief (onveilig)
C) Psychische stoornis  - het hebben van een stoornis vergroot de kans op stoornissen.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

A. Er zijn verschillende risicofactoren op het niveau van het kind. Hierin is een onderscheid tussen biologische factoren, gedragskenmerken en ingrijpende gebeurtenissen. Noem de 3 biologische factoren.

  1. Genetische aanleg; voor bijv. ADHD, ASS
  2. Prenatale programmering; Bijv. Bij drugs-/alcoholmisbruik. Ook te laag geboortegewicht/vroeggeboorte zijn biologische risicofactoren.
  3. Sekse; Jongens hebben meer risico op externaliserende problemen, meisjes meer internaliserend

Welke 5 ingrijpende gebeurtenissen zijn risicofactoren?

  1. Echtscheiding;
  2. Bepaalde overgangsfasen; puberteit e.d
  3. Langdurig gescheiden worden van de ouders; vooral risicovol bij kids tussen 4m-4 jaar oud.
  4. Mishandeling, verwaarlozing, misbruik en pesten
  5. Ingrijpende angstaanjagende gebeurtenissen; bijv. oorlog, overlijden ouder of natuurramp. Kan PTTS veroorzaken.

Wat wordt bedoeld met prenatale programmering?

De foetus kan tijdens de zwangerschap zo 'geprogrammeerd' worden dat hij een groter risico loopt op stoornissen later in het leven. Bijvoorbeeld alcohol- en middelenmisbruik.

C. Noem de 6 risicofactoren op het niveau van de omgeving

  1. Gezinsomstandigheden; SES
  2. Armoede;
  3. School; bijv. bij pesten, faalervaringen, prestatiedruk
  4. Buurt;
  5. Peergroup; kan bepaald probleemgedrag versterken (drugs/criminaliteit)
  6. Culturele waarden en normen (bijv. weinig vrijheid bij religie)

Wat zijn gedragskenmerken op het niveau van een kind?

Temperament, gehechtheidstype en psychische stoornis.

Wat maakt een psychische stoornis een risicofactor?

Het hebben van een psychische stoornis vergroot de kans op de ontwikkeling van een (andere) psychische stoornis later in het leven. Bijvoorbeeld ADHD -> grotere kans op verslaving.

Welke twee dimensies kent een opvoedingsstijl?

Controle en warmte.
ouderlijke warmte en ondersteuning verwijzen naar het creëren van een verzorgende, beschermende en geruststellende omgeving voor het kind. Ouderlijke controle slaat op het bieden van structuur, het kind leren regels na te leven, en weten waar het kind is, wat het doet en met wie.

Wat is een autoritieve opvoedstijl?

De opvoedingsstijl van warme ouders die voldoende controle uitoefenen op hun kinderen. Deze opvoedstijl wordt door deskundigen in de westerse cultuur als de geschikste gezien.

Indeling niveaus Beschermende Factoren KK

1.Hoog IQ
2.Goede Emotieregulatie:                                                                                                             De mate waarin iemand zijn emoties kan beheersen en sturen.
3.Makkelijk Temperament:                                                                                          Individuele reactiewijze die al bij baby's bestaat en grotendeels genetisch bepaald is.
Makkelijke/teruggetrokken/moeilijke .
KK die minder negatief reageren op stress
4.Interne Locus of control; 
Mate waarin kk beseffen dat ze hun leven zelf kunnen beinvloeden
5.Genetisch beschermd
Aangeboren
Capaticiteit om negatieve omstandigheden het hoofd te bieden

Indeling Beschermende factoren gezin/ouders

1.De aanwezigheid van tenminste een volwassene die het kk materiele en sociaal-economische bescherming biedt
2.Een positief gezinsklimaat:wordt gekenmerkt door respect/ouderlijke steun/hechte banden/warme structurerende opvoedingsstijl/beschermt tegen stress
3.Ouderlijk Toezicht
4.Ouders die een goede relatie hebben en elkaar steunen
5.Kennis van de ouders over ontwikkeling kk
6.Goede relatie met broertjes/zusjes

A. Wat zijn de 5 beschermende factoren op het niveau van het kind?

  1. Hoog IQ;
  2. Een goede emotieregulatie hebben;
  3. Makkelijk temperament;
  4. Interne locus of control; hebben een grote sociale competentie; gaan uit van het eigen kunnen. Moeilijke situaties worden minder negatief ingeschat, hebben ze meer controle over en kunnen die beter oplossen;
  5. Genetische bescherming tegen vormen van tegenspoed.                      Bijv. een aangeboren capaciteit hebben om negatieve omstandigheden (mishandeling) het hoofd te bieden.

Welke specifieke effecten zijn van invloed  op risicofactoren en beschermende factoren (zwakke relatie)?

1. Genetische aanleg - bijv, schizofrenie of ADHD kun gene doorgeven ( zwakke relatie.
2 Prenatale programmering - Bijv Alcoholmisbruik
Onveilig gehechtheid - dit probleem kan door gegeven worden

Benoem specifieke effecten RF+BF


1.Genetische aanleg
Ouders kunnen hun genetische aanleg voor een stoornis doorgeven
2.Prenatale Programmering
    b.v.teveel alcoholgebruik kan FAS veroorzaken (foetaal alcoholsyndroom)
3.Onveilige Gehechtheid

Wat is het effect van op een hopen van risicofactoren of beschermen de factoren?

Combinatie van negatieve genetische en omgeving invloeden zorgt voor een hoog risico.

Wat is het effect v.d.RF :SES

  • Drugsgebruik
  • School-en Gedragsproblemen

Welke processen dragen bij aan de sterkte van risico- beschermende factoren?

1. Het moment in de ontwikkeling van het kind - hoe eerder hoe groter de invloed
2. Sensitieve periode-  leeftijd en de daar bij horende ontwikkelingsopgaven
3. Dosis responserelatie   de sterkte wordt bepaald door de lengte van de blootstelling.

Welke BF zijn beschermende factoren teen vrijwel alle soorten psychische problemen

  • Ondersteunende opvoeders
  • goede relatie tussen ouders en kk
  • goede sociaal-emotionele/persoonlijke vaardigheden bij het kk
  • goede sociale Gemeenschap
  • goed sociaal Beleid

Welke opeenhoping v RF zorgt voor een hoger risico

Negatieve genetische invloeden+ negatieve omgevings invloeden

Welke processen dragen bij aan de sterkte v. RF+BF

1.Het moment in de ontwikkeling v.h.KK waarop de factor doet gelden
   Hoe eerder in de ontwikkeling,hoe groter de invloed

2.De sensitieve periode :
    De leeftijd v.e. Kk en de daarbijhorende ontwikkelingsopgaven

3.De dosis-reponsrelatie:
    De sterkte v RF + BF wordt bepaald door :
  • de lengte van de blootstelling
  • de mate  van de invloed van een bepaalde factor                                                                        

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo